Welkom
Concert Agenda 22 juli: Robert Cray - Waerdse Tempel/Heerhugowaard 25 juli: Dicky Greenwood - Drinken & Zo/Uithoorn 30 juli: Los Lobos - Paradiso/Amsterdam 5 augustus: Robert Randolph - Melkweg/Amsterdam 11 augustus: Eric Burdon & The Animals - Paradiso/Amsterdam 11 augustus: Saint Jude - Paradiso/Amsterdam 20 augustus: Little Feat - Paradiso/AmsterdamDiensten
Ruud Monde Geboren op dinsdag9 augustus 1960 te Amsterdam. Geboorteadres: Wildeman 28 III 1069 NL.Contact
Peter Wolf& Sheepskin: 14 december Bikes 'n Blues Amstelveen. Het was alweer de derde keer dat Peter Wolf & Sheepskin hun opwachting maakten op het podium van Bikes ’n Blues (zie ook mijn verslagje van 27/10/’07 ). Waarschijnlijk was dat ook de reden, dat het niet echt druk was vanavond. Toch jammer, want het was het laatste optreden en dus het einde van deze band en dan verdien je toch een volle zaal. Ten opzichte van afgelopen jaar was er weinig nieuws onder de zon, maar wat zij speelden (covers) doen ze vol overgave. Ik hoop dat gitarist Peter ‘Wolf’ van Heijningen snel terug is met een nieuwe band en met eigen werk. Of is het een goed idee om een Fleetwood Mac coverband te beginnen? Dan wel met werk uit hun legendarische bluesjaren. Voor mij waren de covers van deze band weer de hoogtepunten van de avond. Voor 2009 staan er gelukkig weer wat bands op het programma die nog niet eerder in Bikes ’n Blues hebben gespeeld. Dus houd de agenda in de gaten! Chicago Bluesfestival 2008: 16 november Bimhuis Amsterdam. Net als afgelopen jaar ( zie verslag 06/12/07) vond het Chicago Bluesfestival plaats in het Bim Huis te Amsterdam. De Rhythm sectie was hetzelfde: de geweldige Willie Hayes op de drums en Russell Jackson op de basgitaar. Als aanvulling op de band, was de pianist Ken Saydak mee gekomen. De band opende met ‘Have Mercy For The Blues’. Daarna was het de beurt aan Ken Saydak, die duidelijk nog wat moest warm draaien ( gelukkig herstelde hij zich later prima ). Als gasten waren er dit jaar: D.C. Bellamy, Andrew ‘Jr. Boy’ Jones en Shakura S’Aida. Die laatste zag ik dit jaar al eens schitteren in Paradiso. ( zie verslag 28/04/08). Andrew Jones was de eerste gast die aanschoof. Deze uit Texas afkomstige zanger/gitarist, speelde al op zestienjarige leeftijd in de band van Freddie King. Andrew is een degelijke bluesgitarist met een ietwat afgeknepen gitaargeluid en beschikt over een prettige stem. De tweede gast, Shakura S’Aida, is een echte entertainer. Zij doet haar best om het publiek te vermaken, beschikt over een prachtige stem en geeft zichzelf helemaal. Al met al, een lust om naar te kijken en te luisteren. Als derde gast was daar D.C. Bellamy ( de halfbroer van Curtis Mayfield ). Ook hij trakteerde het publiek op een vermakelijke act, waarin hij imitaties bracht van o.a. Howlin Wolf. Na de pauze kwam een ieder in dezelfde volgorde weer terug. Helemaal tot het eind heb ik het echter niet uitgezeten. Ik weet niet wat het was, maar ik had het idee dat ik was beland in een verkeerde ambiance. Publiek met een te hoog Jazz gehalte, een te nette zaal ( allemaal keurig zitten ) of misschien was ikzelf niet helemaal in the mood? Volgend jaar maar weer eens in Paradiso! James Harman & Gene Taylor: 20 September Bikes 'n Blues Amstelveen. De eerste avond in Bikes ’n Blues na de zomervakantie was weer een hele leuke! De twee Amerikaanse Cavia’s ‘Gene Taylor & James Harman’ stonden voor de tweede keer(zie mijn verslag van 4 mei 2007) op het podium in Amstelveen. En ja, heb je deze twee grootheden in huis, dan weet je dat het allemaal goed gaat komen. Deze twee stralen de blues werkelijk uit. Na veertig jaar de hele wereld over te zijn geweest, hebben ze er nog flink zin in. Niets geen routineus optreden. Plezier, dat is wat ik zag. Rest mij nog te noemen en te complimenteren, de ritmesectie ‘Peter Kempe (Juke Joints) en Lord Julius’ en ik mag ook zeker niet Çlay Windham vergeten op gitaar. Geweldig om te zien, hoe deze drie top muzikanten in dienst van Gene & James speelden, zonder zelf al te nadrukkelijk aanwezig te zijn. Berry en Rian weer bedankt en ik zie jullie op 15 oktober in Memphis!! Melvin Taylor: 26 augustus Maloe Melo Amsterdam. Jarenlang heeft Amsterdam een eigen bluesfestival gehad in de Meervaart. Onder bezielende leiding van Martin van Olderen werden er bekende maar ook onbekende bluesartiesten naar Nederland gehaald. Begin jaren 80stond er, een toen nog onbekende, Melvin Taylor(net 21 jaar) op het programma. Hij speelde met een groep jonge aanstormende bluestalenten uit Chicago, waaronder ookhet multitalent Lucky Peterson. Sensationeel was het. Ik had nog nooit zo'n geweldige gitarist gezien. De zaal ging helemaal plat, vooral op de prachtige Jimi Hendrix covers. Nu, zo'n 25 jaar later, stond diezelfde Melvin Taylor in Maloe Melo voor pakweg een mannetje of 40 zijn kunsten te vertonen. In de jaren tussendoor bleef ik hem volgen en zag hem nog enkele keren optreden.Melvin is gewoon te goed! Heer en meester over zijn instrument. Zo verschrikkelijk veel techniek. Speelt alle stijlen even makkelijk. Alleen het is vaak helemaal over de top. Hetzelfde heb ik ook als ik Jan Akkerman hoor spelen. Het zijn van die gitaristen die zichzelf voorbij lopen, steeds alles en iedereen willen laten zien(horen) wat ze allemaal niet kunnen. Jammer hoor want ze kunnen zo prachtig spelen. Ook in Maloe waren enkele juweeltjes te horen(o.a. Snoopy &Ain't no sunshine) zeker in het eerste gedeelte van het optreden. Na de pauze had ik het snel gezien, gewoon teveel!! Jammer hoor van zoveel talent. The Neville Brothers: 18 juli Paradiso Amsterdam. Allemaal brave burgers in een bijna uitverkocht Paradiso. Geen aanstekers in de lucht maar mobieltjes en niemand die stiekem een peukie opstak. Mijn eerste rook vrije concert! Gelukkig waren de Nevilles weer uitstekend. Het was alweer drie jaar geleden dat zij in Paradiso stonden(zie verslag van 05/03/05). Het blijft een heerlijke band om te zien en te horen. Geweldig slagwerk, een echt Hammond orgel en uiteraard de prachtige stem van Aaron. Waar zie je het nog een band met maar liefst acht leden? Na afloop was het nog gezellig met alle rokers op de tramhalte! Matthew Lee & de William Smulders band: 29 juni Caddy's Purmerend. De laatste kans om te genieten van een optreden in een sfeer van rook en verschraald bier. Helaas heeft ons kabinet besloten om in de horeca een rookverbod af te kondigen(betutteling ten top). Wat mij betreft liever een bord aan de deur met de volgende tekst: "betreden op eigen risico hier wordt namelijk gerookt". Of laat de mensen zelfkiezen of ze naar een rook of een rookvrij gelegenheid toe gaan. Maar goed... Vanmiddag had de Jerry Lee Lewis fanclub de Caddy's in Purmerend gekozen voor hun jaarlijkse fanclubdag Als speciale gast was de uit Italie afkomstige Matthew Lee uitgenodigd als heuse Jerry Lee Lewis kloon. Geen irritante persiflage maar een man die een heerlijk optreden verzorgde. Lekker rammend op de piano en een prima stem, voeg daarbij de prima begeleiding van de Nederlandse R & R band van gitarist William Smulders dan kan het niet meer stuk. Jerry Lee is wat mij betreft de belichaming van de Rock 'n Roll en behoort dan ook tot mijn favorieten.Vanmiddag kwamen al zijn hits voorbij. Daarnaast is er in Caddy'saltijd eenprima sfeer, veel rockers met hunmooie auto's enprachtige motorenbuiten, dat is zeker wetengenieten.Niets te doen op de zondagmiddag ga dan eens langs in Purmerend. Elke week een Rock 'n Roll band en je kan er ook nog prima eten!! James Hunter: 27 mei Melkweg Amsterdam. Foutje van de Melkweg! James Hunter is namelijk populair en is te groot geworden voor de oude zaal. Stampvol was het en daardoor erg warm. Gelukkig stonden wij tegen de bar aangedrukt zodat wij af en toe een biertje konden bestellen.Het concert week niet veel af van het concert dat ik heb beschreven op pagina "Gezien 2006" d.d. 8 oktober. Dus wil je weten wat je allemaal hebt gemist neem dan daar even een kijkje! Volgende keer hopelijk in The Max of Paradiso. Johnny Winter: 10 mei Paradiso Amsterdam. Bij binnenkomst stonden de jonge honden van Big Blind uit Noordwijk al op het podium. Een mooie promotie voor de boys; van het Amstelveense Bikes 'n Blues( zie mijn verslag d.d 21/09/"07)naar het voorprogramma van niemand minder dan Johnny Winter. Het plezier spatte er vanaf en het publiek, in de steeds voller lopende zaal, deelde al snel in het enthousiasme. Rond half negen was het de beurt aan mijn held Johnny Winter. Na zijn laatste optreden(zie mijn verslag 31/08'06) had ik het sterke vermoeden, gezien zijn fysieke gesteldheid,hem nooit meer live aan het werk te zien. Gelukkig gaat het zo te zien weer wat beter met hem en leek hij in een iets betere conditie. De samenstelling van de band isgelijk aan die van twee jaar geleden en ook de nummers die hij speelde waren, op twee uitzonderingen na, precies hetzelfde. Nieuw waren een prachtig gespeelde versie van de Jimi Hendrix song "Red House" en de cover van de Rolling Stones hit "It's All Over Now". (jammer dat bij dit laatste nummer de geluidsman even de weg kwijt was).Verder verwijs ik jullie naar mijn verslag van zijn optreden uit 2006, wat daar staat geldt namelijk ook voor dit optreden. Leuk om nog te vermelden is het feit dat Paradiso bijna was uitverkocht! Ps. De foto's zijn dit keer gestolen. Johnny Mastro & Mama's Boys: 3 mei Bikes 'n Blues Amstelveen. Een avondje onvervalste "Power Blues" in Amstelveen. De geluidsman had het goed begrepen want de volumeknop stond aardig open. De uit Los Angeles afkomstige Johnny Mastro timmert inmiddels aardig aan de weg in de lage landen gezien het aantal optredens hier in de laatste paar jaren. Ik zag hem voor het eerst in 2006 in de, bijna lege, kleine zaal van Paradiso. Zijn toenmalige gitarist is inmiddels vervangen door twee nieuwelingen die beide het klappen van de zweep kennen. Het geluid is hierdoor nog heftiger geworden. De twee spelen zowel slide-, solo- als slag gitaar en doen dit allebei voortreffelijk. Voeg hierbij een strakke rhythm sectie meteen sterk spelende bassist en je hebt "The Mama's Boys". Snoeihard maar toch erg goed spelend. Alhoewel dit soort blues niet mijn favoriete stijl is heb ik toch weer genoten. Johnny en zijn band gaan er helemaal voor en zijn pas tevreden als het publiek uit zijn dak gaat. Johnny zelf is een voortreffelijke mondharmonica speler(zowel op de bluesharp als op de chromatische harmonica) en is zeker geen onverdienstelijke zanger. De nummers zijn eigen gemaakt en dat is tegenwoordig al een complimentje waard in het bluescircuit. Al met al een prima optreden! Volgende keer, 17 mei, is het jammer genoeg alweer het laatste optreden in Bikes 'n Blues voor de zomervakantie. Pas in september staan de volgende optredens op de agenda. Bluescaravan 2008: 28 april Paradiso Amsterdam. Gelukkig behoorde ik vanavond tot de plus minus 50 bezoekers van dit geweldige optreden in de kleine zaal van Paradiso. In 2005 was ik ook aanwezig bij de eerste editie van de Bluescaravanin de grote zaal van de Melkweg, die toen bommetje vol was. Kwam het door de afwezigheid van Candey Kane, die door een zeer ernstige ziekte vanavond niet aanwezig was? Mocht dit zo zijn dan was dit onterecht. Zelden zag ik drie zangeressen, elk met een eigen stijl, die zo goed waren. Daarnaast een uitstekend spelendeband, wat wil je nog meer!. Het optreden begon met een lekker funkynummer door de drie dames tesamen. Vervolgens bleef Dani Wilde(UK) staan. Dani beschikt over een prachtig stem geluid en bracht een afwisselende set van eigen nummers en wat covers. Haar gitaar spel hield niet over, maar goed een kniesoor...... Daarna was het de beurt aan Deborah Coleman(USA). Zij vertegenwoordigde wat meer de traditionele kant van de blues. Langere nummers met prachtg gitaar spel. Het hoogtepunt van de avond was echter de laatste set van Shakura S'Aida uit Canada. Wat een stem en wat een performer. Van gospel, blues tot funk elke stijl heeft zij onder controle. Haar optreden deed mij denken aan de Pointer Sisters in hun begin jaren (lp "Live at the Opera House"). Ook nog even een speciaal compliment voor Govert van der Kolm de Nederlander die het Hammondorgel bespeelde. Hij liet horen hoe heerlijk een Hammond kan klinken. Ook het spel vande voortreffelijke gitaristeLaura Chavez van de band verdient een compliment. De afsluiter van de avond was de Led Zeppelin hit "whole Lotta Love" door de drie dames tesamen. Al met al een prima optreden!! Les Wilson & The Mighty Houserockers: 12 april Bikes 'n Blues Amstelveen. Vanavond weer eens een buitenlandse act op het podium in Amstelveen. Zelf had ik nog nooit van Les Wilson gehoord maar toch heeft hij al zeven cd's uitgebracht. Dus iets om naar uit te kijken. Naast de veelal vaste bezoekers waren er vanavond toch weer een heel aantal nieuwe gezichten in Bikes 'n Blues. Een prima ontwikkeling! Les opende vlijmscherp, iets waar de meeste bands toch moeite mee hebben. Pittig gitaarspel afgewisseld met het prettige geluid van Fred Skidmore op het keyboard. Zeker geen wereldband maar een prima band voor in de pub. Het repertoire bestond voornamelijk uit covers van de grote namen zoals BB King, Albert King, George Thorogood, The Thunderbirds etc. Veel afwisseling in de diverse tempo's en door het gebruik van de slide ook in het geluid. Al met al een prima avondje Engelse pub blues. Bettye LaVette: 9 april Paradiso Amsterdam. Zesenveertigjaar geledenkwam, opzestien jarige leeftijd, haar eerste plaatje uit!Nu, na heel veel labels te hebben versleten, heeft zij eindelijk wat succesmet haar laatste cd. Het was dan ook bommetje vol in Paradiso. Haar band, onder leiding van Alon Hill,opende sterk met twee krachtig gespeelde bluesnummers. Daarna was het weer kippenveltijdvanwege het warme amsterdamse onthaal dat elke grotenaam steevast krijgt in Paradiso. Voor mij viel het optreden zelf echter tegen. Bettye heeft het net niet. Grote hits heeft zij nooit gehad(dus weinig herkenning)en haar repertoire keuze is vis nog vlees. Oke er zaten een paar mooie ballads bij en haar enthousiasme was aanstekelijk maar haar stem is hard, scherp en gewoon niet mijn ding. Gelukkig was de band top en dat maakte toch wel weer het nodige goed. JzzzzzP met als gast Big Jay McNeely: 22 maart Patronaat Haarlem. Er was voldoende aanbod vanavond; in de Melkweg stond "Letz Zep" de beste coverband(Led Zeppelin) die ik ooit gezien heb. In Bikes 'n Blues "Wolfpin" en in Breda een heuse Bluesnacht. Wij kozen echter voor "JzzzzzP" die als speciale gast "Big Jay McNeely" had meegenomen. En ja het was feest in het Patronaat met JzzzzzP, zeker na de opkomst van Big Jay gingen de voetjes van de vloer. Wat een vitaliteit straalde, de inmiddels 81 jarige, McNeely uit. Zijn eerste grote hit "Deacon's hop" scoorde hij al in 1949 en nu 59 jaar later blies hij het dak eraf in Haarlem! Het optreden begon echter met JzzzzzP zelf, een JumpJazz formatie uit Haarlem. Lekkere muziek uit lang vervlogen tijden. De band kreeg tijdens het optreden hun tweede cd uitgereikt door niemand minder dan de oud burgemeester van Loosdrecht. De meest opvallende muzikant van JzzzzzP is ongetwijfeld saxofonist Thomas Streutgers. Hij voelt precies aan waarom het draait in deze stijl van muziek. Onvermoeibaar blies hij zijn longen uit zijn lijf. Jammer vond ik dat gitarist Arnold Smits zich weinig liet horen en zich beperkte tot het spelen van accoorden.Gelukkig liet hij later op de avond nog wel wat meer van zich horen. Ook de drummer, Daniel Casey, mag zich wat mij betreft iets meer uitleven. In mijn ogenis de band hierdoor iets te netjes voor het spelen van de echte Jump 'n' Jive.Gelukkig bracht Big Jay McNeely hier verandering in en ging de tent alsnog op zijn kop!! Bugaboo Tang: 1 maart Bikes 'n Blues Amstelveen. Het was weer eens ouderwets knallen en genietenin Amstelveen met dit keer "Bugaboo Tang", een band uit het zuiden van ons kikkerlandje. Bugaboo Tang staat voor een mix van jump-blues, Rock 'n' Roll, Surf en wat er zoal meer te horen was in de jaren vijftig. Een band die terecht voor de derde keer op het podium van Bikes 'n Blues stond.Voor mij was ditechter het eerste optreden van deze band en dus liet ik mij, pinda pellend op mijn kruk,maar weer eens aangenaam verrassen. Bugaboo Tang beschikt overeen zeer solide rhythm sectie met Jaako "the showman" opcontra bas en Jeroen op zijn drumkit.De twee uitstekend spelendegitaristen Roger en Pleun maken het geheel compleet(het blijft toch verbazingwekkend hoeveel goede muzikanten er in Nederland rondlopen). Eerst maar even wat kritiek op de organisatie voor ik de loftrompet ga afsteken over dit optreden; net als in Maloe Melo schuifthelaasook in Amstelveen het tijdstip van beginnen steeds iets verder op. Daarnaast was de pauze tussen de eerste en de tweede set veel te lang(optreden Berry). Dan het optreden zelf; voor de pauze was het allemaal nog wat ingetogen maar daarna ging het dak eraf. Veel afwisseling in de nummers, uitstekende gitaar solo's, allemaal lekker bondig en geen moment van verveling. Het geluid stond erg goed afgesteld, iets wat ook wel eens vermeld mag worden. Jammer dat het niet echt druk was(Idols?). Maar het publiek dat er was(en daar gaat het tenslotte toch om) heeft volgens mij zeer genoten. Wat mij betreft mag Bugaboo Tangvolgend jaar weer afreizen naar Bikes 'n Blues voor wederom een spetterend optreden! Little Boogie Boy Bluesband: 9 februari Bikes 'n Blues Amstelveen. Vol goede moed reden wij weernaar Amstelveen dit keer om de Little Boogie Boy Bluesband aan het werk te zien. Hein Meijer(Little Boogie Boy) is voor mij allang geen onbekende meer. Jaren geleden zag ik hem al eensaan het werk. Opvallend was toen al zijn gevarieerde gitaarspel en het plezier wat hij beleeft om op het podium te staan. Ook vanavond had Hein er weer zin in. Helaas heb ik door onvoorziene omstandigheden niet eens de eerste set uit kunnen zien. Was je er bij en wil je er wat over schrijven mail het dan naar mij( monde40@zonnet.nl ),ik zal het dan hier toevoegen. Robbert Fossen Bluesband: 19 januari Bikes 'n Blues Amstelveen. Het was even lastig kiezen deze zaterdagavond ga ik nog weg of blijf ik lekker thuis. Ik had me immers al lekker lui op de bank genesteld en zat te kijken naar de dvd van Eric Clapton's Crossroads 2007. Mijn maat Wim moest vroeg naar zijn bedje vanwege zijn wintersport vakantie en het weer nodigde ook niet echt uit om nog weg te gaan. Aan de andere kant is het in Amstelveen ook altijd wel weer gezellig. De stoute schoenen dus maar aangetrokken en een half uurtje later zat ik lekker achter inde zaal aan een pilsje. Vanavondde Haarlemse formatie "Robbert Fossen Bluesband" op het podium. Ik had deze band nog niet eerder aan het werk gezien, maar had wel al positieve geluiden gehoord, afwachten dus maar. Watben ik blij dat ik toch gegaan ben.Een top band! Traditionele Chicago Blues perfect uitgevoerd. Vooral na de pauze was het gitarist Harold Dorth die de band tot grote hoogte bracht. Geen uitgekauwdemaar juist zorgvuldig gekozen nummers. Robbert Fossen beschikt over een aangenaam stemgeluid die een bepaalde rust brengt en zeer geschikt is voor deze vorm van de blues. Het duo Bart Kamp(bas) en Ronald Oor(drums)zijn de backbone van de bandende aanwezigheid van saxofonist Robert Tulnhof geeft de band een extra dimensie. Chicago blues zoals die hoort te klinken! Wat mij betreft een band die vaker terug mag komen in Bikes 'n Blues.
Albino’s komen niet heel veel voor onder de mensen, maar toch ken ik er onder de bluesmuzikanten drie. Uiteraard zijn de twee bekendste de gebroeders Edgar en Johnny Winter. Maar in mei 1978 maakte ik kennis met de derde namelijk ‘Piano Red’. Hij zou gaan optreden in het ‘Roothaanhuis’ te Amsterdam en uiteraard moest ik daar bij zijn. “He hallo, I’m the doctor and I’m gonna make you feel good”. En dat gebeurde dan ook deze avond. Ik moet zeggen een bijzondere verschijning deze man; een Afro Amerikaan met een blanke huid en rossig haar. Deze ‘Piano Red’werd als William Lee Perryman(Willie) geboren in de buurt van Hampton/Georgia. Het gezin bestond uit maar liefst tien personen. De piano speelde al snel een grote rol in het leven van de kleine Willie, daar zijn negentien jaar oudere broer Rufus, ook wel bekend als ‘Speckled Red’, al aardig aan de weg timmerde als pianist. In 1918 verhuisde het gezin naar Atlanta, waar Willie zichzelf verder bekwaamde op de piano. In de vroege jaren dertig begint Willie op te treden op zogenaamde houseparties en in de plaatselijke barrelhouses en juke-joints. Vanaf 1936 begint hij op te treden onder de naam ‘Piano Red’en maakt hij zijn eerste opnames. In 1950 begint hij door te breken na het opnemen voor RCA Records van de hits ‘Rockin’with Red’ en ‘Red’s Boogie’. Zijn grootste hit scoort hij in deze jaren echter met het door zijn broer Rufus geschreven nummer ‘Right string baby but the wrong yoyo’ In het midden van de jaren vijftig begint Willie te werken als diskjockey voor twee plaatselijke stations in Atlanta (WGST & WAOK). Zijn show krijgt al snel de naam ‘The Doctor Feelgood Show’. In de jaren zestig begint hij dan ook maar als Dr. Feelgood op te treden. Hij maakt diverse tournees door Europa en speelt zelfs op het vermaarde Montreux Jazz festival, waar ook een plaat wordt opgenomen. In 1985 overlijdt hij aan de gevolgen van kanker.

Geschreven voor: www.bobtjeblues.com
Daylight At Midnight/Travis 'Moonlight' Haddix
Hoe is het toch mogelijk dat Travis “Moonchild” Haddix voor mij een onbekende is? De man is inmiddels al zeventig en heeft al zo'n zeventien cd's op zijn naam staan. Zijn laatste cd, opgenomen in 2007, ligt nu in mijn cd speler en dat zal wel nog vaker gebeuren. Travis is geboren in Hatchie Bottom-Mississippi, wat zo'n dertig mijl van Memphis af ligt. Zijn vader, Halmus “Rooster” Haddix, speelde de blues in the juke joints van de Delta. Als kind begon Travis dan ook al met piano spelen. Op achtjarige leeftijd nam zijn broer hem mee naar Memphis, waar hij B.B King hoorde spelen. Snel daarna was de keuze gemaakt; de piano ging aan de kant en Travis oefende zich een slag in de rondte op de gitaar. Tijdens zijn diensttijd in Europa begon hij te entertainen en na terugkomst sloot hij zich aan bij Chuck & The Tremblers uit Cleveland-Ohio. Na zes jaar besloot hij voor zichzelf te kiezen en begon een eigen carrière. Zijn laatste tien cd's verschenen net als `Daylight At Midnight' op zijn eigen label `Wann-Sonn records'. De stijl van deze cd doet mij erg denken aan de oude Stax opnamen. Zowel het gitaarspel als de stem, hebben veel weg van die van Albert King. Blazers leggen op alle tien de nummers de juiste accenten en uiteraard is er een Hammond B3 te horen. Alle nummers zijn zelf geschreven en de teksten zijn in sommige gevallen erg leuk. Het is niet allemaal blues wat de klok slaat. Travis laat ons ook genieten van zijn soul en funky kant. Voor mij is deze cd een verademing tussen al het bluesrock geweld van de laatste jaren. Muziek in dit genre en van deze kwaliteit wordt niet vaak meer gemaakt. Van mij krijgt deze cd dan ook een dikke voldoende!
(*) Ik las op zijn site dat Travis in juni in Duitsland verblijft. Wie haalt deze man naar de lage landen?

Geschreven voor:
Dynomite/ Memo Gonzales
De uit Dallas ( Texas ) afkomstige zanger en mondharmonicaspeler Memo Gonzales en zijn Europese band de Bluescasters, komen nog net voor het verstrijken van 2008 met een nieuwe cd op de proppen: “Dynomite” op het CrossCut Records label. Tijdens de ‘Texas Harmonica Rumble” in 1995 te Utrecht, begeleidde de toenmalige Duitse band de Bluescasters, Gonzales en vroegen hem of hij mee ging op hun Europese tour. Sindsdien is de band met zo’n 120 optredens per jaar niet meer weg te denken van de Europese podia. In al die jaren bouwden zij een stevige reputatie op als live band en verschenen er meerdere albums. De band is niet gebonden aan een stijl, zo ook niet op deze nieuwe cd. Opvallend is dat de mondharmonica van Gonzales een ondergeschikte rol speelt op deze cd. De cd bevat twaalf nummers en pas op nummer acht “Mary Lynn” beroert Gonzales zijn harpje voor de eerste keer. Best wel jammer, want Gonzales speelt zijn instrument met verve. Een hoofdrol op de cd is dan ook weggelegd voor de fantastische Duitse gitarist Kay Strauss, die in elk nummer laat horen wat hij zoal kan, en dat is niet mis. Er is ook nog een Nederlands tintje aan deze cd, namelijk de Amsterdamse drummer Henk Punter. Al met al een lekker klinkend cd’tje, niet meer en niet minder. Constant een goed niveau, voldoende afwisseling, een uitstekende gitarist maar verder geen verrassingen. Dit is echt een band die je live moet zien en die dan zeker niet zal teleurstellen!
![]() ![]() ![]() | $lim $lip and the $liders: 11 april, Bikes ‘n Blues Uiteraard heeft een goede bluesclub ook oog voor de aanverwante stijlen van de blues. Was het niet Muddy die met zijn nummer ‘The Blues Had A Baby And They Named It Rock ‘n Roll’ hier al op wees? Vanavond was het dan ook tijd voor een onvervalst avondje Rock ’n Roll in Amstelveen. Geen Nederlandse act, maar het uit Londen afkomstig viertal ‘$lim $lip and the $liders’ stond bij Berry & Rian op het podium en dat was knallen zeg! Vanaf de eerste minuut ging de beuk er in. Onvervalste Rock ’n Roll en Rockabilly. Zelden een band gezien die zo hard werkte. Deze band ontstond in 2003 en brak definitief door in 2004. Speelde al op menig internationaal podium en uiteraard ook op ‘Hemsby’, het grootste Rock ’n Roll festival van Engeland. Veel eigen werk (terug te vinden op hun eerste cd ‘Go Wild’) en covers van uiteraard Elvis en Jerry Lee Lewis, waaronder een prachtige uitvoering van ‘Highschool Confidential’. Een bassist (The Dazzler) die fraaie staaltjes uithaalde met zijn contrabas, een zanger/gitarist (Papa Gee) die blijkbaar geen reserve snaren bij zich had, een geweldige Rock ’n Roll gitarist (Randy Wrench) en een drummer (The Griff) die lekker strak speelde. Minpuntje voor mij was, dat er weinig gas werd terug genomen door bijvoorbeeld een mooie ballad te spelen, waardoor het te vaak een beetje op hetzelfde neer kwam. |
![]() Begin jaren negentig, opeens was hij er, Ronald Abrams en zijn Ice Cold Band. Een bijna twee meter lange bluesgitarist uit Chicago, maar opgegroeid in Jamaica. Altijd onberispelijk gekleed. Mooi driedelig pak, hoge hoed en een wandelstok met leeuwenkop. Samen met zijn broer Diamond en zijn zoontje Django, flaneerden zij door Amsterdam. ’s Avonds waren zij vaak te vinden in ‘Maloe Melo’ of in ‘Naar Boven’, muziekcafe’s waar de bluesliefhebbers te vinden waren. Ronald was een virtuoos, de nieuwe Jimi Hendrix. In Utrecht kreeg hij bekendheid, door te spelen op het jaarlijkse “Bluesroute festival’. Op een verzamel cd’tje uit 1993 van dit festival staat, naar zover mij bekend, ook zijn enige opname. Hij tourde door Duitsland samen met Jan Akkerman en speelde jamsessies met o.a Roger Happel en Herman Brood. Zijn blik vanaf het podium was indringend. Hij klikte hard met zijn tong, als een soort handelsmerk, in de microfoon. Daarna ging hij los. Zijn zoontje Django, die soms mocht mee drummen, was ook al een ongelooflijk talent. Opeens was hij verdwenen op vakantie naar Frankrijk, waar hij dood werd aangetroffen in het zwembad. Een hartaanval is hem fataal geworden. ‘Music is love’ stond er als kop boven zijn rouwadvertentie. He has passed away…the great Ronald Abrams(39). R.I.P. |

In The Meantime / Soul Return Het is al een tijdje stil rondom de band ‘The Imperial Crowns’. Hun 2008 tour ging niet door. Nu heb ik een cd’tje in mijn handen van een nieuwe ( gelegenheids? ) band met de naam Soul Return. Als ik de namen van de muzikanten bekijk, zie ik dat het de leden van The Imperial Crowns zijn, alleen is de zanger Jimmie Wood vervangen door een zangeres, namelijk Kellie Rucker. De naam van de band doet vermoeden dat de cd soul muziek zou bevatten, maar dit is niet waar. Kellie Rucker is namelijk, naast een uitstekende blues zangeres, ook een prima mondharmonica speelster. Door haar inbreng klinken de meeste nummers bluessie. De cd bevat tien nummers, waarvan er negen door de band zelf zijn geschreven en één cover namelijk “Rollin & Tumblin”. Op de cd, nummer acht, wordt deze echter “Throwin & Fumblin”genoemd. Het openingsnummer van de cd “You’re Leavin me”, is meteen al zo’n nummer wat niet misstaat op een blues cd. Lekker pittig mondharmonica werk in combinatie met slide gitaar. Nummer twee is de titelsong van de cd “In The Meantime”. Een lekker in het gehoor liggend nummer rondom een vast patroon op de gitaar. Sterk gezongen door Kellie. Zoals al het zangwerk mij wel bevalt. Kelly heeft een lekkere doorleefde stem. De nummers zijn nergens te lang soms zelfs erg kort. Weinig solowerk ( had van mij wel iets meer mogen zijn ). Al met al een cd die volgens mij als tussendoortje is opgenomen. Nergens slecht, maar zeker geen topper. Ik denk wel dat deze band genoeg potentie heeft om, als er een vervolg komt met Kellie Rucker, een veel beter product af te kunnen leveren.

Het Nederlandse label Coolbuzz timmert behoorlijk aan de weg. Bands als T99, The Rythm Chiefs en Big Blind namen hier hun eerste cd op. Nu hebben zij, een Engelse band met de mooie naam ‘The Hokie Joint’ weten te strikken voor de opname van hun debuut cd. De naam deed mij vermoeden, dat ik een op de Delta Blues geschoolde cd te horen zou krijgen. Gedeeltelijk is dit ook juist. Maar juist de afwisseling op deze cd maakt hem leuk. Deze vijfkoppige band werd opgericht in 2007 en is afkomstig uit Colchester. De zanger Jojo Burgess heeft een harde rauwe stem, die in het openingsnummer iets overstemt. De gitarist, Joel Fisk, speelt voornamelijk thema’s en laat zich niet verleiden tot veel solowerk. Sterk aanwezig is de mondharmonica speler Giles King. Insiders zullen hem wellicht kennen van zijn bijdrage aan de cd ‘Meat and Potatoes’ van Ian Siegel. De website van de band is duidelijk nog in ontwikkeling en geeft op dit moment nog niet al te veel info. Dan de cd; elf nummers waarvan tien door de band zelf geschreven en één cover namelijk “Tom Rushen Blues ‘ van Charly Patton. De nummers zijn soms heftig met veel slide, scheurend harmonica werk en in de basis een simpel terugkerend thema en soms akoestisch met ingetogen zang en een mooie melodie lijn. Met deze cd levert de Hokie Joint een prima visitekaartje af, alhoewel ikzelf denk, dat deze band nog beter live tot zijn recht zal komen. Binnenkort doen zij de lage landen aan en zullen dan zeker de zalen plat gaan spelen.
![]() | ![]() |
De mooiste gebeurtenis in je leven, is toch wel de geboorte van een kind. Mijn oudste( Ruby ) wordt op 28 april alweer achttien jaar. Haar geboortedag is onlosmakelijk verbonden aan de Amerikaanse bluesgitarist ‘Lonnie Mack’. Ik zal jullie uitleggen waarom. Een paar weken voor de uitgerekende datum bleef ik ,als aankomend vader, in de weekends ’s avonds thuis. Geen uitstapjes, dus ook geen bezoek aan bluesconcerten, bang dat ik was iets te zullen missen van de geboorte. De uitgerekende datum kwam in zicht en het steeds maar thuis blijven viel niet mee. Twee weken na deze datum stond er gelukkig weer een optreden in de planning. Op zevenentwintig april stond er namelijk een fantastische gitarist(Lonnie Mack) aangekondigd in de Meervaart vlak bij mijn huis. Kaartjes had ik al gekocht dus dat zou allemaal goed komen. Als onervaren man op het gebied van geboortes had ik er natuurlijk helemaal geen rekening mee gehouden, dat alles wel eens over de uitgerekende datum kon vallen en zeker geen twee weken. U snapt het al, dit was toch het geval. Na huiselijk overleg besloot ik toch maar te gaan. Gewapend met een pieper (mobiele telefonie was nog niet uitgevonden) vertrok ik. De op 18 juli 1941 in Harrison/Indiana geboren Lonnie Mack kende ik vooral via zijn LP’s (Strike Like Lightning, Second Sight & Attack of the Killer V, Live) die ik in mijn bezit had. Vooral de laatste LP was vanwege de hoes (een foto van zijn handelsmerk de ‘Flying V gitaar) al het aanschaffen waard geweest.
Het optreden was geweldig! Nummers als ‘Memphis, Wham en Chickin’Pickin’ passeerden de revue. Na het laatste nummer begon iedereen uiteraard te roepen om een toegift. Door al het lawaai drong het geluid van mijn pieper niet meteen tot mij door. Als door de duivel achterna gezeten haastte ik mij op de fiets naar huis. Om half acht in de ochtend werd mijn lieve dochter Ruby geboren. De aankondigingposter van het optreden hangt nog steeds ingelijst in mijn gang.

Aangetrokken door een bericht in de ‘Boogie Woogie & Blues Collector’, waren wij op het fietsje de stad ingetrokken om in onze ogen iets unieks te gaan zien. ‘Elektrische blues op een mandoline!’. Aangekomen was het nog een hele klim naar de bovenste verdieping van het Roothaanhuis aan de Amsterdamse Rozengracht. De zaal was niet al te groot en gevuld met stoelen, zodat iedereen kon zitten tijdens het optreden. Een grote man, gestoken in smoezelig zwart pak, betrad het podium: ‘James Yank Rachel’.Om zijn nek bungelde zijn elektrische mandoline. Een beetje lullig gezicht, zo’n grote man met zo’n klein instrument. Maar wat een optreden! Het felle geluid van de mandoline, ondersteunt door alleen een bas en een drummer, sneed door de zaal. ‘Pre war Country Blues’ in een elektrisch jasje. Wie was eigenlijk deze Yank Rachel? Yank werd geboren in Brownsville(TN) op 16 maart 1910. Hij leerde de mandoline bespelen van zijn oom ‘Daniel Taylor’. Daarna leerde hij zichzelf ook nog gitaar, viool en mondharmonica spelen. Zijn opname carrière begon op zijn negentiende toen hij tezamen met Sleepy John Estes en Jab Jones, onder de naam ‘The Three J’s’, het nummer ‘Divin’Duck Blues’opnam. Zijn beste jaren als muzikant lagen tussen 1935 en 1941. In totaal schreef Yank zo’n negenhonderd nummers, waaronder het door John Lee Hooker bekend geworden ‘Hobo Blues’. Op verzoek van zijn vrouw stopte hij zijn carrière in de late vijftiger jaren. Het gezin verhuisde in 1956 naar Indianapolis(IN). Na het overlijden van zijn vrouw in 1962, pakte hij de draad weer op en richtte zich voornamelijk op de mandoline. Vanaf de jaren zeventig besloot hij op pad te gaan met een elektrische band. Yank overleed op respectabele leeftijd op 9 april 1997. Als je meer wilt weten over deze Blueslegende, kan je het vinden op Amazone.com. Daar is zijn biografie, geschreven door Richard Congress, te koop. De titel is(hoe kan het ook anders) ‘Blues Mandolin Man’.
|
| JeeBee: 7 februari, Bikes 'n Blues Amstelveen Het is voor zaaleigenaren altijd een eer, als een band jouw club uitkiest voor hun CD-Release. Vanavond had de band ‘JeeBee’ de ‘Bikes’n Blues’ uitgekozen voor de CD-Release van hun eerste schijfje. Opmerkelijk, daar deze band afkomstig is uit het hoge noorden van ons land, namelijk uit Groningen. Dit geeft toch wel aan, dat bands het erg leuk vinden om naar Amstelveen te komen, om te spelen in de bluesbunker van Rian en Berry. Het was voor de vaste gasten wel jammer, dat de aanvangstijd niet helemaal overeen kwam met de tijd dat de meeste concerten tot nu toe waren begonnen, namelijk rond half elf. Door de vroege aanvangstijd misten wij helaas het voorprogramma en een deel van het hoofdprogramma. Maar volgens horen zeggen was er niets mis met het optreden van de ‘Low Budget Bluesband’. De klanken van Joris Bos en zijn mannen kwamen ons bij binnenkomst al tegemoet. Het was binnen lekker druk, mede door alle mee gereisde vrienden en familieleden van de band die uiteraard niets wilden missen van deze cd presentatie. Voor deze gelegenheid was het trio uitgebreid met Bas Mulder op het keyboard en Roeland Werring op gitaar. Als speciale gast was daar ook nog eens Ruben Hoeke (ja ja, de zoon van) op gitaar. Net als hun optreden in 2007(zie verslag van 20 januari 2007 op deze site) was het enthousiasme aanstekelijk. Joris nam de tijd om tussen de nummers door toelichting te geven over de tot stand koming van de cd en zijn relatie tot de gastmuzikanten. Het optreden was zeer afwisselend qua stijlen. Rock ’n Roll, funky-en slowbluesjes vormden het repertoire deze avond. Heerlijk om te zien dat deze youngsters de blues in Nederland een nieuwe impuls geven. Uiteraard waren er veel nummers die ook op de nieuwe cd te vinden zijn. Persoonlijk vond ik het jammer dat het geluid wat vlak stond afgesteld, waardoor er weinig dynamiek was. Pas met de komst van Ruben Hoeke kwam, wat mij betreft, de vlam in de pan. Om twaalf uur stonden wij helaas alweer buiten, wat ons wel de gelegenheid gaf om thuis nog een flesje open te trekken. |
![]()
| Scuttle Buttin: 17 januari, Bikes ‘n Blues ‘This is |
![]() Een jaarlijks terugkerend feestje in Paradiso, was de komst van Doug Sahm. Deze in San Antonio- Texas geboren muzikant, was een graag geziene gast in Amsterdam. Overdag bezocht hij steevast Coffeeshop de ‘Bull Dog’ en ’s avonds stond hij, altijd in topvorm, op het podium. De eerste optredens van Doug in Paradiso waren er al toen hij nog speelde met zijn ‘Sir Douglas Quintet’. De grootste feesten waren echter zijn optredens in de jaren negentig met de Tex-Mex formatie de ‘Texas Tornados’. Letterlijk iedereen ging uit zijn dak en na afloop droop dan het condens van de muren. Doug was naast een Country en Tex-Mex liefhebber ook een groot bluesliefhebber. Luister maar eens naar zijn live album ‘The Last Real Texas Blues Band’, opgenomen in 1994 in de fameuze bluesclub van Clifford Antone ‘Antone’s’ in Austin-Texas. Uiteraard deed hij ook met deze formatie Amsterdam aan. Mijn persoonlijke ontmoeting met Doug vond echter niet plaats in Amsterdam, maar in Austin tijdens mijn vakantie in 1996. Tijdens een bezoek aan de platenzaak ‘Waterloo Records’, hing er een aankondiging van de komst van een aantal Texas Tornado’s om hun net uitgekomen album ‘4 Aces’te signeren. Die dag trok ik mijn T-shirt van de ‘Bull Dog’ aan en toog ik naar de platenzaak. Bij binnenkomst stond er al een flinke rij mensen te wachten om hun cd’tje te laten signeren door de twee aanwezige Tornado’s Doug Sahm en Flaco Jimenez. Geduldig sloot ik mij aan in de rij en toen ik uiteindelijk aan de beurt was viel zijn oog meteen op mijn T-shirt.”Hey Flaco look at this”! Enthousiast vertelde hij mij, hoe gek hij was op Amsterdam. Sindsdien hangt de gesigneerde poster nog steeds ingelijst in mijn huis. Op 18 november 1999 kwam er plotsklaps een einde aan het leven van Doug Sahm. Na wat later een hart stilstand bleek te zijn, werd hij dood aangetroffen in een hotelkamer in Taos te New Mexico. In mijn ogen heeft de wereld toen een topmuzikant verloren, die zich niet in een hokje liet plaatsen, maar gewoon geweldige muziek maakte, allemaal ‘straight from the heart’. Dit jaar is het alweer tien jaar geleden dat hij overleed. Wat zou het toch mooi zijn als er in Paradiso een heuse tribute avond zou worden georganiseerd! |
![]() Ergens in de jaren negentig. Een druilerige avond in de herfst. Op het programma van de Amsterdamse Melkweg staat Junior Wells. Zal ik wel, of zal ik niet gaan. Ik heb hem tenslotte al meerdere keren gezien. Soms goed soms minder, zoals die keer dat hij samen optrad met Buddy Guy in Paradiso en tot vervelens toe “Messin’ With The Kid” bleef inzetten. Ach, voor de tv blijven zitten is ook niet alles, dus besluit ik toch te gaan. Aangekomen blijkt dat slechts een mannetje of dertig ook de moeite heeft genomen om naar de Melkweg te komen. Dat voorspelt niet veel goeds. Zo weinig mensen zal Junior niet echt inspireren. Wat zit ik echter fout zeg. De in 1934 als Amos Blakemore te Memphis geboren Junior Wells is in topvorm. Hij heeft zojuist een nieuwe band en dat is te horen aan het aanwezige enthousiasme. Zoals altijd ziet Junior er tot in puntjes verzorgd uit; strak in pak met mooie bijpassende hoed. Wat mij ook nog bijstaat, is de geweldige drummer, zijn naam kan ik echter niet meer achterhalen. Een paar weken later, lees ik dat de band betrokken is bij een auto ongeluk. Een aantal leden van de band, waaronder de drummer, overleven dit ongeluk niet. Dit optreden is één van de beste blues concerten die ik ooit heb gezien. Zelf overlijdt Junior op 15 januari 1998 aan de gevolgen van Lymfeklierkanker. Buiten het feit dat Junior mijn meest geliefde mondharmonica speler is, was hij ook een geweldige zanger. In de afgelopen jaren heb ik veel van zijn cd’s aangeschaft en deze zijn stuk voor stuk geweldig. Het is eigenlijk te gek, dat er geen officiële internetsite is voor deze legende. |
![]() Begin jaren tachtig. Hoogtij dagen voor het Amsterdamse bluescafe Maloe Melo. Op maandag de altijd goed gevulde sessie avond. En in het weekend vaak Magic Frankie, Ronald Abrams en een nieuwe band ‘Ivy and the Terrace Tones.’. Een Amsterdamse band met op gitaar Theo Houtkoop(waar is hij toch gebleven?) een bekende verschijning in Maloe. Daarnaast Cor Willemse op een echte Hammond B3, Dick Baars op drums en Jan Felperman op de bas. De meeste aandacht ging echter uit naar ‘Ivy’ een klein blond meissie met een heerlijk koppie. Haar echte naam Yvette de Vrij. Ademloos stonden wij te luisteren. Wat een passie en wat een stem, een meid met ballen. ‘Big City Blues’ een duet met Theo, ‘Sticks and Stones’ en nog meer geweldige R & B covers. Het zweet droop letterlijk van de muren. Ik weet het zeker, iedereen was verliefd op Ivy. In 1985 kwam eindelijk de langverwachte lp uit. ‘A Shot Of Rhythm & Blues” (nu een collectors item). Een slordig live opgenomen concert vanuit de Melkweg. Daarna was het opeens over met de band. Jaren later zag ik haar nog eens optreden in de ‘Odeon’samen met Jan Felperman, de lucky one, voormalig bassist van de band waarop ze verliefd was geworden. De stem en de passie waren er nog. Wat zou er toch daarna van haar geworden zijn? |

Geschreven voor: www.bobtjeblues.com
Red Top/ Liz Mandevile
Het vierde album alweer, van een echte ‘Red hot Mama’ uit Chicago ‘Liz Mandeville’, uitgegeven door Earwig Music Company. Liz is geboren in Oshkosh gelegen in de staat Wisconsin, maar vertrok in 1979 naar Chicago. Zij komt uit een artistieke familie: haar vader was kunstenaar net als zijn vader het was. Naast muzikante, is Liz dan ook nog een begenadigd schilder die haar werk regelmatig exposeert. Haar nieuwe album is gemaakt met muzikanten uit haar tourband, aangevuld met een aantal studiomuzikanten en enkele verrassende gasten. Zo speelt Allen Batts, de voormalige toetsenist van Albert Collins, op zes nummers mee. De bekende saxofonist ‘Eddie Shaw’ speelt op twee nummers mee en vinden wij ‘TwistTurner’ op vijf nummers achter zijn drumkit. De cd is op meerdere plaatsen en tijdstippen opgenomen. Misschien is dit de reden, dat de cd in zijn geheel enthousiast en energiek blijft klinken. Vijftien zelf geschreven nummers, waarvan de opener ‘Red Top’ meteen staat als een huis. De meeste nummers zijn gestoeld op de big band muziek uit de jaren veertig. Lekkere blazers arrangementen en heerlijk gitaarwerk. Al met al lekker veel swing met hier en daar een vette knipoog. Luister maar eens naar nummers als ‘Spanky But, Scratch The Kitty’ en ‘Rub My Belly’. Miss liz schijnt hier live al te bewonderen te zijn geweest. De recensies die ik kan vinden over deze optredens, waren echter niet geweldig. Misschien tijd voor een herkansing.
![]() ![]() ![]() | Kenny Neal: 29 maart, Bluesclub XXL Wageningen. Het was alweer enige tijd geleden dat ik op de zondagmiddag een bezoek had gebracht aan Bluesclub XXL te Wageningen. Het optreden van Kenny Neal was weer een goede aanleiding om naar Wageningen te rijden. Zonder Tom-Tom en met wat moeite om een parkeerplaats te vinden waren wij toch nog ruim op tijd. De in New Orleans geboren maar in Baton Rouge opgegroeide Neal opende de show met het nummer ‘Down in Louisiana’, wat naadloos overliep in een medley. Jammer dat de geluidsman het geluid nog niet helemaal in orde had tijdens de eerste paar nummers, waardoor de toch al wat schor klinkende Neal bijna niet boven de band uit kwam. Gelukkig werd dit euvel snel hersteld en was ik getuige van een wervelende show. Eigen nummers, afgewisseld met covers in allerlei stijlen gespeeld, vormen het repertoire. Kenny Neal heeft, net als de rest van de Neal familie, de blues met de paplepel ingegoten gekregen. Op dertienjarige leeftijd maakte hij immers al deel uit van de bluesband van zijn vader Raful Neal. In de band van Kenny bevonden zich vanmiddag dan ook meerdere leden van de ‘Neal’ familie. De piano werd bespeeld door broer Frederick, broer Darneel bespeelde de basgitaar en neef Tyree Neal haalde allerlei blaasinstrumenten en strijkers tevoorschijn uit zijn synthesizer. Tenslotte het enige lid van de band die niet de naam ‘Neal’ droeg, drummer Bryan Morris. Stuk voor stuk klasse muzikanten. Kenny komt na een aantal nummers lekker op dreef en ook zijn stemgeluid trekt weer lekker bij. Altijd vrolijk en ‘pluk de dag’ lijkt zijn motto te zijn, zeker nadat hij een geruime tijd ziek is geweest. Af en toe legt hij zijn gitaar weg om over te schakelen naar de mondharmonica of zijn lapsteelgitaar. Ook deze instrumenten beheerst hij tot in de finesse. Verrassend voor mij was het moment waarop Kenny na twee uur even wat rust kreeg en hij zijn gitaar overhandigde aan zijn neef Tyree. Deze linkshandig spelende Tyree sloeg bij mij in als een bom. Wat mij betreft, komt hij volgende keer eens op bezoek met een eigen band waarin hij de hoofdrol vertolkt. Lekker fel klinkend en met een uitstekend stemgeluid mocht hij helaas maar twee nummers doen. Na meer dan twee uur is het pauze. Wij besluiten terug te rijden naar Amsterdam. Ons uitstapje naar Wageningen was weer de moeite waard geweest en wij zullen hier zeker terug komen. |

|

| Geschreven voor:
Blood And Treasure's / Paul Mark and the van Dorens De nieuwe cd van Paul Mark and the Van Dorens valt bij mij zeer in de smaak. Het is alweer hun zevende cd, de band bestaat dan ook al vijftien jaar, en na het beluisteren ervan, ben ik dan ook erg benieuwd, naar de zes voorafgaande cd’s. ‘Blood and Treasure’ is opgenomen in Memphis. Dan te bedenken dat de basis van Paul Mark New York is, maar omdat Paul een liefhebber van Stax Records is, koos hij voor Memphis. Paul ging er bij zijn keuze vanuit, dat iets van ‘the vibe’ van al die prachtige Stax opnamen, daar wel moest zijn blijven hangen . De pure blues liefhebber zal bij het beluisteren van deze cd niet aan zijn trekken komen, maar voor de liefhebber die openstaat voor meerdere genres, is het genieten geblazen. Paul heeft een donkere ietwat rauwe stem, speelt gitaar en op drie nummers piano. De verdere bezetting van zijn band is; James Strain op de bas, Harrij Peel op de drums en waarschijnlijk vanwege de voorliefde voor Stax, treffen we Rick Steef aan op de Hammond B3. De twee achtergrond zangeressen Susan Mashall en Jackie Johnson, zorgen voor de perfecte accenten op de juiste momenten. De cd bevat elf nummers en opent met ‘Everything Is Nothing’. Een vrolijk nummer met een leuke tekst, waarin Paul zoveel mogelijk leuke dingen benoemt en na al die prachtige zaken, elk couplet eindigt met: “But Everything Is Nothing After You”. Na dit nummer heb je nog geen idee in welke stijl deze cd verder zal gaan en eigenlijk blijft dit de hele cd zo. En dat is precies wat deze cd zo leuk maakt. Elk nummer is goed qua uitvoering, nergens gepiel, maar alles in de juiste proporties, en telkens in een andere stijl. Nummer acht van de cd ‘Let Them Talk’ is mijn favoriet, een prachtig uitgevoerde Soul ballad. Alle nummers zijn door Paul zelf geschreven, al hoor ik in het zevende nummer duidelijk de riff van ‘Polk Salad Annie’ terug en het tiende nummer is duidelijk geschreven in de stijl van Tom Waitts. Al met al een heel leuke cd die ik zeker meer ga beluisteren. |

| Geschreven voor:
Got You On My Mind / Max Wolff Voor mij ligt de tweede cd van Max Wolff, een Deense folkblues zanger en gitarist. Het is voor mij de eerste kennismaking met deze man en eigenlijk ook de eerste cd van Deense grond die ik hoor. Max eerste cd ‘Bonafide’verscheen in 2004 en hij ontving hiervoor een Deense muziek prijs in de categorie ‘Blues release Of The Year’. Max speelt al twintig jaar in allerhande clubs en cafe’s en leeft als een echte troubadour. Inmiddels kan hij hier van rondkomen en is dus van beroep muzikant. Om dit te kunnen bereiken, moet je toch wel beschikken over talent, maar ook zeker een ongekend doorzettingsvermogen hebben. Opvallend is dat zijn grote inspirator onze eigen Nederlandse Hans Theessink is geweest. De eerste drie nummers zijn vrolijke ragtime nummers, die hij zelf heeft geschreven. Max beheerst deze stijl perfect en ook zijn vrolijke stemgeluid past perfect bij dit genre. Vervolgens komen er een aantal bluesjes voorbij. Ook deze stijl beheerst hij goed. Jammer is alleen, dat zijn zang hier niet echt overtuigend klinkt. Eigenlijk te vrolijk, voor tranen trekkende stukken als “Ít Hurts Me Too’. De cd bevat 16 nummers waarvan er acht door Max zelf zijn geschreven. Als conclusie een leuke cd ,van iemand die uitstekend gitaar kan spelen, maar nog even moet oefenen om een goede blueszanger te worden |

| Back To Mississippi/ Papaleg Acoustic Duo Geschreven voor: Zoals de titel van deze cd al doet vermoeden, hebben wij hier te maken met onvervalste Mississippi Delta Blues. Het betreft hier de tweede cd van een Italiaans duo, Pierluigi Petricia en Marco Tinari, die sinds 2005 bij elkaar zijn. Voorheen speelden zij in diverse bands, maar toen was het voornamelijk Chicago Blues. Delta Blues is niet gemakkelijk ( veel open stemmingen en vaak niet te herleiden akkoorden ) om te spelen maar beide mannen beheersen hun instrument goed. Petricia bespeelt de Dobro, voornamelijk Slide, en Tinari neemt de begeleiding op zich op zijn akoestische gitaar. Elf nummers bevat deze cd waarvan vier door het duo zelf geschreven zijn. Op het derde en vijfde nummer (Mama Talk To Your Daughter en Feeling Good) spelen Giordano Valente ( Harp ) en Stefano Sbarggi (Bas ) mee. Op de nummers vijf, acht en twaalf(CC Rider, Pony Blues en Judge Harsh Blues) worden ze bij gestaan door Paolo ‘Little Paul’ Venturi op akoestische gitaar. Jammer is wel dat de heren geen van beiden beschikken over een aansprekend stemgeluid. Gelukkig vallen ze hiermee, niet bij alle nummers door de mand. Al met al een aardige cd die dit genre van de blues weer eens op de kaart zet. |

| Music Is My Business/Roosevelt Sykes(1906-1983) Oké ik geef toe geen voor de hand liggende keuze deze cd. Maar soms heb ik van die dagen dat ik terug wil naar de puurheid van de blues. Een man met alleen een gitaar of een man met alleen een piano! En vandaag is het zo’n dag. In 1989 verscheen op het Tomato label de cd ‘Music Is My Business’ van pianist Roosevelt Sykes(ook wel The Honeydripper genoemd). De opname van dit album vond plaats in 1977 en laten een in topvorm verkerende Sykes horen. De cd telt maar liefst zestien tracks, waarvan er tien solo opname zijn. Op de overige zes nummers treffen we een wonderbaarlijk trio aan namelijk Louisiana Red, Johnny Shines en Sugar Blue. Zowel Louisiana Red als Sugar Blue waren nog onbekend in 1977. Beiden zouden nog flink van zich laten horen in de jaren tachtig. Sykes opent met de titelsong ‘Music Is My Business’ waarin Sykes zingt over zijn twee grote liefdes namelijk de muziek en zijn piano. Sykes is in mijn ogen een echte bluespianist. Geen stompende linkerhand maar iemand die accenten aanbrengt terwijl zijn rechterhand heerlijk soleert. Luisterend naar de volgende track ‘Mistake In Life’ merk ik hoe zijn stem mij raakt. Dit is echt! Het voert hier te ver om alle tracks te gaan bespreken maar het niveau blijft hoog Mocht je ook eens in ‘n melancholische bui zijn en terug willen naar de puurheid van de blues, schaf dan deze cd aan. Wat mij betreft een echte aanrader! |

| Equilbrium/Ansley Lister geschreven voor www.bobtjeblues.com Na vier studio cd’s en twee live cd’s opgenomen te hebben op het label ‘Ruf Records’, komt Aynsley Lister’s nieuwe cd ‘Equilibrium’ uit op een ander label namelijk ‘Manhaton Records’. Lister is afkomstig uit Leicester/ Engeland en begon op zijn achtste al gitaar te spelen. Zijn eerste optreden was op zijn dertiende en op zijn achttiende startte hij zijn eerste eigen bandje. In Engeland wordt zijn gitaarspel al vergeleken met dat van een jonge Eric Clapton tijdens diens verblijf in de superformatie ‘Cream’. En ik kan u verzekeren dat Lister zijn gitaar erg goed beheerst. Ook het stemgeluid van Lister is prettig te noemen. Toch kan deze cd mij niet bekoren. Ik vraag mij echt af welk publiek Lister wil bereiken met deze cd. De pure blues liefhebber zal slechts één nummer aanspreken, namelijk het vijfde nummer van deze cd: ‘Crazy’, een traditioneel gepeeld akoestisch slide nummer. Voor de liefhebbers van bluesrock is het tiende nummer ‘Running out on me’ een hoogtepunt. Voor de popliefhebber zal het mooi ingetogen gespeelde ‘Super Ficial’ de moeite waard zijn. De overige negen nummers zijn rockachtige popnummers die niet aan mij besteed zijn. Ik zelf kan niet zoveel met deze cd, maar er zullen ongetwijfeld liefhebbers voor zijn. |

Mijn huis begint zo langzamerhand uit te puilen vanwege mijn verzamelwoede. Het begon allemaal toen ik als kind begon met het verzamelen van sigarenbandjes, postzegels, munten en suikerzakjes. Weggooien dat doet een verzamelaar natuurlijk niet, dus deze collecties liggen nog hier en daar opgeslagen in kasten.
Zo rond mijn elfde kreeg ik belangstelling voor muziek en toen ging het echt fout. Het begon met wat singletjes en wat lp’s en uiteraard, vanwege de lagere prijs, begon ik muziek op te nemen op cassettebandjes. Al snel liep het aantal bandjes op. Ook hiervan heb ik nooit afscheid kunnen nemen en er staan er dan ook nog zo’n achthonderdvijftig in een kamer op twee planken, gesorteerd in opbergsystemen. Allemaal genummerd. In vijf multomappen staat de inhoud van deze bandjes keurig genoteerd.
Toen ik door middel van vakantiebaantjes de beschikking kreeg over wat meer budget begon ik zelf wat meer lp’s te kopen. Ik kocht ook een prachtige Sony bandrecorder, die het nog steeds prima doet, en begon op van die grote spoelen muziek op te nemen. Bijna wekelijks was ik in die tijd te vinden in het ‘Blues Record Centre’ en kreeg ik tips over de nieuw uitgekomen albums van Paul Duvivie. Mijn favoriete winkels in Amsterdam waren al snel ‘The Sound Of The Fifties’ op de Prinsengracht en natuurlijk ‘Concerto’ in de Utrechtsestraat. Toen de lp werd verdrongen door de cd begon mijn collectie pas echt uit te groeien. Ik werkte inmiddels in de IT en reed het hele land door om software te verkopen. Altijd was er wel even tijd om in de plaatselijke platenwinkels rond te scharrelen die allemaal van hun lp collectie af wilden om plaats te maken voor de cd. Ook bezocht ik heel veel rommelmarkten, want hier waren in die tijd juweeltjes te koop voor heel weinig. Hoogtepunten waren natuurlijk ook de Koninginnedagen in die jaren. Jochies die met de platencollectie van pa op straat stonden werden geraffineerd door mij geript. Het resultaat van dit alles is dat ik een nu gigantische collectie heb staan.
In het begin moest ik natuurlijk, als echte lp freak, niet veel hebben van de cd. Maar al snel viel ik ook voor deze drager. Zeker toen bleek dat cd’s ook nog eens gemakkelijk te kopiëren waren zonder verlies van kwaliteit. Inmiddels is ook deze collectie zo groot geworden, dat ik er al zo’n duizend van hun plastic doosje heb moeten ontdoen om ze nog kwijt te kunnen in mijn cd kasten.
Gelukkig voor mij als verzamelaar kwam toen de dvd en ja natuurlijk begon ik ook hier aan. Vooral muziek dvd’s hebben mijn belangstelling en hiermee ben ik de duizend alweer gepasseerd.
Het opnieuw beluisteren van alles wat ik in huis heb zal mij nooit meer lukken. Verzamelen is een rare tic. Het is waarschijnlijk dan ook meer ‘de heb’ die hier achter schuil gaat.

Eind juni 2008 was ik aanwezig op de jaarlijkse Jerry Lee Lewis fanclub dag in de voormalige ‘Caddy’s’te Purmerend. Als speciale gast trad die middag Matthew Lee op; een Italiaan, geboren op zes januari 1982 te Pesaro. Wat een geweldige middag was dat zeg! Matthew beukte op de piano dat het een lieve lust was; wat een ritme en wat een passie. Je moet maar durven voor allemaal ‘die hard’ Jerry Lee fans. Leuk was dan ook de verrassing toen ik van Bobtje zijn nieuwste cd kreeg met de vraag er iets over te schrijven. Vijftien nummers waarvan veertien covers en één nieuw nummer, namelijk ‘Ol’Whiskey Blues’. De overige nummers komen bijna allemaal ook voor op het repertoire van de meester ‘Jerry Lee’ zelf. Maar er zijn ook nummers van Ray Charles( Georgia on my mind, Halleluja I Love Her So en What’d I Say ), John Foggerty( Proud Mary ), een uptempo versie van Hank Williams ‘Your Cheatin’Heart’ en de Stones klassieker ‘Satisfaction’. Allemaal gestoken in een fris jasje en geweldig goed live gespeeld en gezongen. Tja, en dan de vraag, “wie zit er op deze cd te wachten”? Ik denk, die mensen die van een lekkere stampende piano houden. Iedereen die hem live ziet, zal snel over gaan tot de aanschaf van deze cd als herinnering aan een geweldig optreden. Ik kan u zeker aan bevelen hem te gaan zien, want dit is een toppianist met een goed stemgeluid! Er zijn plannen voor een tournee. Voor meer informatie kunt u mailen naar inge.vermeylen1@telenet.be
Zij is degene die zijn zaken hier behartigt. Dus zaaleigenaren die nooit in staat zijn de echte Jerry Lee Lewis te boeken, hier is het alternatief!

Ik mag wel zeggen dat ik heel wat Blues- en Boogie Woogie pianisten heb gezien in mijn leven. Dit kwam natuurlijk door de liefde die Martin van Olderen (N.B.B.O.) had voor dit genre. Hij deed altijd flink zijn best om op elk Amsterdams Bluesfestival wel een pianist te laten spelen. Ook bood hij menig Nederlands piano talent een kans om te spelen op dit festival. In het overzicht van de artiesten die ooit hebben opgetreden op dit festival(zie pagina Amsterdam Bluesfestival op deze site) staan ze allemaal vermeld. Zelf heb ik zijn liefde voor dit genre toch ook wel een beetje overgenomen. Ik vind het heerlijk om naar een goede Blues- en Boogie Woogie pianist te luisteren. De pianist die op mij de meeste indruk heeft gemaakt is toch wel Memphis Slim geweest. In 1962 koos hij Parijs als zijn vaste woonplaats. Hierdoor was de afstand naar Nederland niet al te groot meer, zodat hij hier een veel geziene gast werd. Zelf zag ik hem diverse malen optreden zowel met een gitarist en een drummer, als met alleen een drummer, maar ik zag hem ook solo. Het beste vond ik hem als hij optrad met Jazz drummer George Collier. Zij vormden een perfect op elkaar ingespeeld duo waar de vonken soms vanaf sprongen. Hieronder volgt wat info over deze grootheid binnen de Blues.
|
| Booker T. & The MG’s: 19 maart 2009, Melkweg Amsterdam Na twintig jaar afwezig te zijn geweest op de Nederlandse podia, stond de beste begeleidingsband ter wereld ‘Booker T. & The MG’s’ vanavond op het podium van de Melkweg. Als groot liefhebber van deze band had ik al lang van te voren kaartjes gekocht en kon ik er dus bij zijn. Er zullen weinig mensen zijn die nog nooit muziek hebben gehoord van deze band. Vanaf 1962 waren zij immers de huisband van het befaamde Stax label in Memphis Tennessee en zijn ze te horen op meer dan 500 albums. Voor artiesten als Otis Redding, Rufus Thomas, Eddie Floyd, Albert King etc. verzorgden zij met een heel eigen geluid voor de backing. Echte bekendheid kreeg de band pas met hun grootste hit ‘Green Onions’, een nummer dat eigenlijk per ongeluk ontstond tijdens een sessie. Later doken gitarist Steve Cropper en bassist Donald ‘Duck’ Dunn ook nog op in de band van de Bluesbrothers. Uiteraard kreeg de band een echt warm Amsterdams onthaal. Ja ja, men weet hier altijd goed om te gaan met legendarische muzikanten. Met Steve Potts ( neef van de in 1975 vermoorde Al Jackson) op de drums, speelde men in nog net geen anderhalf uur alle hits die de band ooit heeft gehad. Steve Cropper bewees weer eens te beschikken over fantastische licks op zijn gitaar, messcherp en altijd op het juiste moment. Booker T. zat als een bandleider achter zijn hammond en Donald ‘Duck’ Dunn liet zien dat goed bassen een vak is. Jammer dat de Memphis Horns er niet bij waren of een zanger als gast. Maar goed ik heb genoten en ben blij dat ik er bij ben geweest. |

“This cd is dedicated to all the people in
Het is toch mooi, dat de in 1982 te Padova/Italie geboren gitarist Mark Slim bovenstaande tekst als zogenaamde ‘liner notes’ vermeldt op het prachtige hoesje van zijn nieuwe cd ‘Katrina’ en op deze manier zijn medeleven toont. Een aantal foto’s op het hoesje geeft precies de wanhoop en vernietiging weer die deze tornado heeft aangericht. Mark heeft er het nummer ‘Katrina’ over geschreven dat uiteraard te vinden is op deze cd.
Mark leert als tienjarige jongen de eerste akkoorden te spelen op de gitaar. Via de platen van zijn oudere broer komt hij in aanraking met de Blues. Vooral de ‘Delta Blues’ spreekt hem erg aan. De fijne kneepjes van het gitaar spelen leert hij vooral in Austin/Texas waar hij in 2003 een tijdje gitaar studeert aan de ‘Austin Guitar School’. Na deze studie en terug in Italië sluit hij zich als gitarist aan bij ‘The South Side Blues Band’. Na het verlaten van deze band speelde hij mee in diverse formaties en heeft hij zelfs als siteman enige optredens in Amerika. In 2008 neemt hij samen met mondharmonicaspeler Fabrizio Soldà zijn eerste cd ‘North-East Blues’ op. Na al deze ervaringen besluit hij zijn eigen band onder zijn eigen naam op te richten. Naast Mark bestaat de band uit Luca Dell ‘Aquila op bas en Marco Manassero op de drums. Als gast speelt op deze cd Martino Repetto op slaggitaar mee.
De cd ‘Katrina’ bevat veertien nummers waarvan er acht door Mark zelf zijn geschreven. De overige nummers zijn allemaal geschreven door Mark’s helden binnen de Blues. Het openingsnummer ‘Back Door Friend’ van Lightnin’ Hopkins was één van de eerste bluesnummers dat Mark ooit leerde spelen. Na het titelnummer ‘Katrina’ volgt het instrumentale ‘Mark Slim Shuffle’, een ode aan gitarist T-Bone Walker waardoor Mark behoorlijk is beïnvloed. Uiteraard staat er dan ook een cover ‘Hard Way’ van de meester zelf op deze cd. Mooi gespeeld zijn de door Mark zelf geschreven instrumentale nummers ‘Bop Hop’, een ode aan Pee Wee Crayton en ‘Jimmy Vaughan Shuffle’. Het lekker uptempo gespeelde ‘Blues For Sabrina’ sluit de cd af.
![]() | ![]() | ![]() |
Het is 1991 en de directeur van het Amsterdamse Paradiso is op dat moment niemand minder dan saxofonist Hans Dulfer. Iedereen die Hans een beetje volgt in de media, weet dat hij iemand is die zich graag wil laten gelden en natuurlijk ook inspraak wil over de programmering van onze plaatselijke poptempel. Door zijn toedoen staan er vanavond dan ook een aantal saxofonisten op het programma die bij het grote publiek nooit de erkenning hebben gekregen die zij verdienen. Want gooi op een willekeurige verjaardag er maar eens uit dat je fan bent van één van deze drie muzikanten en iedereen zal je met grote ogen aanstaren en je vertellen nog nooit gehoord te hebben van deze mannen. Toch heeft iedereen wel eens een nummer gehoord van de uit Paducah/Kentucky afkomstige Boots Randolph. Zijn grootste hit ‘Yakety Sax’ is namelijk de openingstune van de Engelse Benny Hill show. Tevens speelde hij mee op ‘Return To Sender’ en ‘Reconsider Baby’ van Elvis en leverde hij een bijdrage aan maar liefst acht soundtracks van Elvis films. Ook het werk van de uit Pittsburg/Kansas afkomstige Lee Allen hebben wij allemaal wel eens gehoord. Hij was onder andere de saxofonist op diverse opnames van Little Richard, Fats Domino en Lloyd Price. Zelf heeft hij nog een hitje gehad met het nummer ‘Walkin’ with Mr. Lee’. In de jaren zeventig maakte hij nog een comeback en speelde hij mee op een opname van de Stray Cats en maakte hij ook nog eens twee jaar deel uit van de legendarische ‘Blasters’. Voor Sil Austin ligt het inderdaad wat moeilijker, alhoewel hij meer dan dertig solo albums maakte op het befaamde ‘Mercury’ label. Ook had hij wat hitjes zoals ‘Danny Boy’, ‘Slow Walk’ en ‘My Mother’s Eyes’. Eerlijk gezegd had ikzelf in 1991 ook nog nooit gehoord van deze mannen, maar het affiche beloofde ‘Honkers and Screamers’ en dat was voor mij genoeg reden om eens te gaan kijken. De begeleiding bestond uit een Nederlands gezelschap. Een aantal trombones, trompetten, saxen, een drummer en een gitarist die samen het geluid produceerden van een complete Big Band. Soms zijn er van die avonden waarbij je eigenlijk geen verwachtingen hebt, maar die uitgroeien tot onvergetelijke concerten. En zeker weten dat dit zo’n avond was. Vanaf het begin tot het eind was het werkelijk fenomenaal wat de muzikanten deze avond brachten. Zoveel afwisseling in repertoire. Zo prachtig gespeeld. Als ik alle concerten die ik inmiddels heb bijgewoond in een top tien lijstje moet gaan samenvatten dan staat deze avond zeker in mijn top vijf. Houd je van de saxofoon en ken je deze mannen niet, op het internet staan diverse cd’tjes te koop met de best off. De prijzen liggen rondom de acht euro! Sla je slag en geniet. En Hans nog bedankt!

Alle nummers zijn, op eentje na, van de hand van Michelle zelf. Alleen het tweede nummer ‘Yesterday’s Make up’ is geschreven door Angela Kaset. Voor de volledigheid hier nog even de namen van de bandleden: PeterStroud(gitaar), Tony Reyes(key’s), Phil Skipper(bas) en Dave Anthony(drums). Al met al een prima cd.

William C. Hancock Jr.(a.k.a. Billy Hancock) ziet het levenslicht op 4 november
Op deze cd tref je natuurlijk niet het beste werk van Billy Hancock aan, maar toch zijn er een aantal mooie tacks op terug te vinden. ‘Too Much Rock N Roll Music’ opgenomen in 1981 is de heerlijke Rock ‘n’ Roll opener van deze cd. Nummers als ‘Baby, Let’s Play House’ en ‘Suzie Q’, beide met Danny Gatton op gitaar, krijgen hier een prima uitvoering. De cd bevat ook nog twee nummers die door William zelf zijn geschreven namelijk ‘Heart Beatin’Woman’ en Not enough Rock ‘n’ Roll’.
Voor de fans van Billy Hancock is deze cd, overigens opgedragen aan Buddy Holly en Danny Gatton, een mooie toevoeging aan hun verzameling, maar ook voor iedereen die de Rock ’n Roll een warm hart toedraagt!

Lathan Moore verblijft al vier jaar in Nashville. In deze stad met een rijke ‘Country’ traditie verbleef hij om op te treden en hoopte uiteindelijk een platencontract te krijgen. En dat is gelukt! ‘Blue Steel Records’ erkende zijn talent en nu is daar zijn eerste cd ‘Love In Your Life’.
Lathan is afkomstig uit het mijnstadje Harrisburg in Illinois. Zijn vader werkte hier vijfendertig jaar in de mijnen. Van huis uit weet Lathan dus wat het is om te moeten afzien en hard te werken. Na zijn High School periode (2001) sloot Lathan zich aan bij een Country Gospel Quartet met de naam ‘Eastern Sky’. Met deze groep, waarin hij de barritonstem voor zijn rekening nam, toerde hij twee jaar rond.
Zijn talent bleef niet onopgemerkt, want hij kreeg een ‘Music Scholarship’ waarmee hij zijn opleiding aan het ‘South Eastern Illinois Junior College’ kon bekostigen. Tijdens deze opleiding speelde Lathan in heel wat musicals mee. Zijn volgende opleiding bracht hem naar Texas waar hij geschoold werd voor musical en theater. Tijdens deze opleiding trad hij veel op met de plaatselijke country muzikanten en steeg zijn interesse in deze muzieksoort. Hij besloot na één jaar studie terug te keren naar Harrisburg om een jaar lang te gaan werken in de mijnen zodat hij genoeg geld zou kunnen sparen om te kunnen verhuizen naar Nashville.
Latahn beschikt over een echt mooie Country stem, diep en warm. De cd kent voldoende afwisseling in stijlen; Honky Tonk in ‘Beautiful Girl’ en ‘Shot Down’, prachtige ballads zoals ‘You Can’t Leave me Like This’ en ‘Cornfield Cadillac’ (voor mij het mooiste nummer van deze cd) en enkele snufjes Nashville Country. Met Lathan Moor heeft de Country er weer een jonge vertegenwoordiger van dit genre bij en dat is goed nieuws!

De titel van de cd geeft aan dat dit alweer de vijfde cd is van de Canadese Fusion gitarist Lou DeAdder. Acht zelf geschreven nummers waarvan de helft instrumentaal is. Het is niet makkelijk om deze cd in een bepaald genre te plaatsen. Zo opent de cd voor de Bluesliefhebber sterk met een heerlijk rollend Blues nummer ‘Low Down Feelin’ Blues’, prima gezongen door Lou zelf. Heerlijk pianospel van Martin Alex Aucoin en een prima stukje mondharmonicawerk van Carlos Del Junco. Maar dit eerste nummer zet je voor het vervolg van deze cd qua stijl wel op het verkeerde been. Het tweede nummer rockt met uitstekend Sax werk van Leo Sullivan en vlijmscherp gitaar spel van Lou. ‘Aftermatch’ is het eerste Jazzy instrumentale werkje met prachtige blazersarrangementen plus een mooie solo op de Flugelhoorn bespeeld door Steve McDade. In de volgende twee stukken ‘Crash And Burn’ en ‘Guitar Wank’ laat Lou horen dat hij ook makkelijk mee kan spelen in een stevige Rock band. In ‘Jazzy’ en ‘Tight…Eh?’ gaat het richting de Jazz-Rock met mooie maar zeker geen gemakkelijke arrangementen. Het donker klinkende ‘Curtains Calling’ sluit vervolgens deze cd af.

Zoals de titel van deze cd al doet vermoeden staan er op deze cd louter covers. Nummers die de band altijd al eens wilde vastleggen, maar hier nooit aan toe kwam. De originele uitvoeringen stammen allemaal van voor 1974. De opnametechniek die is gebruikt is eigenlijk ook een beetje van voor 1974; alles is live gespeeld in de studio zonder het gebruik van koptelefoons.

Paul Speidel mag dan in Boston een goede naam hebben opgebouwd in de lokale muziekscene hier in Europa is hij nog een onbekende. In Boston geeft hij al sinds 1983 gitaar- en baslessen en treedt hij regelmatig op. Vaak alleen, dan speelt hij voornamelijk Jazz, maar de meeste optredens doet hij met zijn eigen band The Paul Speidel Band. Van deze band is nu de nieuwe cd ‘Playing Stages’ verschenen. Naast Paul zelf bestaat de band uit Brendan Byrnes op drums en Steve Skop op bas. Zoals de titel al doet vermoeden is deze cd geheel live opgenomen tijdens diverse optredens over de periode van één jaar. Dat Paul technisch perfect speelt is gezien zijn jarenlange studie logisch; Paul heeft een Master of Degree in Music. De cd bevat negen nummers allemaal door Paul zelf geschreven en gecomponeerd.
De nummers op deze cd houden het midden tussen Blues, Jazz en Jazz-Rock. Zo is het openingsnummer ‘Cranky’ een lekker stevig gespeeld uptempo Bluesnummer waarin Paul meteen van zich laat horen. Het volgende hoogstandje is de rag ‘Chicken Train’. Vervolgens stapt Paul over naar wat meer Jazz-Rock getinte nummers zoals ‘Silver Sax’en ‘Just For Kicks’. In het één na laatste nummer ‘School Band Breakout’ keert Paul pas weer terug richting de Blues en in het laatste nummer ‘Just in Time’ laat bassist Steve Skop, die overigens net als drummer Brendan Byrnes technisch zeer begaafd is, horen dat hij op de bas ook in staat is tot een aardige compositie.
De cd is geheel instrumentaal, maar de band speelt verschillende stijlen zodat er geen verveling optreedt. Het is technisch allemaal erg goed. Ben je een liefhebber van gitaristen zoals Jan Akkerman dan moet je beslist ook eens naar Paul Speidel gaan luisteren.

Op 9,10 en 11 juli is het weer zover, het North Sea Jazz Festival in Rotterdam.
Het is al weer zo’n dertig jaar geleden dat ik dit festival voor de eerste keer bezocht. Het was in de dagen dat Jazz nog Jazz was en Blues nog Blues. Het festival werd toen nog gehouden in Den Haag waar het eigenlijk, vanwege de traditie, nu nog zou moeten zijn. Het was de tijd dat er nog voldoende te genieten was voor de echte Jazz en Blues liefhebber. Zo heb ik zelf prachtige herinneringen aan dit festival. Wat te denken van optredens van Ray Charles, John Lee Hooker, Count Basie, Jimmy Smith, Miles Davis en vele andere grootheden. Het festival is de laatste jaren qua programmering sterk veranderd. Er staan helaas steeds meer artiesten die weinig te doen hebben met de Jazz.
Een optreden wat nog steeds goed in mijn geheugen staat gegrift is het optreden van mondharmonicaspeler Sugar Blue die plots moest invallen voor de ziek geworden Albert Collins. Dit alles speelde zich af in het Tuinpavilioen in het jaar 1981.
Afgelopen week had ik een korte mailwisseling met Sugar Blue over zijn legendarische optreden op het Noth Sea Jazz festival. Zelf beschouwt Sugar Blue dit optreden nog steeds als een van de hoogtepunten uit zijn carrière. De tent op het middenterrein was afgeladen vol. De Icebreakers, een pure Bluesband, dwongen Sugar Blue het gehele optreden alleen maar Blues te spelen. Dit in tegenstelling tot de optredens die hij deed met zijn eigen band (op de in 1982 uitgekomen lp ‘From Paris To Chicago’ laat Sugar Blue zijn veelzijdigheid horen door op kant 2 geen enkel bluesnummer te plaatsen).
De echte naam van Sugar Blue is James Whiting. James is niet zoals veel Blues artiesten afkomstig uit het zuiden van Amerika, maar James werd op 16 december 1949 geboren in de wijk Harlem (New York). James groeide bijna op in het fameuze Appollo theater waar zijn moeder haar geld verdiende als zangeres en danseres. Toen James een mondharmonica kreeg van een tante begon hij al snel mee te spelen met platen van Bob Dylan en Stevie Wonder. Al snel kreeg ook de Jazz muziek zijn belangstelling. Door al deze invloeden en gezien het New Yorkse stadsleven waar veel verschillende muziek stijlen te horen waren ontwikkelde James zijn mondharmonicaspel zich niet alleen richting de Blues.
De eerste optredens gaf James als straatmuzikant. In het midden van de jaren zeventig begon zijn professionele carrière als sessiemuzikant. Ook zijn eerste plaatopnames met onder andere Johnny Shines, Roosevelt Sykes en Louisiana Red vonden plaats in die jaren.
Op advies van Memphis Slim vertrekt James eind jaren zeventig naar Parijs. Hier komt hij in contact met de leden van de Rolling Stones. Zij vragen hem mee de studio in. James is te horen op de volgende drie lp’s van de Stones: ‘Some Girls’, ‘Emotional Rescue’ en ‘Tattoo You’. Een verzoek om samen met hen op toernee te gaan wijst hij echter af. Zijn eerste twee solo albums ‘Crossroads’ en ‘From Paris To Chicago’ neemt hij hier ook op.
In 1982 besluit hij terug te keren naar Amerika om meer te kunnen samen werken met de grote bluesartiesten. Hij komt in de ‘Chicago Blues All Stars’ van zijn mentor Willie Dixon terecht en toert hier twee jaar mee rond. Hierna formeert hij zijn eigen band.
Nog steeds treedt hij veel op en onlangs verscheen zijn nieuwste cd ‘Treshold’.

Er zijn heel wat cd’s op de markt die vol zijn gespeeld met covers van legendarische Bluessongs. Vaak zijn deze uitgebracht als ode aan al die inmiddels vaak overleden Blues helden. Mark Doyle en zijn band The Maniacs brengen echter hun tweede cd ‘Comin’Home’ uit met een ode aan de zogenaamde ‘Britisch Blues Boom’ van de jaren zestig. Mark maakte, net als zo velen, kennis met de Blues door bands als bijvoorbeeld The Rolling Stones, John Mayall And The Bluesbreaakers en Fleetwood Mac en ging daarna pas op zoek naar de wortels van de Blues.
Mark Doyle begint zijn muzikale carrière in de jaren zeventig als hij met zijn band Jukin’Bone een platencontract in de wacht sleept bij RCA. Het talent van Mark als gitarist wordt al snel erkend door anderen die hem inhuren om mee te spelen op hun plaat en ook vragen zij hem vaak mee op tournee. Zo zijn er wel vijfenzestig platen op de markt waar Mark op mee speelt. De bekendste namen met wie Mark opnames heeft gemaakt zijn Meat Loaf, Bryan Adams, Leo Sayer en Hall & Oates.
Stonden er op de eerste cd ‘’Shake ‘
De hele cd staat vol met lekker pittig gespeelde nummers en ademt overal de sfeer uit van deze prachtige periode uit de Engelse muziekgeschiedenis!
![]() Het moet geweest zijn, zo rond 1975. Ik liep op de Osdorperban langs het beruchte buurthuis ‘Kwak’, (Kwak was gevestigd in een voormalig houten schoolgebouwtje. Binnen was de sfeer echt jaren zestig/zeventig; fluoriserende spots, visnetten, hasjiesj, flipperkast etc., en had bij onze ouders geen al te beste naam) Mijn oog viel op het programma voor het komende weekend ‘Herman Brood ex-pianist van Cuby & The Blizzards’. Thuis gekomen, snel op wat hoezen van platen gekeken en ja hoor daar stond hij…. De volgende dagen deed het bericht snel de ronde en waren de afspraken om te gaan snel gemaakt. Na wat wachten, en dus enige biertjes later, stond hij er. Gekleed in een witte singlet en een zwarte leren broek, nam hij staand plaats achter zijn witte piano, die op een chromen poot stond. Vanaf de eerste tonen sloeg de vonk meteen over, dit was puur, echte Rock ’n’ Roll! Helaas waren er nog niet genoeg nummers om een hele avond te vullen. Geen probleem voor Herman. Hij speelde gewoon na de pauze nog een keer dezelfde nummers als voor de pauze, aangevuld met een lang uitgesponnen slow blues. Na afloop wist ik het zeker, dit moest wel een ster worden. Enige maanden later verscheen zijn eerste Lp ‘Street’. |
![]() Ik weet het nog, als de dag van gisteren. Een zaterdagavond in 1975, ik was vijftien en zou voor het eerst naar het beruchte Paradiso gaan. Ik mocht van mijn ouders, omdat er wat oudere buurjongens meegingen, die zij blijkbaar wel vertrouwden. Natuurlijk gingen wij vroeg weg, om maar niets te hoeven missen van het concert van de Texaanse gitarist Freddie King. Eigenlijk wist ik niet goed wat mij te wachten stond, maar volgens mijn buurjongens was Freddie King geweldig. Aangekomen in Paradiso keek ik mijn ogen uit; een oude kerk gelegen aan het Leidseplein, de wietlucht was te snijden en het publiek was een mengeling van hippies, Surinamers en uiteraard de bluesliefhebbers. Gespannen wachtte ik af wat komen zou. Een dia maakte duidelijk, dat de tourbus met pech was komen te staan en dat het zeker tot twaalf uur zou gaan duren, voordat de band zou beginnen. Als opvuller zou de film ‘Once Upon a Time in the West’ worden vertoond. Dan maar even snel naar huis bellen, dat ’t een ietsje later zou worden. Ondertussen kon ik mooi even boven gaan kijken. In wat nu de kleine zaal is, stond een groot poolbiljart. Dit vertrek was duidelijk in handen van de Surinamers, die getooid waren in lange leren jassen en met hoge Afro-kapsels. Tussen de begane grond en de eerste verdieping was de eerste Amsterdamse ‘coffeeshop’gevestigd. Het was al diep in de nacht toen het optreden dan eindelijk begon. King had een ‘Presley’achtig pak aan en volgens de kenners, was hij de eerste, die zijn gitaar liet klinken van de ene naar de andere box (een soort stereo). Het optreden was geweldig en na afloop, staande op de eerste rij, mocht ik hem zelfs de hand schudden. Nog steeds is Freddie King mijn favoriete gitarist en Paradiso mijn favoriete concertzaal! |

Wie kent ze nog, de hits van Gary U.S. Bonds? Nummers als ‘New Orleans’ of ‘Quarter To Three’, wat zelfs de eerste plaats op de Amerikaanse Billboard bereikte. Dit heugelijke feit deed zich al voor in het jaar 1961. Een leuk detail uit deze tijd, is dat Gary in 1963 door Engeland toerde met het onbekende bandje ‘The Beatles’ in het voorprogramma. In de daaropvolgende jaren wordt het rustig rondom Gary. Pas in de begin jaren tachtig staat hij opnieuw in de belangstelling, als hij samen met Bruce Springsteen het nummer ‘This Little Girl’ schrijft. Zijn single successen zijn hierna voorbij. Pas in 2004 verschijnt er na twintig jaar weer een nieuwe cd met de passende titel ‘Back In
![]() ![]() ![]() | KingMo: 17 januari, 't Witte Theater IJmuiden Slechts eenmaal eerder was ik bij een optreden in het Witte Theater te IJmuiden aanwezig geweest en dat is al weer heel wat jaartjes geleden. Het was, toen in de grote zaal. een optreden van Otis Grand. Via Hyves kwam ik erachter dat er iemand was, Rob de Fries, die in dit theater al geruime tijd maandelijks optredens verzorgde op de zondagmiddag en dat deze optredens altijd werden opgenomen en uitgezonden onder de naam ‘The BluestrainFM Sessions’. Er is zelfs van één van deze opnames een prima cd, ‘5Th Anniversary Live Tour |

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen; Misschien wel de laatste cd die ik mag bespreken voor Bobtje, is wel de beste die ik tot nu toe heb mogen doen. Quintus McCormick heeft in mijn ogen nu al de mooiste cd in de categorie R&B van 2009 afgeleverd. Wie is eigenlijk deze Quintus McCormick? Quintus is geboren (1957) en opgegroeid in Detroit. Later verhuisde hij naar Chicago, waar hij als gitarist pas in aanraking kwam met de Blues. Eigenlijk kwam dit voort uit noodzaak, omdat hij optredens moest gaan doen om zijn studie te betalen. Al snel kwam hij als ‘siteman’ in de band van James Cotton terecht. Hij toerde verder de wereld over met artiesten als Otis Clay, A.C. Reed en Lefty Dizz. Op aanraden van Buddy Guy en James Cotton formeerde hij in 1994 zijn eigen band ‘The Quintus McCormick Band’. ‘Hey Jodie!’ is het eerste studioalbum van de band en is uitgekomen op het befaamde Delmark label. De cd bevat vijftien nummers waarvan er veertien door Quintus zelf zijn geschreven.
Alleen het laatste nummer van de cd ‘Let The Goodtimes Roll’ is niet van zijn hand. De stijl van deze cd is het best te vergelijken met die van mannen als ZZ Hill, Bobby Bland en Johnny Taylor. De cd opent met de titelsong ‘Hey Jody’, een prachtig soulvol gezongen nummer dat direct al de vocale capaciteiten van Quintis laat horen. Blazers zorgen samen met de drie achtergrondzangeressen voor de juiste accenten. In de slowblues ‘What Goes Around Comes Around’ laat Quintus ons even horen hoe deze stijl gezongen moet worden, namelijk vol emotie. Ook over zijn gitaarspel niets dan lof; nergens gaat er een nummer uit de bocht door te lange solo’s. Eigenlijk kan ik zo nog wel even doorgaan met complimenten geven. Dit is gewoon een hele goede cd. Quintus is voor mij de ontdekking van dit jaar en hopelijk zien we hem snel eens met zijn eigen band optreden in de lage landen!

De totstandkoming van deze cd verliep niet zonder slag of stoot. Het moet toch een verschrikkelijk moment zijn geweest als je, na een half jaar van opnemen ( 80% was al klaar), ontdekt dat er niemand zo slim is geweest om even een back-up te maken van de harde schijf (met daarop al het reeds opgenomen materiaal) die zojuist is omgevallen en onherstelbaar is beschadigd. Gelukkig waren er pas twee van de acht gasten geweest die een rol spelen op deze cd die hun partij al hadden opgenomen en zij waren bereid om nogmaals hun partij in te spelen.
Het openingsnummer trekt al meteen de volle aandacht. Prachtig drumwerk van Arjen Knaap, flarden gitaarwerk uit ‘With A Little Help From My Friends’ van Joe Cocker en een tekst die verwijst naar president Obama die deze ‘Change’ moet gaan inzetten. Vervolgens (blues)rockt Ruben en band lekker verder met ‘Boogie Music’.
Met het nummer ‘Close My Eyes’, met als gast Niels Schutten op het Hammond orgel, wordt een statement gemaakt hoe wij met onze wereld omgaan; erg mooi!
De volgende twee gasten komen langs in ‘Walking In The Rain’. Niemand minder dan Dany Lademacher, één van mijn favoriete gitaristen , gaat het duel aan met Ruben terwijl de zang in dit pittige nummer om en om wordt verzorgd door Frank Pardo en Peter Cook.
Voor mij als bluesliefhebber staan de hoogtepunten op het laatste gedeelte van de cd.
‘Midnight Man’ opent werkelijk subliem met Ruben in een hoofdrol op gitaar. Verder weer dat heerlijke geluid van een Hammond, dit keer bespeeld door Thijs Boontjes. Daarna volgt het buitenbeentje op deze cd. Ruben laat in het nummer ‘Song For Boaz’(zijn zoon) eventjes horen dat ook een akoestisch gespeelde fado makkelijk binnen zijn bereik ligt; prachtig.
Het laatste nummer ‘True Love’, een slow blues, is voor mij het hoogtepunt. Mooi gezongen, prachtig gitaar spel en als grote verrassing een prachtig stukje viool verzorgd door Sophie de Rijk.
Ruben en zijn band leveren met deze cd een prima product af waar ook de jongere generatie zeker van zal genieten!

Het is april 1979. Elke week kijk ik uit naar de nieuwe Veronica gids, om te zien wie er nu weer zal optreden in het Duitse muziekprogramma ‘Rockpalast’. En deze keer is het geweldig; niemand minder dan mijn grote held Johnny Winter (stiekem had ik er al een beetje op gehoopt, daar ik al kaartjes had gekocht voor zijn concert die week in Paradiso en ik dus wist dat hij in Europa was). Meteen maar even een verse band voor in mijn Betamax videorecorder gekocht om er zeker van te zijn dat de hele show tip top kon worden vastgelegd . Om in die tijd indruk te maken, liet ik al mijn vrienden en vriendinnen al kennis maken met deze uit Texas afkomstige gitarist. Trots ging dan de LP ‘Live Johnny Winter And’ op en wel speciaal die prachtig gespeelde slow blues ‘It’s My Own Fault’. Als een kind zo bij was ik, dat ik naast alle lp’s nu ook echt bewegende beelden van hem had (de videoband van dit optreden is in de loop van de jaren verloren gegaan, maar gelukkig heb ik het hele concert nu weer op dvd). Aan het concert van Johnny in 1979 bewaar ik goede herinneringen. Zijn band bestond uit Bobby (T) Torello op drums en John Paris begeleidde de meester op bas en nam ook de mondharmonica partijen voor zijn rekening. Opvallend was ook de vierde persoon op het podium, namelijk Johnny’s vriendin; was zij het die tijdens dit optreden een fles whiskey, zittend op een stoel, soldaat maakte? Johnny was in die jaren nog in topvorm, al waren sommige uitvoeringen van nummers wel erg lang. Torello gaf een mooie drumsolo die uitliep op een wandeling over het podium, terwijl zijn drumstokjes alles raakten wat hij onderweg tegenkwam. Zelfs de vloer werd niet ontzien. Ook leuk om te zien was hoe tijdens een nummer Paris achter Winter ging staan en de solo overnam van Winter en Winter zijn handen naar achteren reikte en bas ging spelen. Wat me wel verbaasde was Johnny’s spreekstem die een beetje lullig klonk vergeleken met zijn krachtige en ruige zangstem. Het publiek bleef tot vervelens toe ‘Rock ‘n Roll’ roepen. Met tegenzin (Johnny speelde in die jaren liever alleen maar blues) kwam er toch nog een spetterende uitvoering van ‘Johnny B.Good’. Na deze eerste ‘live’ kennismaking heb ik Winter gelukkig nog vele malen mogen aanschouwen. Op 10 november speelt hij in Eindhoven en op 11 november is hij te zien in Haarlem.

Een man en zijn blues zo kan ik dit cd’tje wel het beste omschrijven. Doug Warner is een voor mij onbekende bluesmuzikant uit Oregon. Op zijn website is te lezen dat Doug geen professioneel muzikant is, maar werkzaam is als producer van het Camelot Theater in Oregon waar hij zelf ook nog wel eens een rol speelt in een toneelstuk. Na jaren lang schrijven en spelen van bluesmuziek in zijn vrije tijd komt hij nu met een cd die hij helemaal alleen vol speelt en ook tekent hij zelf nog eens voor de productie. Doug beheerst een flink aantal instrumenten. Zo is hij te horen op zowel elektrische- als akoestische gitaar, piano, drums, percussie, bas en mondharmonica en beschikt hij ook nog eens over een prettig stemgeluid. De cd bevat veertien nummers die allemaal door Doug zelf zijn geschreven. Een ware prestatie dus. Op de meeste nummers van de cd bespeelt Doug slaggitaar op zijn akoestische gitaar en soleert hij hier overheen met zijn elektrische gitaar of speelt hij slide op zijn, uit 1936 stammende, 27G Dobro resonator. De stijl van spelen is vrij traditioneel. Al met al een leuke cd.

Een Blues cd van een Australische band kom ik niet veel tegen. Toch ligt er momenteel eentje in mijn cd speler. Het is de laatste cd van de band ‘The Giants’ met de veelbelovende naam ‘Motorcycles, Tattoos, Rock ‘n’ Roll & Blues’; een hele mond vol! De cd is al in 2009 verschenen. Frontman van de Giants is de zanger,gitarist en mondharmonicaspeler Stuart Wood; gezien zijn postuur is hij ook degene die de bandnaam de meeste eer aan doet. Op gitaar Mark Greig, iemand die al in heel wat Australische bandjes heeft gespeeld. Op bas Steve Brooks, drums George Velenik en de toetsen worden bespeeld door John MacLaine. De cd telt negen nummers die allemaal zijn geschreven door Stuart Wood. Buiten het gegeven dat de band sinds 1990 bestaat biedt de website van de band verder weinig achtergrondinformatie.
Het openingsnummer ‘Don’t Play Those Games’ is een heerlijk uptempo nummer waarin gastspeler Wilbur Wilde met zijn saxofoon de hoofdrol opeist. In ‘Tattooed Lady’ zingt Stuart Wood over zijn liefde op het eerste gezicht op het moment dat er een getatoeëerde dame een bar binnenkomt. Als daarna Stuart Wood zijn mondharmonica voor het eerst oppakt en de tweede gast in de persoon van zangeres Shani Saint-Aulbins zich meldt kan de band beginnen aan het langste nummer van deze cd namelijk ‘Talkin’ Married Blues’ (8:30 min). Mijns inziens had dit nummer wel de helft korter gekund, want spannend blijft het niet echt. Gelukkig gaat het hierna met een heerlijke slide partij in ‘Stay The Night With Me’ weer de goede kant uit. Met ‘The Ballad Of Bearing’ verlaat de band voor de eerste keer de Blues met een echte rock ballade. De beste twee nummers zijn bewaard voor het laatst. In ‘t lekker rollende ‘Late night Studio Blues’ krijgt John MacLaine de ruimte om zich lekker uit leven op zijn Hammond en laat ook gitarist Mark Greig horen dat het niet hard hoeft te zijn om mooi te kunnen klinken. ‘Love Me Or Leave Me’ is een prachtige ballade die zanger Stuart Wood werkelijk uit zijn tenen haalt.
Deze band zal het zeker goed doen in het clubcircuit van Australië, maar stijgt wat mij betreft niet boven het gemiddelde band niveau van de lage landen uit.

In 1967 zijn er vijf teenagers (Tony Dancy, Craig Fairchild, Dennis Duchrow, Fred Euler en Dave Kuck) die samen een bandje ‘The Tygers’ oprichten. Zij schrijven zich in voor de talentenjacht ‘The Wiscosin State Battle’ en winnen deze. De prijs is de manager Jon Hall en meedoen aan de volgende stap ‘The National Battle Of The Bands’ in Boston. In de jury zit niemand minder dan Les Paul die onmiddellijk onder de indruk is van ‘The Tygers’. Hij wil een plaat met ze opnemen, maar door onenigheid met manager Jon Hall gaat deze prachtige kans niet door.
In 1968 belandt the band dan toch in de studio om een singletje, ‘Little By Little’, op te nemen. Herb Albert, toentertijd aan het hoofd van ’A&M Records’, pikt hem op en brengt hem in heel Amerika uit. De single wordt een groot succes.
De band besluit het ijzer te smeden als het heet is en gaat, zonder voorman Tony Dancy die op dat moment ziek is, de studio in om het debuutalbum op te nemen. Dit is achteraf gezien niet slim geweest. Het album valt niet in de smaak en het platencontract vervalt. Het gevolg is dat de band uit elkaar valt en ieder zijn eigen weg gaat.
In de jaren tachtig en negentig komt de band voor revival festivals weer bij elkaar met zowel oude als nieuwe leden. Gestimuleerd door deze optredens duiken de orginele leden Tony Dancy en Craig Fairchild samen de studio in om te gaan werken aan het tweede album van de band. De bezetting van de huidige Tygers is nu als volgt: Tony Dancy (zang, gitaar en keyboards), Craig Fairchild (zang, piano & B3) en Lanny Hale (zang en gitaar). Op het album zijn ook nog een aantal gastmuzikanten aanwezig waaronder Kenny Knoll op de pedal-steel gitaar en oud Tyger lid Joe Turano verzorgde de blazers arrangementen.
Het resultaat van dit alles is een zestiger jaren cd, maar dan opgenomen in 2010. Alle songs zijn geschreven door het duo Dancy/Hall op eentje na namelijk ‘You Know Where To Reach Me’; deze is geschreven door het duo Dancy/Fairchild. Er zijn invloeden te horen van o.a. Simon and Garfunkel, CCR, CSN&Y en Poco.
Houd je van jaren zestig muziek dan kan ik jullie deze cd van harte aanbevelen!

Overexposure vervelend? Herman Brood zag het positief en kon er geen genoeg van krijgen. En ook KingMo heeft hierover niets te klagen. Er is geen een Nederlandse band die het afgelopen jaar zoveel aandacht heeft gehad op de diverse Blues sites als deze band. En ik moet zeggen terecht, want met hun nieuwe cd ‘Sweet Devil’ leveren zij een pareltje af.

Wat ik al zei, deze cd schittert door de veelzijdigheid. Het eerste nummer ‘Your Sweet Kiss’ is een lekker uptempo bluesje waarin Phillipp Roemer meteen zijn visitekaartje afgeeft. Vervolgens gaat het met ‘Don’t Fall In Love’ de funky kant op. ‘Don’t Make A Promise You Can’t Keep’ is een soulachtig ingetogen nummer en ‘I Wanna Start A Fire’ is weer popmuziek. Zo komen er ook nog een bluesje en een jazzy nummer voorbij en is er voor een ieder wel wat naar zijn of haar zin. De band heeft onlangs ook de dvd ‘Live At Sensenhammer’ uitgebracht. Deze is in Nederland te bestellen op www.bluesdvd.nl. Als je de cd in je pc stopt is hier al een voorproefje van te bekijken.
Wat mij wel stoort is dat in het bijgevoegde boekje de songteksten niet in de juiste volgorde zijn opgenomen zoals de nummers op de cd staan. Ook staat nergens vermeld wie de schrijvers van de nummers zijn. Het zijn natuurlijk details maar toch. Al met al levert Get The Cat een leuke cd af en ik denk dat deze band iedereen een hele leuke avond kan bezorgen in het clubcircuit.

Afgelopen jaar maakte ik al kennis met de ‘BluesKings’, een band uit het noorden van Nederland en nu schalt ‘Do That Tonky Thing!’ de nieuwe cd van de ‘Bluesblasters’, een band uit dezelfde regionen, uit mijn speakers.
Dat de blues hier dus leeft moge duidelijk zijn. De Bluesblasters bestaan al sinds 2000 en spelen voornamelijk Chicago blues. In 2006 brachten zij hun eerste cd uit ‘Fattening Frogs’. Voor mij is dit echter de eerste kennismaking met deze band.
‘Do That Tonky Thing’ bevat dertien nummers waarvan er drie zelf geschreven zijn door zanger/gitarist Ronald Schoonveld en de overige nummers zijn niet alledaagse covers. De cd is in eigen beheer uitgegeven en live opgenomen in de Lawei te Drachten.
De cd opent met een krachtige uitvoering van ‘Alabama Rain’ geschreven door Louisiana Red. Meteen is duidelijk dat deze band met Steven Elings een prima mondharmonicaspeler in huis heeft.
De uitvoering van ‘Driftin’, eveneens van de hand van ‘Red,’ doet mij qua sfeer op de een of andere manier denken aan Cuby & The Blizzards. De drie eigen nummers, Tonky Thing (een instrumentaal nummer wat zomaar door Freddie King geschreven zou kunnen zijn), ‘Leather Jacket’ en ‘Been Down So long’ doen zeker niet onder voor de covers op deze cd. Het meest authentieke nummer op deze cd vind ik ‘Let Me Be Your Electrician’
(eveneens van L.Red). Prachtig slide gitaar en mondharmonica werk en helemaal in de geest van Good Old Muddy Waters.
Met deze cd zetten de Bluesblasters zichzelf duidelijk neer als een echte Bluesband. Geen fratsen, goed gekozen nummers en een stel prima muzikanten. Het enige minpuntje is dat de cd wat hol klinkt; voor de volgende cd dus maar eens naar een echte studio toe!

De cd opent met een tweetal typische rockabilly nummers waarin de band meteen laat horen dat ze deze stijl prima beheersen. Het derde nummer ‘Piranha Boulevard’ neigt gezien de openingsklanken meer richting de surfmuziek. Het instrumentale ‘Sunny Sunday Afternoon’ is een lekker gitaarnummertje net zoals ‘Chet Atkins’ ze vaak speelde.


“Mij aanspreken? Neen, voor mij hebben de Jason Ricci's en consorten niks, maar dan ook niks met blues te maken. Het zijn goede rocksterren....punt uit. Dat is GEEN blues. Hij is een goede muzikant, ik hou van zijn act, de mensen zijn er gek van, maar ik herhaal het nog eens, het is geen blues. En als hij dan toch wat blues speelt, mis ik de kleine subtiele dingetjes, die er echt blues van maken.”
Toevallig viel tegelijkertijd de laatste cd van Flávio Guimarães in mijn brievenbus. Het opvallende ‘vintage’ hoesje viel bij mij meteen al in goede smaak. Na het beluisteren van deze cd kan ik zeggen dat alles wat Jason Ricci niet heeft dat heeft Flávio Guimarães duidelijk wel in huis. Ik heb de laatste jaren zelden zo’n voortreffelijke Blues mondharmonicaspeler gehoord!
Flávio is afkomstig uit Brazilië. In 1986 start hij de band Blues Etílicos op. Deze band wordt tot op heden gezien als het beste wat Brazilië op Blues gebied ooit heeft voortgebracht. In 1988 reist hij naar Chicago waar hij onder andere samen speelt met ‘Sugar Blue’. Terug in Brazilië speelt hij hier op alle grote festivals en opent hij vaak voor de echte grootheden van de blues.
Zijn eerste solo album ‘Little Blues’ neemt hij op in 1995. Inmiddels is ‘The Blues Follows Me’ alweer zijn zesde solo album. Een album gemaakt als tribute aan de Blueshelden uit de jaren vijftig. De cd telt elf nummers waarvan alleen het nummer ‘Bill And Jeanette’ van eigen hand is. De overige nummers zijn prima covers van onder andere Walter Jacobs, Willie Dixon, Jimmy Rodgers. W.C. Handy en Rice Miller. De prima band waar hij mee speelt bestaat uit Igor Prodo op gitaar, Yuri Prodo op drums en Rodrigo Montovani op de staande bas. Deze cd voert je helemaal terug naar die, muzikaal gezien, geweldige jaren vijftig! Ik kan iedere Bluesliefhebber deze cd van harte aanbevelen.

![]() ![]() | Black Top: 14 maart, Bikes ’n Blues Amstelveen. Het was weer een (Black) top avond in Amstelveen. Op het podium stond het Arnhemse trio ‘Black Top’. Deze drie mannen, Theo Outhuijse(drums) Anne Maarten Hills van Heuvelen(bas en zang) en Mick Hup(gitaar en zang), hebben hun sporen al dik verdiend in het muziekwereldje en dat is te zien en te horen. Het repertoire van dit trio is het makkelijkst te omschrijven als Bluesrock. De lezers van mijn site zullen ondertussen wel weten dat dit niet mijn favoriete stijl is, maar op het niveau waarop deze drie heren dit genre neerzetten ben ook ik snel om. Vanaf het begin ging de beuk er goed in. Zo erg zelfs dat Anne een snaar brak van zijn basgitaar en dat zie je toch maar zelden. Professioneel werd de snaar vervangen zonder dat het optreden werd stil gelegd. |

![]() ![]() ![]() | Bas Paardekooper & The Blew Crue, 10 oktober Bikes 'n Blues Amstelveen De kracht van een podium als Bikes ‘n’ Blues is de diversiteit van de programmering binnen het aanbod van de vele stijlen van de Blues. Zo staat er elke keer weer een ander type band te spelen. Vanavond was de Powerblues aan de beurt. Eerlijk is eerlijk, het is niet mijn stijl, maar het is altijd gezellig in Amstelveen waar inmiddels heel wat bekenden van mij rondlopen. Bas Paardekooper & The Blew Crew toeren alweer een jaartje of twee door Nederland en hebben al de nodige lovende kritieken gehad. En na vanavond begrijp ik ook wel waarom. Bas doet zijn gitaar gewoon pijn! Zijn snelheid kent geen grenzen en geen noot op zijn gitaar wordt overgeslagen. De band (Roel van Leeuwen op drums en René Mijnten op bas) staat als een huis en er is voldoende afwisseling in de songs. Het openingsnummer van vanavond was ‘Dust My Broom’ in een wel heel krachtige uitvoering. Daarna ging het richting Rock, waarna ze met een mooie versie van ‘Red House’ terugkeerden bij de Blues. Uiteraard kwam ook Stevie nog even voorbij met ‘Pride & Joy'. Voor mij was het na de eerste set wel weer genoeg, daar ik nog steeds geen hele avond vol kan maken. Ik denk dat het tot in de late uurtjes is doorgegaan en dat de echte liefhebbers van dit genre er weer een gitaarheld bij hebben. Foto's: Marga Moester |

Zo toerde de pianist en tevens producer van deze cd Tim Wire twee zomers mee met de befaamde bluesgitarist ‘Son Seals’ en speelde trombonist Hank Lawler onder andere in de blazerssectie van Albert Collins. De andere leden van de band zijn: Mike Marois op gitaar, Jack Connes op de basgitaar, Al Anderson op sax en Jim Murphy op drums. De cd bevat tien tracks, jammer genoeg allemaal covers. Maar beter goed gecoverd dan zelf slecht geschreven zullen wij maar denken. Overigens zijn de meeste nummers voorzien van een eigen opsmuk en niet klakkeloos nagespeeld. De cd opent met ‘For You My Love’van Jimmy Reed. Een lekker vrolijk klinkend R&B nummer dat meteen gevolgd wordt door het eveneens opwindend klinkende nummer ‘Redbeans’van Professor Longhair. Daarna volgt, wat mij betreft, het hoogtepunt van deze cd ‘Blues As Blues Can Get’geschreven door Delbert McClinton; een door gitarist Marois geweldig gespeelde slow blues, waarbij je de neiging krijgt het volumeknopje eens flink open te draaien. Als nummer vier treffen we het in ‘Funky Kid’omgedoopte ‘Messin’with the kid”van Junior Wells aan. De lange intro doet vermoeden dat het hier om een instrumentale versie gaat. Beurtelings soleren Lawler, Marlois en Wire er lustig op los voordat de zanger inzet. ‘Drinkin’ Tangueray’van Johnny Johnson, ‘Must ‘ve been the devil’ en ‘Moon Blues’ beide van Otis Spann, het ietwat uitgekauwde ‘Pretty Women’ van Albert King en ‘Oh Why’ van James Cotton maken de cd compleet. Al met al een lekker cd’tje om in de zomer op uw tuinfeest te draaien.

Andre Williams begon zijn carrière in 1952 als songwriter, producer en soms ook als uitvoerend artiest. Hij werkte aan hits als ‘Shake A Tailfeather’ en ‘Funky Judge’. In de jaren zestig werkte hij veelvuldig voor het label ‘Motown’ van Barry Gordon. Na een behoorlijke verslaving vond Williams de weg terug door het geloof. In de daarop volgende jaren werkte hij hoofdzakelijk achter de schermen, maar in 1996 kwam hij opeens met het nieuwe album ‘Silky’ op de markt. Met deze plaat, een soort ranzige punk opgenomen met leden van The Dirtbombs en The Demolition Doll Rods, kreeg Williams opeens een hele nieuwe schare fans. In 2003 nam Williams de cd ‘Holland Shuffle’ op met de Groningse band ‘Green Hornet’, waardoor hij in Nederland een aardige bekendheid kreeg binnen het clubcircuit.

Waren op zijn vorige cd ‘Wonkey Years’ de meeste nummers nog door Rick zelf geschreven, op deze cd speelt hij vooral covers. Slechts voor de medley ‘Ratlesnake – Going Away Baby’ schreef hij zelf het arrangement. Om zo dicht mogelijk bij het originele geluid te komen bedient Rick zich op deze cd van zogenaamde ‘vintage’ gitaren en versterkers.
Het is goed dat er nog muzikanten zijn die de oude meesters op deze manier eren. Mijns inziens is er veel te weinig aandacht voor de Blues muzikanten die er echt toe deden!

Met heel veel plezier heb ik de afgelopen dagen geluisterd naar ‘Back To Nothing’ van het Nederlandse trio ‘Louisiana Men’ (plus enkele bevriende muzikanten). Deze cd is een muzikale ‘Gumbo’ geworden van alle muzikale ingrediënten die je in Louisiana aan kunt treffen. De Blues is het hoofdingrediënt, maar hier en daar zijn aan deze Gumbo Zydeco, Cajun en wat snufjes Soul toegevoegd. Met maar liefst vierentwintig nummers verdeeld over twee cd’s is er genoeg te genieten voor iedereen. Maar over wie heb ik het hier eigenlijk? Laat ik de drie mannen even voorstellen; Hans de Vries (a.k.a.Homesick), geen onbekende toch? Even het geheugen opfrissen; zijn vorige bands waren ‘Homesick & The Backstabbers en Louisiana Radio’ mondharmonica/ gitaar/zang, Alex Siegers percussie/ zang en Toon Ekkers gitaar/ banjo/ sexto/ zang.
De rode draad op deze cd is het titelnummer ‘(From A Broken Heart) Back To Nothing’ wat in drie verschillende uitvoeringen voorkomt. De oudste versie werd al in 1988 opgenomen als een demo met niemand minder dan de inmiddels overleden John Lagrand op mondharmonica. De tweede versie is een niet eerder verschenen uitvoering door de vorige band van Hans de Vries ‘Louisiana Radio’. En dan is er nog de huidige versie welke mooi ingetogen wordt gespeeld. Tja en wat is er zoal nog meer te horen? Laat ik eens een aantal pareltjes noemen; ‘Back Home To Me’ geschreven door Art Neville mooi vanwege de eenvoud. ‘Going Down To The River’ van Ray Charles in een bloedstollende versie ‘live’ opgenomen in café De Amer. ‘Feed Don’t Fail Me Now’, een traditional die als een soort Rap je kamer binnen stormt. ‘Bit By Bit’, een niet eerder verschenen eigen nummer uit 1990 waar je onmiddellijk vrolijk van wordt. ‘Ti Zydeco’, Zydeco zoals Zydeco behoort te klinken! En eigenlijk kan ik zo wel door gaan. Ik heb geen nummer gehoord waar ik niet van heb genoten.

Als je pas op je vijfenveertigste je eerste studioalbum opneemt dan mag je best stellen dat wij hier te maken hebben met een laatbloeier. Jimmy Warren, geboren op 25 oktober
Jimmy Warren is niet alleen een fantastische gitarist, maar hij is ook de schrijver van alle twaalf nummers op deze cd. Maar dit zijn niet de enige twee wapenfeiten; er staan namelijk een tweetal nummers op deze cd waarin Jimmy alle instrumenten (bas, drums, Hammond B3 en de gitaren) voor zijn rekening neemt. Tevens is hij ook nog de eigenaar van het platenlabel ‘Electro Glide Records’ waarop deze zelf geproduceerde cd uiteraard is verschenen. Een talentvol baasje dus!
De cd opent met ‘Watermelon Money’, een lekker funky klinkend bluesnummer waarin meteen blijkt dat de leden van deze band elkaar prima aanvoelen en zich geheel in dienst stellen van de helder klinkende gitaar van Jimmy. In het volgende nummer ‘Mean Mistreater’ neemt Jimmy’s zoon Jimmy Dill in het laatste gedeelte op niet onverdienstelijke wijze de gitaarsolo voor zijn rekening. Het is niet alleen blues wat de klok slaat op deze cd; ‘I’m Gonna Love You’ en ‘No More Promises’ klinken mij, mede door de prima achtergrondzang van zangeres Anna Ulrich, eerder wat popachtig in de oren. In ‘It Ain’t Fair’ komt niemand minder dan Bob Margolin (o.a. ex bandlid van The Muddy Waters Band) langs om de slide partij in te spelen. Het instrumentaal gespeelde ‘Darker Shade Of Grey’ laat goed horen hoe goed Jimmy zijn instrument onder de knie heeft (prachtig!).
Enig minpuntje van deze cd is de zang van Jimmy Warren die mij niet in alle nummers kan bekoren, maar met zijn mooie gitaarspel maakt hij dit meer dan goed!

De cd begint origineel met het zoeken naar het juiste kanaal op de radio. Aangekomen bij de plaatselijk zender ‘WCOK’ krijgen wij een aankondiging te horen van deze nieuwe cd.
Prachtig samenzang dat overgaat in het heerlijke, swingende nummer ‘Peace Of Mind’, wat een prima opener van deze cd is. Prachtig gitaar spel van Matteo Rechio, het swingende geluid van de banjo van Brian Swenk en om de swing er nog meer in te brengen is daar gastspeler Brent Buckner op zijn mondharmonica. De band gaat swingend verder met ‘Good Morning Sunshine’ welk een hoog Bluegrass gehalte heeft. Met ‘Spirit Is A Window’ neemt de band dan gas terug. Mooi gezongen en ook in dit nummer een gast namelijk David McCracken op het orgel. Mateo Recchio laat op dit nummer horen dat hij ook met een ‘Bottleneck’ goed uit de voeten kan. In het midden van de cd staat het nummer ‘River Runs’, een werkelijk prachtige ballade en mijn favoriet op dit mooie album. Ook de overige nummers van deze cd zijn de moeite van het beluisteren meer dan waard. Was je al fan van The Allman Brothers Band of Drive-By-Truckers, maar sta je ook open voor Bluegrass elementen dan is deze cd echt een aanrader.

Het gebeurt steeds vaker dat Amerikaanse Blues artiesten (was Chuck Berry niet de eerste die dit al deed?) alleen naar Europa trekken en daar optreden met locale bands. Zo ook Andy Just. Op zijn nieuwe cd ‘Smokin’ Tracks’, opgenomen in de ‘Muddy Waters Club’ in de italiaanse stad Calvari, wordt hij begeleid door drie Italiaanse muzikanten namelijk Donnie Romano op gitaar (hij neemt ook op vijf nummers de zang voor zijn rekening), Charles Romangoli op de bas en John Lee’ Emanual Zamperini op de drums.
Andy Just is inmiddels een veteraan binnen de blues scene; hij draait immers al meer dan vijf en dertig jaar mee. Andy is met zijn mondharmonica te horen op zo ongeveer dertig cd’s en speelde met mensen als BB King, John Lee Hooker, Buddy Guy, Albert King en vele anderen. Ook is Andy nog steeds de mondharmonicaspeler van de ‘Ford Blues Band’ (hij was in 1989 de vervanger van Mark Ford) waar hij nog regelmatig mee toert.
Op deze dubbel cd laat Andy in achttien nummers horen dat hij nog steeds bij de beste Blues harmonicaspelers binnen de scene behoort. Maar ook zijn begeleiders zijn uitstekend gekozen. In het eerste nummer ‘Screamin’ geeft gitarist Donnie Romana meteen maar even zijn visitekaartje af door te laten horen dat hij naast een prima slaggitarist ook een voortreffelijke solo uit zijn gitaar weet te persen. Ook het zangwerk van Donnie Romana (voor het eerst te horen op ‘I Can’t Hold Out) is prima. In ‘Lovin’ Cup’ laat Andy voor het eerst zijn echte virtuositeit op de mondharmonica horen. En dit komt vervolgens in vele nummers weer terug. Helaas ben ik niet erg onder de indruk van de zangkwaliteiten van Andy, maar zijn Harmonica werk maakt dit meer dan goed.

‘The blues is my life I just can’t live without it’ is de openings zin van het nummer ‘Marian’ op alweer de derde cd van het Nederlandse gezelschap ‘The Twelve Bar Blues Band’. En dat is te horen op deze cd. Tien nummers pure blues. Geen concessies en dat doet mij als bluesliefhebber pur sang veel genoegen. De band dreigde een beetje qua publiciteit onder gesneeuwd te raken door het succes van andere Nederlandse formatie’s als bijboorbeeld KingMo en The Veldman Brothers, maar met deze cd bewijzen zij dat dit onterecht is.
De band, opgericht in 2005, heeft in de afgelopen jaren wat personeelswisselingen gehad. Zo is de opvallende bassiste ‘Ivy’ vervangen door Patrick Obrist en is er een tweede gitarist toegevoegd in de persoon van Randy Pears. Dit tweetal zorgt tesamen met drummer Marcel Bakker voor een perfecte ritme sectie waardoor de frontmannen Jan Scherpenzeel (zang, harmonica en piano) en Kees Dusink (gitaar) beide kunnen excellereren.
De cd telt tien nummers, waarvan er zeven geschreven zijn door het duo Scherpenzeel/Dusink, eentje door alleen Scherpenzeel en slechts twee covers ( Love that Burns van Peter Green en de klassieker Big Legged Woman). Opvallend is het hoge gehalte, vijf stuks, ‘Slow Blues’ nummers, maar de kwaliteit en de afwisseling van deze nummers zorgt er toch voor dat deze cd nergens verveelt. Het mooiste nummer op deze cd is in mijn ogen toch een cover geworden namelijk ‘Love That Burns’. Nu ben ik als fan van Peter Green misschien wat bevooroordeeld maar het prachtige gitaarspel van Kees Dusink in dit nummer doet de meester bijna vergeten. Dit nummer is natuurlijk niet het enige hoogtepunt op deze cd; neem ‘I’m Losing You’ ook een slow blues, maar dan eentje met een hoog BB King gehalte of het titelnummer ‘Key To Your Heart’ waarin Jan Scherpenzeel (aka J.J. Sharp) laat horen dat hij met zijn stem op indringende wijze zijn gevoel goed weet over te brengen.
Eigenlijk kent deze cd geen slechte nummers. Het gitaar- en mondharmonicaspel zijn op alle nummers gedoseerd en dus zeer functioneel.
Complimenten moet ik ook nog even kwijt over de productie (Scherpenzeel & Dusink) en de opnametechniek (Han Zwagerman van de Beafort Studio te Bovenkarspel).

De cd opent stevig met ‘Soul On Fire’, een Southern Rock nummer, welk halverwege een vreemde ‘break’ krijgt door middel van een solo stukje blues piano. Vervolgens rockt de band lekker door met nummers als ‘Garden Of Eden’ (de single die van dit album is verschenen) waarop Ron Wood de Slide gitaar bespeelt en ‘Little Queen'. Pas bij het vierde nummer ‘Down This Road’ gaat het gas van de plank en laat zangeres Lynne Jackaman horen dat zij van meerdere markten thuis is. Wat mij betreft is het hoogtepunt van deze cd ‘Angel’, een prachtig gezongen ballade waaraan door gitarist Adam Greene een verassende draai gegeven wordt in het middenstuk van dit nummer, waarna het vervolgens weer in al zijn schoonheid terug komt. De cd sluit af met het wederom pittige ‘Southern Belles’.

De afgelopen maand zag ik in diverse media Guido van Rijn (zie ook http://home.tiscali.nl/guido/index.htm) langskomen. Dit was naar aanleiding van het verschijnen van Guido’s nieuwste boek ‘President Johnson’s Blues’. Guido is één van de grootste blueskenners ter wereld zeker op het gebied van de pre-war Blues. Ik weet nog goed dat ik als jongetje van dertien samen met mijn buurjongen op de fiets naar Haarlem vertrok om een bezoekje te brengen aan Guido. Het contact was gelegd via een oudere zus van mijn buurjongen die Guido kende via school. Guido vond het erg leuk dat wij op zo’n jonge leeftijd al interesse hadden in de Blues. Wij keken inmiddels ons de ogen uit het hoofd, zoveel platen zag je immers alleen maar in een platenwinkel. Guido moest ook toen al niets hebben van de blanke Blues en liet ons kennismaken met o.a. Memphis Minnie van wie wij toen nog nooit hadden gehoord.
Guido was ook altijd aanwezig bij de concerten die werden gehouden in het M.O.C. te Amstelveen; hij was immers nauw verbonden met de N.B.B.O.(Nederlandse Booogie Woogie Organisatie).
Veel van de echte bluesmuzikanten zijn inmiddels vergeten, de tijd gaat door en de meeste aandacht gaat tegenwoordig uit naar hedendaagse Bluesrock gitaristen. Een genre wat mijlen ver afstaat van de blues die Guido zo bewondert.
Door deze media aandacht voor Guido moest ik weer terug denken aan een concert dat ik midden jaren zeventig bijwoonde in Amstelveen. Er trad die avond een gitarist op genaamd Houston Stackhouse, een naam die de hedendaagse bluesliefhebber weinig meer zal zeggen.
Houston Stackhouse werd geboren op 28 september 1910 onder de naam Houston Garth op de ‘Randall Ford Plantation’ in Wesson/ Mississippi. Als tiener nam hij de naam Stackhouse van zijn stiefvader over. Op de plantage kwam Houston al op jonge leeftijd in aanraking met muziek. Hij luisterde hier vaak naar Lace Powell, een violist die ook op de plantage woonde. Houston leerde hier zichzelf mondharmonica spelen en later kreeg hij van een oom een viool. Op dit instrument kreeg hij les van Lonnie Chatmon van de ‘Mississippi Sheiks’. Later leerde hij ook nog de mandoline en gitaar te bespelen.
Midden jaren twintig verhuisde zijn familie naar Chrystal Springs, waar hij kennis maakte met Tommy Johnson. Tommy maakte in 1928 zijn eerste opname voor het Victor label en door dit succes besloot Houston zich volledig op de muziek te storten.
Begin jaren dertig verhuisde Houston naar Hollandale om daar samen met zijn neef, Robert lee McCullum (aka Robert Nighthawk) te gaan spelen. Leuk detail hierbij is nog dat Houston zijn neef bottleneck gitaar leerde spelen. In 1936 ontmoette Houston Robert Johnson met wie hij goed bevriend raakte. Robert moedigde Houston aan om nieuwe nummers te schrijven die zij dan later samen konden opnemen. Helaas kwam het door het overlijden van Robert nooit zo ver. Samen met de gitaristen Gary ‘Dirty’ Mason en Coochie Thomas besloot hij zijn eigen string band op te richten, ‘The Mississippi Sheiks No.2’. Ook dit was geen lang leven beschoren, want na de tweede wereldoorlog verdween de interesse voor deze string bands.
In 1946 verliet Houston Mississippi om zijn heil te gaan zoeken in Helena (Arkansas). Hier kreeg hij van zijn neef Nighthawk zijn eerste elektrische gitaar. Samen met zijn neef begonnen zij optredens te doen voor KFFA Radio tezamen met mensen als Pinetop Perkins en Sam Carr. Zo belandde Houston tezamen met Sonny Boy Williamson in de legendarische show ‘The King Biscuit Time’. Door zijn medewerking aan deze show kwam Houston in contact met mensen als Elmore James, Muddy Waters, Little Walter, Jimmy Rogers, Roosevelt Sykes en Earl Hooker met wie hij ook allemaal samen speelde. Overdag werkte hij als fabrieksarbeider bij de ‘Chrysler Corporation’.
Pas in 1967 maakte Houston zijn eerste opnames voor het Flyright label. De naam van de groep waarmee hij deze opnames maakte was ‘The Blues Rhythm Boys’. Naast Houston bestond deze groep uit Robert Nighthawk en ‘Peck’ Curtis. Deze opnames waren tevens de laatste van Nighthawk; hij overleed een paar maanden later. Een week later maakte Houston een opname met zijn oude partner Carey ‘Ditty’ Mason.
Zijn muzikale vriend Mason overleed in 1969 en een jaar later overleed ook zijn andere buddy ‘Peck’ Curtis. Houston besloot toen maar te verhuizen naar Memphis, waar hij het huis deelde met Joe Willie Wilkens. Tezamen met Wilkins begon hij te profiteren van de zogenaamde ‘Bluesrevival’ die in de jaren zeventig plaats vond. Onder de naam ‘The King Biscuit Boys’ maakten zij deel uit van de Memphis Blues Caravan en speelden zij op vele festivals en ook voor het eerst in Europa.
Na zijn carrière keerde Houston terug naar Helena waar hij in het Helena Hospital op 23 september 1980 overleed.
* Bron: The Encyclopedia Of

De cd telt dertien nummers waarvan er drie covers zijn;’ Subterranean homesick Blues’ / Bob dylan, ‘Look Over Yonders Wall’ / Elmore James en’ 5 Long Years’/ Eddie Boyd. De overige nummers zijn allemaal geschreven door de band zelf, maar de meeste inbreng hierbij is van Harvey Brooks zelf.
De cd opent met ‘Brooklyn’, een matig nummer waar ik nou niet meteen warm voor loop. Gelukkig volgt dan ‘Sad Love’, een nummer dat zomaar uit de koker van de Stax studio gekomen zou kunnen zijn met het geluid van een orgel en ArnaChip Dabney die als gast met zijn sax de juiste accenten toevoegt. De volgende gast die zijn bijdrage levert is Jose Luis Puerta op klassieke gitaar op het nummer ‘Right Track’. Een nummer wat mij nou ook weer niet echt in vervoering brengt. ‘Sing Sing Cramps’ is gelukkig weer een heerlijk swingend nummer waarin uitgelegd wordt hoe je als grootouders je kleinkinderen kunt beïnvloeden. Het middengedeelte van deze cd is gevuld met de drie covers die alle drie een prima uitvoering krijgen. De cd sluit af met de titelsong ‘Positively 17Th Street’ een ‘train’ blues waarop Tom Walbank het ritme mag bepalen op zijn mondharmonica!

Rockabilly, Honky Tonk en Country dat zijn de drie belangrijkste ingrediënten van het album ‘Across America’ van de uit Denver afkomstige band ‘Gt and the Sidewinders’. Dus houd je van de muziek van Wayne Hancock of bijvoorbeeld Hank III dan zal deze cd, gezien het stemgeluid van zanger G.T. Scragg, jou zeker bevallen.
Vanaf het openingsnummer ‘Coming Home’ gaat de band er meteen volop tegen aan. Uiteraard een staande bas, bespeeld door Chris Chew, waaruit die heerlijke slaande bas geluiden komen. Zonder dit specifieke geluid is het al eigenlijk onmogelijk om een goed Rockabilly nummer ten gehore te brengen. Vervolgens ‘Lonesome Cowboy’, een ouderwets Country & Western deuntje met prima steelgitaar werk van gastspeler Jeremy Lawton en ook zangeres Kerry Pastine van ‘The Informants’ zingt een deuntje mee. Het titelnummer ‘Across America’ vertelt het verhaal van een trucker die met zijn truck dwars door Amerika rijdt. Aangekomen bij het nummer ‘Dixie’ weet ik zeker dat de beentjes van de vloer komen. Het tempo gaat omhoog en gitarist Noah Gietka laat horen dat hij beschikt over de juiste licks. In ‘White Trash Girlfriend’ komt gast Lawton terug, maar dit keer op de piano wat dit nummer lekker doet ‘rollen’. Met het enige langzame nummer ‘Be my Baby v.2’ eindigt dit feestje van GT and The Sitewinders. Als je niets moet hebben van Rockabilly dan is deze cd zeker niet geschikt voor jou, maar wil je eens lekker uit je dak gaan op de dansvloer dan is deze cd de juiste keus!

Het was altijd leuk om een concert van Screaming Jay Hawkins bij te wonen. Niet alleen vanwege de muziek, maar het was vooral vanwege zijn fantastische performance. Zo herinner ik mij nog een optreden in Paradiso waarbij hij als het ware lag opgebaard in een doodskist en hij hier ,bij de eerste akkoorden, uitstapte gehuld in een zwarte cape zwaaiend met zijn stok waarop een doodshoofd stond die hij liefkozend ‘Henry’noemde. Henry was een zware roker zodat hij regelmatig een sigaretje kreeg van Hawkins. Standaard was altijd de hand aan een stukje onderarm die altijd op zijn piano lag en die zo af en toe tot leven kwam. Het was al met al een bizarre Voodoo/Horror show vol met rook, vuur, rubberen slangen en zwartgallige humor. Maar laten wij niet vergeten dat Hawkins ook nog eens een geweldige zanger was. Zeker in een zaal als Paradiso kwam dit mooi tot uiting als hij weer eens zonder microfoon een aan de opera grenzende ballade zong. Ook als songwriter is Hawkins van betekenis geweest al was het alleen maar vanwege het nummer ‘I Put A Spell On You’ wat hij in 1956 opnam voor het Okeh-label. Mijn eigen favoriete nummer is echter ‘Constipation Blues’ wat hij opnam in 1967 en aankondigde tijdens zijn concerten als een nummer dat ging over “real pain”.
Hawkins, zijn echte naam is Jalacy Hawkins, werd geboren in Cleveland(Ohio) waar hij als kind een klassieke piano opleiding volgde. Later leerde hij ook nog gitaar en saxofoon te spelen. Zijn droom om operazanger te worden mislukte, dus besloot hij zich als bluespianist en zanger verder te ontwikkelen. Maar Hawkins was ook nog een groot bokstalent, zo werd hij in 1949 kampioen in het middel zwaargewicht van de staat Alaska. In 1951 sloot hij zich aan bij de band van Tiny Grimes als gitarist, waar hij al opviel door zijn excentrieke kledingkeuze. Na deze periode besloot hij verder te gaan met zijn eigen band. De rest is inmiddels history!

De uit Vancouver (Canada) afkomstige Wayne Lavallee is een nazaat van de indianen die leefden ten oosten van de Mississippi. Deze indianen werden, al ver voor de Afro-Amerikanen, gebruikt als slaven van de blanke landeigenaren. Hierin schuilt dan ook de link met de blues. De muziek die Lavallee op deze cd laat horen heeft verder niets te doen met de blues die wij kennen, maar heeft wel dezelfde intensiteit. Songs over onrecht en pijn, maar vooral over boosheid. Hij werd door zijn ouders in een pleeggezin geplaatst. Jarenlang dacht hij dat zijn ouders niet van hem hielden, maar uiteindelijk besefte hij dat zijn ouders hiertoe werden gedwongen door de Canadese overheid. De Canadese indianen moesten, net als die in Amerika ,‘Amerikaans’ onderwijs genieten. Door het maken van kunst, kan de huidige generatie over politiek spreken en de verhalen vertellen die tot nu toe vaak verborgen zijn gebleven. Deze cd bevat elf nummers die veelal gaan over het leven in de reservaten en hoe het is om een tweederangs burger te zijn. De stem van Lavallee is vol van emotie. De muziek klinkt vaak als popmuziek met wat rockachtige invloeden, doorweekt met trommels en hier en daar de typische indianenkreten. De cd is uitgekomen op het Dixiefrog label; een label dat al eerder een dubbel cd heeft uitgebracht (Rezervation Blues) met muziek gemaakt door indianen. Houd je van wereldmuziek, dan is het zeker de moeite waard om eens naar deze cd te luisteren.


Richard Ray Farrell is in 1956 geboren in het plaatsje Niagara Falls in de staat New York. Na zijn studietijd besluit hij de oversteek te maken naar Europa en zo belandt hij als straatmuzikant in Parijs. Na een jaartje of drie vertrekt hij naar Spanje, waar hij zich aansluit als gitarist van een Blues/Rock band. Met zijn vrouw en kind vertrekt hij hier ook weer, om de komende zes jaar door te brengen in Duitsland. Hier vormt hij zijn eerste eigen band ’The Rich Band’. Met deze band begeleidt hij diverse Amerikaanse bluesartiesten, waaronder R.L.Burnside, Lazy Lester, Frank Frost en anderen die op tournee gaan in Europa. In 1992 verschijnt zijn eerste cd ‘Live in Germany’. In 2001 besluit Richard terug te keren naar de Verenigde Staten. Nu, zo’n acht cd’s later, verschijnt zijn nieuwste cd ‘Camino de Sanlucar’ geheel opgenomen in Sevilla/Spanje met alleen maar Spaanse muzikanten. En dat ze in Spanje ook het juiste bluesgevoel op de plaat vast kunnen leggen, bewijst deze cd wel. De cd bevat in totaal twaalf nummers, waarvan er vier van de hand van Farrell zelf zijn. De acht covers zijn goed gekozen op het ietwat uitgekauwde ‘The Thrill Is Gone’ na. De band, Pepe Bao(bas) en Quique Parrass(drums), klinkt de gehele cd door uitstekend. Een speciale vermelding verdient de pianospeler Alvaro Gandul. Zijn spel is werkelijk subliem te noemen. Op drie nummers speelt de Spaanse meestergitarist ‘Raimund Amador”als gast nog mee.
De stem, maar ook de stijl van Farrell doet denken aan die van Duke Robillard. Zoals het hoort is ook op deze cd het titelnummer het hoogtepunt van deze cd. In dit instrumentale nummer, ‘Camini De Sanlucar’laten Farrell en Amador horen dat zij prima gitaristen zijn. Al met al een prima cd uit weer een verrassend land!


De meeste platenmaatschappijen sturen vaak wat achtergrond informatie mee over de artiest met wie zij een cd hebben opgenomen. Helaas tref ik bij de cd ‘The Best Of’ van ‘Slowman’ geen enkele informatie aan. Ook de website is, voor mensen zoals ik die geen woord Zweeds kunnen lezen, niet echt een informatiebron. Gelukkig biedt Google uitkomst en kom ik erachter dat achter de naam ‘Slowman’ de Zweed Svante Torngren schuil gaat. Een zanger/gitarist die al furore maakte in het begin van de jaren tachtig in zijn thuisland Zweden. Hij maakte toen als gitarist onder andere deel uit van de band ‘2001’en sloot zich later aan bij een Afro-Funk band met de naam ‘Sababas’. In 1985 gooit hij het stokje erbij neer en stopt met zijn muzikanten leven. Nu vierentwintig jaar later zit zijn nieuwe cd in mijn speler. Het getuigt wel van humor om deze cd uit te brengen met de titel ‘The ‘Best Of’.
De cd bevat vijftien tracks die tesamen niet onder één muziekstijl zijn samen te vatten. Zo zijn daar nummers als ‘Take it down’ een lekker bluesrocknummer, ‘Lover in the rain’een mooie ballad, de openingstrack ‘Take The Long Way Home’een popachtig nummer en rocknummers als het titelnummer ‘Slowman’. Al met al genoeg afwisseling in de nummerkeuze met allemaal een hoog muzikaal niveau. Veel samenzang, pittig gitaarwerk en een lekker rauw stemgeluid. Zelf denk ik dat deze band het prima zal doen op menig festival dus wie durft en haalt deze band naar de lage landen?
Voor de volledigheid(al zal niemand ze kennen) nog even de medemuzikanten van de band;
Michael Bergman – zang, gitaar en mondharmonica
Katarina Seger – zang
Lars Lundell – keyboard
Hendrik Nordgren – bas
Stefan Rosén - drums

‘Booker’s Guitar’ is al weer het zestiende album van de in 1951 in New York geboren Eric Bibb. Wat mij meteen aan deze cd bevalt is de aandacht die er is besteed aan de lay-out. In deze tijd van downloaden is het immers goed om hier wat extra aandacht aan te besteden zodat de koper toch wat extra’s krijgt. Het kartonnen doosje is driedelig met middenin de cd (die eruit ziet als een lp). Er is uitleg (zowel in het Engels als in het Frans) over de totstandkoming van de cd. Tevens zit er een boekje bij van maar liefst veertig pagina’s met een biografie van zowel Bibb als Bukka. Ook is er over elk nummer een stukje achtergrond informatie te vinden plus alle songteksten. Verder is op de cd ook nog eens een videoclip toegevoegd van het openingsnummer ‘Booker’s Guitar’.
Het verhaal achter de cd is inmiddels al vele malen in allerlei recensies verteld; tijdens een tournee in Engeland vraagt een fan na afloop van een optreden of Bibb de gitaar van Bukka White wilt zien. De afspraak is snel gemaakt en de volgende dag treffen de twee elkaar in een hotel. Het zien en bespelen van deze gitaar gaf Bibb inspiratie voor het maken van deze cd.
Bibb is één van de weinige Afro-Amerikanen die nog in stijl speelt van de grote blues artiesten die de Delta blues heeft voortgebracht.
Bibb heeft een aangename stem die het midden houdt tussen spreken en zingen. De teksten zijn dan ook overal goed te verstaan. Op de cd staan maar liefst achttien nummers waarvan er zestien door Bibb zelf zijn geschreven. De nummers liggen vaak tegen Folk muziek aan. Het tempo blijft erg rustig maar de nummers zijn stuk voor stuk pareltjes.
‘Booker’s Guitar’ is gewoon een hele mooie luister cd geworden in een stijl die je niet vaak meer hoort.

Snel ook maar aansluiten in rij om niet voor een dichte deur komen te staan. Wij wisten totaal niet wat ons te wachten stond, maar de visoenen van een echt Amerikaans Gospel koor spraken voor zich. In de club stonden keurig allemaal tafels en stoelen en recht voor het podium was nog een tafeltje voor ons vrij. Op het podium stond een vreemd aantal muziekinstrumenten voor een Gospel koor; Dobro’s, een contra-bas, een wasbord, een viool, diverse gitaren en een piano. Op een groot spandoek stond ‘The Asylum Street Spankers, God’s favorite band’. Een bont gezelschap, zeker een mannetje of tien, betrad het podium. Wij keken ons ogen uit en ja, het was Guy Forsyth die zich samen met een dame(Christina Marss) recht voor onze bordjes poseerde. Eén van de bandleden, 'Mysterious John’, stak een bord omhoog met de tekst 'Silence' en kondigde de band aan. Dit was een band die geen gebruik maakte van 'God’s demon electricity'. Na de aankondiging werd het bord ‘Silence’ vervangen door ‘Clapp’en begon de leukste show die ik ooit zag. Gospel, Blues, jaren twintig muziek. Eigenlijk alle stijlen die je kan bedenken kwamen langs. Gebracht in diverse bezettingen en met heel veel humor doorspekt. Ook het Mexicaanse eten smaakte prima. Na afloop kochten wij bij Guy Forsyth nog een cassettebandje dat net was uitgekomen. Guy nodigde ons meteen uit om ’s avonds naar 'Antone’s' te komen voor een optreden met zijn eigen band. Ook dit optreden was geweldig.en zo hadden wij een echt dagje ‘Guy Fosyth’ in Austin.
De band 'The Asylum Street Spankers' bestaat al sinds 1994 en treedt nog steeds met heel veel succes op. Guy Forsyth heeft na vijf jaar de band verlaten en is te horen op de eerste vijf cd’s van de band. Uiteraard toert Guy nog steeds met zijn eigen band en is veelvuldig te beluisteren in de lage landen.

Het nieuwe album ‘Free Your Mind’ bevat elf nummers en is net als het vorige album geproduceerd door Todd Smallwood, die tevens een bijdrage levert op Hammond en twaalf snarige gitaar. De band bestaat verder uit Dave Nordstrom op bas en Rudy Simone op de drums. De zusjes Paula en Pamela Mattioli verzorgen de backing vocals.
Het album opent met het ZZ Top achtige nummer ‘When You love Somebody’ en eindigt met het prachtige ‘The Light’; een slow blues fantastisch gezongen door gastzangeres Lauren Evans. Tussendoor gaat het een beetje alle kanten op; Bluesrock met het nummer ‘Devil In A Doublewide', een nummer als ‘Testament’ onder het kopje ‘Pop’ en een mooie ballad als ‘Peace With The Maker’. Langford beschikt over een lekker rauwe stem en laat zijn gitaar lekker fel klinken. Oké het album is niet zo sterk als zijn voorganger, maar is voor iedereen die van een stevig stukkie muziek houdt het aanschaffen waard.

Krijg ik een cd’tje van Bobtje toegezonden, waarop de band van onze nieuwe medewerker Bob Corritore de begeleiding verzorgt. Vooraf bedenk ik mij dan, dat ik voorzichtig moet zijn in mijn commentaar om hem niet teleur te stellen. Maar na het beluisteren van de cd blijkt mijn angst totaal ongegrond te zijn. Dit is misschien wel het beste wat er is uitgekomen dit jaar op het gebied van authentieke Chicago blues. In een eerder verschenen artikel op deze site is te lezen dat Corritore bandleider en harmonicaspeler is van ‘The Rhythm Room All Stars’, de huisband van de in Phoenix/Arizona gelegen bluesclub ‘The Rhythm Room’. Op deze cd begeleiden zij, samen met diverse gasten, de zanger ‘Big Pete Pearson’(72 jr.) die al sinds de jaren vijftig zijn kunsten vertoont in diverse bands. Big Pete is een echte ‘Blues Shouter’ en met zijn indrukwekkende stemgeluid weet hij het juiste Chicago bluesgevoel vorm te geven. ‘Finger In Your Eye’ bevat tien nummers allemaal van de hand van Big Pete zelf. De cd opent lekker rauw en uptempo met niemand minder dan ‘Pinetop Perkins’ op de piano en al snel is mij duidelijk dat Corritore, die tevens de productie van dit schijfje voor zijn rekening neemt, een uiterst bekwame mondharmonica speler is. In het nummer ‘The Time Has Come’ maakt de band plaats voor die van Duke Robillard. De prachtige opening van Bruce Bears op het Hammond orgel gevolgd door het bariton sax geluid van Doug James, geven dit prachtige nummer een gevoel dat ik kreeg bij de eerste lp van ‘Roomful Of Blues’. Daarna gaat men weer snel over naar de ‘Southside’. Met Eddy Taylor jr. op gitaar volgt het nummer ‘Back Off’. In het rustige nummer ‘Heartaches’ keren Duke Robillard en Bruce Bears weer terug en laat Corritore horen dat hij ook thuis is op chromatische mondharmonica. In de daaropvolgende nummers nemen de pianisten Henry Gray en daarna Matt Bishop het voortouw in de Chicago kraker ‘Mastermind’ en de Boogie ‘That’s That’. De shuffle ‘Gambling With My Heart’ behoort zeker tot de vele hoogtepunten van deze cd. De afsluiter ‘Slippery When Wet’ mag er ten slotte ook zijn. Een slow blues die zo van de hand van good old Muddy Waters zou kunnen zijn. Al met al een prima cd van een geweldige zanger die de echte bluesliefhebber in huis moet hebben!




Het is opmerkelijk dat ik de laatste jaren eigenlijk steeds meer terug grijp naar de Bluesmuziek uit de jaren 50/60/70. En dan ook nog eens naar de Blues die gemaakt is door Afro-Amerikanen. Mensen als T-Bone Walker, Menphis Slim, Muddy Waters en vele anderen. De Blues-Rock kan mij vaak niet echt boeien, alhoewel er ook in dit genre uiteraard uitzonderingen zijn. Het zal wel te maken hebben met het ouder worden. Zo besloot ik gisteravond mijn Albert King cd’s maar weer eens te draaien en dit deed mij weer denken aan een bijzonder optreden. Zoals ik eerder schreef, was het eerste Bluesoptreden wat ik mee maakte dat van mijn grote held Freddie King in het Amsterdamse Paradiso. Daarna struinde ik wekelijks de platenzaken af, op zoek naar al die prachtige lp’s en zo bouwde ik al snel een aardige verzameling op. In die tijd bezocht ik ook wekelijks Bluesconcerten en zag ik al mijn helden live aan het werk. Zo zag ik al snel na Freddie de tweede ‘King’ aan het werk, namelijk BB. BB keerde bijna jaarlijks terug in Nederland, dus deze ‘King’ zag ik zelfs meerdere malen. Het streven was natuurlijk ook die derde ‘King’ live te mogen aanschouwen. Het jaar is mij ontschoten, maar na lang wachten stond hij, Albert King, uiteindelijk geprogrammeerd in Paradiso. Geen twijfel mogelijk, hier moest ik bij zijn! De kaarten waren snel geregeld en ik kon haast niet wachten tot dit optreden plaats zou vinden.
Het was nog in de tijd, dat Paradiso altijd tot de nok toe gevuld was bij Bluesconcerten en ook deze avond was dat het geval. Op het podium stonden de instrumenten al opgesteld en was er een spotlight gericht op een barkruk, waar bovenop de openstaande gitaarkist van Albert lag. De band opende met een strak Bluesschema en na enige maten kronkelde de rook uit zijn pijp al het podium op, gevolgd door uiteraard Albert zelf. Wat een reus van een kerel zeg! Zowel Freddie als BB mogen er wezen, maar bij deze man vergeleken waren dat maar kleintjes. De

Het internet is toch een prachtig medium. Het brengt mensen met dezelfde hobby makkelijk met elkaar in contact. Zo kreeg ik via mijn site een mailtje vanuit Duitsland van ene Ignaz Netzer. Hij vroeg mij of ik iets wilde schrijven over zijn dvd, die hij samen met Thomas Scheytt op 10 augustus 2008 had opgenomen in de tuin van het prachtige kasteel ‘Burg Stettenfels’, gelegen in de plaats Untergruppenbach te Duitsland. Thomas Scheytt is geboren in het jaar
Al tijdens het openingsnummer ’Key To the Highway’ is het mij duidelijk dat ik hier te maken heb met twee heren die gelouterd zijn op hun instrument. Daarnaast beschikt Ignaz over een zeer warm stemgeluid en aan niets (op de intermezzo’s na) is te horen dat deze heren uit Duitsland komen. Het klinkt allemaal zeer overtuigend en internationaal.
Ignaz speelt zowel akoestische- als de elektrische gitaar. Slag,solo, fingerpickin’ en bottleneck, het maakt niet uit. al deze stijlen heeft hij dik onder controle. Ook pianist Thomas Scheytt bespeelt zijn instrument met verve; makkelijk switchend van een slow blues naar een lekkere Boogie Woogie. In het door Otis Spann geschreven ‘It Must Have Been The Devil’ legt Ignaz zijn gitaar terzijde en haalt hij voor het eerst zijn mondharmonica tevoorschijn. Ook op dit instrument voelt hij zich duidelijk thuis en doet hij niet onder voor de gerenommeerde bespelers. Al met al een zeer goed optreden waar het speelplezier vanaf straalt. De beelden voegen echter weinig toe, maar lieten mij wel kennis maken met deze voor mij onbekende maar uitstekende muzikanten uit ons buurland.
Voor meer informatie:
Tracklist:
1. Key To The Highway (Big Bill Broonzy)
2. Big Bill Blues (Big Bill Broonzy)
3. Neros Boogie (Netzer/Scheytt)
4. Rambling On My Mind (R.Johnson)
5. It Must Have Been The Devil (O.Spann)
6. Keep On Gwine (M.Lastie)
7. Let The Good Times Roll (S.Moore/S.Theard)
8. Highway Blues (C.Musselwhite)
9.
10. Take A Walk With Me (R.J. Lockwood)
11. H.J. Spechts Blues (Netzer/Scheyt)
12. Corinna, Corinna (Trad.)
13. Boogie-Woogie Stomp (A.Ammons)
14. Drowning In The Blues (Netzer/Scheytt)
15. Tricky Chick (Netzer/Roggors)
16. The Devil Is A Woman (Netzer)
17. Bessie Please Come Home (Netzer)
18. Shorty (Netzer/Scheytt)
19. Blues is Allright (Netzer/Scheytt)
20. Ain’t Nobodies Business (Grainger/Robbins)

(de informatie over KingMo is deels afkomstig van de bijdrage van Phil Bee zelf aan de site www.bluesforum.nl)
![]() ![]() ![]() | Big Blind: 12 September, Bikes ’n Blues Het was heerlijk om vijf maanden na mijn mislukte knieoperatie weer eens een avondje weg te kunnen gaan. Ik was verzekerd van een zitplaats, met dank aan Berry en Rian, en ook het vervoer was geregeld. De band die het seizoen mocht openen was ‘Big Blind’. Zij deden dit ook al in 2007, maar toen waren zij echter nog het bandje in het voorprogramma van ‘The Lester Butler Tribute Band’. In mijn verslagje van deze avond schreef ik: “Het komt niet vaak voor dat ik het voorprogramma beter vind dan de hoofdact, maar dit was deze avond echter wel het geval. Big Blind teert niet op uitgekauwde bluesthema's, maar spelen de blues anno 2007. Fris en zeker niet saai. Heerlijk om wederom in Bikes 'n Blues een jonge, voor mij onbekende, Nederlandse bluesband te zien.” En wat is het nadien hard gegaan met deze band! Inmiddels is alweer de 2e cd ‘Circus Left Town’ op het Cool Buzz Label uit (een cd die overal zeer lovende kritiek mocht ontvangen) en hebben zij op allerlei grote podia en festivals in Nederland gestaan. Ook in het buitenland bleven zij niet onopgemerkt; zo stonden zij in Engeland, Duitsland en België al op gerenommeerde festivals. En als je het dan ook nog, zeker als een bluesband, flikt om op tv (Raymann Is Laat) te komen, dan heb je het toch wel gemaakt, dacht ik zo! En ook vanavond maakten zij hun reputatie waar. In een behoorlijk gevulde zaal, met weer bekende maar gelukkig ook weer vele onbekende gezichten, gaan ze er volop tegen aan. Waren het in 2007 nog jonge honden, nu staat er een volwassen band met een geheel eigen stijl. Natuurlijk zijn er nog invloeden van Lester Butler te horen, maar het zijn voornamelijk de eigen geschreven nummers die deze band uniek maken. Het is jammer dat deze band niet op een festival als Lowlands staat. Dit zou voor de blues namelijk de weg kunnen openen naar een nieuwe generatie. Een generatie die niet meer zit te wachten op ellenlange solo’s, maar waar de muziek van Big Blind zeker een kans van slagen heeft. Helaas hield ik het gezien mijn conditie nog niet vol om de hele avond uit te zitten en heb ik waarschijnlijk het beste gemist. Maar wat ik heb gezien was weer helemaal top! Foto’s: Marga Moester. |
![]() ![]() | The Veldman Brothers: 8 mei, Bikes ‘n Blues Amstelveen Na meer dan drie maanden binnen te hebben gezeten kon ik de drang niet weerstaan om toch even te gaan kijken naar ‘The Veldman Brothers’. En dat was weer genieten zeg! In 2008, nota bene in Memphis, had ik het er met Rian over dat het toch leuk zou zijn om deze band eens te strikken voor een optreden in Amstelveen. Helaas kon ik er de eerste keer niet bij zijn vanwege mijn verrotte knie dus moest het nu maar gebeuren. Na de aankondiging van Berry was het in het eerste nummer nog even zoeken naar de juiste balans, maar daarna gingen ‘The Brothers’ los. De drummer van de band, Marco Overkamp, is misschien wel de laagst zittende drummer die ik ooit heb gezien. Tezamen met de altijd lachende bassist Donald van der Goes vormen zij de gedreven ritmesectie van de band. Op zowel het mond- als het Hammond orgel (oh wat heerlijk toch) Bennie Veldkamp en zijn broer Gerrit op gitaar. Beide broers nemen ook nog de zang voor hun rekening. In twee sets zorgde de band dat de beentjes van de vloer gingen. Het repertoire bestond vanavond uit covers en zelfgeschreven nummers. Gerrit is een allround gitarist die ook nog eens uitstekend zijn slide weet te gebruiken. Zelf vind ik Gerrit een betere zanger dan Bennie, maar die afwisseling tussen die twee maakt het ook wel weer leuk. Bennie speelt weer prima mondharmonica en wisselt dit af met prachtige partijen op zijn orgel. De band staat aan de vooravond van hun ‘Jimi Hendrix Tribute Tour’ waarvan al een paar nummers werden uitgeprobeerd. Ook bij deze nummers gaven zij hier hun eigen sound aan mee. Om een uurtje of één had ik het wel gehad, maar begonnen ‘The Brothers’nog even aan een toegift. Ik wens alle bezoekers en betrokkenen van Bikes ‘n’ Blues een prima zomer toe. Hopelijk gaat het na de zomer allemaal weer gewoon verder! |


![]() ![]() ![]() | Tony Vega: 7 november, Bikes ’n Blues Amstelveen Ik had nog niet eerder gehoord van Tony Vega, maar iemand die afkomstig is uit Texas heeft bij mij altijd een streepje voor. De site van Vega geeft weinig info over de man zelf en ook op de rest van het Net is weinig over zijn carrière te vinden. Als begeleiders voor deze tour was de ritme sectie van Black Top (Anne-Maarten ‘Hills’ van Heuvelen op bas en Theo ‘Thumper’ Outhuijse op de drums) aangetrokken. Een tweetal die ik dit jaar al eerder zag in Bikes’n’Blues ( zie verslag van Black Top d.d. 14/03/’09) en dat toen stond als een huis. Ik nestelde mijzelf op de bank in afwachting van wat er zou gaan komen. Om ongeveer half elf was de aftrap (waar was je Berry?) en van het begin af aan was het mij duidelijk, dat dit wel eens een mooie avond zou kunnen gaan worden. Wat een geweldig duo, Hills en Thumper, is dat toch zeg. Het leek wel of zij al jaren met Vega speelden. Elke Amerikaanse gitarist zou zo op het vliegtuig kunnen stappen om met dit duo op tournee te kunnen gaan. Hills wisselde vanavond zijn elektrische bas af met zo’n mooie staande contra bas en Thumper sloeg weer op zijn pannen alsof zijn leven er van af hing. Er kwamen voor mij heel veel onbekende eigen nummers langs en een aantal covers zoals ‘Sugar Coated Love, Too Many Drivers, Jet Airliner en I’m Going Down’. Vega heeft weinig uitstraling en lijkt meer op een kantoorbediende dan op een doorgewinterde bluesgitarist, maar wat kan die man heerlijk spelen zeg op zijn ietwat versleten Fender. Voor mij(ik heb helaas niet alles gezien) was dit, tot nu toe, het beste optreden van dit jaar in Amstelveen. Foto's: Wim Boelman |

Met tegenzin schuif ik het laatje van mijn cd speler dicht om vervolgens na bijna 70 minuten te moeten constateren dat ik mijn mening over deze band drastisch moet herzien. Deze band bestaat namelijk uit een aantal topmuzikanten. Een zanger/gitarist,Warren Haynes, die nergens uit de bocht gaat en dat typische jaren zeventig rock zang geluid heeft en ook nog eens een fantastische gitarist is. Een ritme sectie ‘Jorgen Carlsson (bas) en Matt Abts (drums)’ die voor de perfecte variatie zorgt. Voeg daar vervolgens nog multi-instrumentalist ‘Danny Louis’ toe en je hebt de perfecte samenstelling voor al dit moois.
Vanaf het openingsnummer ‘Broke Down On The Brazos’ (gebouwd rond een lekker stampende baspartij met twee heerlijk klinkende funky gitaarpartijen), tot aan het laatste nummer ‘World Wake Up’ blijft deze cd mij boeien. Vooral de diversiteit is groot. Ik hoor diverse muziekstijlen zoals folk, reggae, blues, rock en zelfs psychedelica langs komen. Voor mij is het hoogtepunt van deze cd nummertje negen ‘Inside Outside Woman Blues #3’. Een maar liefst negen minuten durend nummer met een rustige opening dat overgaat in een pittig middenstuk en afsluit met een prachtig gespeelde slow blues. Ik ben om, dit is een prachtige cd die al een hele week in mijn speler draait.

Vanwege het vijfjarig bestaan van de Nederlandse formatie ‘The Veldman Brothers’ heeft deze band dit jaar een jubileum toer gemaakt door Nederland. Tijdens deze toer zijn er ook opnames gemaakt. Dit gebeurde in het Witte Theater te IJmuiden in het kader van de ‘Bluestrain FM Sessies’. De cd is op vele sites al besproken en heeft de nodige lof al mogen ontvangen. Ik heb de cd nu een aantal malen beluisterd en ik kan mij hierbij geheel aansluiten. De band, Gerrit Veldman (gitaar en zang)/ Bennie Veldman (Hammond, mondharmonica en zang)/Marco Overkamp (drums)/Donald van der Goes (bas), gaat er vanaf het eerste nummer ‘Harponized’, met Bennie in de hoofdrol op harmonica, meteen flink tegenaan. Vervolgens wordt dit lichtste bluesinstrument vervangen door het zwaarste namelijk, mijn favoriete instrument, het Hammond orgel. En ja, dan wordt het eigenlijk alleen maar mooier. Samen met broer Gerrit worden er prachtige solo’s gespeeld, goed ondersteund door Marco en Donald. Het is een verademing om weer eens een echte bluesband te horen. Eigen nummers worden afgewisseld door goed gekozen covers. Al met al een cd om als Nederlander trots op te zijn!


Ik woonde nog thuis bij mijn ouders en was lekker hard op een geleende elektrische gitaar aan het rammen. Opeens kwam mijn pa met een rood aangelopen hoofd mijn kamertje binnen stormen. Wat bleek, de nieuwe buurman (een beer van een kerel) stond aan de deur te kloppen. “Je moet ook niet zo’n herrie maken. Je ziet wat daarvan komt. Ga zelf maar open doen” ,zei mijn pa. Dat was mijn kennismaking met onze nieuwe buren Hein en Bep Beek! Het leuke was dat Hein helemaal niet kwam klagen, maar benieuwd was wie er gitaar zat te spelen. Al snel klikte het met mijn nieuwe buren en liet Hein mij kennismaken met de betere Country muziek en liet ik Hein mijn nieuwste Bluesplaten horen. Hein en Bep hadden in Amsterdam het café ‘The Seahorse’ aan de Martelaarsgracht en bleken toffe gasten te zijn. Toen ik ging samenwonen in 1982 verwaterde het contact. Hein, zo vernam ik van mijn ouders, verhuisde naar Almere waarna het contact definitief eindigde, omdat hij mijn en ik zijn telefoonnummer niet meer had.
Zomaar een avond in 1995. Op het programma van Paradiso staat ‘Dale Watson & His Lonestars’ aangekondigd, een voor mij onbekend bandje. Verder weinig info alleen dat deze Dale afkomstig is uit Austin/Texas. Genoeg reden om eens te gaan kijken naar deze band, want er was tot nu toe geen band of artiest tegengevallen afkomstig uit deze plaats. In Paradiso verwachtten ze blijkbaar weinig mensen, want er stonden overal tafeltjes en stoeltjes in de grote zaal. Er waren blijkbaar een aantal mensen aanwezig die Dale al eens in Austin hadden gezien, want Dale speelde zelfs een aantal nummers voor hen. Zo ook voor ene Bep. Er is echter geen bel die bij mij na vijftien jaar gaat rinkelen.
Een jaar later ga ik zelf voor de eerste keer naar Austin. Op een avond eten wij een hapje in de ‘Broken Spoke’. Al snel na het eten komen er wat muzikanten binnen die hun spullen in het café gedeelte uitstallen. Verder is het nog bijna leeg. Een lange blonde meid komt op ons tafeltje aangelopen en vraagt waar wij vandaan komen. “Uit Amsterdam”. De reacties zijn dan meestal leuk, omdat iedereen in de wereld Amsterdam natuurlijk kent vanwege de Wallen en de Coffeeshops. De dame, Debra Peeters (zangeres/accordeoniste), kwam echter met een heel andere vraag op de proppen: “Do you know Hein Beek?” Ja hoor, het bleek te gaan om mijn oude buurman! Ze vertelde dat ze Hein en Bep al diverse keren had ontmoet in Austin. Ze had ook opgetreden in Nederland en bij Hein en Bep geslapen.
Bij thuiskomst heb ik toen het telefoonboek van Almere maar eens opengeslagen en ja hoor, bij de tweede ‘Beek’ was het raak. “Hé Hein met
In 2004 won ik met een lullig spelletje van Martin Air een retourticket naar Orlando/Florida voor twee personen. Ik moest op korte termijn (twee weken) weg. Hein was inmiddels met prepensioen en wilde natuurlijk wel mee, maar hij wilde dan wel doorreizen naar Austin.
Op het vliegveld van Orlando huurden wij een auto en reden dwars door Louisiana op naar Texas, waar wij ook weer een optreden bijwoonden van onze held ‘Dale Watson’. En nog steeds bezoeken Hein en ik concerten in o.a. Paradiso, het Patronaat en Bikes ’n Blues.
Zo zie je maar, hoe een gezamenlijke hobby (de liefde voor muziek) je weer na jaren bij elkaar kan brengen.
Meer weten over Dale Watson bezoek dan zijn website www.dalewatson.com

Afgelopen week las ik een stukje in de krant over Nina Hagen. Nina heeft zich bekeerd tot het christendom en in maart van dit jaar komt haar boek ‘Bekentenissen: Mijn weg naar God’ uit. Zo zie je maar hoe een leven vol drugs en rock ‘n’ roll kan keren. Nina was eind jaren zeventig een opvallende verschijning in Amsterdam. Samen met haar toenmalige vriend Ferdi Karmelk (de vader van haar dochter Cosma Shiva Hagen) kwam ik ze vaak in euforische staat tegen in Amsterdam Oost, waar ik toentertijd als glazenwasser werkzaam was. Deze Nina was echter niet de enige Nina die Amsterdam als tijdelijke woonplaats koos.
De Jan van Goyenkade is gewoon een rustige straat in Amsterdam. Van 1990 tot aan 1992 had deze straat echter een wereld beroemde bewoonster namelijk Eunice Kathleen Waymon. Een naam die waarschijnlijk bij niemand een bel doet rinkelen. Zij is dan ook beter bekend als Nina Simone. Nina werd geboren op 21 februari
Nina Simone overlijdt op 21 april 2003 ( tweede paasdag) in haar huis in Carry-le-Rouet in Frankrijk aan de gevolgen van borstkanker.
![]() ![]() ![]() | El Rio Trio: 28 November, Bikes ’n Blues Na $lim, $lip and the $liders (zie verslag van 11 april) stond er vanavond voor de tweede keer dit jaar een Rock ‘n’ Roll/Rockabilly band op het programma, namelijk het viertal (Hans, Richard, Wouter en Bopper) van het El Rio Trio uit Amsterdam. Dit ‘trio’ deed zeker niet onder voor de uit Engeland afkomstige $liders. Dus het gezegde ‘wat van ver komt is lekker’ ging in dit geval niet op.‘Rock ‘n’ Roll is een muziekstijl die deze jongens in het bloed zit’, is de openingszin van hun website. Een stelling waarin ik mij, na vanavond, helemaal in kan vinden. Hans op drums en Bopper op de contrabas vormen samen een solide ritme sectie. Ik heb zelden een bassist gezien bij wie de term ‘Slappin’ Bass’zo goed van toepassing is. Zijn contrabas ligt vast nog na te smeulen in zijn kist. Wouter, de sologitarist, moet wel een groot liefhebber van Brian Setzer zijn, want zijn stijl van spelen deed mij veel aan hem denken (erg goed dus). En dan is er nog Richard op slaggitaar; zijn snaren waren vanavond helaas niet opgewassen tegen zijn fanatisme. De nadruk bij dit ‘trio’ ligt muzikaal gezien op het gebied van de Rockabilly, maar ook de Country en uiteraard de Rock ‘n’ Roll stonden op het programma. Zowel eigen nummers als covers passeerden de revue. Het feit dat er drie leden (Hans, Richard en Bopper) kunnen zingen, geeft deze band een extra dimensie. Bopper heeft een hoger stemgeluid dan Richard, wat vaak tot een mooie samenzang leidde. Het was gewoon weer een lekker avondje uit en het geluid was weer top! Voor wie het heeft gemist: het El Rio Trio speelt op 6 december in Syl’s Place te Purmerend. Foto's: Wim Boelman. |

De van oorsprong uit Harderwijk afkomstige bluesrock formatie BlueShaker bestaat al weer meer dan tien jaar. Ter gelegenheid hiervan werd er in 2008 een concert gegeven in het cultureel centrum Estrado te Harderwijk. Tevens verzorgde de band in dit zelfde jaar een optreden op het Koetstockfestival te Kockengen. Van deze twee optredens is er nu een compilatie cd verschenen welk een uitstekend beeld geeft van wat je kan verwachten bij een optreden van deze band. Net als vroeger bij de lp is de cd opgebouwd, weliswaar virtueel, in zeg maar twee kanten. Op de eerste kant staan vijf nummers van het optreden in Harderwijk en op kant twee staan zes nummers van het optreden op het Koetstockfestival. Van deze elf nummers zijn er tien covers en is er slechts plaats voor één eigen nummer (L-Lady). Wat betreft de keuze van de covers is het jammer dat er gekozen is voor nummers die al vele malen, op een drietal na, zijn gecoverd. Het geluid van de band wordt voornamelijk bepaald door gitarist Bart Jansen. Ik moet zeggen dat hij zijn instrument en zijn pendalen zeer goed beheerst en hij behoort, in mijn ogen, zeker tot de top van Nederland binnen dit genre. Daarnaast beschikt de band over een zanger (Arne Goossens) met een lekkere rauwe stem die hier prima bij aansluit. De Ritme sectie is bij het mixen van de cd, wat mij betreft, iets teveel naar de achtergrond verdrongen wat ten koste gaat van het totaal geluid. Ik denk dat deze cd gretig aftrek zal vinden bij diegenen die deze band live zien spelen en zij zullen zeker niet worden teleurgesteld. Nog even voor de volledigheid; de band bestaat uit Chanie Chang op bas, Marcel Landman op drums en natuurlijk de al eerder genoemde Bart Jansen en Arne Goossens.. Als gastspeler op de nummers ‘Messing With The Kid’ en ’Going Down’ komt Bennie Veldman op de bluesharp ook nog even langs.

Vanwege de naam van de band werd ik even op het verkeerde been gezet. Niet een uit Texas afkomstig trio, maar gewoon een band uit ons eigen kikkerlandje. Als ik op het hoesje kijk, zie ik de naam prijken van Theo ‘Thumper’ Outhuijsse op drums. Ik had voor 2009 nog nooit van hem gehoord, maar dit jaar zag ik hem al optreden met de formatie Black Top en de uit Texas afkomstige zanger/gitarist Tony Vega. Bij beide optredens maakte hij op mij een uitstekende indruk, dus met het drumwerk zou het ook hier wel goed zitten! De frontman van dit trio is Hans Klerken (alias Johnny Clark) zang en gitaar en op de bas Ray Oostenrijk. De cd telt dertien nummers en zijn allen geschreven door Hans Klerken waarvan een aantal in samenwerking met Dede Priest. Een hele prestatie op zich dus. De songs zijn allemaal geworteld in de Blues. Lekkere shuffles als ‘Sugah Darlin’, ‘Gospel Of Thomas ‘en het instrumentaal gespeelde ‘Outlaw Shuffle’ passeren de revue. Maar er zijn op deze cd ook invloeden te horen uit andere genres zoals Soul, Country en Folk. Tegenwoordig vaak samengevat onder de term ‘Americana’. Op een aantal nummers zijn wat gasten (Martijn van Toor/sax, Ben Bouman/mondharmonica en Mike Roelofs/hammond) toegevoegd die vaak net even de kers op de pudding zijn. Zelf vind ik het jammer dat de cd vrij ingetogen klinkt. Nergens gaat de band zich te buiten aan goed klinkende solo’s of geeft het net dat beetje extra’s. Zeker wel een lekker cd’tje, maar niet eentje die op vele top tien lijsten van dit jaar zal worden terug gevonden.

Op vier december 2008 schreef ik een recensie over de cd 'In The Meantime' van de band Soul Return. Soul Return bestond uit de leden van ‘The Imperial Crowns’, behalve hun zanger Jimmy Wood die was vervangen door Kellie Rucker. Tijdens het beluisteren van de nieuwste cd van Kellie Rucker ‘Blues Is Blues’ kwamen mij heel veel nummers wel erg bekend voor. Het blijkt hier dan ook te gaan om een verzamel cd waarop Kellie haar lievelingsnummers heeft gezet van de laatste vier jaar. Maar liefst zeven van de dertien nummers zijn afkomstig van de cd van Soul Return. De overige zes nummers zijn afkomstig van haar eerder verschenen cd’s ‘Ain’t Hit The Bottom’ en ‘Church f Texas’.
Kellie Rucker is geboren in Oklahoma City, maar haar familie verhuisde diverse malen om uiteindelijk via Texas, Virginia en Florida zich te settelen in Connecticut. Als twaalfjarig meisje ontdekte Kellie de blues en begon ze te oefenen op de mondharmonica. Op haar zeventiende startte zij haar eerste bandje,genaamd ‘Blues for Breakfast’. Zelf verhuisde zij ook een aantal malen en tijdens haar verblijf in Los Angeles ontmoette ze Debbie Davies, de gitarist van de band van Albert Collins, met wie zij een eigen band formeerde en waarmee ze twee jaar toerde.
Uiteindelijk belandt ze in ‘The Screaming Buddaheads’, de band van gitarist B.B. Chung King, waarin zij maar liefst vijf jaar verblijft. De laatste vier jaar staat Kellie op het podium onder haar eigen naam met haar eigen band. Zelf omschrijft zij haar muziek als volgt: ‘If I was a biscuit, the list of musical ingredients would include a big bowl full of Blues, a spoonful of Rock, a pinch of Zydeco, a zest of Swing, a half-cup of Americana and a dash of Soul Music!’. In deze omschrijving
Voor diegene die nog nooit iets van Kellie Rucker hebben gehoord is deze cd dus een uitstekend startpunt om mee te beginnen. Op zondag 7 februari is deze uitstekende zangeres en mondharmonicaspeelster ‘Live’ te aanschouwen in Bluesclub XXL te Wageningen.

Afgelopen week zag ik in ‘De Wereld Draait Door’ Sjaak Swart weer eens op tv. Dit was vanwege het verschijnen van zijn biografie. Ik heb Sjaak Swart verschillende malen ontmoet en ook heb ik een aantal malen, na zijn prof periode, tegen hem gevoetbald. Sjaak kon heel erg slecht tegen zijn verlies. Ik weet nog dat ik speelde in het eerste zaterdagelftal van BDK (Bok De Korver) en dat wij met 5-1 wonnen van Sjakie’s elftal. Na afloop sommeerde Sjaak iedereen van zijn elftal om niet bij ons (die asocialen) de kantine in te gaan, maar om samen met hem te vertrekken naar onze buren van Blauw Wit. Ook heb ik hem vaak gezien in zijn hoedanigheid als uitbater van het café in de Jaap Edenhal. In deze ijshockeyhal werden in de jaren zeventig en tachtig prachtige concerten gegeven. Veel grote bands hebben hier ooit opgetreden. Ik was hier dan ook regelmatig te vinden en bracht dan vaak een bezoekje aan zijn cafetaria. Zo ging ik in mijn herinnering terug naar de vierentwintigste maart van 1976, de dag van mijn moeders verjaardag. Het familiefeestje liet ik graag schieten, want er stond die avond een geweldige gitarist in de Edenhal. Al vroeg was ik vertrokken om een goed plaatsje voor aan het podium te kunnen bemachtigen. Om mij heen verzamelde zich al snel allemaal mensen gekleed in zogenaamde houthakkersshirts, het typerende kenmerk van de uit Ierland afkomstige Rory Gallagher. Al snel was de hal afgeladen vol, want Rory was ongekend populair in die tijd. Na enig wachten verscheen de band van Gallagher, Lou Martin/keyboards. Gerry McAvoy/bas en Rod de’Ath/drums, op het podium met in hun kielzog de master himself. Ongelooflijk zoals die band te keer ging in die jaren. Hoogtepunt voor mij was toch wel de akoestische set die Gallagher in zijn eentje speelde. Deze set was zo vreselijk intens gespeeld en bracht de menigte in de Edenhal in vervoering. Via Google heb ik nog even de set-list van deze avond opgezocht:
I Take What I Want
Bought And Sold
Garbage Man
Walk On Hot Coals
Let Me In
Ain't Too Good
Cradle Rock
Early In The Morning (with Want-Ad Blues (aka Real Good Man)> My Baby> Tell Me Why)
Pistol Slapper Blues
Too Much Alcohol
Out On The Western Plain
Goin' To My Hometown
Souped Up Ford
All Around Man
Bullfrog Blues
Uiteraard bleef ik Gallagher de jaren er na volgen en zag ik hem regelmatig optreden zowel in de Edenhal als in Paradiso. De laatste keer dat ik kaartjes had voor een optreden in Paradiso stond ik voor niets voor de deur. Het concert kon geen doorgang vinden vanwege de slechte gezondheidstoestand waarin hij zich bevond. Dit was in 1995. Rory stierf dat jaar in Juni op slechts 47 jarige leeftijd. Alcohol maakt nu eenmaal meer kapot dan je lief is!

De cd opent met ‘Black Rose’, een nummer van één van mijn favoriete songwriters Billy Joe Shaver. Dit nummer is van zichzelf al zo’n beauty dat het moeilijk is om hier nog een slechte uitvoering van uit te brengen. Na het goed uitgevoerde ‘Whiskey Bent And Hell Bound’ van Hank Williams Jr. volgt er een prima versie van de klassieker ‘Only Daddy That’ll Walk The Line’ van Ivy J. Bryant Jr., een nummer dat ook al is vertolkt door mensen als Waylon Jennings, Roger Miller en Hank Williams Jr.
Het duet ‘A Couple More Years’ met de eveneens uit Texas afkomstige zangeres Amber Digby is van een onverstelbare Country schoonheid met op de achtergrond het huilende geluid van de Steel gitaar. De cd gaat verder met een prima uitvoering van ‘Need A Little Time Off For Bad Behavior’ (dit blijft natuurlijk een prachtige titel) een nummer wat ik zelf alleen ken in de uitvoering van David Allan Coe.
‘Sunday Morning Coming Down’, een nummer van een andere grote songwriter namelijk Kris Kristofferson, is na de bewerking van Johnny Cash bijna voor niemand meer beter te doen. Hetzelfde geldt ook voor de door Guy Clark geschreven klassieker ‘Desperados Waiting For A Train’. De cover die David Allan Coe van dit nummer opnam is in mijn ogen ook niet meer te overtreffen. Uiteraard mag op deze cd een nummer van Willie Nelson, toch wel de grootste Outlaw, niet ontbreken. Op deze cd staat het nummer ‘Bloody Mary Morning’.


Eerlijk gezegd had ik nog niet eerder gehoord van de uit Atlanta afkomstige ‘The Patrick Vining Band’ en ook niet van de gitarist Mike Bourne die een speciale vermelding krijgt op het hoesje. Eigenlijk zijn dit voor mij de leukste cd’s om te ontvangen. Soms ben je teleurgesteld na het beluisteren, maar het komt ook vaak voor dat ik aangenaam verrast word. En dat is bij deze cd zeker het geval. Een cd vol heerlijke Jump-Blues zoals die tijdens de jaren ’40-’50 werd gebracht door de zogenaamde Blues-shouters als bijvoorbeeld Big Joe Turner. Patrick beschikt over een lekker stemgeluid die in mijn oren klinkt als een mix tussen de stemmen van Jimmy Witherspoon en Kim Wilson. Gitarist Mike Bourne heeft een lekker ‘vet’ gitaargeluid en is sterk in vooral de begeleiding, iets wat in dit genre belangrijker is dan het ellenlang soleren. Naast deze twee mannen verdient ook pianist/organist Matt Wauchope zeker een vermelding; hij is het die zorgt voor dat lekker rollend pianogeluid. De cd bevat tien nummers waarvan zes geschreven zijn door het duo Vining/Bourn. Eén nummer is van de hand van Jimmy Witherspoon (Money’s Getting Cheaper), twee nummers (Atlanta Boogie & Someday) zijn van de eveneens uit Atlanta afkomstige veteraan Tommy Brown (hij had in 1956 al een nummer 1 hit met ‘Weepin And Cryin’) die zelf als gast het nummer ‘Atlanta Boogie’ zingt. De cd sluit af met ‘Last Meal’ van Jimmy Rodgers. Degene die van dit genre binnen de Blues houden zullen na aanschaf zeker niet teleurgesteld worden. Het enige minpuntje is dat deze cd na nog net geen veertig minuten alweer is afgelopen.

Eind jaren zeventig zat er een kroeg in de Amsterdamse Voetboogsteeg waar geruime tijd op de zaterdagavond een bluespianist speelde. Bijna wekelijks was ik hier te vinden om eventjes naar hem te luisteren. Rokend als een ketter, bracht hij hier zijn prachtige muziek die recht uit zijn hart kwam. Zijn naam was Son McGauley. Hij speelde nog een rolletje in de film ‘ChaCha’ van Herman Brood waarin hij de legendarische woorden ‘The Blues goes on forever’ sprak, waarna hij achter de piano kroop om samen met o.a. Hans Dulfer (de ‘Dulfer Gang’) een prachtig Bluesje te spelen. Nadien heb ik helaas nooit meer iets van hem vernomen. In deze film ‘Cha Cha’ zit nog een scene die mij terug doet denken aan een wel heel bijzonder optreden. Het is de scene, met de onlangs overleden Ramses Shaffy, die is opgenomen in het Sonesta hotel (tegenwoordig heet dit het Renaissance hotel) waar Herman toendertijd zijn intrek had genomen. Aan dit hotel is een conferentiecentrum gekoppeld dat is gevestigd in de prachtige ‘Ronde Lutherse Kerk’. In die jaren werden hier ook optredens georganiseerd. Een prachtig optreden wat ik hier zag is mij altijd goed bijgebleven. Het was het optreden van de meester op de twaalf snarige gitaar Leo Kottke. Maar eigenlijk was het niet zo zeer ‘Kottke’ die mij is bijgebleven, maar de man die het voorprogramma verzorgde. Nadat alle lichten waren gedoofd verscheen er het schijnsel van een zaklampje wat scheen op het aanwezige publiek. Minutenlang ging dit door totdat een stem “I’ll find you” zei. Vervolgens ging het toneellicht aan en stond er een vreemd wezen met het zaklampje nog aan op het podium. De man droeg een zogenaamde Panama hoed, een donkere zonnebril en een jagerspak. Zijn naam: Leon Redbone.
Leon Redbone is wel de meest mysterieuze artiest die er is. Over zijn afkomst en zijn geboortedatum doen verschillende verhalen de ronde. Tot aan de dood van Frank Zappa gingen er zelfs geruchten rond dat deze Leon Redbone eigenlijk Frank Zappa zelf zou zijn. Redbone staat dan ook bekend als de bekendste niet bekende Amerikaanse muzikant. Hij duikt in de jaren zestig opeens op in Ontario/Canada, waar hij naam maakt met optredens op verschillende festivals. Volgens een artikel dat over hem verschijnt in de jaren tachtig in de ‘Toronto Star’, laat hij bij aankomst in Canada zijn naam veranderen. Zijn oorspronkelijke naam zou Dickran Gobalian zijn en volgens dit artikel zou hij geboren zijn op het eiland Cyprus uit Armeense ouders. Zelf geeft hij bij aankomst 29 oktober 1929 als geboortedatum op, maar aannemelijker is dat zijn echte geboortedatum 26 augustus 1946 is (een datum die later verschijnt in diverse publicaties).
Al met al creëert hij een waas van geheimzinnigheid rondom zijn persoon en blijft hij tot op de dag van vandaag een echt ‘Cult’ figuur. In 1975 verschijnt zijn eerste LP ‘On The Track’.
Leon begeleidt zichzelf op de gitaar, maar heeft deze avond ook een tuba speler meegenomen die de baspartijen verzorgt. Het repertoire bestaat voornamelijk uit jaren twintig Jazz & Blues. Veel covers van o.a. Jerry Roll Morton en Fats Waller, maar natuurlijk ook eigen geschreven werk dat in dezelfde traditie geschreven is. Zijn heerlijke muziek tezamen met zijn bizarre humor maakt het tot een genot om dit optreden bijgewoond te mogen hebben.
In 1979 overleeft Leon een ongeluk met een klein vliegtuig in Virginia en heeft daarna nooit meer gevlogen. Het gerucht gaat dat hij nu samen met zijn vrouw Beryl Handler (een jazz producer) in de buurt van New Hope (Pennsylvania) zou leven en een dochter zou hebben. Leon heeft vele cd’s opgenomen en als je van ‘leuke’ muziek houdt moet je er zeker eens naar gaan luisteren!

Graag wil ik een cd onder de aandacht brengen die al in 1999 is opgenomen in New Orleans. Waarom dat is zal ik even kort vertellen. Ten eerste gaat de opbrengst van deze cd geheel naar de uitvoerende toe en ten tweede natuurlijk omdat het een voortreffelijke cd is. Rick Allen woont in het plaatsje Lacombe in de staat Louisiana, zo’n

Eerder schreef ik een stukje over Yank Rachel, een man die opviel binnen de Blues, omdat hij, zeker voor dit genre, een ongebruikelijk instrument (mandoline) bespeelde. Er is echter nog iemand die ook een instrument bespeelde, namelijk de viool, welke je niet vaak tegenkomt binnen de Blues. Die persoon was Clarence ‘Gatemouth’ Brown. Clarence staat ook wel bekend als de Count Basie van de blues (alhoewel hij zich duidelijk niet beperkte tot de blues en zich ook goed thuis voelde in andere stijlen zoals de Jazz, Country & Calypso). Hij werd geboren in Vinton (Louisiana), maar na enkele weken verhuisde hij al naar Orange (Texas). Zijn vader werkte aan het spoor en speelde in zijn vrije tijd viool en leerde dit ook aan zijn zoon. Clarence begon zich serieus, als drummer, met muziek bezig te houden tijdens zijn militaire diensttijd. Hierna begon hij ook nog eens met gitaar spelen. Toen hij in 1947 een optreden bijwoonde van T-Bone Walker greep Clarence zijn kans toen T-Bone vanwege gezondheidsproblemen het optreden moest staken. Hij liep het podium op, pakte de gitaar van T-Bone op en begon te spelen. Dit vond plaats in de Bronze Peacock Club te Houston. De eigenaar (Don Robey) besloot om Clarence maar meteen een platencontract aan te bieden op zijn nieuwe label ‘Peacock’. Clarence formeerde vervolgens zijn eerste eigen Big Band. Zijn eerste grote hit kwam in 1957 met het nummer ‘Okie Dokie Stomp’. In de jaren zestig werd hij de bandleider van het televisie muziekprogramma ‘The!!!Beat’ (waarvan er inmiddels een aantal op DVD verkrijgbaar zijn). In de jaren zeventig begon de carrière van Clarence steeds meer glans te krijgen door vele optredens in zowel Amerika als Europa. Zijn beste jaren waren mijns inziens de jaren tachtig. Ik kan dan ook iedereen twee prachtige cd’s aanbevelen die hij in die jaren opnam: ‘Alright Again!’(bekroond met een Grammy Award) uit 1981 en ‘One More Mile’ uit 1983, beide opgenomen op sublabels van Rounder Records.
Zelf zag ik Clarence, samen met zijn Gate Express, voor de eerste keer ‘live’ spelen op het vijftiende Amsterdam Bluesfestival (1997) in de Meervaart. Een magere man getooid met een zwarte cowboy hoed en gehuld in een mooi country shirt leidde zijn band tot grote hoogte en speelde die avond zowel gitaar als viool.
![]() ![]() ![]() | Jean Paul Rena & Terrawheel: 23 januari, Bikes ’n Blues Amstelveen Voor het eerste optreden van |

Dit regeltje gaat bij mij niet op. Ik laat mijn tranen makkelijk de vrije loop. Uiteraard bij verdrietige gebeurtenissen, maar ook bij gelukkige momenten. Maar ook bij films, documentaires en soms zelfs bij concerten. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de opkomst van Chuck Berry tijdens zijn optreden op het North Sea Jazz Festival in Den Haag. De Statenhal was afgeladen vol en bij zijn opkomst ging iedereen uit zijn dak. Zo’n langdurig applaus had ik nog nooit mee gemaakt. Het respect wat iedereen deze man gaf voor zijn bijdrage aan de moderne muziek was minutenlang voelbaar (helaas was het optreden verder niet veel soeps). Ik zat naast Bennie Jolink en ook bij hem zag ik een traantje opwellen. Maar ook bij het laatste optreden van Ian Dury, voor zijn onvermijdelijke dood, in Paradiso. Iedereen in het uitverkochte Paradiso wist dat dit de laatste keer zou zijn. Na de toegift kwam er door middel van een ongekend applaus een afscheid waarbij menig traantje vloeide in de zaal. Je zag de mensen in hun ogen wrijven waarbij velen hun zakdoek even zo ongemerkt mogelijk uit de zak haalden. En wat te denken bij de opkomst van Johnny Winter in Paradiso (2000). Ik had hem al enkele jaren niet meer gezien en het verval was vreselijk groot. Zo wil je jouw held toch niet zien. Ik kan het zelfs hebben bij bepaalde nummers die ik hoor, die zo vreselijk mooi zijn dat zij mij tot tranen toe ontroeren. En dan zijn daar uiteraard de herdenkingsdiensten die worden gehouden voor overleden helden, bijvoorbeeld het afscheid van Herman Brood in Paradiso en die van Andre Hazes in de Amsterdam Arena. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Soms is het lastig dat ik zo emotioneel kan worden, want ‘echte’ mannen huilen namelijk niet!



‘Where sunny
Als wij aan Brazilië denken dan komen wij al snel uit op het voetbal en als wij aan de muziek denken dat uit dit land komt dan komen wij uit bij de samba. Toch heeft ook dit land een Bluesscene. Onlangs had ik al het genoegen om iets te mogen vertellen over de laatste cd van Flávio Guimarães en nu ligt er wederom een cd van een Braziliaanse band in mijn cd speler namelijk ‘Blues & Beer’. De naam van de band zet overigens twee zaken bij elkaar die in mijn ogen onlosmakelijk aan elkaar zijn verbonden, want is het niet heerlijk om te genieten van de Blues met een lekker koud biertje binnen handbereik.
De band ‘Blues & Beer’ is al sinds 1995 actief en heeft in de daaropvolgende jaren heel wat personele wisselingen ondergaan. De constante factor binnen deze band is zanger/gitarist Tavinho Rangel, die ook verantwoordelijk is voor de productie en daarnaast schrijver is van verschillende nummers. De band is vooral beïnvloed door de Rockmuziek uit de jaren zestig en de klassieke Blues. Bij optredens staan er zowel covers van onder andere B.B. King, Ray Charles en Freddie King als veel eigen nummers op de ‘setlist’. Op de twee cd’s die ik heb ontvangen staan echter vooral eigen nummers of nummers die zijn geschreven door andere Brazilianen. Opvallend is dat alle nummers worden gezongen in de taal van het land zelf namelijk het Portugees.
De twee cd’s zijn opgenomen met diverse bezettingen van Blues & Beer. In totaal spelen er naast frontman ‘Rangel’ maar liefst twaalf verschillende muzikanten mee. De eerste cd ‘Ressaca’ bevat voornamelijk Bluesnummers die stevig maar vakkundig worden gespeeld. Helaas springt de band nergens boven een gemiddeld niveau uit. De tweede cd ‘Até O Último Gole..’ gaat wat meer richting popmuziek en de composities zijn van een veel betere kwaliteit. Alhoewel ik een bluesliefhebber ben hoor ik deze tweede cd toch liever dan de eerste. Veel meer afwisseling in de nummers en hier klinkt het Portugees veel mooier dan bij de Blues op de eerste cd.

Soms heb je bepaalde associaties als je een cd hoesje ziet en denk je precies te weten wat voor muziek je kan verwachten Zo had ik dat ook bij het hoesje van de nieuwe cd ‘Thick’ van de, voor mij onbekende, band The Twin Cats. De verleidelijk ogende foto plus de naam van de band deden mij in eerste instantie denken dat ik hier te maken had met een Rock ‘n’ Roll band, maar bij de eerste klanken bleek ik er helemaal naast te zitten.
The Twin Cats is namelijk een Jazzy Funk band afkomstig uit Indianapolis/Indiana. Deze band is opgericht in 1998 door de tweeling Adam (drums) en Seth Catron (gitaar en zang). In 2002 kreeg de band na het toetreden van Cameron Reel (bas) en Phil Geyer (keyboards) zo’n beetje haar vaste bezetting. Na twee jaar met deze bezetting gespeeld te hebben besloot de band nog een nieuw lid toe te voegen namelijk saxofonist en fluitist Nick Gerlach en hiermee was het huidige funky geluid van de band geboren.
De cd ‘Thick’ bevat tien echt vet klinkende funk nummers die allemaal door de band zelf zijn geschreven. Alle nummers hadden in de jaren zeventig zomaar een hit kunnen zijn in het disco circuit. Lekkere grooves, zware baspartijen, prima sax, funky gitaar akkoorden, hier en daar wat synthesizer werk en voldoende afwisseling van ritmes.
Ben je een fan van onder andere Maceo Parker, Bootsy Collins, George Clinton of Candy Dulfer dan is de kans groot dat ook deze cd een prima aanwinst is voor jouw collectie!

Daar de platenmaatschappij waar hij deze cd onder wilde brengen vanwege de financiële crisis failliet ging besloot Dale, ook om totaal onafhankelijk te zijn, deze cd in zijn geheel maar zelf te financieren.
Als zijn begeleidingsband koos hij ditmaal niet voor zijn vaste band, maar maakte hij een keuze uit de top van de aanwezige Nashville sessiemuzikanten. Zo treffen wij onder andere Loyd Green op pedal steel, Pig Robbins op piano en Pede Wade op gitaar aan. Ook wilde Dale met een ouderwets achtergrond koortje werken en hiervoor koos hij de ‘Carol Lee Singers’ uit. Genoeg grond dus voor Dale om met deze mensen om zich heen zijn ‘Dream Album’ gestalte te geven.
Voor mij als groot Dale Watson fan is het natuurlijk moeilijk om een objectieve recensie te schrijven. Die prachtige stem alleen is voor mij al genoeg om te genieten. Veertien zelf geschreven nummers telt de cd en er is genoeg variatie voor iedereen om zijn of haar favoriet te kiezen. Voor onze romantici zijn er bijvoorbeeld nummers als ‘Flower In Your Hair‘, You’re Always On My Mind’ en ‘Your love I’m Gonna Miss’. De drankliefhebbers komen aan hun trekken bij ‘Tequila, Whiskey And Beer, Oh My!’ en ‘Hey Brown Bottle’. En voor de Honky-Tonkers ‘I’ll Show You’ en ‘Whatever’ . Als afsluiter is er een nummer met de alles zeggende titel ‘Hello, I’m an Old Country Song’.
De Dale Watson fans zullen deze cd wederom in hun armen sluiten!

Hoewel Eddie King nooit de grote erkenning heeft gehad als BB, Albert en Freddie, laat hij op deze cd horen dat hij toch tot heel wat in staat is op zijn gitaar. Duidelijk te horen is dat BB King zijn grote inspirator is geweest. De stem van Mae Bee Mae doet mij sterk denken aan de grote bluesdiva’s zoals bijvoorbeeld een Koko Taylor. De overige muzikanten (The Riverside Bluesband) op deze cd zijn: Sir Lucky King - ritme gitaar, Lendell ‘Slim’ Moore – gitaar, Joe Roland – basgitaar en James Mason op drums. Als gastmuzikanten spelen Golden ‘Big’ Wheeler – mondharmonica, Allan Batts – orgel en Earl Crossley op saxofoon mee.
De opname’s op deze cd zijn gemaakt midden jaren tachtig en zijn op drie nummers na te vinden op de gelijknamige lp, die is uitgebracht door Double Trouble Records. Het is vooral te danken aan de Nederlanders Gerard Robs en Kees van Wijgaarden dat deze mooie opnames nu op cd zijn uitgekomen.
De cd geeft een mooi beeld van hoe de Blues klonk in die jaren in de Bluesclubs van Chicago. Voor de echte Bluesliefhebbers zoals ikzelf, een waar genot om naar te luisteren. Geen fratsen, maar gewoon Blues zoals Blues behoort te klinken. Ik kan deze cd aan iedereen die de Blues een warm hart toedraagt dan ook van harte aanbevelen!

Afgelopen weekend heb ik thuis op de bank alle tv-uitzendingen rond het muziekspektakel ‘Lowlands’ zitten volgen(ja ja, ik ging laat mijn bedje in). De energie die het publiek, maar vooral de bands tentoonspreidden was ongekend. Een energie die mij vooral deed denken aan de energie die er was in de jaren vijftig en zestig bij optredens van bijvoorbeeld Elvis, The Beatles en The Stones. Publiek wat schreeuwde, joelde, flauwviel en danste!
De generatie waarin ik zelf ben opgegroeid is vergeleken met dit publiek eigenlijk maar een duf zooitje.
Opvallend was ook dit keer weer het grote aantal nieuwe bands. Bands waar volgend jaar waarschijnlijk niemand meer iets van hoort. Niet omdat ze slecht zijn, maar de roulatie is gewoon, door de komst van nieuwe media, groot onder de jeugd. Wat ook opvallend te noemen is dat ik geen enkel bluesnummer meer hoor op dit soort festivals. De Blues is gewoon te traag voor deze internetgeneratie.
Oké, er zullen ongetwijfeld nog wel jongeren zijn die misschien op zoek gaan naar de roots van de muziek, maar veel zullen dat er niet zijn. Blues is muziek geworden voor vijftig plussers.
Dat er onder de jongeren nauwelijks meer animo is om een bluesbandje te beginnen is logisch. Als je jong bent dan wil je spelen voor leeftijd genoten en niet voor een kritische groep vijftig plussers. Leuk voor een tijdje, maar als je alle clubs hebt gehad is het mooi geweest en wil je dat je leeftijd genoten je muziek leuk vinden.
Voor clubs die het moeten hebben van Bluesmuziek zal het alleen maar zwaarder worden. Je moet of een enorme fan zijn of stikken in het geld wil je nog doorgaan met het programmeren van Blues. In een stad als Amsterdam is dat al heel lang zichtbaar. Paradiso programmeert al nauwelijks meer Blues en als er dan iets op het programma staat dan is dat in de kleine zaal en zelfs dit kleine zaaltje loopt nog amper vol. Natuurlijk zijn er nog wel een aantal aardige festivals die goed worden bezocht, maar ook hier is de leeftijd vijftig plus.


Als je het hebt over Rootsmuziek, dan is deze cd ‘Doggone’ van ‘The John Wesley Stone’ (een naam afkomstig van een grafsteen) wel een goed voorbeeld. De muziek is namelijk een combinatie van Rockabilly, Bluegrass, Skiffle, Country, Folk en Garage Rock, maar dan gespeeld met een intensiteit die je weer tegenkomt binnen de Punkmuziek. De band, afkomstig van het mooie eiland Guernsey, beleefde hun eerste optreden in 2007. Een optreden wat plaats vond, naar wat zij zelf zeggen, voor “bikers, ex bikers, bikerless bikers, skinheads, winos and folk who had been out since dinnertime”.
In eerste instantie bestond de band slechts uit drie man die opereerde onder bijnamen als Hillbill (zang, bas en harmonica), Lynchburg (zang en drums) en Tinshack (zang, gitaar, banjo, mandolien, harmonica en kazoo). In 2008 werd het kwartet compleet gemaakt door de komst van een dame met de ook al illustere bijnaam ‘Nashville’ (zang,viool, farfisa en gitaar).
Veel ervaring werd opgedaan door het spelen op straat en in elke pub waar zij maar terecht konden.
De cd rammelt aan alle kanten, maar dat past precies bij wat deze muzikanten willen uitstralen. Niets geen glitter en glamour, maar ongepolijste rauwe muziek. Vier zangstemmen die ook niet de schoonheidsprijs verdienen, maar ook hier weer het gegeven dat overtuiging je ook ver kan brengen. Verwacht geen strakke drum- of bas partijen, maar het is meer aftellen en gaan. Vijftien zelf geschreven nummers die in een vaak razend tempo aan je voorbij trekken.