Diensten
Roy (fotomei 2011) Henk & Ruby (foto2010)Contact
Peter Wolf& Sheepskin: 14 december Bikes 'n Blues Amstelveen. Het was alweer de derde keer dat Peter Wolf & Sheepskin hun opwachting maakten op het podium van Bikes ’n Blues (zie ook mijn verslagje van 27/10/’07 ). Waarschijnlijk was dat ook de reden, dat het niet echt druk was vanavond. Toch jammer, want het was het laatste optreden en dus het einde van deze band en dan verdien je toch een volle zaal. Ten opzichte van afgelopen jaar was er weinig nieuws onder de zon, maar wat zij speelden (covers) doen ze vol overgave. Ik hoop dat gitarist Peter ‘Wolf’ van Heijningen snel terug is met een nieuwe band en met eigen werk. Of is het een goed idee om een Fleetwood Mac coverband te beginnen? Dan wel met werk uit hun legendarische bluesjaren. Voor mij waren de covers van deze band weer de hoogtepunten van de avond. Voor 2009 staan er gelukkig weer wat bands op het programma die nog niet eerder in Bikes ’n Blues hebben gespeeld. Dus houd de agenda in de gaten! Chicago Bluesfestival 2008: 16 november Bimhuis Amsterdam. Net als afgelopen jaar ( zie verslag 06/12/07) vond het Chicago Bluesfestival plaats in het Bim Huis te Amsterdam. De Rhythm sectie was hetzelfde: de geweldige Willie Hayes op de drums en Russell Jackson op de basgitaar. Als aanvulling op de band, was de pianist Ken Saydak mee gekomen. De band opende met ‘Have Mercy For The Blues’. Daarna was het de beurt aan Ken Saydak, die duidelijk nog wat moest warm draaien ( gelukkig herstelde hij zich later prima ). Als gasten waren er dit jaar: D.C. Bellamy, Andrew ‘Jr. Boy’ Jones en Shakura S’Aida. Die laatste zag ik dit jaar al eens schitteren in Paradiso. ( zie verslag 28/04/08). Andrew Jones was de eerste gast die aanschoof. Deze uit Texas afkomstige zanger/gitarist, speelde al op zestienjarige leeftijd in de band van Freddie King. Andrew is een degelijke bluesgitarist met een ietwat afgeknepen gitaargeluid en beschikt over een prettige stem. De tweede gast, Shakura S’Aida, is een echte entertainer. Zij doet haar best om het publiek te vermaken, beschikt over een prachtige stem en geeft zichzelf helemaal. Al met al, een lust om naar te kijken en te luisteren. Als derde gast was daar D.C. Bellamy ( de halfbroer van Curtis Mayfield ). Ook hij trakteerde het publiek op een vermakelijke act, waarin hij imitaties bracht van o.a. Howlin Wolf. Na de pauze kwam een ieder in dezelfde volgorde weer terug. Helemaal tot het eind heb ik het echter niet uitgezeten. Ik weet niet wat het was, maar ik had het idee dat ik was beland in een verkeerde ambiance. Publiek met een te hoog Jazz gehalte, een te nette zaal ( allemaal keurig zitten ) of misschien was ikzelf niet helemaal in the mood? Volgend jaar maar weer eens in Paradiso! James Harman & Gene Taylor: 20 September Bikes 'n Blues Amstelveen. De eerste avond in Bikes ’n Blues na de zomervakantie was weer een hele leuke! De twee Amerikaanse Cavia’s ‘Gene Taylor & James Harman’ stonden voor de tweede keer(zie mijn verslag van 4 mei 2007) op het podium in Amstelveen. En ja, heb je deze twee grootheden in huis, dan weet je dat het allemaal goed gaat komen. Deze twee stralen de blues werkelijk uit. Na veertig jaar de hele wereld over te zijn geweest, hebben ze er nog flink zin in. Niets geen routineus optreden. Plezier, dat is wat ik zag. Rest mij nog te noemen en te complimenteren, de ritmesectie ‘Peter Kempe (Juke Joints) en Lord Julius’ en ik mag ook zeker niet Çlay Windham vergeten op gitaar. Geweldig om te zien, hoe deze drie top muzikanten in dienst van Gene & James speelden, zonder zelf al te nadrukkelijk aanwezig te zijn. Berry en Rian weer bedankt en ik zie jullie op 15 oktober in Memphis!! Melvin Taylor: 26 augustus Maloe Melo Amsterdam. Jarenlang heeft Amsterdam een eigen bluesfestival gehad in de Meervaart. Onder bezielende leiding van Martin van Olderen werden er bekende maar ook onbekende bluesartiesten naar Nederland gehaald. Begin jaren 80stond er, een toen nog onbekende, Melvin Taylor(net 21 jaar) op het programma. Hij speelde met een groep jonge aanstormende bluestalenten uit Chicago, waaronder ookhet multitalent Lucky Peterson. Sensationeel was het. Ik had nog nooit zo'n geweldige gitarist gezien. De zaal ging helemaal plat, vooral op de prachtige Jimi Hendrix covers. Nu, zo'n 25 jaar later, stond diezelfde Melvin Taylor in Maloe Melo voor pakweg een mannetje of 40 zijn kunsten te vertonen. In de jaren tussendoor bleef ik hem volgen en zag hem nog enkele keren optreden.Melvin is gewoon te goed! Heer en meester over zijn instrument. Zo verschrikkelijk veel techniek. Speelt alle stijlen even makkelijk. Alleen het is vaak helemaal over de top. Hetzelfde heb ik ook als ik Jan Akkerman hoor spelen. Het zijn van die gitaristen die zichzelf voorbij lopen, steeds alles en iedereen willen laten zien(horen) wat ze allemaal niet kunnen. Jammer hoor want ze kunnen zo prachtig spelen. Ook in Maloe waren enkele juweeltjes te horen(o.a. Snoopy &Ain't no sunshine) zeker in het eerste gedeelte van het optreden. Na de pauze had ik het snel gezien, gewoon teveel!! Jammer hoor van zoveel talent. The Neville Brothers: 18 juli Paradiso Amsterdam. Allemaal brave burgers in een bijna uitverkocht Paradiso. Geen aanstekers in de lucht maar mobieltjes en niemand die stiekem een peukie opstak. Mijn eerste rook vrije concert! Gelukkig waren de Nevilles weer uitstekend. Het was alweer drie jaar geleden dat zij in Paradiso stonden(zie verslag van 05/03/05). Het blijft een heerlijke band om te zien en te horen. Geweldig slagwerk, een echt Hammond orgel en uiteraard de prachtige stem van Aaron. Waar zie je het nog een band met maar liefst acht leden? Na afloop was het nog gezellig met alle rokers op de tramhalte! Matthew Lee & de William Smulders band: 29 juni Caddy's Purmerend. De laatste kans om te genieten van een optreden in een sfeer van rook en verschraald bier. Helaas heeft ons kabinet besloten om in de horeca een rookverbod af te kondigen(betutteling ten top). Wat mij betreft liever een bord aan de deur met de volgende tekst: "betreden op eigen risico hier wordt namelijk gerookt". Of laat de mensen zelfkiezen of ze naar een rook of een rookvrij gelegenheid toe gaan. Maar goed... Vanmiddag had de Jerry Lee Lewis fanclub de Caddy's in Purmerend gekozen voor hun jaarlijkse fanclubdag Als speciale gast was de uit Italie afkomstige Matthew Lee uitgenodigd als heuse Jerry Lee Lewis kloon. Geen irritante persiflage maar een man die een heerlijk optreden verzorgde. Lekker rammend op de piano en een prima stem, voeg daarbij de prima begeleiding van de Nederlandse R & R band van gitarist William Smulders dan kan het niet meer stuk. Jerry Lee is wat mij betreft de belichaming van de Rock 'n Roll en behoort dan ook tot mijn favorieten.Vanmiddag kwamen al zijn hits voorbij. Daarnaast is er in Caddy'saltijd eenprima sfeer, veel rockers met hunmooie auto's enprachtige motorenbuiten, dat is zeker wetengenieten.Niets te doen op de zondagmiddag ga dan eens langs in Purmerend. Elke week een Rock 'n Roll band en je kan er ook nog prima eten!! James Hunter: 27 mei Melkweg Amsterdam. Foutje van de Melkweg! James Hunter is namelijk populair en is te groot geworden voor de oude zaal. Stampvol was het en daardoor erg warm. Gelukkig stonden wij tegen de bar aangedrukt zodat wij af en toe een biertje konden bestellen.Het concert week niet veel af van het concert dat ik heb beschreven op pagina "Gezien 2006" d.d. 8 oktober. Dus wil je weten wat je allemaal hebt gemist neem dan daar even een kijkje! Volgende keer hopelijk in The Max of Paradiso. Johnny Winter: 10 mei Paradiso Amsterdam. Bij binnenkomst stonden de jonge honden van Big Blind uit Noordwijk al op het podium. Een mooie promotie voor de boys; van het Amstelveense Bikes 'n Blues( zie mijn verslag d.d 21/09/"07)naar het voorprogramma van niemand minder dan Johnny Winter. Het plezier spatte er vanaf en het publiek, in de steeds voller lopende zaal, deelde al snel in het enthousiasme. Rond half negen was het de beurt aan mijn held Johnny Winter. Na zijn laatste optreden(zie mijn verslag 31/08'06) had ik het sterke vermoeden, gezien zijn fysieke gesteldheid,hem nooit meer live aan het werk te zien. Gelukkig gaat het zo te zien weer wat beter met hem en leek hij in een iets betere conditie. De samenstelling van de band isgelijk aan die van twee jaar geleden en ook de nummers die hij speelde waren, op twee uitzonderingen na, precies hetzelfde. Nieuw waren een prachtig gespeelde versie van de Jimi Hendrix song "Red House" en de cover van de Rolling Stones hit "It's All Over Now". (jammer dat bij dit laatste nummer de geluidsman even de weg kwijt was).Verder verwijs ik jullie naar mijn verslag van zijn optreden uit 2006, wat daar staat geldt namelijk ook voor dit optreden. Leuk om nog te vermelden is het feit dat Paradiso bijna was uitverkocht! Ps. De foto's zijn dit keer gestolen. Johnny Mastro & Mama's Boys: 3 mei Bikes 'n Blues Amstelveen. Een avondje onvervalste "Power Blues" in Amstelveen. De geluidsman had het goed begrepen want de volumeknop stond aardig open. De uit Los Angeles afkomstige Johnny Mastro timmert inmiddels aardig aan de weg in de lage landen gezien het aantal optredens hier in de laatste paar jaren. Ik zag hem voor het eerst in 2006 in de, bijna lege, kleine zaal van Paradiso. Zijn toenmalige gitarist is inmiddels vervangen door twee nieuwelingen die beide het klappen van de zweep kennen. Het geluid is hierdoor nog heftiger geworden. De twee spelen zowel slide-, solo- als slag gitaar en doen dit allebei voortreffelijk. Voeg hierbij een strakke rhythm sectie meteen sterk spelende bassist en je hebt "The Mama's Boys". Snoeihard maar toch erg goed spelend. Alhoewel dit soort blues niet mijn favoriete stijl is heb ik toch weer genoten. Johnny en zijn band gaan er helemaal voor en zijn pas tevreden als het publiek uit zijn dak gaat. Johnny zelf is een voortreffelijke mondharmonica speler(zowel op de bluesharp als op de chromatische harmonica) en is zeker geen onverdienstelijke zanger. De nummers zijn eigen gemaakt en dat is tegenwoordig al een complimentje waard in het bluescircuit. Al met al een prima optreden! Volgende keer, 17 mei, is het jammer genoeg alweer het laatste optreden in Bikes 'n Blues voor de zomervakantie. Pas in september staan de volgende optredens op de agenda. Bluescaravan 2008: 28 april Paradiso Amsterdam. Gelukkig behoorde ik vanavond tot de plus minus 50 bezoekers van dit geweldige optreden in de kleine zaal van Paradiso. In 2005 was ik ook aanwezig bij de eerste editie van de Bluescaravanin de grote zaal van de Melkweg, die toen bommetje vol was. Kwam het door de afwezigheid van Candey Kane, die door een zeer ernstige ziekte vanavond niet aanwezig was? Mocht dit zo zijn dan was dit onterecht. Zelden zag ik drie zangeressen, elk met een eigen stijl, die zo goed waren. Daarnaast een uitstekend spelendeband, wat wil je nog meer!. Het optreden begon met een lekker funkynummer door de drie dames tesamen. Vervolgens bleef Dani Wilde(UK) staan. Dani beschikt over een prachtig stem geluid en bracht een afwisselende set van eigen nummers en wat covers. Haar gitaar spel hield niet over, maar goed een kniesoor...... Daarna was het de beurt aan Deborah Coleman(USA). Zij vertegenwoordigde wat meer de traditionele kant van de blues. Langere nummers met prachtg gitaar spel. Het hoogtepunt van de avond was echter de laatste set van Shakura S'Aida uit Canada. Wat een stem en wat een performer. Van gospel, blues tot funk elke stijl heeft zij onder controle. Haar optreden deed mij denken aan de Pointer Sisters in hun begin jaren (lp "Live at the Opera House"). Ook nog even een speciaal compliment voor Govert van der Kolm de Nederlander die het Hammondorgel bespeelde. Hij liet horen hoe heerlijk een Hammond kan klinken. Ook het spel vande voortreffelijke gitaristeLaura Chavez van de band verdient een compliment. De afsluiter van de avond was de Led Zeppelin hit "whole Lotta Love" door de drie dames tesamen. Al met al een prima optreden!! Les Wilson & The Mighty Houserockers: 12 april Bikes 'n Blues Amstelveen. Vanavond weer eens een buitenlandse act op het podium in Amstelveen. Zelf had ik nog nooit van Les Wilson gehoord maar toch heeft hij al zeven cd's uitgebracht. Dus iets om naar uit te kijken. Naast de veelal vaste bezoekers waren er vanavond toch weer een heel aantal nieuwe gezichten in Bikes 'n Blues. Een prima ontwikkeling! Les opende vlijmscherp, iets waar de meeste bands toch moeite mee hebben. Pittig gitaarspel afgewisseld met het prettige geluid van Fred Skidmore op het keyboard. Zeker geen wereldband maar een prima band voor in de pub. Het repertoire bestond voornamelijk uit covers van de grote namen zoals BB King, Albert King, George Thorogood, The Thunderbirds etc. Veel afwisseling in de diverse tempo's en door het gebruik van de slide ook in het geluid. Al met al een prima avondje Engelse pub blues. Bettye LaVette: 9 april Paradiso Amsterdam. Zesenveertigjaar geledenkwam, opzestien jarige leeftijd, haar eerste plaatje uit!Nu, na heel veel labels te hebben versleten, heeft zij eindelijk wat succesmet haar laatste cd. Het was dan ook bommetje vol in Paradiso. Haar band, onder leiding van Alon Hill,opende sterk met twee krachtig gespeelde bluesnummers. Daarna was het weer kippenveltijdvanwege het warme amsterdamse onthaal dat elke grotenaam steevast krijgt in Paradiso. Voor mij viel het optreden zelf echter tegen. Bettye heeft het net niet. Grote hits heeft zij nooit gehad(dus weinig herkenning)en haar repertoire keuze is vis nog vlees. Oke er zaten een paar mooie ballads bij en haar enthousiasme was aanstekelijk maar haar stem is hard, scherp en gewoon niet mijn ding. Gelukkig was de band top en dat maakte toch wel weer het nodige goed. JzzzzzP met als gast Big Jay McNeely: 22 maart Patronaat Haarlem. Er was voldoende aanbod vanavond; in de Melkweg stond "Letz Zep" de beste coverband(Led Zeppelin) die ik ooit gezien heb. In Bikes 'n Blues "Wolfpin" en in Breda een heuse Bluesnacht. Wij kozen echter voor "JzzzzzP" die als speciale gast "Big Jay McNeely" had meegenomen. En ja het was feest in het Patronaat met JzzzzzP, zeker na de opkomst van Big Jay gingen de voetjes van de vloer. Wat een vitaliteit straalde, de inmiddels 81 jarige, McNeely uit. Zijn eerste grote hit "Deacon's hop" scoorde hij al in 1949 en nu 59 jaar later blies hij het dak eraf in Haarlem! Het optreden begon echter met JzzzzzP zelf, een JumpJazz formatie uit Haarlem. Lekkere muziek uit lang vervlogen tijden. De band kreeg tijdens het optreden hun tweede cd uitgereikt door niemand minder dan de oud burgemeester van Loosdrecht. De meest opvallende muzikant van JzzzzzP is ongetwijfeld saxofonist Thomas Streutgers. Hij voelt precies aan waarom het draait in deze stijl van muziek. Onvermoeibaar blies hij zijn longen uit zijn lijf. Jammer vond ik dat gitarist Arnold Smits zich weinig liet horen en zich beperkte tot het spelen van accoorden.Gelukkig liet hij later op de avond nog wel wat meer van zich horen. Ook de drummer, Daniel Casey, mag zich wat mij betreft iets meer uitleven. In mijn ogenis de band hierdoor iets te netjes voor het spelen van de echte Jump 'n' Jive.Gelukkig bracht Big Jay McNeely hier verandering in en ging de tent alsnog op zijn kop!! Bugaboo Tang: 1 maart Bikes 'n Blues Amstelveen. Het was weer eens ouderwets knallen en genietenin Amstelveen met dit keer "Bugaboo Tang", een band uit het zuiden van ons kikkerlandje. Bugaboo Tang staat voor een mix van jump-blues, Rock 'n' Roll, Surf en wat er zoal meer te horen was in de jaren vijftig. Een band die terecht voor de derde keer op het podium van Bikes 'n Blues stond.Voor mij was ditechter het eerste optreden van deze band en dus liet ik mij, pinda pellend op mijn kruk,maar weer eens aangenaam verrassen. Bugaboo Tang beschikt overeen zeer solide rhythm sectie met Jaako "the showman" opcontra bas en Jeroen op zijn drumkit.De twee uitstekend spelendegitaristen Roger en Pleun maken het geheel compleet(het blijft toch verbazingwekkend hoeveel goede muzikanten er in Nederland rondlopen). Eerst maar even wat kritiek op de organisatie voor ik de loftrompet ga afsteken over dit optreden; net als in Maloe Melo schuifthelaasook in Amstelveen het tijdstip van beginnen steeds iets verder op. Daarnaast was de pauze tussen de eerste en de tweede set veel te lang(optreden Berry). Dan het optreden zelf; voor de pauze was het allemaal nog wat ingetogen maar daarna ging het dak eraf. Veel afwisseling in de nummers, uitstekende gitaar solo's, allemaal lekker bondig en geen moment van verveling. Het geluid stond erg goed afgesteld, iets wat ook wel eens vermeld mag worden. Jammer dat het niet echt druk was(Idols?). Maar het publiek dat er was(en daar gaat het tenslotte toch om) heeft volgens mij zeer genoten. Wat mij betreft mag Bugaboo Tangvolgend jaar weer afreizen naar Bikes 'n Blues voor wederom een spetterend optreden! Little Boogie Boy Bluesband: 9 februari Bikes 'n Blues Amstelveen. Vol goede moed reden wij weernaar Amstelveen dit keer om de Little Boogie Boy Bluesband aan het werk te zien. Hein Meijer(Little Boogie Boy) is voor mij allang geen onbekende meer. Jaren geleden zag ik hem al eensaan het werk. Opvallend was toen al zijn gevarieerde gitaarspel en het plezier wat hij beleeft om op het podium te staan. Ook vanavond had Hein er weer zin in. Helaas heb ik door onvoorziene omstandigheden niet eens de eerste set uit kunnen zien. Was je er bij en wil je er wat over schrijven mail het dan naar mij( monde40@zonnet.nl ),ik zal het dan hier toevoegen. Robbert Fossen Bluesband: 19 januari Bikes 'n Blues Amstelveen. Het was even lastig kiezen deze zaterdagavond ga ik nog weg of blijf ik lekker thuis. Ik had me immers al lekker lui op de bank genesteld en zat te kijken naar de dvd van Eric Clapton's Crossroads 2007. Mijn maat Wim moest vroeg naar zijn bedje vanwege zijn wintersport vakantie en het weer nodigde ook niet echt uit om nog weg te gaan. Aan de andere kant is het in Amstelveen ook altijd wel weer gezellig. De stoute schoenen dus maar aangetrokken en een half uurtje later zat ik lekker achter inde zaal aan een pilsje. Vanavondde Haarlemse formatie "Robbert Fossen Bluesband" op het podium. Ik had deze band nog niet eerder aan het werk gezien, maar had wel al positieve geluiden gehoord, afwachten dus maar. Watben ik blij dat ik toch gegaan ben.Een top band! Traditionele Chicago Blues perfect uitgevoerd. Vooral na de pauze was het gitarist Harold Dorth die de band tot grote hoogte bracht. Geen uitgekauwdemaar juist zorgvuldig gekozen nummers. Robbert Fossen beschikt over een aangenaam stemgeluid die een bepaalde rust brengt en zeer geschikt is voor deze vorm van de blues. Het duo Bart Kamp(bas) en Ronald Oor(drums)zijn de backbone van de bandende aanwezigheid van saxofonist Robert Tulnhof geeft de band een extra dimensie. Chicago blues zoals die hoort te klinken! Wat mij betreft een band die vaker terug mag komen in Bikes 'n Blues.

Geschreven voor: www.bobtjeblues.com
Daylight At Midnight/Travis 'Moonlight' Haddix
Hoe is het toch mogelijk dat Travis “Moonchild” Haddix voor mij een onbekende is? De man is inmiddels al zeventig en heeft al zo'n zeventien cd's op zijn naam staan. Zijn laatste cd, opgenomen in 2007, ligt nu in mijn cd speler en dat zal wel nog vaker gebeuren. Travis is geboren in Hatchie Bottom-Mississippi, wat zo'n dertig mijl van Memphis af ligt. Zijn vader, Halmus “Rooster” Haddix, speelde de blues in the juke joints van de Delta. Als kind begon Travis dan ook al met piano spelen. Op achtjarige leeftijd nam zijn broer hem mee naar Memphis, waar hij B.B King hoorde spelen. Snel daarna was de keuze gemaakt; de piano ging aan de kant en Travis oefende zich een slag in de rondte op de gitaar. Tijdens zijn diensttijd in Europa begon hij te entertainen en na terugkomst sloot hij zich aan bij Chuck & The Tremblers uit Cleveland-Ohio. Na zes jaar besloot hij voor zichzelf te kiezen en begon een eigen carrière. Zijn laatste tien cd's verschenen net als `Daylight At Midnight' op zijn eigen label `Wann-Sonn records'. De stijl van deze cd doet mij erg denken aan de oude Stax opnamen. Zowel het gitaarspel als de stem, hebben veel weg van die van Albert King. Blazers leggen op alle tien de nummers de juiste accenten en uiteraard is er een Hammond B3 te horen. Alle nummers zijn zelf geschreven en de teksten zijn in sommige gevallen erg leuk. Het is niet allemaal blues wat de klok slaat. Travis laat ons ook genieten van zijn soul en funky kant. Voor mij is deze cd een verademing tussen al het bluesrock geweld van de laatste jaren. Muziek in dit genre en van deze kwaliteit wordt niet vaak meer gemaakt. Van mij krijgt deze cd dan ook een dikke voldoende!
(*) Ik las op zijn site dat Travis in juni in Duitsland verblijft. Wie haalt deze man naar de lage landen?

Geschreven voor:
Dynomite/ Memo Gonzales
De uit Dallas ( Texas ) afkomstige zanger en mondharmonicaspeler Memo Gonzales en zijn Europese band de Bluescasters, komen nog net voor het verstrijken van 2008 met een nieuwe cd op de proppen: “Dynomite” op het CrossCut Records label. Tijdens de ‘Texas Harmonica Rumble” in 1995 te Utrecht, begeleidde de toenmalige Duitse band de Bluescasters, Gonzales en vroegen hem of hij mee ging op hun Europese tour. Sindsdien is de band met zo’n 120 optredens per jaar niet meer weg te denken van de Europese podia. In al die jaren bouwden zij een stevige reputatie op als live band en verschenen er meerdere albums. De band is niet gebonden aan een stijl, zo ook niet op deze nieuwe cd. Opvallend is dat de mondharmonica van Gonzales een ondergeschikte rol speelt op deze cd. De cd bevat twaalf nummers en pas op nummer acht “Mary Lynn” beroert Gonzales zijn harpje voor de eerste keer. Best wel jammer, want Gonzales speelt zijn instrument met verve. Een hoofdrol op de cd is dan ook weggelegd voor de fantastische Duitse gitarist Kay Strauss, die in elk nummer laat horen wat hij zoal kan, en dat is niet mis. Er is ook nog een Nederlands tintje aan deze cd, namelijk de Amsterdamse drummer Henk Punter. Al met al een lekker klinkend cd’tje, niet meer en niet minder. Constant een goed niveau, voldoende afwisseling, een uitstekende gitarist maar verder geen verrassingen. Dit is echt een band die je live moet zien en die dan zeker niet zal teleurstellen!
![]() ![]() ![]() | $lim $lip and the $liders: 11 april, Bikes ‘n Blues |
![]() Begin jaren negentig, opeens was hij er, Ronald Abrams en zijn Ice Cold Band. Een bijna twee meter lange bluesgitarist uit Chicago, maar opgegroeid in Jamaica. Altijd onberispelijk gekleed. Mooi driedelig pak, hoge hoed en een wandelstok met leeuwenkop. Samen met zijn broer Diamond en zijn zoontje Django, flaneerden zij door Amsterdam. ’s Avonds waren zij vaak te vinden in ‘Maloe Melo’ of in ‘Naar Boven’, muziekcafe’s waar de bluesliefhebbers te vinden waren. Ronald was een virtuoos, de nieuwe Jimi Hendrix. In Utrecht kreeg hij bekendheid, door te spelen op het jaarlijkse “Bluesroute festival’. Op een verzamel cd’tje uit 1993 van dit festival staat, naar zover mij bekend, ook zijn enige opname. Hij tourde door Duitsland samen met Jan Akkerman en speelde jamsessies met o.a Roger Happel en Herman Brood. Zijn blik vanaf het podium was indringend. Hij klikte hard met zijn tong, als een soort handelsmerk, in de microfoon. Daarna ging hij los. Zijn zoontje Django, die soms mocht mee drummen, was ook al een ongelooflijk talent. Opeens was hij verdwenen op vakantie naar Frankrijk, waar hij dood werd aangetroffen in het zwembad. Een hartaanval is hem fataal geworden. ‘Music is love’ stond er als kop boven zijn rouwadvertentie. He has passed away…the great Ronald Abrams(39). R.I.P. |
![]() ![]() | Wolfpin: 19 februari, Bikes 'n'Blues Uithoorn Het heeft even geduurd voor dat het nieuwe seizoen van Bikes ‘n’ Blues weer kon gaan beginnen. De gemeente Amstelveen bleef maar onduidelijk over het voortbestaan van het Galjoen. Uiteindelijk werd er een drastische beslissing genomen; namelijk de Bluesbunker gaat gesloopt worden. Woonhuizen moeten er nu op deze plek gaan komen. Het is Rian en Berry uiteindelijk gelukt om een nieuw podium te vinden niet al te ver vanaf Amstelveen namelijk ‘The Mix’ in Uithoorn. Afgelopen zaterdag was de kick-off in dit nieuwe centrum. Bij aankomst was het moeilijk om nog een plekje te vinden op de parkeerplaats. Blijkbaar waren er meer activiteiten gepland op deze avond. Niets was echter minder waar; al deze auto’s behoorden toe aan de massaal toegestroomde bezoekers van Bikes ‘n’ Blues. Ik moet zeggen het was wel even wennen om niet meer de vertrouwde gezichten te zien aan de deur en achter de bar. Deze functies waren nu toebedeeld aan medewerkers van ‘The Mix’ zelf. De zaal is groter dan die van het Galjoen en ook het podium is een stuk groter en veel professioneler dan in Amstelveen. Alle vertrouwde gezichten waren weer aanwezig onder het publiek maar gelukkig ook vele nieuwe. Nadeel van deze locatie is wel dat het aantal avonden per jaar in aantal behoorlijk terug zal gaan. Bikes ‘n’ Blues heeft voorlopig maar zo’n zes avonden per jaar het recht om hier iets te organiseren. Misschien dat de geweldige bieromzet op deze avond dit besluit nog doet veranderen. Wolfpin de band van zanger/gitarist Marcel Scherpenzeel had vanavond de eer om als eerste op dit nieuwe podium het seizoen in te luiden en dat is iets wat je aan deze mannen wel kan overlaten. Marcel heeft al vaak opgetreden in de Bikes ‘n’ Blues en heeft hier dan ook een vaste schare fans opgebouwd. Na een welkomstwoord van Berry kon de band van start. Naast Marcel bestaat Wolfpin uit drummer Maarten Witsel en bassist Henk Schutten, die samen een uitstekende ritmesectie vormen. Het werk van Wolfpin bestaat voornamelijk uit stevige Bluesrock met af en toe een mooi gespeelde slow Blues. De meeste nummers die Wolfpin vanavond speelde waren zelfgeschreven nummers. Hier en daar klonk er een cover. Het is duidelijk te horen dat Rory Gallagher een grote inspiratiebron is geweest voor het gitaarspel van Marcel (Wolfpin is dan ook in te huren als een Rory Gallagher tribute band). Terecht trots kondigde Marcel aan dat hij samen met twee ex-leden, Gerry McAvoy en Brennon O’Neill, van Gallagher’s band op tournee gaat door onder andere Engeland, Ierland, Frankrijk en Italië. Marcel stond ook nog even stil bij het overlijden van Gary Moore en bracht als ode ‘The Thrill Is Gone’; een nummer dat Moore samen met BB King speelde. Daar ik zelf nog niet helemaal hersteld ben van een hoop knie operatie ellende heb ik het helaas na de eerste set voor gezien moeten houden. Maar ik weet zeker dat iedereen heeft genoten van deze avond en nu maar hopen dat deze bezoekersaantallen ook bij de volgende optredens gehaald gaan worden. Het volgende optreden is op 7 mei en dan komt er weer een topband namelijk ‘Black Top’. Filmpjes staan op http://www.youtube.com/BikesnBlues#p/c/3E1A5B6BEDC41D5B |

In The Meantime / Soul Return Het is al een tijdje stil rondom de band ‘The Imperial Crowns’. Hun 2008 tour ging niet door. Nu heb ik een cd’tje in mijn handen van een nieuwe ( gelegenheids? ) band met de naam Soul Return. Als ik de namen van de muzikanten bekijk, zie ik dat het de leden van The Imperial Crowns zijn, alleen is de zanger Jimmie Wood vervangen door een zangeres, namelijk Kellie Rucker. De naam van de band doet vermoeden dat de cd soul muziek zou bevatten, maar dit is niet waar. Kellie Rucker is namelijk, naast een uitstekende blues zangeres, ook een prima mondharmonica speelster. Door haar inbreng klinken de meeste nummers bluessie. De cd bevat tien nummers, waarvan er negen door de band zelf zijn geschreven en één cover namelijk “Rollin & Tumblin”. Op de cd, nummer acht, wordt deze echter “Throwin & Fumblin”genoemd. Het openingsnummer van de cd “You’re Leavin me”, is meteen al zo’n nummer wat niet misstaat op een blues cd. Lekker pittig mondharmonica werk in combinatie met slide gitaar. Nummer twee is de titelsong van de cd “In The Meantime”. Een lekker in het gehoor liggend nummer rondom een vast patroon op de gitaar. Sterk gezongen door Kellie. Zoals al het zangwerk mij wel bevalt. Kelly heeft een lekkere doorleefde stem. De nummers zijn nergens te lang soms zelfs erg kort. Weinig solowerk ( had van mij wel iets meer mogen zijn ). Al met al een cd die volgens mij als tussendoortje is opgenomen. Nergens slecht, maar zeker geen topper. Ik denk wel dat deze band genoeg potentie heeft om, als er een vervolg komt met Kellie Rucker, een veel beter product af te kunnen leveren.

Het Nederlandse label Coolbuzz timmert behoorlijk aan de weg. Bands als T99, The Rythm Chiefs en Big Blind namen hier hun eerste cd op. Nu hebben zij, een Engelse band met de mooie naam ‘The Hokie Joint’ weten te strikken voor de opname van hun debuut cd. De naam deed mij vermoeden, dat ik een op de Delta Blues geschoolde cd te horen zou krijgen. Gedeeltelijk is dit ook juist. Maar juist de afwisseling op deze cd maakt hem leuk. Deze vijfkoppige band werd opgericht in 2007 en is afkomstig uit Colchester. De zanger Jojo Burgess heeft een harde rauwe stem, die in het openingsnummer iets overstemt. De gitarist, Joel Fisk, speelt voornamelijk thema’s en laat zich niet verleiden tot veel solowerk. Sterk aanwezig is de mondharmonica speler Giles King. Insiders zullen hem wellicht kennen van zijn bijdrage aan de cd ‘Meat and Potatoes’ van Ian Siegel. De website van de band is duidelijk nog in ontwikkeling en geeft op dit moment nog niet al te veel info. Dan de cd; elf nummers waarvan tien door de band zelf geschreven en één cover namelijk “Tom Rushen Blues ‘ van Charly Patton. De nummers zijn soms heftig met veel slide, scheurend harmonica werk en in de basis een simpel terugkerend thema en soms akoestisch met ingetogen zang en een mooie melodie lijn. Met deze cd levert de Hokie Joint een prima visitekaartje af, alhoewel ikzelf denk, dat deze band nog beter live tot zijn recht zal komen. Binnenkort doen zij de lage landen aan en zullen dan zeker de zalen plat gaan spelen.
![]() | ![]() |
De mooiste gebeurtenis in je leven, is toch wel de geboorte van een kind. Mijn oudste( Ruby ) wordt op 28 april alweer achttien jaar. Haar geboortedag is onlosmakelijk verbonden aan de Amerikaanse bluesgitarist ‘Lonnie Mack’. Ik zal jullie uitleggen waarom. Een paar weken voor de uitgerekende datum bleef ik ,als aankomend vader, in de weekends ’s avonds thuis. Geen uitstapjes, dus ook geen bezoek aan bluesconcerten, bang dat ik was iets te zullen missen van de geboorte. De uitgerekende datum kwam in zicht en het steeds maar thuis blijven viel niet mee. Twee weken na deze datum stond er gelukkig weer een optreden in de planning. Op zevenentwintig april stond er namelijk een fantastische gitarist(Lonnie Mack) aangekondigd in de Meervaart vlak bij mijn huis. Kaartjes had ik al gekocht dus dat zou allemaal goed komen. Als onervaren man op het gebied van geboortes had ik er natuurlijk helemaal geen rekening mee gehouden, dat alles wel eens over de uitgerekende datum kon vallen en zeker geen twee weken. U snapt het al, dit was toch het geval. Na huiselijk overleg besloot ik toch maar te gaan. Gewapend met een pieper (mobiele telefonie was nog niet uitgevonden) vertrok ik. De op 18 juli 1941 in Harrison/Indiana geboren Lonnie Mack kende ik vooral via zijn LP’s (Strike Like Lightning, Second Sight & Attack of the Killer V, Live) die ik in mijn bezit had. Vooral de laatste LP was vanwege de hoes (een foto van zijn handelsmerk de ‘Flying V gitaar) al het aanschaffen waard geweest.


|
| JeeBee: 7 februari, Bikes 'n Blues Amstelveen Het is voor zaaleigenaren altijd een eer, als een band jouw club uitkiest voor hun CD-Release. Vanavond had de band ‘JeeBee’ de ‘Bikes’n Blues’ uitgekozen voor de CD-Release van hun eerste schijfje. Opmerkelijk, daar deze band afkomstig is uit het hoge noorden van ons land, namelijk uit Groningen. Dit geeft toch wel aan, dat bands het erg leuk vinden om naar Amstelveen te komen, om te spelen in de bluesbunker van Rian en Berry. Het was voor de vaste gasten wel jammer, dat de aanvangstijd niet helemaal overeen kwam met de tijd dat de meeste concerten tot nu toe waren begonnen, namelijk rond half elf. Door de vroege aanvangstijd misten wij helaas het voorprogramma en een deel van het hoofdprogramma. Maar volgens horen zeggen was er niets mis met het optreden van de ‘Low Budget Bluesband’. De klanken van Joris Bos en zijn mannen kwamen ons bij binnenkomst al tegemoet. Het was binnen lekker druk, mede door alle mee gereisde vrienden en familieleden van de band die uiteraard niets wilden missen van deze cd presentatie. Voor deze gelegenheid was het trio uitgebreid met Bas Mulder op het keyboard en Roeland Werring op gitaar. Als speciale gast was daar ook nog eens Ruben Hoeke (ja ja, de zoon van) op gitaar. Net als hun optreden in 2007(zie verslag van 20 januari 2007 op deze site) was het enthousiasme aanstekelijk. Joris nam de tijd om tussen de nummers door toelichting te geven over de tot stand koming van de cd en zijn relatie tot de gastmuzikanten. Het optreden was zeer afwisselend qua stijlen. Rock ’n Roll, funky-en slowbluesjes vormden het repertoire deze avond. Heerlijk om te zien dat deze youngsters de blues in Nederland een nieuwe impuls geven. Uiteraard waren er veel nummers die ook op de nieuwe cd te vinden zijn. Persoonlijk vond ik het jammer dat het geluid wat vlak stond afgesteld, waardoor er weinig dynamiek was. Pas met de komst van Ruben Hoeke kwam, wat mij betreft, de vlam in de pan. Om twaalf uur stonden wij helaas alweer buiten, wat ons wel de gelegenheid gaf om thuis nog een flesje open te trekken. Fimpje: Marga Moester |
![]()
| Scuttle Buttin: 17 januari, Bikes ‘n Blues ‘This is Filmpje: Marga Moester
|
![]() Een jaarlijks terugkerend feestje in Paradiso, was de komst van Doug Sahm. Deze in San Antonio- Texas geboren muzikant, was een graag geziene gast in Amsterdam. Overdag bezocht hij steevast Coffeeshop de ‘Bull Dog’ en ’s avonds stond hij, altijd in topvorm, op het podium. De eerste optredens van Doug in Paradiso waren er al toen hij nog speelde met zijn ‘Sir Douglas Quintet’. De grootste feesten waren echter zijn optredens in de jaren negentig met de Tex-Mex formatie de ‘Texas Tornados’. Letterlijk iedereen ging uit zijn dak en na afloop droop dan het condens van de muren. Doug was naast een Country en Tex-Mex liefhebber ook een groot bluesliefhebber. Luister maar eens naar zijn live album ‘The Last Real Texas Blues Band’, opgenomen in 1994 in de fameuze bluesclub van Clifford Antone ‘Antone’s’ in Austin-Texas. Uiteraard deed hij ook met deze formatie Amsterdam aan. Mijn persoonlijke ontmoeting met Doug vond echter niet plaats in Amsterdam, maar in Austin tijdens mijn vakantie in 1996. Tijdens een bezoek aan de platenzaak ‘Waterloo Records’, hing er een aankondiging van de komst van een aantal Texas Tornado’s om hun net uitgekomen album ‘4 Aces’te signeren. Die dag trok ik mijn T-shirt van de ‘Bull Dog’ aan en toog ik naar de platenzaak. Bij binnenkomst stond er al een flinke rij mensen te wachten om hun cd’tje te laten signeren door de twee aanwezige Tornado’s Doug Sahm en Flaco Jimenez. Geduldig sloot ik mij aan in de rij en toen ik uiteindelijk aan de beurt was viel zijn oog meteen op mijn T-shirt.”Hey Flaco look at this”! Enthousiast vertelde hij mij, hoe gek hij was op Amsterdam. Sindsdien hangt de gesigneerde poster nog steeds ingelijst in mijn huis. Op 18 november 1999 kwam er plotsklaps een einde aan het leven van Doug Sahm. Na wat later een hart stilstand bleek te zijn, werd hij dood aangetroffen in een hotelkamer in Taos te New Mexico. In mijn ogen heeft de wereld toen een topmuzikant verloren, die zich niet in een hokje liet plaatsen, maar gewoon geweldige muziek maakte, allemaal ‘straight from the heart’. Dit jaar is het alweer tien jaar geleden dat hij overleed. Wat zou het toch mooi zijn als er in Paradiso een heuse tribute avond zou worden georganiseerd!
|
![]() Ergens in de jaren negentig. Een druilerige avond in de herfst. Op het programma van de Amsterdamse Melkweg staat Junior Wells. Zal ik wel, of zal ik niet gaan. Ik heb hem tenslotte al meerdere keren gezien. Soms goed soms minder, zoals die keer dat hij samen optrad met Buddy Guy in Paradiso en tot vervelens toe “Messin’ With The Kid” bleef inzetten. Ach, voor de tv blijven zitten is ook niet alles, dus besluit ik toch te gaan. Aangekomen blijkt dat slechts een mannetje of dertig ook de moeite heeft genomen om naar de Melkweg te komen. Dat voorspelt niet veel goeds. Zo weinig mensen zal Junior niet echt inspireren. Wat zit ik echter fout zeg. De in 1934 als Amos Blakemore te Memphis geboren Junior Wells is in topvorm. Hij heeft zojuist een nieuwe band en dat is te horen aan het aanwezige enthousiasme. Zoals altijd ziet Junior er tot in puntjes verzorgd uit; strak in pak met mooie bijpassende hoed. Wat mij ook nog bijstaat, is de geweldige drummer, zijn naam kan ik echter niet meer achterhalen. Een paar weken later, lees ik dat de band betrokken is bij een auto ongeluk. Een aantal leden van de band, waaronder de drummer, overleven dit ongeluk niet. Dit optreden is één van de beste blues concerten die ik ooit heb gezien. Zelf overlijdt Junior op 15 januari 1998 aan de gevolgen van Lymfeklierkanker. Buiten het feit dat Junior mijn meest geliefde mondharmonica speler is, was hij ook een geweldige zanger. In de afgelopen jaren heb ik veel van zijn cd’s aangeschaft en deze zijn stuk voor stuk geweldig. Het is eigenlijk te gek, dat er geen officiële internetsite is voor deze legende. |
![]() Begin jaren tachtig. Hoogtij dagen voor het Amsterdamse bluescafe Maloe Melo. Op maandag de altijd goed gevulde sessie avond. En in het weekend vaak Magic Frankie, Ronald Abrams en een nieuwe band ‘Ivy and the Terrace Tones.’. Een Amsterdamse band met op gitaar Theo Houtkoop(waar is hij toch gebleven?) een bekende verschijning in Maloe. Daarnaast Cor Willemse op een echte Hammond B3, Dick Baars op drums en Jan Felperman op de bas. De meeste aandacht ging echter uit naar ‘Ivy’ een klein blond meissie met een heerlijk koppie. Haar echte naam Yvette de Vrij. Ademloos stonden wij te luisteren. Wat een passie en wat een stem, een meid met ballen. ‘Big City Blues’ een duet met Theo, ‘Sticks and Stones’ en nog meer geweldige R & B covers. Het zweet droop letterlijk van de muren. Ik weet het zeker, iedereen was verliefd op Ivy. In 1985 kwam eindelijk de langverwachte lp uit. ‘A Shot Of Rhythm & Blues” (nu een collectors item). Een slordig live opgenomen concert vanuit de Melkweg. Daarna was het opeens over met de band. Jaren later zag ik haar nog eens optreden in de ‘Odeon’samen met Jan Felperman, de lucky one, voormalig bassist van de band waarop ze verliefd was geworden. De stem en de passie waren er nog. Wat zou er toch daarna van haar geworden zijn? |

Geschreven voor: www.bobtjeblues.com
Red Top/ Liz Mandevile
Het vierde album alweer, van een echte ‘Red hot Mama’ uit Chicago ‘Liz Mandeville’, uitgegeven door Earwig Music Company. Liz is geboren in Oshkosh gelegen in de staat Wisconsin, maar vertrok in 1979 naar Chicago. Zij komt uit een artistieke familie: haar vader was kunstenaar net als zijn vader het was. Naast muzikante, is Liz dan ook nog een begenadigd schilder die haar werk regelmatig exposeert. Haar nieuwe album is gemaakt met muzikanten uit haar tourband, aangevuld met een aantal studiomuzikanten en enkele verrassende gasten. Zo speelt Allen Batts, de voormalige toetsenist van Albert Collins, op zes nummers mee. De bekende saxofonist ‘Eddie Shaw’ speelt op twee nummers mee en vinden wij ‘TwistTurner’ op vijf nummers achter zijn drumkit. De cd is op meerdere plaatsen en tijdstippen opgenomen. Misschien is dit de reden, dat de cd in zijn geheel enthousiast en energiek blijft klinken. Vijftien zelf geschreven nummers, waarvan de opener ‘Red Top’ meteen staat als een huis. De meeste nummers zijn gestoeld op de big band muziek uit de jaren veertig. Lekkere blazers arrangementen en heerlijk gitaarwerk. Al met al lekker veel swing met hier en daar een vette knipoog. Luister maar eens naar nummers als ‘Spanky But, Scratch The Kitty’ en ‘Rub My Belly’. Miss liz schijnt hier live al te bewonderen te zijn geweest. De recensies die ik kan vinden over deze optredens, waren echter niet geweldig. Misschien tijd voor een herkansing.
![]() ![]() ![]() | Kenny Neal: 29 maart, Bluesclub XXL Wageningen. Het was alweer enige tijd geleden dat ik op de zondagmiddag een bezoek had gebracht aan Bluesclub XXL te Wageningen. Het optreden van Kenny Neal was weer een goede aanleiding om naar Wageningen te rijden. Zonder Tom-Tom en met wat moeite om een parkeerplaats te vinden waren wij toch nog ruim op tijd. De in New Orleans geboren maar in Baton Rouge opgegroeide Neal opende de show met het nummer ‘Down in Louisiana’, wat naadloos overliep in een medley. Jammer dat de geluidsman het geluid nog niet helemaal in orde had tijdens de eerste paar nummers, waardoor de toch al wat schor klinkende Neal bijna niet boven de band uit kwam. Gelukkig werd dit euvel snel hersteld en was ik getuige van een wervelende show. Eigen nummers, afgewisseld met covers in allerlei stijlen gespeeld, vormen het repertoire. Kenny Neal heeft, net als de rest van de Neal familie, de blues met de paplepel ingegoten gekregen. Op dertienjarige leeftijd maakte hij immers al deel uit van de bluesband van zijn vader Raful Neal. In de band van Kenny bevonden zich vanmiddag dan ook meerdere leden van de ‘Neal’ familie. De piano werd bespeeld door broer Frederick, broer Darneel bespeelde de basgitaar en neef Tyree Neal haalde allerlei blaasinstrumenten en strijkers tevoorschijn uit zijn synthesizer. Tenslotte het enige lid van de band die niet de naam ‘Neal’ droeg, drummer Bryan Morris. Stuk voor stuk klasse muzikanten. Kenny komt na een aantal nummers lekker op dreef en ook zijn stemgeluid trekt weer lekker bij. Altijd vrolijk en ‘pluk de dag’ lijkt zijn motto te zijn, zeker nadat hij een geruime tijd ziek is geweest. Af en toe legt hij zijn gitaar weg om over te schakelen naar de mondharmonica of zijn lapsteelgitaar. Ook deze instrumenten beheerst hij tot in de finesse. Verrassend voor mij was het moment waarop Kenny na twee uur even wat rust kreeg en hij zijn gitaar overhandigde aan zijn neef Tyree. Deze linkshandig spelende Tyree sloeg bij mij in als een bom. Wat mij betreft, komt hij volgende keer eens op bezoek met een eigen band waarin hij de hoofdrol vertolkt. Lekker fel klinkend en met een uitstekend stemgeluid mocht hij helaas maar twee nummers doen. Na meer dan twee uur is het pauze. Wij besluiten terug te rijden naar Amsterdam. Ons uitstapje naar Wageningen was weer de moeite waard geweest en wij zullen hier zeker terug komen.
|

|

| Geschreven voor:
Blood And Treasure's / Paul Mark and the van Dorens De nieuwe cd van Paul Mark and the Van Dorens valt bij mij zeer in de smaak. Het is alweer hun zevende cd, de band bestaat dan ook al vijftien jaar, en na het beluisteren ervan, ben ik dan ook erg benieuwd, naar de zes voorafgaande cd’s. ‘Blood and Treasure’ is opgenomen in Memphis. Dan te bedenken dat de basis van Paul Mark New York is, maar omdat Paul een liefhebber van Stax Records is, koos hij voor Memphis. Paul ging er bij zijn keuze vanuit, dat iets van ‘the vibe’ van al die prachtige Stax opnamen, daar wel moest zijn blijven hangen . De pure blues liefhebber zal bij het beluisteren van deze cd niet aan zijn trekken komen, maar voor de liefhebber die openstaat voor meerdere genres, is het genieten geblazen. Paul heeft een donkere ietwat rauwe stem, speelt gitaar en op drie nummers piano. De verdere bezetting van zijn band is; James Strain op de bas, Harrij Peel op de drums en waarschijnlijk vanwege de voorliefde voor Stax, treffen we Rick Steef aan op de Hammond B3. De twee achtergrond zangeressen Susan Mashall en Jackie Johnson, zorgen voor de perfecte accenten op de juiste momenten. De cd bevat elf nummers en opent met ‘Everything Is Nothing’. Een vrolijk nummer met een leuke tekst, waarin Paul zoveel mogelijk leuke dingen benoemt en na al die prachtige zaken, elk couplet eindigt met: “But Everything Is Nothing After You”. Na dit nummer heb je nog geen idee in welke stijl deze cd verder zal gaan en eigenlijk blijft dit de hele cd zo. En dat is precies wat deze cd zo leuk maakt. Elk nummer is goed qua uitvoering, nergens gepiel, maar alles in de juiste proporties, en telkens in een andere stijl. Nummer acht van de cd ‘Let Them Talk’ is mijn favoriet, een prachtig uitgevoerde Soul ballad. Alle nummers zijn door Paul zelf geschreven, al hoor ik in het zevende nummer duidelijk de riff van ‘Polk Salad Annie’ terug en het tiende nummer is duidelijk geschreven in de stijl van Tom Waitts. Al met al een heel leuke cd die ik zeker meer ga beluisteren. |

| Geschreven voor:
Got You On My Mind / Max Wolff Voor mij ligt de tweede cd van Max Wolff, een Deense folkblues zanger en gitarist. Het is voor mij de eerste kennismaking met deze man en eigenlijk ook de eerste cd van Deense grond die ik hoor. Max eerste cd ‘Bonafide’verscheen in 2004 en hij ontving hiervoor een Deense muziek prijs in de categorie ‘Blues release Of The Year’. Max speelt al twintig jaar in allerhande clubs en cafe’s en leeft als een echte troubadour. Inmiddels kan hij hier van rondkomen en is dus van beroep muzikant. Om dit te kunnen bereiken, moet je toch wel beschikken over talent, maar ook zeker een ongekend doorzettingsvermogen hebben. Opvallend is dat zijn grote inspirator onze eigen Nederlandse Hans Theessink is geweest. De eerste drie nummers zijn vrolijke ragtime nummers, die hij zelf heeft geschreven. Max beheerst deze stijl perfect en ook zijn vrolijke stemgeluid past perfect bij dit genre. Vervolgens komen er een aantal bluesjes voorbij. Ook deze stijl beheerst hij goed. Jammer is alleen, dat zijn zang hier niet echt overtuigend klinkt. Eigenlijk te vrolijk, voor tranen trekkende stukken als “Ít Hurts Me Too’. De cd bevat 16 nummers waarvan er acht door Max zelf zijn geschreven. Als conclusie een leuke cd ,van iemand die uitstekend gitaar kan spelen, maar nog even moet oefenen om een goede blueszanger te worden |

De band is net teruggekeerd in Australië van een Europese tournee. Opvallend aan deze tournee is dat bijna alle optredens plaats hebben gevonden in Duitsland. De reden hiervoor zal zijn dat de band een platencontract heeft bij het Duitse label ‘Jazzhaus Records’.
Invloeden uit de jaren zeventig, Rock, Heavy Metal en de Blues Rock vormen de ingrediënten van de muziek. De band heeft inmiddels al heel wat cd’s op hun naam staan en onlangs verscheen het album ‘Take A Bite’.
Twaalf nummers waarvan er acht door de band zelf zijn geschreven. De meest opvallende cover op de cd is het door James Taylor geschreven nummer ‘Fire And Rain’; een nummer wat je niet zou verwachten op het repertoire van een Heavy Rockband, maar de uitvoering van Vdelli mag er zeker zijn.
De cd opent met het aan Punkmuziek grenzende openingsnummer ‘Into The Zone’. Wat direct opvalt is het prima rauwe stemgeluid van Michael Vdelli. In ‘Movin’On Situation’ gaat het met het geluid van een dubbele bass drum richting de Heavy Metal en via het jaren zeventig Hard Rock- achtige nummer ‘Green Light Girl’ schakelt de band in het zesde nummer ‘Catfish’ heerlijk stampend over naar de Blues Rock in de stijl van Status Quo. Ook de hierop volgende nummers ‘Soon As I Get Paid’ en ‘Live Well, Play Hard’, waarop Michael Vdelli de mondharmonica partij speelt, zal de Blues Rock liefhebber zeker aanspreken.
De cd eindigt met het nummer ‘Into The Zone’, het nummer waar de cd ook mee opende, maar dan in een akoestische setting waardoor het een geheel nieuw nummer lijkt. Eigenlijk het enige rustpuntje van deze cd.

| Back To Mississippi/ Papaleg Acoustic Duo Geschreven voor: Zoals de titel van deze cd al doet vermoeden, hebben wij hier te maken met onvervalste Mississippi Delta Blues. Het betreft hier de tweede cd van een Italiaans duo, Pierluigi Petricia en Marco Tinari, die sinds 2005 bij elkaar zijn. Voorheen speelden zij in diverse bands, maar toen was het voornamelijk Chicago Blues. Delta Blues is niet gemakkelijk ( veel open stemmingen en vaak niet te herleiden akkoorden ) om te spelen maar beide mannen beheersen hun instrument goed. Petricia bespeelt de Dobro, voornamelijk Slide, en Tinari neemt de begeleiding op zich op zijn akoestische gitaar. Elf nummers bevat deze cd waarvan vier door het duo zelf geschreven zijn. Op het derde en vijfde nummer (Mama Talk To Your Daughter en Feeling Good) spelen Giordano Valente ( Harp ) en Stefano Sbarggi (Bas ) mee. Op de nummers vijf, acht en twaalf(CC Rider, Pony Blues en Judge Harsh Blues) worden ze bij gestaan door Paolo ‘Little Paul’ Venturi op akoestische gitaar. Jammer is wel dat de heren geen van beiden beschikken over een aansprekend stemgeluid. Gelukkig vallen ze hiermee, niet bij alle nummers door de mand. Al met al een aardige cd die dit genre van de blues weer eens op de kaart zet. |

| Music Is My Business/Roosevelt Sykes(1906-1983) Oké ik geef toe geen voor de hand liggende keuze deze cd. Maar soms heb ik van die dagen dat ik terug wil naar de puurheid van de blues. Een man met alleen een gitaar of een man met alleen een piano! En vandaag is het zo’n dag. In 1989 verscheen op het Tomato label de cd ‘Music Is My Business’ van pianist Roosevelt Sykes(ook wel The Honeydripper genoemd). De opname van dit album vond plaats in 1977 en laten een in topvorm verkerende Sykes horen. De cd telt maar liefst zestien tracks, waarvan er tien solo opname zijn. Op de overige zes nummers treffen we een wonderbaarlijk trio aan namelijk Louisiana Red, Johnny Shines en Sugar Blue. Zowel Louisiana Red als Sugar Blue waren nog onbekend in 1977. Beiden zouden nog flink van zich laten horen in de jaren tachtig. Sykes opent met de titelsong ‘Music Is My Business’ waarin Sykes zingt over zijn twee grote liefdes namelijk de muziek en zijn piano. Sykes is in mijn ogen een echte bluespianist. Geen stompende linkerhand maar iemand die accenten aanbrengt terwijl zijn rechterhand heerlijk soleert. Luisterend naar de volgende track ‘Mistake In Life’ merk ik hoe zijn stem mij raakt. Dit is echt! Het voert hier te ver om alle tracks te gaan bespreken maar het niveau blijft hoog Mocht je ook eens in ‘n melancholische bui zijn en terug willen naar de puurheid van de blues, schaf dan deze cd aan. Wat mij betreft een echte aanrader! |

| Equilbrium/Ansley Lister geschreven voor www.bobtjeblues.com Na vier studio cd’s en twee live cd’s opgenomen te hebben op het label ‘Ruf Records’, komt Aynsley Lister’s nieuwe cd ‘Equilibrium’ uit op een ander label namelijk ‘Manhaton Records’. Lister is afkomstig uit Leicester/ Engeland en begon op zijn achtste al gitaar te spelen. Zijn eerste optreden was op zijn dertiende en op zijn achttiende startte hij zijn eerste eigen bandje. In Engeland wordt zijn gitaarspel al vergeleken met dat van een jonge Eric Clapton tijdens diens verblijf in de superformatie ‘Cream’. En ik kan u verzekeren dat Lister zijn gitaar erg goed beheerst. Ook het stemgeluid van Lister is prettig te noemen. Toch kan deze cd mij niet bekoren. Ik vraag mij echt af welk publiek Lister wil bereiken met deze cd. De pure blues liefhebber zal slechts één nummer aanspreken, namelijk het vijfde nummer van deze cd: ‘Crazy’, een traditioneel gepeeld akoestisch slide nummer. Voor de liefhebbers van bluesrock is het tiende nummer ‘Running out on me’ een hoogtepunt. Voor de popliefhebber zal het mooi ingetogen gespeelde ‘Super Ficial’ de moeite waard zijn. De overige negen nummers zijn rockachtige popnummers die niet aan mij besteed zijn. Ik zelf kan niet zoveel met deze cd, maar er zullen ongetwijfeld liefhebbers voor zijn. |


Eind juni 2008 was ik aanwezig op de jaarlijkse Jerry Lee Lewis fanclub dag in de voormalige ‘Caddy’s’te Purmerend. Als speciale gast trad die middag Matthew Lee op; een Italiaan, geboren op zes januari 1982 te Pesaro. Wat een geweldige middag was dat zeg! Matthew beukte op de piano dat het een lieve lust was; wat een ritme en wat een passie. Je moet maar durven voor allemaal ‘die hard’ Jerry Lee fans. Leuk was dan ook de verrassing toen ik van Bobtje zijn nieuwste cd kreeg met de vraag er iets over te schrijven. Vijftien nummers waarvan veertien covers en één nieuw nummer, namelijk ‘Ol’Whiskey Blues’. De overige nummers komen bijna allemaal ook voor op het repertoire van de meester ‘Jerry Lee’ zelf. Maar er zijn ook nummers van Ray Charles( Georgia on my mind, Halleluja I Love Her So en What’d I Say ), John Foggerty( Proud Mary ), een uptempo versie van Hank Williams ‘Your Cheatin’Heart’ en de Stones klassieker ‘Satisfaction’. Allemaal gestoken in een fris jasje en geweldig goed live gespeeld en gezongen. Tja, en dan de vraag, “wie zit er op deze cd te wachten”? Ik denk, die mensen die van een lekkere stampende piano houden. Iedereen die hem live ziet, zal snel over gaan tot de aanschaf van deze cd als herinnering aan een geweldig optreden. Ik kan u zeker aan bevelen hem te gaan zien, want dit is een toppianist met een goed stemgeluid! Er zijn plannen voor een tournee. Voor meer informatie kunt u mailen naar inge.vermeylen1@telenet.be
Zij is degene die zijn zaken hier behartigt. Dus zaaleigenaren die nooit in staat zijn de echte Jerry Lee Lewis te boeken, hier is het alternatief!

|
| Booker T. & The MG’s: 19 maart 2009, Melkweg Amsterdam |

“This cd is dedicated to all the people in
Het is toch mooi, dat de in 1982 te Padova/Italie geboren gitarist Mark Slim bovenstaande tekst als zogenaamde ‘liner notes’ vermeldt op het prachtige hoesje van zijn nieuwe cd ‘Katrina’ en op deze manier zijn medeleven toont. Een aantal foto’s op het hoesje geeft precies de wanhoop en vernietiging weer die deze tornado heeft aangericht. Mark heeft er het nummer ‘Katrina’ over geschreven dat uiteraard te vinden is op deze cd.
Mark leert als tienjarige jongen de eerste akkoorden te spelen op de gitaar. Via de platen van zijn oudere broer komt hij in aanraking met de Blues. Vooral de ‘Delta Blues’ spreekt hem erg aan. De fijne kneepjes van het gitaar spelen leert hij vooral in Austin/Texas waar hij in 2003 een tijdje gitaar studeert aan de ‘Austin Guitar School’. Na deze studie en terug in Italië sluit hij zich als gitarist aan bij ‘The South Side Blues Band’. Na het verlaten van deze band speelde hij mee in diverse formaties en heeft hij zelfs als siteman enige optredens in Amerika. In 2008 neemt hij samen met mondharmonicaspeler Fabrizio Soldà zijn eerste cd ‘North-East Blues’ op. Na al deze ervaringen besluit hij zijn eigen band onder zijn eigen naam op te richten. Naast Mark bestaat de band uit Luca Dell ‘Aquila op bas en Marco Manassero op de drums. Als gast speelt op deze cd Martino Repetto op slaggitaar mee.
De cd ‘Katrina’ bevat veertien nummers waarvan er acht door Mark zelf zijn geschreven. De overige nummers zijn allemaal geschreven door Mark’s helden binnen de Blues. Het openingsnummer ‘Back Door Friend’ van Lightnin’ Hopkins was één van de eerste bluesnummers dat Mark ooit leerde spelen. Na het titelnummer ‘Katrina’ volgt het instrumentale ‘Mark Slim Shuffle’, een ode aan gitarist T-Bone Walker waardoor Mark behoorlijk is beïnvloed. Uiteraard staat er dan ook een cover ‘Hard Way’ van de meester zelf op deze cd. Mooi gespeeld zijn de door Mark zelf geschreven instrumentale nummers ‘Bop Hop’, een ode aan Pee Wee Crayton en ‘Jimmy Vaughan Shuffle’. Het lekker uptempo gespeelde ‘Blues For Sabrina’ sluit de cd af.

Het is jammer dat er nog steeds muzikanten en bands zijn die zo weinig informatie op hun website plaatsen. Zo is het ook bij, de voor mij, onbekende formatie ‘Steve Gerard And The National Debonaires’. Een biografie ontbreekt en ook elders op het internet is weinig te vinden over de achtergronden van de bandleden. Het enige wat ik u wel kan melden is dat de band afkomstig is uit de staat Kansas en dat de cd ‘Words Are Like Bullets’ de opvolger is van de uit 2007 stammende cd ‘New Sounds From Kansas City’. Gelukkig maakt de muziek op deze cd veel goed!
Vanaf het eerste nummer ‘Uh Oh’ is duidelijk dat wij hier te maken hebben met een echte ouderwetse Bluesband. De zanger Dave “Elmo” Baley heeft een prima passend, lekker donker, stemgeluid voor de Blues. Als gast zorgt saxofonist Mike Clark voor de juiste accenten in dit nummer. Het geluid van de ‘Hollow Body’ Jazz gitaar van frontman Steve Gerard is zoals ik het graag hoor; geen vervelende pedaaltjes, maar gewoon rechtstreeks op de versterker zodat het geluid natuurgetrouw klinkt. Pianist Mike ’Shinetop Jr.’ Sedovic geeft in het middenstuk precies de juiste hoeveelheid swing mee. In ‘Bullets In The Barrel’ ruilt Mike zijn piano in voor het Hammond B3. Dit nummer is een verwijzing naar de titel van de cd ‘Words Are Like Bullets’ en gaat uiteraard over het feit dat je iemand ook met woorden kapot kan maken. ‘Baby Get Your Skirt Up Now’ vertelt, in een rollende melodielijn, het verhaal over een avondje stappen op een zaterdagavond ergens in de jaren zestig. De mode bij de dames was in die jaren een strakke rok tot op de knie die bij het dansen omhoog moest worden opgetrokken. De ritmesectie, Patrick Recob op de basgitaar en drummer Dwight Ross, leveren, zoals trouwens op de hele cd, prima werk af. De mondharmonica party op ‘Silly Boy’ wordt verzorgd door opnieuw een gast namelijk Greg ‘Junior’ Demchuk. Het nummer draait om een herhalend gitaarrifje en is wederom prima gezongen door Elmo. Een traditionele Twelve Bar Blues met als titel ‘Find The Answer’ staat ook op dit album. In dit nummer zijn de hoofdrollen weggelegd voor gast Lee McBee op de mondharmonica en Mike Sedovic op de piano. Via de shuffle ‘Oscar’s Safe At Bing’s Place’ en het funky klinkende ‘One Handshake’ belanden wij bij het Jazzy klinkende ‘It Didn’t Happen That Way’. Ook in dit nummer zijn er gastmuzikanten te horen. Op sax keert Mike Clark terug en Preston Hubbard bespeelt de dubbele bas. Als bonus is het nummer ‘Ain’t My Problem’ toegevoegd. Dit nummer is speciaal, omdat het door Steve Gerard geschreven is voor het project ‘Blues For A Cure’ van Sean Carney. Dit project heeft als doel geld in te zamelen voor de behandeling van patiënten met de vreselijke ziekte kanker. Het nummer wordt gespeeld door de band ‘Trampled Under Foot’, maar met als gasten uiteraard Steve Gerard (gitaar), Sean Carney (gitaar) en Gene Walker (sax).
Als conclusie kan ik zeggen dat ik heb genoten van deze cd. Prima muzikanten en ook nog eens allemaal zelf geschreven nummers, wat wil een mens nog meer!
![]() | ![]() | ![]() |

Alle nummers zijn, op eentje na, van de hand van Michelle zelf. Alleen het tweede nummer ‘Yesterday’s Make up’ is geschreven door Angela Kaset. Voor de volledigheid hier nog even de namen van de bandleden: PeterStroud(gitaar), Tony Reyes(key’s), Phil Skipper(bas) en Dave Anthony(drums). Al met al een prima cd.

William C. Hancock Jr.(a.k.a. Billy Hancock) ziet het levenslicht op 4 november
Op deze cd tref je natuurlijk niet het beste werk van Billy Hancock aan, maar toch zijn er een aantal mooie tacks op terug te vinden. ‘Too Much Rock N Roll Music’ opgenomen in 1981 is de heerlijke Rock ‘n’ Roll opener van deze cd. Nummers als ‘Baby, Let’s Play House’ en ‘Suzie Q’, beide met Danny Gatton op gitaar, krijgen hier een prima uitvoering. De cd bevat ook nog twee nummers die door William zelf zijn geschreven namelijk ‘Heart Beatin’Woman’ en Not enough Rock ‘n’ Roll’.
Voor de fans van Billy Hancock is deze cd, overigens opgedragen aan Buddy Holly en Danny Gatton, een mooie toevoeging aan hun verzameling, maar ook voor iedereen die de Rock ’n Roll een warm hart toedraagt!


Miss Leslie, haar echte naam is Leslie Anne Sloan, zag het levenslicht in Charleston(SC). Haar beide ouders waren muzikaal. Vader Sloan was priester en kwam oorspronkelijk uit Tennessee. Zjn muzikale voorkeur ging uit naar bluegrass en traditionele country. Moeder Sloan groeide op in Florida en was gek op klassieke muziek en speelde zelf piano. Als kind van vijf begon Leslie met vioollessen en al snel bleek dat zij over een natuurlijk muzikaal talent beschikte. Op haar negende verhuisde de familie naar Texas. Leslie ontwikkelde hier haar vioolspel verder en kreeg les van lokaal bekende violisten. Ook broer Joel leerde een instrument te bespelen namelijk de banjo, en zuster Hilary speelde viool. Op haar veertiende verhuisde de familie naar Houston(Tx) en hier vormde de familie een eigen band. Vader speelde gitaar, moeder zong en ook de kinderen speelden uiteraard mee. Hun muziek was gestoeld op country en bluegrass. Leslie studeerde vervolgens klassiek viool en opera aan de universiteit van Florida. Na een vervelende situatie, een burn-out, verliet Leslie de universiteit en begon te werken. De muziek bleef echter trekken en Leslie besefte meer en meer dat haar hart binnen de muziek lag. In 2004 besloot zij dan ook haar eigen country band ‘Miss leslie & her Juke-Jointers’ te beginnen. Ook in deze zeven koppige band was weer familie aanwezig. Vader Sloan bespeelde de gitaar, net als Leslie’s echtgenoot Randy Lindley. Met deze band, die klonk als een ouderwetse honky-tonk big band uit de jaren zestig, speelden zij in elke Texaanse Honky-Tonk die hen wilde boeken. In 2005 verscheen de eerste cd ‘Honky Tonk Revival’ die al snel een vervolg kreeg met het live opgenomen album ‘Honky Tonk Happy Hour’. In 2006 onderging de band een behoorlijke wijziging. Mede door de scheiding van Leslie en de uiteenlopende meningen over de te volgen koers werd de band terug gebracht tot vier leden. Het was even wennen met de nieuwe bezetting, maar al snel was er weer succes en kwam het album ‘Between The Whiskey And The Wine’ uit, met hierop dertien door Leslie zelfgeschreven nummers. Haar nieuwste cd verscheen in 2009 ‘Wrong Is What I Do Best’.
Op deze cd staan veertien nummers waarvan er dertien door Lesie zelf zijn geschreven. Het nummer ‘Some Things They Can’t Take Away’ is van de hand van haar zuster Hilary Sloan. De muzikanten op deze cd zijn Ricky Davis (pedal steel gitaar), Timmy Campbell (drums), Rick Rameirez (bas). Dit zijn de vaste leden van Leslie’s band ‘The Juke-Jointers’ aangevuld met Bill Kirchen (solo gitaar), Dave Biller (gitaar) en Jason Allen (tweede stem). Uiteraard bespeelt Miss Leslie zelf de viool en zij neemt ook de zang voor haar rekening.

Lathan Moore verblijft al vier jaar in Nashville. In deze stad met een rijke ‘Country’ traditie verbleef hij om op te treden en hoopte uiteindelijk een platencontract te krijgen. En dat is gelukt! ‘Blue Steel Records’ erkende zijn talent en nu is daar zijn eerste cd ‘Love In Your Life’.
Lathan is afkomstig uit het mijnstadje Harrisburg in Illinois. Zijn vader werkte hier vijfendertig jaar in de mijnen. Van huis uit weet Lathan dus wat het is om te moeten afzien en hard te werken. Na zijn High School periode (2001) sloot Lathan zich aan bij een Country Gospel Quartet met de naam ‘Eastern Sky’. Met deze groep, waarin hij de barritonstem voor zijn rekening nam, toerde hij twee jaar rond.
Zijn talent bleef niet onopgemerkt, want hij kreeg een ‘Music Scholarship’ waarmee hij zijn opleiding aan het ‘South Eastern Illinois Junior College’ kon bekostigen. Tijdens deze opleiding speelde Lathan in heel wat musicals mee. Zijn volgende opleiding bracht hem naar Texas waar hij geschoold werd voor musical en theater. Tijdens deze opleiding trad hij veel op met de plaatselijke country muzikanten en steeg zijn interesse in deze muzieksoort. Hij besloot na één jaar studie terug te keren naar Harrisburg om een jaar lang te gaan werken in de mijnen zodat hij genoeg geld zou kunnen sparen om te kunnen verhuizen naar Nashville.
Latahn beschikt over een echt mooie Country stem, diep en warm. De cd kent voldoende afwisseling in stijlen; Honky Tonk in ‘Beautiful Girl’ en ‘Shot Down’, prachtige ballads zoals ‘You Can’t Leave me Like This’ en ‘Cornfield Cadillac’ (voor mij het mooiste nummer van deze cd) en enkele snufjes Nashville Country. Met Lathan Moor heeft de Country er weer een jonge vertegenwoordiger van dit genre bij en dat is goed nieuws!

Het leven van de uit Glasgow afkomstige Stevie Nimmo heeft altijd in het teken van de muziek gestaan. Stevie leerde zichzelf gitaar spelen en bleek ook nog eens goed te kunnen zingen. Als tiener begon hij al te spelen in diverse lokale bandjes. Zo’n vijftien jaar geleden besloten hij en zijn broer Alan om maar eens voor zichzelf te beginnen. Inmiddels hebben zij als ‘The Nimmo Brothers’ een goede reputatie opgebouwd en speelden zij op veel podia in Europa en in Amerika.
In 2009 was Stevie, vanwege een ernstige ziekte, genoodzaakt het toeren met The Nimmo Brothers te onderbreken. Na een zware operatie besloot hij om zich voor het herstel terug te trekken in Frankrijk. Tijdens deze gedwongen rustperiode was er voldoende tijd voor het schrijven van nummers. Het resultaat hiervan is nu terug te vinden op de eerste solo cd van Stevie ‘The Wynds Of Life’.
De opnames van deze cd vonden plaats in ‘The Zone Studios’ te Austin/Texas. De muzikanten op deze cd zijn niet de eerste de beste; wat te denken van bijvoorbeeld Lloyd Maines, die verantwoordelijk is voor de prachtige Pedal Steel gitaar partijen. George Reiff (bas), Michael Ramos (Hammond B30) en Pat Manske (drums) zijn de overige muzikanten in deze gelegenheidsformatie.


‘Something I Never Thought I’d Say’ is het krachtig gezongen openingsnummer van de cd en gaat over het feit dat ze eindelijk van die man af is die haar slecht behandelde. In ‘Cure For You’ is haar voorliefde voor de Southern Rock te horen. Lekker stevig gitaarwerk van Mike Rojas sieren deze eerste twee nummers op.

De titel van de cd geeft aan dat dit alweer de vijfde cd is van de Canadese Fusion gitarist Lou DeAdder. Acht zelf geschreven nummers waarvan de helft instrumentaal is. Het is niet makkelijk om deze cd in een bepaald genre te plaatsen. Zo opent de cd voor de Bluesliefhebber sterk met een heerlijk rollend Blues nummer ‘Low Down Feelin’ Blues’, prima gezongen door Lou zelf. Heerlijk pianospel van Martin Alex Aucoin en een prima stukje mondharmonicawerk van Carlos Del Junco. Maar dit eerste nummer zet je voor het vervolg van deze cd qua stijl wel op het verkeerde been. Het tweede nummer rockt met uitstekend Sax werk van Leo Sullivan en vlijmscherp gitaar spel van Lou. ‘Aftermatch’ is het eerste Jazzy instrumentale werkje met prachtige blazersarrangementen plus een mooie solo op de Flugelhoorn bespeeld door Steve McDade. In de volgende twee stukken ‘Crash And Burn’ en ‘Guitar Wank’ laat Lou horen dat hij ook makkelijk mee kan spelen in een stevige Rock band. In ‘Jazzy’ en ‘Tight…Eh?’ gaat het richting de Jazz-Rock met mooie maar zeker geen gemakkelijke arrangementen. Het donker klinkende ‘Curtains Calling’ sluit vervolgens deze cd af.

Zoals de titel van deze cd al doet vermoeden staan er op deze cd louter covers. Nummers die de band altijd al eens wilde vastleggen, maar hier nooit aan toe kwam. De originele uitvoeringen stammen allemaal van voor 1974. De opnametechniek die is gebruikt is eigenlijk ook een beetje van voor 1974; alles is live gespeeld in de studio zonder het gebruik van koptelefoons.

Paul Speidel mag dan in Boston een goede naam hebben opgebouwd in de lokale muziekscene hier in Europa is hij nog een onbekende. In Boston geeft hij al sinds 1983 gitaar- en baslessen en treedt hij regelmatig op. Vaak alleen, dan speelt hij voornamelijk Jazz, maar de meeste optredens doet hij met zijn eigen band The Paul Speidel Band. Van deze band is nu de nieuwe cd ‘Playing Stages’ verschenen. Naast Paul zelf bestaat de band uit Brendan Byrnes op drums en Steve Skop op bas. Zoals de titel al doet vermoeden is deze cd geheel live opgenomen tijdens diverse optredens over de periode van één jaar. Dat Paul technisch perfect speelt is gezien zijn jarenlange studie logisch; Paul heeft een Master of Degree in Music. De cd bevat negen nummers allemaal door Paul zelf geschreven en gecomponeerd.
De nummers op deze cd houden het midden tussen Blues, Jazz en Jazz-Rock. Zo is het openingsnummer ‘Cranky’ een lekker stevig gespeeld uptempo Bluesnummer waarin Paul meteen van zich laat horen. Het volgende hoogstandje is de rag ‘Chicken Train’. Vervolgens stapt Paul over naar wat meer Jazz-Rock getinte nummers zoals ‘Silver Sax’en ‘Just For Kicks’. In het één na laatste nummer ‘School Band Breakout’ keert Paul pas weer terug richting de Blues en in het laatste nummer ‘Just in Time’ laat bassist Steve Skop, die overigens net als drummer Brendan Byrnes technisch zeer begaafd is, horen dat hij op de bas ook in staat is tot een aardige compositie.
De cd is geheel instrumentaal, maar de band speelt verschillende stijlen zodat er geen verveling optreedt. Het is technisch allemaal erg goed. Ben je een liefhebber van gitaristen zoals Jan Akkerman dan moet je beslist ook eens naar Paul Speidel gaan luisteren.

Op advies van Memphis Slim vertrekt James eind jaren zeventig naar Parijs. Hier komt hij in contact met de leden van de Rolling Stones. Zij vragen hem mee de studio in. James is te horen op de volgende drie lp’s van de Stones: ‘Some Girls’, ‘Emotional Rescue’ en ‘Tattoo You’. Een verzoek om samen met hen op toernee te gaan wijst hij echter af. Zijn eerste twee solo albums ‘Crossroads’ en ‘From Paris To Chicago’ neemt hij hier ook op.

Er zijn heel wat cd’s op de markt die vol zijn gespeeld met covers van legendarische Bluessongs. Vaak zijn deze uitgebracht als ode aan al die inmiddels vaak overleden Blues helden. Mark Doyle en zijn band The Maniacs brengen echter hun tweede cd ‘Comin’Home’ uit met een ode aan de zogenaamde ‘Britisch Blues Boom’ van de jaren zestig. Mark maakte, net als zo velen, kennis met de Blues door bands als bijvoorbeeld The Rolling Stones, John Mayall And The Bluesbreakers en Fleetwood Mac en ging daarna pas op zoek naar de wortels van de Blues.
Mark Doyle begint zijn muzikale carrière in de jaren zeventig als hij met zijn band Jukin’Bone een platencontract in de wacht sleept bij RCA. Het talent van Mark als gitarist wordt al snel erkend door anderen die hem inhuren om mee te spelen op hun plaat en ook vragen zij hem vaak mee op tournee. Zo zijn er wel vijfenzestig platen op de markt waar Mark op mee speelt. De bekendste namen met wie Mark opnames heeft gemaakt zijn Meat Loaf, Bryan Adams, Leo Sayer en Hall & Oates.
Stonden er op de eerste cd ‘’Shake ‘
De hele cd staat vol met lekker pittig gespeelde nummers en ademt overal de sfeer uit van deze prachtige periode uit de Engelse muziekgeschiedenis!
![]() Het moet geweest zijn, zo rond 1975. Ik liep op de Osdorperban langs het beruchte buurthuis ‘Kwak’, (Kwak was gevestigd in een voormalig houten schoolgebouwtje. Binnen was de sfeer echt jaren zestig/zeventig; fluoriserende spots, visnetten, hasjiesj, flipperkast etc., en had bij onze ouders geen al te beste naam) Mijn oog viel op het programma voor het komende weekend ‘Herman Brood ex-pianist van Cuby & The Blizzards’. Thuis gekomen, snel op wat hoezen van platen gekeken en ja hoor daar stond hij…. De volgende dagen deed het bericht snel de ronde en waren de afspraken om te gaan snel gemaakt. Na wat wachten, en dus enige biertjes later, stond hij er. Gekleed in een witte singlet en een zwarte leren broek, nam hij staand plaats achter zijn witte piano, die op een chromen poot stond. Vanaf de eerste tonen sloeg de vonk meteen over, dit was puur, echte Rock ’n’ Roll! Helaas waren er nog niet genoeg nummers om een hele avond te vullen. Geen probleem voor Herman. Hij speelde gewoon na de pauze nog een keer dezelfde nummers als voor de pauze, aangevuld met een lang uitgesponnen slow blues. Na afloop wist ik het zeker, dit moest wel een ster worden. Enige maanden later verscheen zijn eerste Lp ‘Street’. |
![]() Ik weet het nog, als de dag van gisteren. Een zaterdagavond in 1975, ik was vijftien en zou voor het eerst naar het beruchte Paradiso gaan. Ik mocht van mijn ouders, omdat er wat oudere buurjongens meegingen, die zij blijkbaar wel vertrouwden. Natuurlijk gingen wij vroeg weg, om maar niets te hoeven missen van het concert van de Texaanse gitarist Freddie King. Eigenlijk wist ik niet goed wat mij te wachten stond, maar volgens mijn buurjongens was Freddie King geweldig. Aangekomen in Paradiso keek ik mijn ogen uit; een oude kerk gelegen aan het Leidseplein, de wietlucht was te snijden en het publiek was een mengeling van hippies, Surinamers en uiteraard de bluesliefhebbers. Gespannen wachtte ik af wat komen zou. Een dia maakte duidelijk, dat de tourbus met pech was komen te staan en dat het zeker tot twaalf uur zou gaan duren, voordat de band zou beginnen. Als opvuller zou de film ‘Once Upon a Time in the West’ worden vertoond. Dan maar even snel naar huis bellen, dat ’t een ietsje later zou worden. Ondertussen kon ik mooi even boven gaan kijken. In wat nu de kleine zaal is, stond een groot poolbiljart. Dit vertrek was duidelijk in handen van de Surinamers, die getooid waren in lange leren jassen en met hoge Afro-kapsels. Tussen de begane grond en de eerste verdieping was de eerste Amsterdamse ‘coffeeshop’gevestigd. Het was al diep in de nacht toen het optreden dan eindelijk begon. King had een ‘Presley’achtig pak aan en volgens de kenners, was hij de eerste, die zijn gitaar liet klinken van de ene naar de andere box (een soort stereo). Het optreden was geweldig en na afloop, staande op de eerste rij, mocht ik hem zelfs de hand schudden. Nog steeds is Freddie King mijn favoriete gitarist en Paradiso mijn favoriete concertzaal! |

Billy Walton is afkomstig uit de staat New Jersey en kreeg tot op heden voornamelijk bekendheid als site-man. Zo speelde hij als gitarist in bands als Boccigalupe & the Bad Boys en Southside Johnny & The Asbury Jukes. Inmiddels heeft Billy genoeg ervaring opgedaan om op eigen benen te staan en dit heeft geresulteerd in de eerste cd van de Billy Walton Band ‘Neon City’.
Tien nummers vullen dit debuut album waarvan er acht door de band, Billy Walton (gitaar, zang, en toetsen), Marcus Croon (drums, percussie en zang) en William Paris (bas, synthesizer, en zang), zelf zijn geschreven. De diversiteit in stijlen is behoorlijk groot op deze cd. Het grootste gedeelte van de nummers bestaat uit stevige rock, maar er is bijvoorbeeld ook plaats voor de soulkraker ‘Papa Was A Rollin Stone’. Zelf zegt Billy vooral beïnvloed te zijn door mensen als Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan, Eric Clapton, Warren Hayes en Derek Trucks.
De cd opent met het zeer stevig gespeelde nummer ‘Radio’; flitsend gitaarspel en knallend drumwerk maken dit nummer tot een prima staaltje rockmuziek. In het nummer ‘Hypnotized’ zijn het voornamelijk de reggae accenten gemixt met het stevige gitaarwerk van Billy die opvallen.
Een mooie ballade op deze cd is ‘Soul Song’, een ode aan de oude soul muziek. Mooi gezongen en snerpend gitaarspel. De eerste cover is ‘Treat Her Right’ van Roy Head And The Traits. De bluesrock is terug te vinden in het nummer ‘Spreading The Blues’. De cd eindigt sterk met het onheilspellende klinkende ‘Jersey Devil’, gevolgd door een prima uitvoering van ‘Papa Was A Rollin Stone’.
‘Neon City’ is een prima debuut album geworden met opvallend veel afwisseling waarmee Billy zijn status als ‘site-man’ met een goed gevoel achter zich kan laten.

Wie kent ze nog, de hits van Gary U.S. Bonds? Nummers als ‘New Orleans’ of ‘Quarter To Three’, wat zelfs de eerste plaats op de Amerikaanse Billboard bereikte. Dit heugelijke feit deed zich al voor in het jaar 1961. Een leuk detail uit deze tijd, is dat Gary in 1963 door Engeland toerde met het onbekende bandje ‘The Beatles’ in het voorprogramma. In de daaropvolgende jaren wordt het rustig rondom Gary. Pas in de begin jaren tachtig staat hij opnieuw in de belangstelling, als hij samen met Bruce Springsteen het nummer ‘This Little Girl’ schrijft. Zijn single successen zijn hierna voorbij. Pas in 2004 verschijnt er na twintig jaar weer een nieuwe cd met de passende titel ‘Back In
![]() ![]() ![]() | KingMo: 17 januari, 't Witte Theater IJmuiden Slechts eenmaal eerder was ik bij een optreden in het Witte Theater te IJmuiden aanwezig geweest en dat is al weer heel wat jaartjes geleden. Het was, toen in de grote zaal. een optreden van Otis Grand. Via Hyves kwam ik erachter dat er iemand was, Rob de Fries, die in dit theater al geruime tijd maandelijks optredens verzorgde op de zondagmiddag en dat deze optredens altijd werden opgenomen en uitgezonden onder de naam ‘The BluestrainFM Sessions’. Er is zelfs van één van deze opnames een prima cd, ‘5Th Anniversary Live Tour |
![]() ![]() ![]() | Bluesfestival Purmerend: 18 september, Jazz Of Zo Koemarkt Purmerend. Eigenlijk ga ik nooit meer naar een festival vanwege de te lange duur en de drukte, maar voor het bluesfestival in Purmerend maakte ik maar eens een uitzondering. Lekker dichtbij en een goede programmering gaven hierbij de doorslag en het weer zag er bovendien ook nog aardig uit. Aangekomen op de Koemarkt namen wij lekker plaats op het terras van de kroeg die naast het organiserende cafe ‘Jazz en Zo’ is gelegen. De eerste band ‘De Blues Makkers’ waren reeds geweest dus kan ik over dit optreden niets vermelden, maar uit de tent klonk de muziek van de tweede band die acte de precense gaven, namelijk ‘The Veldman Brothers’. Helaas was het geluid buiten de tent niet om aan te horen en drong alleen het zware basgeluid door. Dus besloten wij, na een paar biertjes genuttigd te hebben, om maar eens even binnen te gaan kijken. Het geluid was hier duidelijk beter, maar ook niet echt top. Wel was het leuk om te zien hoe de band hun eigen repertoire plus enkele covers weer vol overgave bracht. Samen met zanger/mondharmonicaspeler Jan Scherpenzeel van de 'Twelve Bar Bluesband' en en zijn vriendin Saskia besloten wij om nog maar even aan de overkant op het terras de laatste straaltjes zon mee te pikken en wat oude koeien uit de sloot te halen. Sappige verhalen waren het gevolg van dit gezellige onderonsje. Ondertussen waren de mannen van ‘King Mo’ hun spullen aan het uitladen en dan zie je toch weer dat het gesjouw met zo’n orgel niet meevalt. Na ‘The Veldman Brothers’ was het de beurt aan de voor mij onbekende Purmerendse formatie ‘Texas Tea’ om hun kunnen te presenteren. Wat volgde was een stevige set vol met Stevie Ray Vaughan covers. De band deed dit met volle inzet en wat ik er van meekreeg stak allemaal prima in elkaar. Ondertussen was het gezellig druk geworden op de Koemarkt en liep ik de ene na de andere bekende tegen het lijf en was de gezelligheidsfactor groter dan de muzikale. Veel van het optreden van King Mo heb ik dan ook niet meegekregen. Maar wat ik hoorde klonk weer als vanouds, dus goed. Na het culinaire uitstapje bij de plaatselijke Febo kregen wij het koud en besloten het verder voor gezien te houden(sorry Jan). Al met al een gezellige middag waarbij de muziek dit keer niet de belangrijkste factor was. Met dank aan Bert Vethaak voor de foto's. |

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen; Misschien wel de laatste cd die ik mag bespreken voor Bobtje, is wel de beste die ik tot nu toe heb mogen doen. Quintus McCormick heeft in mijn ogen nu al de mooiste cd in de categorie R&B van 2009 afgeleverd. Wie is eigenlijk deze Quintus McCormick? Quintus is geboren (1957) en opgegroeid in Detroit. Later verhuisde hij naar Chicago, waar hij als gitarist pas in aanraking kwam met de Blues. Eigenlijk kwam dit voort uit noodzaak, omdat hij optredens moest gaan doen om zijn studie te betalen. Al snel kwam hij als ‘siteman’ in de band van James Cotton terecht. Hij toerde verder de wereld over met artiesten als Otis Clay, A.C. Reed en Lefty Dizz. Op aanraden van Buddy Guy en James Cotton formeerde hij in 1994 zijn eigen band ‘The Quintus McCormick Band’. ‘Hey Jodie!’ is het eerste studioalbum van de band en is uitgekomen op het befaamde Delmark label. De cd bevat vijftien nummers waarvan er veertien door Quintus zelf zijn geschreven.
Alleen het laatste nummer van de cd ‘Let The Goodtimes Roll’ is niet van zijn hand. De stijl van deze cd is het best te vergelijken met die van mannen als ZZ Hill, Bobby Bland en Johnny Taylor. De cd opent met de titelsong ‘Hey Jody’, een prachtig soulvol gezongen nummer dat direct al de vocale capaciteiten van Quintis laat horen. Blazers zorgen samen met de drie achtergrondzangeressen voor de juiste accenten. In de slowblues ‘What Goes Around Comes Around’ laat Quintus ons even horen hoe deze stijl gezongen moet worden, namelijk vol emotie. Ook over zijn gitaarspel niets dan lof; nergens gaat er een nummer uit de bocht door te lange solo’s. Eigenlijk kan ik zo nog wel even doorgaan met complimenten geven. Dit is gewoon een hele goede cd. Quintus is voor mij de ontdekking van dit jaar en hopelijk zien we hem snel eens met zijn eigen band optreden in de lage landen!

Acht jaar geleden begonnen een aantal ervaren Texaanse muzikanten met het uitwisselen en spelen van zelf geschreven nummers. Dit groeide al snel uit tot jamsessies die georganiseerd werden in een grote schuur waarin een podium was gebouwd. Iedereen die een instrument bespeelde was welkom. Deze sessies maakte het bandjesgevoel van deze muzikanten weer los en al snel werd besloten om toch maar weer een band te gaan formeren. Na een aantal personeelswisselingen door de jaren heen kwam men uiteindelijk tot een vaste bezetting en waren ‘The Cedarsqueezers’ geboren. De band bestaat uit maar liefst vier gitaristen, Tommy Bonecutter, Mark Sherrod, Scott Wilson en Martin Garza (bas), die ook allemaal de vaardigheid bezitten om nummers te schrijven. Naast deze vier is er uiteraard nog een drummer, Billy Bond, en bespeelt Blanca Rose de viool.
‘El Chupacabra’ (dit is de naam van een gevreesd beest wat voorkomt in Zuid Amerika, Mexico en in de zuidelijke staten van Amerika en ook wel bekend staat onder de Engelse naam ‘The Goat Sucker’) is alweer de tweede cd van de band. Naast de vaste leden van de band zijn er ook nog een aantal gastmuzikanten aanwezig waaronder niemand minder dan Grammy Award winnaar Lloyd Maines op Pedal Steel en Dobro gitaar. De cd bevat dertien nummers uiteraard allemaal door de vier gitaristen zelf geschreven.
Het swingende openingsnummer ‘Shelly Hopped That Train’ klinkt al meteen helemaal goed. Lekkere Rhythm & Blues met gasten Michael Ramos op piano en het B3 orgel en Richard Hardy op de saxofoon. Net als zoveel andere bands afkomstig uit Texas, beheerst ook deze band meerdere genres. Zo komen er nummers langs met een typische ‘Southern Rock’ sound. De Country muziek is uiteraard goed vertegenwoordigd, maar ook de Western Swing, Rock ‘n’ Roll en de Blues komen langs. Deze afwisseling en de prima kwaliteit van de muzikanten maken deze cd tot een waar genot om naar te luisteren.

De totstandkoming van deze cd verliep niet zonder slag of stoot. Het moet toch een verschrikkelijk moment zijn geweest als je, na een half jaar van opnemen ( 80% was al klaar), ontdekt dat er niemand zo slim is geweest om even een back-up te maken van de harde schijf (met daarop al het reeds opgenomen materiaal) die zojuist is omgevallen en onherstelbaar is beschadigd. Gelukkig waren er pas twee van de acht gasten geweest die een rol spelen op deze cd die hun partij al hadden opgenomen en zij waren bereid om nogmaals hun partij in te spelen.
Het openingsnummer trekt al meteen de volle aandacht. Prachtig drumwerk van Arjen Knaap, flarden gitaarwerk uit ‘With A Little Help From My Friends’ van Joe Cocker en een tekst die verwijst naar president Obama die deze ‘Change’ moet gaan inzetten. Vervolgens (blues)rockt Ruben en band lekker verder met ‘Boogie Music’.
Met het nummer ‘Close My Eyes’, met als gast Niels Schutten op het Hammond orgel, wordt een statement gemaakt hoe wij met onze wereld omgaan; erg mooi!
De volgende twee gasten komen langs in ‘Walking In The Rain’. Niemand minder dan Dany Lademacher, één van mijn favoriete gitaristen , gaat het duel aan met Ruben terwijl de zang in dit pittige nummer om en om wordt verzorgd door Frank Pardo en Peter Cook.
Voor mij als bluesliefhebber staan de hoogtepunten op het laatste gedeelte van de cd.
‘Midnight Man’ opent werkelijk subliem met Ruben in een hoofdrol op gitaar. Verder weer dat heerlijke geluid van een Hammond, dit keer bespeeld door Thijs Boontjes. Daarna volgt het buitenbeentje op deze cd. Ruben laat in het nummer ‘Song For Boaz’(zijn zoon) eventjes horen dat ook een akoestisch gespeelde fado makkelijk binnen zijn bereik ligt; prachtig.
Het laatste nummer ‘True Love’, een slow blues, is voor mij het hoogtepunt. Mooi gezongen, prachtig gitaar spel en als grote verrassing een prachtig stukje viool verzorgd door Sophie de Rijk.
Ruben en zijn band leveren met deze cd een prima product af waar ook de jongere generatie zeker van zal genieten!

Met het album ‘Built For Comfort’ uit 2010 maakte de Nederlandse formatie Bluesmotel bij mij al direct een prima indruk. Dit album was voornamelijk gevuld met covers uit de rijke historie van de Chicago blues, maar liet al duidelijk horen dat deze band potentie heeft. Nu is er een nieuw album uit ‘Bound To Drive You Crazy’ en hiermee maken deze mannen het wat mij betreft helemaal waar. Dertien nummers waarvan er maar liefst twaalf door de band zelf zijn geschreven, maar die klinken alsof ze van de hand zijn van de Godfathers van de blues zelf. Net als bij de oude meesters gaan de teksten voornamelijk over drank, vrouwen, hoop en wanhoop. Het door Elmore James geschreven nummer ‘Bleedin’ Heart’ maakt de cd compleet. De samenstelling van de band is hetzelfde gebleven namelijk Kevin de Harde met zang en mondharmonica, op gitaar Micha Sprenger en Tim Benninks en de twee gelouterde leden van de band Hans Wielaert en Frank Van Tijn respectievelijk op bas en drums. De cd is voorzien van een fraai boekje waarin bassist Hans Wielaert met zijn schilderijen laat zien over nog meer talenten te beschikken. Tevens zijn hierin alle songteksten opgenomen. De nummers zijn in slechts twee avonden opgenomen onder de bezielende leiding van Erwin Palper die het voor elkaar heeft gekregen om alles met een helder geluid en een prima mix op de cd te zetten.
‘Hard Lovin’’ is de naam van het eigenwijs klinkende openingsnummer en hiermee is de toon gezet. Pima gitaarwerk, een uitstekende ritmesectie en een zanger die werkelijk de duivel in zich heeft. Heerlijk zo’n band die geen concessies doet en gewoon lekkere traditionele Chicago blues speelt. Ook in de daarop volgende nummers als ‘Can’t You Take It’ en ‘Insomminiac Blues’ gaat de band onder leiding van de uitstekend zingende Kevin de Harde lekker los. Het speelplezier spat er werkelijk vanaf. De rust volgt in de mooi uitgevoerde slow blues ‘Who’s Been Loving You?’. Het mondharmonicaspel in ‘Woman On My Mind’ klinkt lekker smerig, maar de stevige begeleiding zorgt ervoor dat hij nergens uit de bocht kan vliegen. De geest van Muddy Waters hangt duidelijk boven het geleende thema van ‘The Geddup Man’. Een funky klinkend nummer past natuurlijk prima in dit repertoire; het titelnummer ‘Bound To Drive You Crazy’ is hier het bewijs van. De band komt weer tot rust in ‘The Blues I’ve Seen’ om vervolgens een prachtige uitvoering van Elmore James’ ‘Bleeding Heart’ uit de tenen te persen. Het akoestisch gespeelde ‘Eschattology’ voorspelt ons het einde van de wereld, maar laat u dit niet gebeuren zonder Bluesmotel eens live aan het werk te hebben gezien!


Een man en zijn blues zo kan ik dit cd’tje wel het beste omschrijven. Doug Warner is een voor mij onbekende bluesmuzikant uit Oregon. Op zijn website is te lezen dat Doug geen professioneel muzikant is, maar werkzaam is als producer van het Camelot Theater in Oregon waar hij zelf ook nog wel eens een rol speelt in een toneelstuk. Na jaren lang schrijven en spelen van bluesmuziek in zijn vrije tijd komt hij nu met een cd die hij helemaal alleen vol speelt en ook tekent hij zelf nog eens voor de productie. Doug beheerst een flink aantal instrumenten. Zo is hij te horen op zowel elektrische- als akoestische gitaar, piano, drums, percussie, bas en mondharmonica en beschikt hij ook nog eens over een prettig stemgeluid. De cd bevat veertien nummers die allemaal door Doug zelf zijn geschreven. Een ware prestatie dus. Op de meeste nummers van de cd bespeelt Doug slaggitaar op zijn akoestische gitaar en soleert hij hier overheen met zijn elektrische gitaar of speelt hij slide op zijn, uit 1936 stammende, 27G Dobro resonator. De stijl van spelen is vrij traditioneel. Al met al een leuke cd.

Een Blues cd van een Australische band kom ik niet veel tegen. Toch ligt er momenteel eentje in mijn cd speler. Het is de laatste cd van de band ‘The Giants’ met de veelbelovende naam ‘Motorcycles, Tattoos, Rock ‘n’ Roll & Blues’; een hele mond vol! De cd is al in 2009 verschenen. Frontman van de Giants is de zanger,gitarist en mondharmonicaspeler Stuart Wood; gezien zijn postuur is hij ook degene die de bandnaam de meeste eer aan doet. Op gitaar Mark Greig, iemand die al in heel wat Australische bandjes heeft gespeeld. Op bas Steve Brooks, drums George Velenik en de toetsen worden bespeeld door John MacLaine. De cd telt negen nummers die allemaal zijn geschreven door Stuart Wood. Buiten het gegeven dat de band sinds 1990 bestaat biedt de website van de band verder weinig achtergrondinformatie.
Het openingsnummer ‘Don’t Play Those Games’ is een heerlijk uptempo nummer waarin gastspeler Wilbur Wilde met zijn saxofoon de hoofdrol opeist. In ‘Tattooed Lady’ zingt Stuart Wood over zijn liefde op het eerste gezicht op het moment dat er een getatoeëerde dame een bar binnenkomt. Als daarna Stuart Wood zijn mondharmonica voor het eerst oppakt en de tweede gast in de persoon van zangeres Shani Saint-Aulbins zich meldt kan de band beginnen aan het langste nummer van deze cd namelijk ‘Talkin’ Married Blues’ (8:30 min). Mijns inziens had dit nummer wel de helft korter gekund, want spannend blijft het niet echt. Gelukkig gaat het hierna met een heerlijke slide partij in ‘Stay The Night With Me’ weer de goede kant uit. Met ‘The Ballad Of Bearing’ verlaat de band voor de eerste keer de Blues met een echte rock ballade. De beste twee nummers zijn bewaard voor het laatst. In ‘t lekker rollende ‘Late night Studio Blues’ krijgt John MacLaine de ruimte om zich lekker uit leven op zijn Hammond en laat ook gitarist Mark Greig horen dat het niet hard hoeft te zijn om mooi te kunnen klinken. ‘Love Me Or Leave Me’ is een prachtige ballade die zanger Stuart Wood werkelijk uit zijn tenen haalt.
Deze band zal het zeker goed doen in het clubcircuit van Australië, maar stijgt wat mij betreft niet boven het gemiddelde band niveau van de lage landen uit.

In 1967 zijn er vijf teenagers (Tony Dancy, Craig Fairchild, Dennis Duchrow, Fred Euler en Dave Kuck) die samen een bandje ‘The Tygers’ oprichten. Zij schrijven zich in voor de talentenjacht ‘The Wiscosin State Battle’ en winnen deze. De prijs is de manager Jon Hall en meedoen aan de volgende stap ‘The National Battle Of The Bands’ in Boston. In de jury zit niemand minder dan Les Paul die onmiddellijk onder de indruk is van ‘The Tygers’. Hij wil een plaat met ze opnemen, maar door onenigheid met manager Jon Hall gaat deze prachtige kans niet door.
In 1968 belandt the band dan toch in de studio om een singletje, ‘Little By Little’, op te nemen. Herb Albert, toentertijd aan het hoofd van ’A&M Records’, pikt hem op en brengt hem in heel Amerika uit. De single wordt een groot succes.
De band besluit het ijzer te smeden als het heet is en gaat, zonder voorman Tony Dancy die op dat moment ziek is, de studio in om het debuutalbum op te nemen. Dit is achteraf gezien niet slim geweest. Het album valt niet in de smaak en het platencontract vervalt. Het gevolg is dat de band uit elkaar valt en ieder zijn eigen weg gaat.
In de jaren tachtig en negentig komt de band voor revival festivals weer bij elkaar met zowel oude als nieuwe leden. Gestimuleerd door deze optredens duiken de orginele leden Tony Dancy en Craig Fairchild samen de studio in om te gaan werken aan het tweede album van de band. De bezetting van de huidige Tygers is nu als volgt: Tony Dancy (zang, gitaar en keyboards), Craig Fairchild (zang, piano & B3) en Lanny Hale (zang en gitaar). Op het album zijn ook nog een aantal gastmuzikanten aanwezig waaronder Kenny Knoll op de pedal-steel gitaar en oud Tyger lid Joe Turano verzorgde de blazers arrangementen.
Het resultaat van dit alles is een zestiger jaren cd, maar dan opgenomen in 2010. Alle songs zijn geschreven door het duo Dancy/Hall op eentje na namelijk ‘You Know Where To Reach Me’; deze is geschreven door het duo Dancy/Fairchild. Er zijn invloeden te horen van o.a. Simon and Garfunkel, CCR, CSN&Y en Poco.
Houd je van jaren zestig muziek dan kan ik jullie deze cd van harte aanbevelen!

The Band ‘Hounds Tooth’ is afkomstig uit de Amerikaanse staat Wisconsin en is opgericht in 2005. Vier leden telt de band waarvan er twee, JD Optekar en Jared James, de gitaar bespelen. De basgitaar is in handen van Bob Noll en de drumpartijen worden verzorgd door Jeff Oscarson. Volgens de bijgeleverde biografie heeft de band zich laten beinvloeden door artiesten als Freddie King, Albert King en Tab Benoit. Vanaf 2005 heeft de band een aantal zangeressen versleten, maar op deze cd wordt de zang verzorgd door de twee gitaristen zelf en dat pakt helaas niet overal goed uit. Gelukkig zijn de vier muzikanten wel heer en meester over hun instrumenten en valt er dus nog genoeg te genieten.
Tien nummers, bij elkaar slechts 33 minuten, telt deze cd waarvan er zeven door JD zelf zijn geschreven. JD is ook verantwoordelijk voor de productie van deze cd.
Het album opent met het funky klinkende ‘Blues Is The Truth’, met prima gitaar werk van de beide heren. ‘Jumpin’ Rockin’ Rhythm’, geschreven door Duke Robbilard maar geheel in de stijl van Chuck Berry, is de eerste cover die wij tegenkomen op dit album. ‘Soul Rockin’ en het door Don Nix geschreven ‘Goin’Down’ vind ik zelf de mindere nummers op de cd. De zangkunsten schieten hier echt te kort. Het beste nummer van de cd vind ik ‘Black Coffee’; mooie tekst, prima gitaarlicks en goed gezongen door gast zanger Gabe Marchan.
De band heeft met JD Optekar een prima songwriter in huis. Er is voldoende afwisseling in stijl qua nummers en ook het geleverde gitaarwerk smaakt naar meer. Mijn advies is wel om een goede zanger aan te trekken waardoor de tweede cd zomaar eens een aangename verrassing zou kunnen worden!

De debuut cd ‘Don’t Ask….Don’t Tell’ bevat maar liefst achttien nummers (ruim 75 minuten) waarvan er een flink aantal favorieten Bluesnummers van Bobby zijn en een aantal eigen geschreven nummers. Het enige minpuntje van de cd is het openingsnummer ‘Are You Ready’. Dit nummer wordt, net als Bobby lekker op dreef komt, al na 1 minuut en 23 seconden weggedraaid en komt dan weer terug op het einde van de cd. De overige zeventien nummers zijn echter een genot om naar te luisteren. De stem van Bobby doet in sommige nummers denken aan die van de onlangs overleden Solomon Burke. Noemenswaardig zijn de prima arrangementen die voor de blazers zijn geschreven, maar ook het spel van de diverse muzikanten is van uitstekende kwaliteit. De beste nummers voor mij op deze cd zijn: ‘24 Hours Of The Day’, een nummer waarin de blazers zeer sterke partijen blazen en een uitstekende solo van Duan Blackburn op het Hammond B3. ‘Kitchen Blues’, prachtig gitaar spel van Joell Morelli op de dobro en de verleidelijk klinkende zangeres Liberty Silver heeft een gastrol in dit nummer. ‘Money Honey’, met samenzang van de gehele familie Blackburn. ‘Twilight Time’, een mooi klinkende slow blues met een uitstekende gitaar solo van Donna Grantis, maar zoals eerder aangehaald, klinkt de hele cd gewoon lekker! Prima Soulvolle Blues en Rhythm & Blues.
Muzikanten op deze cd:
Bobby Dean Blackburn /zang en piano, Duan Blackburn / Hammond B3 orgel. De blazers zijn Steve Kennedy/ tenor en barriton sax, Van Dixon/trompet en flugelhoorn, Neil Braithwaite/tTenor sax, Robert Blackburn/tenor sax), op gitaar Joel Morelli, Donna Grantis en Brooke Blackburn, Jerome Godboo /harmonica, Cory Blackburn /drums, Howard Ayee /bas, Angela Blackburn / achtergrond zang

Eric-Jan Overbeek a.k.a. Mr. Boogie Woogie is zonder enige twijfel de meest succesvolle Blues en Boogie Woogie muzikant van Nederland. Eric-Jan toerde inmiddels door geheel Europa, maar is ook in Amerika geen onbekende meer. Op het moment dat ik deze recensie schrijf verblijft Eric-Jan weer eens in Tucson/Amerika waar hij bijna kind aan huis is en een graag geziene gast is op de verschillende podia aldaar.
Eric-Jan zag het levenslicht op 5 april 1967. Op achtjarige leeftijd start hij met pianoles. Al snel blijkt dat hij barst van het talent en op zijn twaalfde begeleidt hij dan ook al een dansclub. Op zijn veertiende hoort hij Fats Domino op de radio en is hij verkocht. Boogie Woogie en Blues, dat is waar hij zich op gaat richten. Op zijn zestiende acht hij de tijd rijp om zijn eerste band te starten, ‘The Mill Base Blues Band’. In 1988 komt het succes. De band wint een Bluesconcours in Friesland en staat hetzelfde jaar op het grootste Bluesfestival van Nederland ‘the Amsterdam Bluesfestival’ in de Meervaart. Als verassing voor zijn negentiende verjaardag regelen een aantal vrienden een optreden van de alom gerespecteerde Boogie Woogie pianist Andre Valkering. De daaruit volgende vriendschap tussen die twee en de kennismaking met die andere legende uit die tijd op de piano Rob Hoeke brengen het spel van Eric-Jan naar een hoger plan. In 1990 valt The Mill Base Blues Band uit elkaar en vanaf die tijd speelt Eric-Jan als Mr. Boogie Woogie & The Firesweep Bluesband, maar uiteraard ook veel solo. Het succes is ongekend groot en Eric-Jan toert zelfs met de geheel zelf opgezette show ‘Blues & Boogie Night’ langs de theaters in Nederland. Inmiddels heeft Eric-Jan op zo’n beetje elk groot festival in Europa gespeeld en werd hij door ‘Les Trophees France’ gekozen tot de beste Blues pianist van Europa.
‘Just like That’ is de naam van de nieuwe cd. Dertien nummers waaronder een flink aantal klassiekers. Eric-Jan wordt ook op deze cd weer bijgestaan door zijn ‘Firesweep Bluesband’ oftewel Raymond Nijenhuis (a.k.a. Guitar Ray) op gitaar, Jasper Mortier op de bas en achter de drums Robbie Andreas Carree. Muzikanten die allemaal hun sporen al ruimschoots hebben verdiend binnen de muziek.
Met ‘I Chose To Sing The Blues’ (J.Holiday/R.Charles) heeft de cd een onverwacht stevig openingsnummer wat naadloos overgaat naar het New Orleans getinte nummer ‘Big Chief (E.King), een stijl die Eric-Jan tot in de finesses beheerst. Het gitaarwerk van ‘Guitar Ray’ is in dit nummer, net als op alle andere nummers, van onvervalste klasse. In het middengedeelte van de cd laat Eric-Jan met het eigen nummer ‘Auw!’ nog eens even horen waarom hij terrecht is gekozen tot de beste Blues & Boogie Woogie pianist van Europa. Met de kale kop van Eric-Jan is het door Eddie ‘Cleanhead’ Vinson geschreven nummer ‘Cleanhead Blues’ een passend gekozen cover. ‘Rocket 88 (I.Turner)’ is natuurlijk al heel wat gecoverd, maar de versie op deze cd swingt weer als een trein. Opvallend zijn de twee Delbert McClinton nummers ‘Read me My Rights’ en Livin’It Down’; dit zijn namelijk geen voor de hand liggende keuzes voor een pianist. Met ‘Sell My Monkey (R.B. King) krijgt deze swingvolle cd een gepast slotnummer.

‘Outside Of Tupelo’ is alweer het zesde album van Steven, maar voor mij is het de eerste kennismaking met zijn muziek. De cd opent met een lekkere Honky-Tonk ‘Women On A Pole', een verhaal over een trucker die lekker dronken wordt in een striptent en hier al zijn centen uitgeeft. Mooie akoestische Country is te horen in nummers als ‘Big Sky’ en ‘Firm Believer’. ‘I Stole The Bible’, muzikaal gezien een lekker Bluesy klinkend nummer met een mooie solo van Glen Duncan op viool, zou zo het vervolg kunnen zijn op het eerste nummer; de trucker ontwaakt in zijn hotel en neemt in plaats van shampoo en zeep de bijbel mee naar huis. Het titelnummer ‘Outside Of Tupelo’ en ‘Cowboy Song’ zijn de meest commerciële nummers op deze cd en zouden niet misstaan tussen de nummers die jaarlijks de Country Awards in Nashville beheersen.

Overexposure vervelend? Herman Brood zag het positief en kon er geen genoeg van krijgen. En ook KingMo heeft hierover niets te klagen. Er is geen een Nederlandse band die het afgelopen jaar zoveel aandacht heeft gehad op de diverse Blues sites als deze band. En ik moet zeggen terecht, want met hun nieuwe cd ‘Sweet Devil’ leveren zij een pareltje af.

Wat ik al zei, deze cd schittert door de veelzijdigheid. Het eerste nummer ‘Your Sweet Kiss’ is een lekker uptempo bluesje waarin Phillipp Roemer meteen zijn visitekaartje afgeeft. Vervolgens gaat het met ‘Don’t Fall In Love’ de funky kant op. ‘Don’t Make A Promise You Can’t Keep’ is een soulachtig ingetogen nummer en ‘I Wanna Start A Fire’ is weer popmuziek. Zo komen er ook nog een bluesje en een jazzy nummer voorbij en is er voor een ieder wel wat naar zijn of haar zin. De band heeft onlangs ook de dvd ‘Live At Sensenhammer’ uitgebracht. Deze is in Nederland te bestellen op www.bluesdvd.nl. Als je de cd in je pc stopt is hier al een voorproefje van te bekijken.
Wat mij wel stoort is dat in het bijgevoegde boekje de songteksten niet in de juiste volgorde zijn opgenomen zoals de nummers op de cd staan. Ook staat nergens vermeld wie de schrijvers van de nummers zijn. Het zijn natuurlijk details maar toch. Al met al levert Get The Cat een leuke cd af en ik denk dat deze band iedereen een hele leuke avond kan bezorgen in het clubcircuit.

Afgelopen jaar maakte ik al kennis met de ‘BluesKings’, een band uit het noorden van Nederland en nu schalt ‘Do That Tonky Thing!’ de nieuwe cd van de ‘Bluesblasters’, een band uit dezelfde regionen, uit mijn speakers.
Dat de blues hier dus leeft moge duidelijk zijn. De Bluesblasters bestaan al sinds 2000 en spelen voornamelijk Chicago blues. In 2006 brachten zij hun eerste cd uit ‘Fattening Frogs’. Voor mij is dit echter de eerste kennismaking met deze band.
‘Do That Tonky Thing’ bevat dertien nummers waarvan er drie zelf geschreven zijn door zanger/gitarist Ronald Schoonveld en de overige nummers zijn niet alledaagse covers. De cd is in eigen beheer uitgegeven en live opgenomen in de Lawei te Drachten.
De cd opent met een krachtige uitvoering van ‘Alabama Rain’ geschreven door Louisiana Red. Meteen is duidelijk dat deze band met Steven Elings een prima mondharmonicaspeler in huis heeft.
De uitvoering van ‘Driftin’, eveneens van de hand van ‘Red,’ doet mij qua sfeer op de een of andere manier denken aan Cuby & The Blizzards. De drie eigen nummers, Tonky Thing (een instrumentaal nummer wat zomaar door Freddie King geschreven zou kunnen zijn), ‘Leather Jacket’ en ‘Been Down So long’ doen zeker niet onder voor de covers op deze cd. Het meest authentieke nummer op deze cd vind ik ‘Let Me Be Your Electrician’
(eveneens van L.Red). Prachtig slide gitaar en mondharmonica werk en helemaal in de geest van Good Old Muddy Waters.
Met deze cd zetten de Bluesblasters zichzelf duidelijk neer als een echte Bluesband. Geen fratsen, goed gekozen nummers en een stel prima muzikanten. Het enige minpuntje is dat de cd wat hol klinkt; voor de volgende cd dus maar eens naar een echte studio toe!

De cd opent met een tweetal typische rockabilly nummers waarin de band meteen laat horen dat ze deze stijl prima beheersen. Het derde nummer ‘Piranha Boulevard’ neigt gezien de openingsklanken meer richting de surfmuziek. Het instrumentale ‘Sunny Sunday Afternoon’ is een lekker gitaarnummertje net zoals ‘Chet Atkins’ ze vaak speelde.


“Mij aanspreken? Neen, voor mij hebben de Jason Ricci's en consorten niks, maar dan ook niks met blues te maken. Het zijn goede rocksterren....punt uit. Dat is GEEN blues. Hij is een goede muzikant, ik hou van zijn act, de mensen zijn er gek van, maar ik herhaal het nog eens, het is geen blues. En als hij dan toch wat blues speelt, mis ik de kleine subtiele dingetjes, die er echt blues van maken.”
Toevallig viel tegelijkertijd de laatste cd van Flávio Guimarães in mijn brievenbus. Het opvallende ‘vintage’ hoesje viel bij mij meteen al in goede smaak. Na het beluisteren van deze cd kan ik zeggen dat alles wat Jason Ricci niet heeft dat heeft Flávio Guimarães duidelijk wel in huis. Ik heb de laatste jaren zelden zo’n voortreffelijke Blues mondharmonicaspeler gehoord!
Flávio is afkomstig uit Brazilië. In 1986 start hij de band Blues Etílicos op. Deze band wordt tot op heden gezien als het beste wat Brazilië op Blues gebied ooit heeft voortgebracht. In 1988 reist hij naar Chicago waar hij onder andere samen speelt met ‘Sugar Blue’. Terug in Brazilië speelt hij hier op alle grote festivals en opent hij vaak voor de echte grootheden van de blues.
Zijn eerste solo album ‘Little Blues’ neemt hij op in 1995. Inmiddels is ‘The Blues Follows Me’ alweer zijn zesde solo album. Een album gemaakt als tribute aan de Blueshelden uit de jaren vijftig. De cd telt elf nummers waarvan alleen het nummer ‘Bill And Jeanette’ van eigen hand is. De overige nummers zijn prima covers van onder andere Walter Jacobs, Willie Dixon, Jimmy Rodgers. W.C. Handy en Rice Miller. De prima band waar hij mee speelt bestaat uit Igor Prodo op gitaar, Yuri Prodo op drums en Rodrigo Montovani op de staande bas. Deze cd voert je helemaal terug naar die, muzikaal gezien, geweldige jaren vijftig! Ik kan iedere Bluesliefhebber deze cd van harte aanbevelen.


De cd ‘Blue Homework’ van de Italiaanse gitarist Francesco Greggio is zijn eerste solo album. Greggio werd in
‘Blue Homework’ is, logisch gezien de eerder vermelde achtergrond van Greggio, een zeer afwisselende cd geworden. In de meeste stukken is echter wel te horen dat de Blues als uitgangspunt is genomen. Gezien zijn opleiding beschikt Greggio over een geweldige techniek op de gitaar, maar verdrinkt hij hier zeker niet in.
De medemuzikanten, Chris Boulet/ (zang), Giorgio Bradaschia/(bas) en Gianmatteo/(drums), zijn zorgvuldig uitgekozen en hebben alle drie geen Blues achtergrond, wat Greggio de mogelijkheid bood om vaak af te wijken van de vaste patronen binnen de Blues. Vanaf het Funky klinkende openingsnummer ‘Time For Me’ is dit goed te horen.
De cd herbergt maar liefst vijf instrumentale nummers waarin het mooie gitaarspel van Greggio volledig tot zijn recht komt. Twee van deze nummers zijn geen onbekende; zo krijgen wij van ‘Rude Mood’ van Stevie Ray Vaughan en de klassieker ‘The Stumble’ van Freddie King een mooie uitvoering te horen.
Nummers als ‘Only Lover’ en het akoestisch gespeelde ‘Out Of The Nest’ zouden niet misstaan op een Popalbum. Het nummer ‘Sucker Punch’ klinkt weer lekker Jazzy en ‘Old Dog’ daarentegen is weer een fraai gespeelde Slow-Blues.
‘Blue Homework’ is een mooi en afwisselend eerste album geworden. Ik ben benieuwd welke weg Greggio de volgende keer in zal slaan.

![]() ![]() | Black Top: 14 maart, Bikes ’n Blues Amstelveen. Het was weer een (Black) top avond in Amstelveen. Op het podium stond het Arnhemse trio ‘Black Top’. Deze drie mannen, Theo Outhuijse(drums) Anne Maarten Hills van Heuvelen(bas en zang) en Mick Hup(gitaar en zang), hebben hun sporen al dik verdiend in het muziekwereldje en dat is te zien en te horen. Het repertoire van dit trio is het makkelijkst te omschrijven als Bluesrock. De lezers van mijn site zullen ondertussen wel weten dat dit niet mijn favoriete stijl is, maar op het niveau waarop deze drie heren dit genre neerzetten ben ook ik snel om. Vanaf het begin ging de beuk er goed in. Zo erg zelfs dat Anne een snaar brak van zijn basgitaar en dat zie je toch maar zelden. Professioneel werd de snaar vervangen zonder dat het optreden werd stil gelegd. |

![]() ![]() ![]() | Bas Paardekooper & The Blew Crue, 10 oktober Bikes 'n Blues Amstelveen De kracht van een podium als Bikes ‘n’ Blues is de diversiteit van de programmering binnen het aanbod van de vele stijlen van de Blues. Zo staat er elke keer weer een ander type band te spelen. Vanavond was de Powerblues aan de beurt. Eerlijk is eerlijk, het is niet mijn stijl, maar het is altijd gezellig in Amstelveen waar inmiddels heel wat bekenden van mij rondlopen. Bas Paardekooper & The Blew Crew toeren alweer een jaartje of twee door Nederland en hebben al de nodige lovende kritieken gehad. En na vanavond begrijp ik ook wel waarom. Bas doet zijn gitaar gewoon pijn! Zijn snelheid kent geen grenzen en geen noot op zijn gitaar wordt overgeslagen. De band (Roel van Leeuwen op drums en René Mijnten op bas) staat als een huis en er is voldoende afwisseling in de songs. Het openingsnummer van vanavond was ‘Dust My Broom’ in een wel heel krachtige uitvoering. Daarna ging het richting Rock, waarna ze met een mooie versie van ‘Red House’ terugkeerden bij de Blues. Uiteraard kwam ook Stevie nog even voorbij met ‘Pride & Joy'. Voor mij was het na de eerste set wel weer genoeg, daar ik nog steeds geen hele avond vol kan maken. Ik denk dat het tot in de late uurtjes is doorgegaan en dat de echte liefhebbers van dit genre er weer een gitaarheld bij hebben. Foto's & Filmpje: Marga Moester |


Zo toerde de pianist en tevens producer van deze cd Tim Wire twee zomers mee met de befaamde bluesgitarist ‘Son Seals’ en speelde trombonist Hank Lawler onder andere in de blazerssectie van Albert Collins. De andere leden van de band zijn: Mike Marois op gitaar, Jack Connes op de basgitaar, Al Anderson op sax en Jim Murphy op drums. De cd bevat tien tracks, jammer genoeg allemaal covers. Maar beter goed gecoverd dan zelf slecht geschreven zullen wij maar denken. Overigens zijn de meeste nummers voorzien van een eigen opsmuk en niet klakkeloos nagespeeld. De cd opent met ‘For You My Love’van Jimmy Reed. Een lekker vrolijk klinkend R&B nummer dat meteen gevolgd wordt door het eveneens opwindend klinkende nummer ‘Redbeans’van Professor Longhair. Daarna volgt, wat mij betreft, het hoogtepunt van deze cd ‘Blues As Blues Can Get’geschreven door Delbert McClinton; een door gitarist Marois geweldig gespeelde slow blues, waarbij je de neiging krijgt het volumeknopje eens flink open te draaien. Als nummer vier treffen we het in ‘Funky Kid’omgedoopte ‘Messin’with the kid”van Junior Wells aan. De lange intro doet vermoeden dat het hier om een instrumentale versie gaat. Beurtelings soleren Lawler, Marlois en Wire er lustig op los voordat de zanger inzet. ‘Drinkin’ Tangueray’van Johnny Johnson, ‘Must ‘ve been the devil’ en ‘Moon Blues’ beide van Otis Spann, het ietwat uitgekauwde ‘Pretty Women’ van Albert King en ‘Oh Why’ van James Cotton maken de cd compleet. Al met al een lekker cd’tje om in de zomer op uw tuinfeest te draaien.

Andre Williams begon zijn carrière in 1952 als songwriter, producer en soms ook als uitvoerend artiest. Hij werkte aan hits als ‘Shake A Tailfeather’ en ‘Funky Judge’. In de jaren zestig werkte hij veelvuldig voor het label ‘Motown’ van Barry Gordon. Na een behoorlijke verslaving vond Williams de weg terug door het geloof. In de daarop volgende jaren werkte hij hoofdzakelijk achter de schermen, maar in 1996 kwam hij opeens met het nieuwe album ‘Silky’ op de markt. Met deze plaat, een soort ranzige punk opgenomen met leden van The Dirtbombs en The Demolition Doll Rods, kreeg Williams opeens een hele nieuwe schare fans. In 2003 nam Williams de cd ‘Holland Shuffle’ op met de Groningse band ‘Green Hornet’, waardoor hij in Nederland een aardige bekendheid kreeg binnen het clubcircuit.

Waren op zijn vorige cd ‘Wonkey Years’ de meeste nummers nog door Rick zelf geschreven, op deze cd speelt hij vooral covers. Slechts voor de medley ‘Ratlesnake – Going Away Baby’ schreef hij zelf het arrangement. Om zo dicht mogelijk bij het originele geluid te komen bedient Rick zich op deze cd van zogenaamde ‘vintage’ gitaren en versterkers.
Het is goed dat er nog muzikanten zijn die de oude meesters op deze manier eren. Mijns inziens is er veel te weinig aandacht voor de Blues muzikanten die er echt toe deden!

De liefde die Sherry voelt voor de muziek van Kate is op deze cd goed te horen. De pareltjes van Kate zijn ook in de handen van Sherry pareltjes gebleven. Zelfs de prachtige bewerking van ‘Red Tail Hawk’ die Kate opnam heeft zeker door de bijdrage van gitarist Rick Shea niets in schoonheid ingeboet. Dit nummer opent deze cd, maar is tevens ook in een instrumentale versie de afsluiter van de cd. Ook op ‘Telluride’ levert Rick Shea een prachtige bijdrage, maar nu op Pedal Steel gitaar en mandoline. Op sommige van Kate’s nummers verlaat zij het pad van de Folk en gaat het over naar Country of naar wat nu onder de naam Americana te boek zou staan.

Net zo als bij veel andere muzikanten viel ook bij Mariëlla Tirotto de appel niet ver van de boom; haar vader speelde in de drumband van de plaatselijke fanfare en haar moeder zong eigenlijk de hele dag door. Mariëlla was dan ook voorbestemd om naar het conservatorium te gaan om zich verder te bekwamen op de viool, maar zoals met opstandige pubers wel vaker gebeurt zag ze hier op het laatste moment vanaf en dit betekende het einde van haar carrière als violiste. Haar interesse in muziek bleef gelukkig bestaan en het zingen, wat zij ook al die jaren had gedaan in verschillende koor gezelschappen, bleef zij doen maar dan wel alleen voor zich zelf. Pas op haar drieëntwintigste trad zij hiermee naar buiten toen haar echtgenoot Heins Greten haar bij toeval hoorde zingen en haar meteen vroeg om te komen zingen in zijn rockband ‘Anonymous’. Een aantal bandjes later verschenen haar eerste opnames met de band ‘Italian Smoke Party’ op de gevoelige plaat waarin de jazz invloeden al duidelijk hoorbaar waren. In het jaar 2000 hakte Mariëlla de knoop door en koos zij voor een carrière binnen de muziek. Het gevolg van deze stap waren de opnames voor haar eerste solo cd ‘Stranger’. Een tweede solo cd is er echter nooit gekomen, want er kwamen plannen voor een nieuwe band. Deze plannen zijn uiteindelijk uitgemond in de band ‘Mariëlla Tirotto & The Blues Federation’. In 2008 verscheen hun debuut cd ‘Somewhere Down The Road’ en nu is de opvolger ‘Dare To Stand Out’ uit. Ik moet bekennen dat deze nieuwe cd eigenlijk mijn eerste kennismaking is met de muziek van deze band. Eigenlijk ken ik de band alleen maar door de vele activiteiten van Mariëlla op het internet en heb ik hier en daar weleens flarden gehoord die zeker niet verkeerd klonken.
De cd bevat twaalf nummers waarvan er maar liefst elf van de hand van de diverse bandleden zelf zijn! De cd opent stevig met prachtig gitaarwerk van Harold Koll wat wordt voortgezet in het middenstuk van het nummer. Met prima drum en percussie ondersteuning mag mondharmonicaspeler Michel de Kok laten horen dat hij een uitstekend partijtje kan blazen op zijn instrument. Met dit eerste nummer ‘Drifting’ lijkt de toon gezet voor deze cd, stevig en bluesy, want ook in het volgende nummer ‘Marked For Life’ wordt deze stijl doorgezet, maar met het spannend klinkende ‘Lover’s Dance’ gaat het tempo beduidend naar beneden en belandt de band midden in de ‘swamps’ van Louisiana. Erg mooi in dit nummer is de zang van Mariëlla. Wat mij betreft het eerste hoogtepunt op deze cd. In ‘Dare To Stand’ wordt de draad van de eerste twee nummers weer opgepakt, stevige gitaarklanken, snerpende mondharmonicaklanken en wederom prima drum en percussie werk van respertievelijk John Kakiay en Onny Tuhumena. Met een lekker uptempo klinkend bluesje ‘Night Owl” gaat de band verder om vervolgens te komen tot de enige cover op deze cd ‘Black Coffee’. De mooiste versie van dit nummer staat nog steeds op naam van ‘The Pointer Sisters’ op hun geweldige dubbel lp ‘live At The Opera House’, maar ook de versie van Mariëlla en haar mannen mag er zijn; mooi ingetogen pianospel van Mariëlla’s echtgenoot Heins Greten en een hoofdrol voor Michel de Kok op zijn mondharmonica. Het mooie jazzy zanggeluid van Mariëlla maakt dat dit nummer zeker ook behoort tot de hoogtepunten van deze cd. Maar goed hiermee zijn wij pas halverwege de cd en zeker nog niet door de beste nummers heen, want ook ‘You Don’t Call The Shots’ is een prachtig nummer. Een mooi terugkerende baspartij van Heins legt de basis voor dit mooie nummer. Opzwepende drums zijn vervolgens de basis voor ‘Why Are You Running From Yourself’. De wederom mooie gitaarsolo van Harold en de indringende zang van Mariëlla maken ook van dit nummer een lust om naar te luisteren. De veelzijdigheid van de band kent blijkbaar geen grenzen, want ook een pop ballade als ‘Lover’, een liefdesverklaring die recht uit het hart komt, vormt geen enkel probleem. ‘Didn’t Your Mama Tell You?’ is blijkbaar geschreven in een wat mindere periode in het leven van Mariëlla, want veel vrolijks is er niet in te horen. De cd eindigt met de nummers ‘Embrace I & II'. Door zowel het ritme en het gitaarwerk lijkt het op een ode aan het werk van Carlos Santana, de mondharmonica is een wat vreemde eend in deze afsluiters.

Met heel veel plezier heb ik de afgelopen dagen geluisterd naar ‘Back To Nothing’ van het Nederlandse trio ‘Louisiana Men’ (plus enkele bevriende muzikanten). Deze cd is een muzikale ‘Gumbo’ geworden van alle muzikale ingrediënten die je in Louisiana aan kunt treffen. De Blues is het hoofdingrediënt, maar hier en daar zijn aan deze Gumbo Zydeco, Cajun en wat snufjes Soul toegevoegd. Met maar liefst vierentwintig nummers verdeeld over twee cd’s is er genoeg te genieten voor iedereen. Maar over wie heb ik het hier eigenlijk? Laat ik de drie mannen even voorstellen; Hans de Vries (a.k.a.Homesick), geen onbekende toch? Even het geheugen opfrissen; zijn vorige bands waren ‘Homesick & The Backstabbers en Louisiana Radio’ mondharmonica/ gitaar/zang, Alex Siegers percussie/ zang en Toon Ekkers gitaar/ banjo/ sexto/ zang.
De rode draad op deze cd is het titelnummer ‘(From A Broken Heart) Back To Nothing’ wat in drie verschillende uitvoeringen voorkomt. De oudste versie werd al in 1988 opgenomen als een demo met niemand minder dan de inmiddels overleden John Lagrand op mondharmonica. De tweede versie is een niet eerder verschenen uitvoering door de vorige band van Hans de Vries ‘Louisiana Radio’. En dan is er nog de huidige versie welke mooi ingetogen wordt gespeeld. Tja en wat is er zoal nog meer te horen? Laat ik eens een aantal pareltjes noemen; ‘Back Home To Me’ geschreven door Art Neville mooi vanwege de eenvoud. ‘Going Down To The River’ van Ray Charles in een bloedstollende versie ‘live’ opgenomen in café De Amer. ‘Feed Don’t Fail Me Now’, een traditional die als een soort Rap je kamer binnen stormt. ‘Bit By Bit’, een niet eerder verschenen eigen nummer uit 1990 waar je onmiddellijk vrolijk van wordt. ‘Ti Zydeco’, Zydeco zoals Zydeco behoort te klinken! En eigenlijk kan ik zo wel door gaan. Ik heb geen nummer gehoord waar ik niet van heb genoten.

Als je pas op je vijfenveertigste je eerste studioalbum opneemt dan mag je best stellen dat wij hier te maken hebben met een laatbloeier. Jimmy Warren, geboren op 25 oktober
Jimmy Warren is niet alleen een fantastische gitarist, maar hij is ook de schrijver van alle twaalf nummers op deze cd. Maar dit zijn niet de enige twee wapenfeiten; er staan namelijk een tweetal nummers op deze cd waarin Jimmy alle instrumenten (bas, drums, Hammond B3 en de gitaren) voor zijn rekening neemt. Tevens is hij ook nog de eigenaar van het platenlabel ‘Electro Glide Records’ waarop deze zelf geproduceerde cd uiteraard is verschenen. Een talentvol baasje dus!
De cd opent met ‘Watermelon Money’, een lekker funky klinkend bluesnummer waarin meteen blijkt dat de leden van deze band elkaar prima aanvoelen en zich geheel in dienst stellen van de helder klinkende gitaar van Jimmy. In het volgende nummer ‘Mean Mistreater’ neemt Jimmy’s zoon Jimmy Dill in het laatste gedeelte op niet onverdienstelijke wijze de gitaarsolo voor zijn rekening. Het is niet alleen blues wat de klok slaat op deze cd; ‘I’m Gonna Love You’ en ‘No More Promises’ klinken mij, mede door de prima achtergrondzang van zangeres Anna Ulrich, eerder wat popachtig in de oren. In ‘It Ain’t Fair’ komt niemand minder dan Bob Margolin (o.a. ex bandlid van The Muddy Waters Band) langs om de slide partij in te spelen. Het instrumentaal gespeelde ‘Darker Shade Of Grey’ laat goed horen hoe goed Jimmy zijn instrument onder de knie heeft (prachtig!).
Enig minpuntje van deze cd is de zang van Jimmy Warren die mij niet in alle nummers kan bekoren, maar met zijn mooie gitaarspel maakt hij dit meer dan goed!

De cd begint origineel met het zoeken naar het juiste kanaal op de radio. Aangekomen bij de plaatselijk zender ‘WCOK’ krijgen wij een aankondiging te horen van deze nieuwe cd.
Prachtig samenzang dat overgaat in het heerlijke, swingende nummer ‘Peace Of Mind’, wat een prima opener van deze cd is. Prachtig gitaar spel van Matteo Rechio, het swingende geluid van de banjo van Brian Swenk en om de swing er nog meer in te brengen is daar gastspeler Brent Buckner op zijn mondharmonica. De band gaat swingend verder met ‘Good Morning Sunshine’ welk een hoog Bluegrass gehalte heeft. Met ‘Spirit Is A Window’ neemt de band dan gas terug. Mooi gezongen en ook in dit nummer een gast namelijk David McCracken op het orgel. Mateo Recchio laat op dit nummer horen dat hij ook met een ‘Bottleneck’ goed uit de voeten kan. In het midden van de cd staat het nummer ‘River Runs’, een werkelijk prachtige ballade en mijn favoriet op dit mooie album. Ook de overige nummers van deze cd zijn de moeite van het beluisteren meer dan waard. Was je al fan van The Allman Brothers Band of Drive-By-Truckers, maar sta je ook open voor Bluegrass elementen dan is deze cd echt een aanrader.

Het gebeurt steeds vaker dat Amerikaanse Blues artiesten (was Chuck Berry niet de eerste die dit al deed?) alleen naar Europa trekken en daar optreden met locale bands. Zo ook Andy Just. Op zijn nieuwe cd ‘Smokin’ Tracks’, opgenomen in de ‘Muddy Waters Club’ in de italiaanse stad Calvari, wordt hij begeleid door drie Italiaanse muzikanten namelijk Donnie Romano op gitaar (hij neemt ook op vijf nummers de zang voor zijn rekening), Charles Romangoli op de bas en John Lee’ Emanual Zamperini op de drums.
Andy Just is inmiddels een veteraan binnen de blues scene; hij draait immers al meer dan vijf en dertig jaar mee. Andy is met zijn mondharmonica te horen op zo ongeveer dertig cd’s en speelde met mensen als BB King, John Lee Hooker, Buddy Guy, Albert King en vele anderen. Ook is Andy nog steeds de mondharmonicaspeler van de ‘Ford Blues Band’ (hij was in 1989 de vervanger van Mark Ford) waar hij nog regelmatig mee toert.
Op deze dubbel cd laat Andy in achttien nummers horen dat hij nog steeds bij de beste Blues harmonicaspelers binnen de scene behoort. Maar ook zijn begeleiders zijn uitstekend gekozen. In het eerste nummer ‘Screamin’ geeft gitarist Donnie Romana meteen maar even zijn visitekaartje af door te laten horen dat hij naast een prima slaggitarist ook een voortreffelijke solo uit zijn gitaar weet te persen. Ook het zangwerk van Donnie Romana (voor het eerst te horen op ‘I Can’t Hold Out) is prima. In ‘Lovin’ Cup’ laat Andy voor het eerst zijn echte virtuositeit op de mondharmonica horen. En dit komt vervolgens in vele nummers weer terug. Helaas ben ik niet erg onder de indruk van de zangkwaliteiten van Andy, maar zijn Harmonica werk maakt dit meer dan goed.
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | The Romance: 11 juli, Melkweg Amsterdam. Het zal bij niemand onopgemerkt zijn gebleven, maar deze week was het alweer tien jaar geleden dat de enige echte Rock ‘n’ Roll legende die Nederland rijk is geweest met een sprong vanaf het Amsterdamse Hilton hotel een einde aan zijn slopend bestaan maakte. Lola, Herman’s dochter, was de afgelopen weken al te zien op de televisie met het programma ‘Lola zoekt Brood’ waarin zij bij veel mensen sympathie opwekte voor zowel haar vader als voor haar zelf. Herman was dan ook een wel heel bijzonder mens met een aaneenschakeling van talenten. Naast dat hij een paar prachtige platen afleverde als zanger en pianist met zijn eigen band ‘The Wild Romance’ was Herman ook nog als kunstenaar actief en verantwoordelijk voor een ongekend aantal schilderijen en tekeningen. Maar ook als dichter en televisiepersoonlijkheid blonk hij uit. Velen kennen mij als een groot liefhebber van alles wat Herman heeft voortgebracht. Mijn eerste blog op deze site is dan ook aan hem gewijd. Hierin vertel ik over mijn eerste ontmoeting met hem. In de daarop volgende jaren tot aan zijn dood heb ik Herman denk ik zo’n veertig keer zien optreden in zowel kleine kroegen als in de wat grotere zalen als Paradiso en de Jaap Edenhal. Muzikaal gezien waren lang niet al zijn optredens geweldig en sommige waren zelfs zeer slordig, maar alleen de aanwezigheid van het fenomeen Brood was voor mij al voldoende om altijd met een glimlach op mijn gezicht na afloop weer in de tram te stappen. Nu tien jaar na zijn overlijden was er gelukkig weer heel wat media aandacht en stonden er op de dag zelf een aantal dingen op het programma om Herman in stijl te gedenken. Nu ben ik er niet de persoon naar om bij plechtigheden aanwezig te zijn die mij emotioneel aangrijpen, dus liet ik de bijeenkomst bij het Hilton maar voor wat die was. Wat overbleef voor mij was een optreden van ‘The Romance’ in de Melkweg. Een aantal ex-leden, waaronder gitarist van het eerste uur Dany Lademacher, van Herman’s band ‘The Wild Romance’ aangevuld met een aantal muzikanten van naam, drie echte ‘Bombita’s’, en als gast niemand minder dan Boris van der Lek op sax moesten er deze avond voor zorgen dat deze dag toch nog een feestelijk randje zou mee krijgen. Ik moet zeggen dat is ze gelukt. Even na achten denderde 'The ‘Romance’ het podium op met het openingsnummer ‘(No More) Dancin’ In The Street' om er even na tienen weer af te knallen met de toegiften ‘Saturday Night’ en ‘Doin’It’. Het grote voordeel voor deze band is dat men kan kiezen uit de beste nummers van Brood en dat deze ook nog eens zijn gemaakt zijn toen top gitarist Dany Lademacher nog deel uit maakte van ‘The Wild Romance’ is dan natuurlijk weer mooi meegenomen! De band staat als een huis en het enthousiasme waarmee werd gespeeld sloeg duidelijk over naar het publiek. Natuurlijk mis je Herman op zo’n avond, maar zanger ‘Stick’ bleef gelukkig zichzelf. Ik kreeg nergens het gevoel dat hij Herman stond te imiteren. Herman heeft ‘Stick’ zelf zien optreden en na afloop zei hij hier het volgende over: “..You can't fake the real thing, but your damn close...”. Jammer dat er geen pianist op het podium stond, want dan had het allemaal nog wat dichter bij de waarheid gelegen, maar ik ben er zeker van dat deze band nog veel ‘Brood’ liefhebbers zal plezieren! Filmpje op YouTube Kanaal van Wim Boelman: http://www.youtube.com/watch?v=wWVxsnHfgqg |

‘Lonestar Girl’ is de lang verwachte opvolger van de in 2005 uitgekomen live cd ‘That’s Life’ van de Nederlandse Country formatie ‘Texas Renegade’. Deze in 1997 opgerichte band heeft over belangstelling niets te klagen. Zo stonden zij al op vele podia in verschillende Europese landen. Zelf beschrijven zij hun muziek als echte Amerikaanse Country. Op hun live repertoire staan naast uiteraard hun zelf geschreven stukken covers van onder andere Merle Haggard, Johnny Cash, Dale Watson, Gart Brooks, George Strait, George Jones en James Intveld. De band telt maar liefst zes leden en op deze cd worden zij ook nog eens bijgestaan door een aantal goede gastmuzikanten. Veertien nummers telt dit schijfje en het merendeel hiervan is zelf geschreven. Een leuk detail hierbij is dat de teksten van maar liefst vijf nummers geschreven zijn door Miranda (geen lid van de band), de vrouw van gitarist Henk Heikamp.
De cd opent met het titelnummer ‘Lonestar Girl’, een nummer waarin twee mannen strijden om de gunsten van deze dame. Na dit rustig voort kabbelende openingsnummer krijgt de muziek meer vaart als het nummer met de naam van de band zelf ‘Texas Renegade’ wordt ingezet. Met de lekker rollende pianoklanken van gastmuzikant Ton van Leeuwen en de heerlijke Pedal Steel geluiden van Bert Vreuls krijgt dit nummer precies waarom het vraagt.
‘I’m A Man Of Constant Sorrow’ is de eerste cover die langs komt. Dit nummer zou in 1913 geschreven zijn door ene Dick Burnett, een bijna blinde violist uit Kentucky, maar helemaal zeker is dit echter niet. Het nummer kreeg bekendheid door de uitvoering in de film ‘O Brother Where Art Thou?’. Ik moet zeggen dat de uitvoering van Texas Renegade zeer geloofwaardig en authentiek klinkt.
Uiteraard bevat het album ook een aantal mooie ballads. Goede voorbeelden hiervan zijn ‘Speed Of Life’, ‘Remember When’ van Allan Jackson en ‘Close Your Eyes’.
Voor mij als recensist is het natuurlijk altijd een pluspunt wanneer er op een cd die ik moet beschrijven ook nog één van mijn eigen favoriete Country nummers staat namelijk ‘Luckenbach Texas’. Ook dit nummer blijft hier zijn kracht behouden mede door het warme stemgeluid van zanger Jeroen van Welie.
Als je graag luistert naar eerlijke country muziek dan zal deze cd je zeker gaan bevallen.

‘The blues is my life I just can’t live without it’ is de openings zin van het nummer ‘Marian’ op alweer de derde cd van het Nederlandse gezelschap ‘The Twelve Bar Blues Band’. En dat is te horen op deze cd. Tien nummers pure blues. Geen concessies en dat doet mij als bluesliefhebber pur sang veel genoegen. De band dreigde een beetje qua publiciteit onder gesneeuwd te raken door het succes van andere Nederlandse formatie’s als bijboorbeeld KingMo en The Veldman Brothers, maar met deze cd bewijzen zij dat dit onterecht is.
De band, opgericht in 2005, heeft in de afgelopen jaren wat personeelswisselingen gehad. Zo is de opvallende bassiste ‘Ivy’ vervangen door Patrick Obrist en is er een tweede gitarist toegevoegd in de persoon van Randy Pears. Dit tweetal zorgt tesamen met drummer Marcel Bakker voor een perfecte ritme sectie waardoor de frontmannen Jan Scherpenzeel (zang, harmonica en piano) en Kees Dusink (gitaar) beide kunnen excellereren.
De cd telt tien nummers, waarvan er zeven geschreven zijn door het duo Scherpenzeel/Dusink, eentje door alleen Scherpenzeel en slechts twee covers ( Love that Burns van Peter Green en de klassieker Big Legged Woman). Opvallend is het hoge gehalte, vijf stuks, ‘Slow Blues’ nummers, maar de kwaliteit en de afwisseling van deze nummers zorgt er toch voor dat deze cd nergens verveelt. Het mooiste nummer op deze cd is in mijn ogen toch een cover geworden namelijk ‘Love That Burns’. Nu ben ik als fan van Peter Green misschien wat bevooroordeeld maar het prachtige gitaarspel van Kees Dusink in dit nummer doet de meester bijna vergeten. Dit nummer is natuurlijk niet het enige hoogtepunt op deze cd; neem ‘I’m Losing You’ ook een slow blues, maar dan eentje met een hoog BB King gehalte of het titelnummer ‘Key To Your Heart’ waarin Jan Scherpenzeel (aka J.J. Sharp) laat horen dat hij met zijn stem op indringende wijze zijn gevoel goed weet over te brengen.
Eigenlijk kent deze cd geen slechte nummers. Het gitaar- en mondharmonicaspel zijn op alle nummers gedoseerd en dus zeer functioneel.
Complimenten moet ik ook nog even kwijt over de productie (Scherpenzeel & Dusink) en de opnametechniek (Han Zwagerman van de Beafort Studio te Bovenkarspel).

De cd opent stevig met ‘Soul On Fire’, een Southern Rock nummer, welk halverwege een vreemde ‘break’ krijgt door middel van een solo stukje blues piano. Vervolgens rockt de band lekker door met nummers als ‘Garden Of Eden’ (de single die van dit album is verschenen) waarop Ron Wood de Slide gitaar bespeelt en ‘Little Queen'. Pas bij het vierde nummer ‘Down This Road’ gaat het gas van de plank en laat zangeres Lynne Jackaman horen dat zij van meerdere markten thuis is. Wat mij betreft is het hoogtepunt van deze cd ‘Angel’, een prachtig gezongen ballade waaraan door gitarist Adam Greene een verassende draai gegeven wordt in het middenstuk van dit nummer, waarna het vervolgens weer in al zijn schoonheid terug komt. De cd sluit af met het wederom pittige ‘Southern Belles’.


De cd telt dertien nummers waarvan er drie covers zijn;’ Subterranean homesick Blues’ / Bob dylan, ‘Look Over Yonders Wall’ / Elmore James en’ 5 Long Years’/ Eddie Boyd. De overige nummers zijn allemaal geschreven door de band zelf, maar de meeste inbreng hierbij is van Harvey Brooks zelf.
De cd opent met ‘Brooklyn’, een matig nummer waar ik nou niet meteen warm voor loop. Gelukkig volgt dan ‘Sad Love’, een nummer dat zomaar uit de koker van de Stax studio gekomen zou kunnen zijn met het geluid van een orgel en ArnaChip Dabney die als gast met zijn sax de juiste accenten toevoegt. De volgende gast die zijn bijdrage levert is Jose Luis Puerta op klassieke gitaar op het nummer ‘Right Track’. Een nummer wat mij nou ook weer niet echt in vervoering brengt. ‘Sing Sing Cramps’ is gelukkig weer een heerlijk swingend nummer waarin uitgelegd wordt hoe je als grootouders je kleinkinderen kunt beïnvloeden. Het middengedeelte van deze cd is gevuld met de drie covers die alle drie een prima uitvoering krijgen. De cd sluit af met de titelsong ‘Positively 17Th Street’ een ‘train’ blues waarop Tom Walbank het ritme mag bepalen op zijn mondharmonica!

Rockabilly, Honky Tonk en Country dat zijn de drie belangrijkste ingrediënten van het album ‘Across America’ van de uit Denver afkomstige band ‘Gt and the Sidewinders’. Dus houd je van de muziek van Wayne Hancock of bijvoorbeeld Hank III dan zal deze cd, gezien het stemgeluid van zanger G.T. Scragg, jou zeker bevallen.
Vanaf het openingsnummer ‘Coming Home’ gaat de band er meteen volop tegen aan. Uiteraard een staande bas, bespeeld door Chris Chew, waaruit die heerlijke slaande bas geluiden komen. Zonder dit specifieke geluid is het al eigenlijk onmogelijk om een goed Rockabilly nummer ten gehore te brengen. Vervolgens ‘Lonesome Cowboy’, een ouderwets Country & Western deuntje met prima steelgitaar werk van gastspeler Jeremy Lawton en ook zangeres Kerry Pastine van ‘The Informants’ zingt een deuntje mee. Het titelnummer ‘Across America’ vertelt het verhaal van een trucker die met zijn truck dwars door Amerika rijdt. Aangekomen bij het nummer ‘Dixie’ weet ik zeker dat de beentjes van de vloer komen. Het tempo gaat omhoog en gitarist Noah Gietka laat horen dat hij beschikt over de juiste licks. In ‘White Trash Girlfriend’ komt gast Lawton terug, maar dit keer op de piano wat dit nummer lekker doet ‘rollen’. Met het enige langzame nummer ‘Be my Baby v.2’ eindigt dit feestje van GT and The Sitewinders. Als je niets moet hebben van Rockabilly dan is deze cd zeker niet geschikt voor jou, maar wil je eens lekker uit je dak gaan op de dansvloer dan is deze cd de juiste keus!


De uit Vancouver (Canada) afkomstige Wayne Lavallee is een nazaat van de indianen die leefden ten oosten van de Mississippi. Deze indianen werden, al ver voor de Afro-Amerikanen, gebruikt als slaven van de blanke landeigenaren. Hierin schuilt dan ook de link met de blues. De muziek die Lavallee op deze cd laat horen heeft verder niets te doen met de blues die wij kennen, maar heeft wel dezelfde intensiteit. Songs over onrecht en pijn, maar vooral over boosheid. Hij werd door zijn ouders in een pleeggezin geplaatst. Jarenlang dacht hij dat zijn ouders niet van hem hielden, maar uiteindelijk besefte hij dat zijn ouders hiertoe werden gedwongen door de Canadese overheid. De Canadese indianen moesten, net als die in Amerika ,‘Amerikaans’ onderwijs genieten. Door het maken van kunst, kan de huidige generatie over politiek spreken en de verhalen vertellen die tot nu toe vaak verborgen zijn gebleven. Deze cd bevat elf nummers die veelal gaan over het leven in de reservaten en hoe het is om een tweederangs burger te zijn. De stem van Lavallee is vol van emotie. De muziek klinkt vaak als popmuziek met wat rockachtige invloeden, doorweekt met trommels en hier en daar de typische indianenkreten. De cd is uitgekomen op het Dixiefrog label; een label dat al eerder een dubbel cd heeft uitgebracht (Rezervation Blues) met muziek gemaakt door indianen. Houd je van wereldmuziek, dan is het zeker de moeite waard om eens naar deze cd te luisteren.


Richard Ray Farrell is in 1956 geboren in het plaatsje Niagara Falls in de staat New York. Na zijn studietijd besluit hij de oversteek te maken naar Europa en zo belandt hij als straatmuzikant in Parijs. Na een jaartje of drie vertrekt hij naar Spanje, waar hij zich aansluit als gitarist van een Blues/Rock band. Met zijn vrouw en kind vertrekt hij hier ook weer, om de komende zes jaar door te brengen in Duitsland. Hier vormt hij zijn eerste eigen band ’The Rich Band’. Met deze band begeleidt hij diverse Amerikaanse bluesartiesten, waaronder R.L.Burnside, Lazy Lester, Frank Frost en anderen die op tournee gaan in Europa. In 1992 verschijnt zijn eerste cd ‘Live in Germany’. In 2001 besluit Richard terug te keren naar de Verenigde Staten. Nu, zo’n acht cd’s later, verschijnt zijn nieuwste cd ‘Camino de Sanlucar’ geheel opgenomen in Sevilla/Spanje met alleen maar Spaanse muzikanten. En dat ze in Spanje ook het juiste bluesgevoel op de plaat vast kunnen leggen, bewijst deze cd wel. De cd bevat in totaal twaalf nummers, waarvan er vier van de hand van Farrell zelf zijn. De acht covers zijn goed gekozen op het ietwat uitgekauwde ‘The Thrill Is Gone’ na. De band, Pepe Bao(bas) en Quique Parrass(drums), klinkt de gehele cd door uitstekend. Een speciale vermelding verdient de pianospeler Alvaro Gandul. Zijn spel is werkelijk subliem te noemen. Op drie nummers speelt de Spaanse meestergitarist ‘Raimund Amador”als gast nog mee.
De stem, maar ook de stijl van Farrell doet denken aan die van Duke Robillard. Zoals het hoort is ook op deze cd het titelnummer het hoogtepunt van deze cd. In dit instrumentale nummer, ‘Camini De Sanlucar’laten Farrell en Amador horen dat zij prima gitaristen zijn. Al met al een prima cd uit weer een verrassend land!


De meeste platenmaatschappijen sturen vaak wat achtergrond informatie mee over de artiest met wie zij een cd hebben opgenomen. Helaas tref ik bij de cd ‘The Best Of’ van ‘Slowman’ geen enkele informatie aan. Ook de website is, voor mensen zoals ik die geen woord Zweeds kunnen lezen, niet echt een informatiebron. Gelukkig biedt Google uitkomst en kom ik erachter dat achter de naam ‘Slowman’ de Zweed Svante Torngren schuil gaat. Een zanger/gitarist die al furore maakte in het begin van de jaren tachtig in zijn thuisland Zweden. Hij maakte toen als gitarist onder andere deel uit van de band ‘2001’en sloot zich later aan bij een Afro-Funk band met de naam ‘Sababas’. In 1985 gooit hij het stokje erbij neer en stopt met zijn muzikanten leven. Nu vierentwintig jaar later zit zijn nieuwe cd in mijn speler. Het getuigt wel van humor om deze cd uit te brengen met de titel ‘The ‘Best Of’.
De cd bevat vijftien tracks die tesamen niet onder één muziekstijl zijn samen te vatten. Zo zijn daar nummers als ‘Take it down’ een lekker bluesrocknummer, ‘Lover in the rain’een mooie ballad, de openingstrack ‘Take The Long Way Home’een popachtig nummer en rocknummers als het titelnummer ‘Slowman’. Al met al genoeg afwisseling in de nummerkeuze met allemaal een hoog muzikaal niveau. Veel samenzang, pittig gitaarwerk en een lekker rauw stemgeluid. Zelf denk ik dat deze band het prima zal doen op menig festival dus wie durft en haalt deze band naar de lage landen?
Voor de volledigheid(al zal niemand ze kennen) nog even de medemuzikanten van de band;
Michael Bergman – zang, gitaar en mondharmonica
Katarina Seger – zang
Lars Lundell – keyboard
Hendrik Nordgren – bas
Stefan Rosén - drums

‘Booker’s Guitar’ is al weer het zestiende album van de in 1951 in New York geboren Eric Bibb. Wat mij meteen aan deze cd bevalt is de aandacht die er is besteed aan de lay-out. In deze tijd van downloaden is het immers goed om hier wat extra aandacht aan te besteden zodat de koper toch wat extra’s krijgt. Het kartonnen doosje is driedelig met middenin de cd (die eruit ziet als een lp). Er is uitleg (zowel in het Engels als in het Frans) over de totstandkoming van de cd. Tevens zit er een boekje bij van maar liefst veertig pagina’s met een biografie van zowel Bibb als Bukka. Ook is er over elk nummer een stukje achtergrond informatie te vinden plus alle songteksten. Verder is op de cd ook nog eens een videoclip toegevoegd van het openingsnummer ‘Booker’s Guitar’.
Het verhaal achter de cd is inmiddels al vele malen in allerlei recensies verteld; tijdens een tournee in Engeland vraagt een fan na afloop van een optreden of Bibb de gitaar van Bukka White wilt zien. De afspraak is snel gemaakt en de volgende dag treffen de twee elkaar in een hotel. Het zien en bespelen van deze gitaar gaf Bibb inspiratie voor het maken van deze cd.
Bibb is één van de weinige Afro-Amerikanen die nog in stijl speelt van de grote blues artiesten die de Delta blues heeft voortgebracht.
Bibb heeft een aangename stem die het midden houdt tussen spreken en zingen. De teksten zijn dan ook overal goed te verstaan. Op de cd staan maar liefst achttien nummers waarvan er zestien door Bibb zelf zijn geschreven. De nummers liggen vaak tegen Folk muziek aan. Het tempo blijft erg rustig maar de nummers zijn stuk voor stuk pareltjes.
‘Booker’s Guitar’ is gewoon een hele mooie luister cd geworden in een stijl die je niet vaak meer hoort.

Snel ook maar aansluiten in rij om niet voor een dichte deur komen te staan. Wij wisten totaal niet wat ons te wachten stond, maar de visoenen van een echt Amerikaans Gospel koor spraken voor zich. In de club stonden keurig allemaal tafels en stoelen en recht voor het podium was nog een tafeltje voor ons vrij. Op het podium stond een vreemd aantal muziekinstrumenten voor een Gospel koor; Dobro’s, een contra-bas, een wasbord, een viool, diverse gitaren en een piano. Op een groot spandoek stond ‘The Asylum Street Spankers, God’s favorite band’. Een bont gezelschap, zeker een mannetje of tien, betrad het podium. Wij keken ons ogen uit en ja, het was Guy Forsyth die zich samen met een dame(Christina Marss) recht voor onze bordjes poseerde. Eén van de bandleden, 'Mysterious John’, stak een bord omhoog met de tekst 'Silence' en kondigde de band aan. Dit was een band die geen gebruik maakte van 'God’s demon electricity'. Na de aankondiging werd het bord ‘Silence’ vervangen door ‘Clapp’en begon de leukste show die ik ooit zag. Gospel, Blues, jaren twintig muziek. Eigenlijk alle stijlen die je kan bedenken kwamen langs. Gebracht in diverse bezettingen en met heel veel humor doorspekt. Ook het Mexicaanse eten smaakte prima. Na afloop kochten wij bij Guy Forsyth nog een cassettebandje dat net was uitgekomen. Guy nodigde ons meteen uit om ’s avonds naar 'Antone’s' te komen voor een optreden met zijn eigen band. Ook dit optreden was geweldig.en zo hadden wij een echt dagje ‘Guy Fosyth’ in Austin.

Het nieuwe album ‘Free Your Mind’ bevat elf nummers en is net als het vorige album geproduceerd door Todd Smallwood, die tevens een bijdrage levert op Hammond en twaalf snarige gitaar. De band bestaat verder uit Dave Nordstrom op bas en Rudy Simone op de drums. De zusjes Paula en Pamela Mattioli verzorgen de backing vocals.
Het album opent met het ZZ Top achtige nummer ‘When You love Somebody’ en eindigt met het prachtige ‘The Light’; een slow blues fantastisch gezongen door gastzangeres Lauren Evans. Tussendoor gaat het een beetje alle kanten op; Bluesrock met het nummer ‘Devil In A Doublewide', een nummer als ‘Testament’ onder het kopje ‘Pop’ en een mooie ballad als ‘Peace With The Maker’. Langford beschikt over een lekker rauwe stem en laat zijn gitaar lekker fel klinken. Oké het album is niet zo sterk als zijn voorganger, maar is voor iedereen die van een stevig stukkie muziek houdt het aanschaffen waard.

Krijg ik een cd’tje van Bobtje toegezonden, waarop de band van onze nieuwe medewerker Bob Corritore de begeleiding verzorgt. Vooraf bedenk ik mij dan, dat ik voorzichtig moet zijn in mijn commentaar om hem niet teleur te stellen. Maar na het beluisteren van de cd blijkt mijn angst totaal ongegrond te zijn. Dit is misschien wel het beste wat er is uitgekomen dit jaar op het gebied van authentieke Chicago blues. In een eerder verschenen artikel op deze site is te lezen dat Corritore bandleider en harmonicaspeler is van ‘The Rhythm Room All Stars’, de huisband van de in Phoenix/Arizona gelegen bluesclub ‘The Rhythm Room’. Op deze cd begeleiden zij, samen met diverse gasten, de zanger ‘Big Pete Pearson’(72 jr.) die al sinds de jaren vijftig zijn kunsten vertoont in diverse bands. Big Pete is een echte ‘Blues Shouter’ en met zijn indrukwekkende stemgeluid weet hij het juiste Chicago bluesgevoel vorm te geven. ‘Finger In Your Eye’ bevat tien nummers allemaal van de hand van Big Pete zelf. De cd opent lekker rauw en uptempo met niemand minder dan ‘Pinetop Perkins’ op de piano en al snel is mij duidelijk dat Corritore, die tevens de productie van dit schijfje voor zijn rekening neemt, een uiterst bekwame mondharmonica speler is. In het nummer ‘The Time Has Come’ maakt de band plaats voor die van Duke Robillard. De prachtige opening van Bruce Bears op het Hammond orgel gevolgd door het bariton sax geluid van Doug James, geven dit prachtige nummer een gevoel dat ik kreeg bij de eerste lp van ‘Roomful Of Blues’. Daarna gaat men weer snel over naar de ‘Southside’. Met Eddy Taylor jr. op gitaar volgt het nummer ‘Back Off’. In het rustige nummer ‘Heartaches’ keren Duke Robillard en Bruce Bears weer terug en laat Corritore horen dat hij ook thuis is op chromatische mondharmonica. In de daaropvolgende nummers nemen de pianisten Henry Gray en daarna Matt Bishop het voortouw in de Chicago kraker ‘Mastermind’ en de Boogie ‘That’s That’. De shuffle ‘Gambling With My Heart’ behoort zeker tot de vele hoogtepunten van deze cd. De afsluiter ‘Slippery When Wet’ mag er ten slotte ook zijn. Een slow blues die zo van de hand van good old Muddy Waters zou kunnen zijn. Al met al een prima cd van een geweldige zanger die de echte bluesliefhebber in huis moet hebben!




Het is opmerkelijk dat ik de laatste jaren eigenlijk steeds meer terug grijp naar de Bluesmuziek uit de jaren 50/60/70. En dan ook nog eens naar de Blues die gemaakt is door Afro-Amerikanen. Mensen als T-Bone Walker, Menphis Slim, Muddy Waters en vele anderen. De Blues-Rock kan mij vaak niet echt boeien, alhoewel er ook in dit genre uiteraard uitzonderingen zijn. Het zal wel te maken hebben met het ouder worden. Zo besloot ik gisteravond mijn Albert King cd’s maar weer eens te draaien en dit deed mij weer denken aan een bijzonder optreden. Zoals ik eerder schreef, was het eerste Bluesoptreden wat ik mee maakte dat van mijn grote held Freddie King in het Amsterdamse Paradiso. Daarna struinde ik wekelijks de platenzaken af, op zoek naar al die prachtige lp’s en zo bouwde ik al snel een aardige verzameling op. In die tijd bezocht ik ook wekelijks Bluesconcerten en zag ik al mijn helden live aan het werk. Zo zag ik al snel na Freddie de tweede ‘King’ aan het werk, namelijk BB. BB keerde bijna jaarlijks terug in Nederland, dus deze ‘King’ zag ik zelfs meerdere malen. Het streven was natuurlijk ook die derde ‘King’ live te mogen aanschouwen. Het jaar is mij ontschoten, maar na lang wachten stond hij, Albert King, uiteindelijk geprogrammeerd in Paradiso. Geen twijfel mogelijk, hier moest ik bij zijn! De kaarten waren snel geregeld en ik kon haast niet wachten tot dit optreden plaats zou vinden.

Het internet is toch een prachtig medium. Het brengt mensen met dezelfde hobby makkelijk met elkaar in contact. Zo kreeg ik via mijn site een mailtje vanuit Duitsland van ene Ignaz Netzer. Hij vroeg mij of ik iets wilde schrijven over zijn dvd, die hij samen met Thomas Scheytt op 10 augustus 2008 had opgenomen in de tuin van het prachtige kasteel ‘Burg Stettenfels’, gelegen in de plaats Untergruppenbach te Duitsland. Thomas Scheytt is geboren in het jaar
Al tijdens het openingsnummer ’Key To the Highway’ is het mij duidelijk dat ik hier te maken heb met twee heren die gelouterd zijn op hun instrument. Daarnaast beschikt Ignaz over een zeer warm stemgeluid en aan niets (op de intermezzo’s na) is te horen dat deze heren uit Duitsland komen. Het klinkt allemaal zeer overtuigend en internationaal.
Ignaz speelt zowel akoestische- als de elektrische gitaar. Slag,solo, fingerpickin’ en bottleneck, het maakt niet uit. al deze stijlen heeft hij dik onder controle. Ook pianist Thomas Scheytt bespeelt zijn instrument met verve; makkelijk switchend van een slow blues naar een lekkere Boogie Woogie. In het door Otis Spann geschreven ‘It Must Have Been The Devil’ legt Ignaz zijn gitaar terzijde en haalt hij voor het eerst zijn mondharmonica tevoorschijn. Ook op dit instrument voelt hij zich duidelijk thuis en doet hij niet onder voor de gerenommeerde bespelers. Al met al een zeer goed optreden waar het speelplezier vanaf straalt. De beelden voegen echter weinig toe, maar lieten mij wel kennis maken met deze voor mij onbekende maar uitstekende muzikanten uit ons buurland.
Voor meer informatie:
Tracklist:
1. Key To The Highway (Big Bill Broonzy)
2. Big Bill Blues (Big Bill Broonzy)
3. Neros Boogie (Netzer/Scheytt)
4. Rambling On My Mind (R.Johnson)
5. It Must Have Been The Devil (O.Spann)
6. Keep On Gwine (M.Lastie)
7. Let The Good Times Roll (S.Moore/S.Theard)
8. Highway Blues (C.Musselwhite)
9.
10. Take A Walk With Me (R.J. Lockwood)
11. H.J. Spechts Blues (Netzer/Scheyt)
12. Corinna, Corinna (Trad.)
13. Boogie-Woogie Stomp (A.Ammons)
14. Drowning In The Blues (Netzer/Scheytt)
15. Tricky Chick (Netzer/Roggors)
16. The Devil Is A Woman (Netzer)
17. Bessie Please Come Home (Netzer)
18. Shorty (Netzer/Scheytt)
19. Blues is Allright (Netzer/Scheytt)
20. Ain’t Nobodies Business (Grainger/Robbins)
