Eerste dag, 11 oktober: Ik weet niet wat het is, maar elke keer als ik de oceaan oversteek, voelt het een beetje als thuiskomen. Ik ben gek op de Amerikaanse cultuur, vind de mensen vriendelijk en het is heerlijk om er te touren in de auto; al met al een prima land om je vakantie door te brengen. Dit keer ging de reis via Chicago naar Nashville en ja, daar sta je dan op het vliegveld van Nashville te wachten op je koffer. Als iedereen al weg is en de band stopt is het duidelijk; onze koffers zitten er niet bij. De beambte vertelt ons, dat United de garantie geeft, dat alle koffers binnen 24 uur terecht zijn. Wij spreken af, dat wij het adres van ons hotel doorbellen als wij ergens zijn ingecheckt. Dan maar ons autootje oppikken, TomTom installeren en dan? Geen adres, dus maar een straat intoetsen. We komen uit, midden in een soort ghetto van Nashville. Deurtjes op slot dus. Het is echt triest om te zien onder welke omstandigheden de zwarte bevolking hier leeft. Uiteindelijk komen wij terecht op Broadway ( Music Row ) en checken in bij een Best Western hotel, op loopafstand van Broadway. Geen koffers dus ook niets uit te pakken, dus meteen maar richting Broadway wandelen. Binnen een kwartier hebben wij, Wim en ik, ons eerste biertje al op! Uit alle kroegen klinkt Country muziek, meestal live. Later op de avond nog even langs BB King’s om wat te eten en te luisteren naar een prima band, rondom zanger / gitarist Larry King. Inmiddels zijn wij doodmoe en terug in ons hotel, vallen wij dan ook als een blok in slaap. Midden in de nacht gaat de telefoon; de koffers zijn gearriveerd. | | |
|
|
| |
|
|
Dag 2, 12 oktober. Door het verschil in tijd vroeg wakker. Dus snel naar beneden voor het ‘continental breakfast’. Zoete muffins met slappe koffie, zo, wij konden er weer ff tegen. Het was al een graadje of 20, dus nog net lekker, om lopend een rondje Nashville te doen. Al snel kwamen wij uit bij de ‘Country Hall of Fame’ en het bijbehorende museum. En als je er toch bent… Leuk om te zien dat al die spullen bewaard zijn gebleven; zo waren daar de auto van Web Pierce , de gouden piano van Elvis en nog veel meer junk. Daarna even snel een blik geworpen in het oude ‘Ryman Auditoriam’, oftewel de oude Grand Ole Opry. Weer genoeg gewandeld, dus maar verder in de auto, op naar de nieuwe Grand Ole Opry. Helaas was deze gesloten. Voor de lunch, naar het prachtige Hard Rock Cafe gegaan, waar wij lekker op het terras genoten, van kippenboutjes en een salade. Na de lunch, een bezoek gebracht aan ‘Belle Meade Plantation’, een groot statig gebouw, waar, op het landgoed er omheen, in vroegere jaren, de adel een renpaarden fokkerij bezat. De slaven deden hier al het werk en sliepen dan ook op deze plantage in simpele hutjes, waarvan de overblijfselen er nu nog staan. Na de rondleiding, was het tijd om richting Lynchburg te rijden, een tochtje van een uurtje of vijf, om de volgende dag de Jack Daniel brouwerij te gaan bezoeken. Tegen de avond checkten wij in bij een motel in Faytteville, waar wij, na een veel te vet avond eten, weer snel in slaap vielen. | | |
|
|
| |
|
|
Dag 3, 13 oktober. Op naar de Jack Daniels brouwerij! Het is pas negen uur en we gaan mee met de eerste rondleiding van die dag. We gaan langs het gehele proces van het maken van whiskey. Helaas geen proeverij na afloop, maar een slap bakkie koffie. Wim waande zich in de hemel en was het liefst in zo’n vat gaan zitten. Na dit bezoek, weer heel wat uurtjes in de auto op weg naar Memphis. Om vijf uur komen wij aan. Hotel vlak naast Beale Street, de straat waar het allemaal gebeurt. De avond brengen wij dan ook hier door. Ook hier een BB King’s, samen met het Rum Boogie Cafe en de Blueshall, de beste clubs met de beste bands. Blues op hoog niveau, bands die vroeger gemakkelijk Paradiso vol hadden doen lopen. Alle bands spelen hier voor tips en spelen daardoor voor de pauze een speciaal bluesje ‘Let’s Tip The Band’. Moe maar voldaan haken wij rond middernacht af. | | |
|
|
| |
|
|
Dag 4, 14 oktober. Tijd voor Graceland. Toch weer anders dan wat ik mij had voorgesteld. Graceland ligt aan een weg zoals er vele zijn, vierbaans, en is eigenlijk niet te zien vanaf de weg. Tegenover het landgoed sta je nog elke dag, op welk tijdstip dan ook, in de rij om een kaartje te kopen en vervolgens in te stappen in een busje. Iedereen krijgt een walkman uitgereikt die je informatie geeft over elk vertrek in Graceland. Elvis ontvangt jaarlijks nog zo’n 60.000 bezoekers, niet slecht toch! Het huis is uiteraard erg gedateerd ingericht en in de bijgebouwen bevinden zich kostuums, gitaren en vooral heel veel gouden en platina platen en cd’s. Als je uit het huis komt, loop je langs het zwembadje waarachter de King, samen met zijn vader, moeder en zijn broertje, ligt begraven. De sfeer is hier toch wat bedrukt en menigeen pinkt een traantje weg. Na een uurtje staan wij weer buiten de poort. De muur die voor het landgoed staat is helemaal vol gekalkt door fans. Nog even een fotootje van het bekende toegangshek en een kijkje in de souvenirshops en dan maar meteen door naar de Sun Studio. Sun ligt in een uithoek van Memphis. In een buurt waar eigenlijk niets te doen is. Ook hier ontvangt men nog gemiddeld driehonderd bezoekers per dag. De rondleiding is erg leuk; komt vooral door de liefhebber, die hem deed tijdens ons bezoek. Zeker een plek waar je, als liefhebber zoals ik, ooit geweest moet zijn. Legendarische grond, ook wel terecht de geboorteplaats van de Rock’n’Roll genoemd. Na deze drukke ochtend even rusten in ons hotel en aan het eind van de middag op naar de Gibson fabriek. Getooid met een plastic veiligheidsbril krijgen wij hier een rondleiding en zien wij het hele proces van plan tot gitaar. Het duurt dertig dagen om zo’n prachtige Gibson te maken. Er gaan er zo’n zestig per dag de deur uit. Allemaal foutloos. Elk model met maar één foutje wordt namelijk vernietigd, zodat er nergens ter wereld een Gibson te vinden is, waar ook maar iets verkeerd aan is. Hongerig geworden, gaan wij dit keer voor de Barbecue Ribs bij Big Pig’s op Beale Street. Na een mega maaltijd, belanden wij weer in diverse clubs voor ons portie Blues. Lang houden wij het echter niet vol, daar de Ribs beginnen op te borrelen. | | |
|
|
| |
|
|
Dag 5, 15 oktober. Al vroeg rijden we weg bij ons hotel. Eerst maar eens een kijkje nemen in het bezoekerscentrum ( een soort VVV ) van Memphis. Hier bevinden zich twee gigantische standbeelden van Elvis en BB King. Leuk om te zien, dat de stad zichzelf zeer bewust is van het muzikale verleden als aantrekkingskracht voor de toeristen. Naast het bezoekerscentrum ligt een gigantische parkeerplaats, met aan het eind een mysterieuze glazen piramide. Ook daar maar even een kiekje genomen. Wat de functie van deze grote glazen piramide is, is ons niet duidelijk geworden. Zo te zien was er weinig bedrijvigheid geweest de laatste tijd. Daarna de zwarte wijk van Memphis in. Als eerste bezoeken wij het Lorraine Motel, de plek waar Martin Luther King is dood geschoten. Het motel is nog steeds in dezelfde staat, maar doet nu dienst als Civil Rights museum. Op de plek van de moord staat een gedenkplaquette. En aan de balustrade hangt een witte krans. Daarna verder naar de tweede legendarische plek in deze wijk, de Stax Studio. Op de plek waar deze studio zich ooit bevond, is deze weer zo origineel mogelijk nagebouwd en doet nu dienst als museum, en terecht! Denk maar eens aan al die prachtige muziek die hier ooit gemaakt is; Otis Redding, Isaac Hayes, Sam & Dave, Rufus Thomas etc. en dat allemaal met die geweldige huisband; Booker T & The MG’s. Naast de parkeerplaats staat nog het geheel vervallen huis van Memphis Slim. De bedoeling is, volgens het bord wat ervoor staat, dat ook deze zal worden gerestaureerd. Terug rijdend naar ‘downtown’ valt ons weer op, dat de zwarte bevolking ook hier nog onder armmoedige omstandigheden leeft. Na wat gegeten te hebben, besluiten wij om ons de rest van de dag en avond maar te vermaken op Beale Street. Op een buitenpodium speelt een geweldige zwarte bluesband. Gezeten tussen de zwervers, hebben wij de middag van ons leven. Blues zo als blues hoort te klinken, afgewisseld door drie zangers met elk een eigen geluid en genre. De ‘locals’ vinden het prachtig, dat wij tussen ze in zijn gaan zitten en roken mijn pakje Drum bijna leeg. In de avond is Beale & Bikes. De hele straat loopt vol met prachtige Harley’s, wat een bijzondere sfeer geeft. Wij hebben afgesproken met Berry en Rian van Bikes ’n Blues, die toevallig ook in Amerika verblijven. Na het eten in het Rum Boogie Cafe, gaan wij met z’n allen naar de Blueshall, waar wij een prachtig optreden bijwonen van de band Delta Highway. En ook dit optreden is een hoogtepunt! Wat een klasse band. Tevreden over weer een geweldige dag slapen wij weer snel in. | | |
|
|
| |
|
|
Dag 6, 16 oktober. Na wat uitslapen pakken wij onze spulletjes bij elkaar, want vandaag vertrekken wij vanuit Memphis (Tennessee ) naar Clarksdale ( Missisippi ). Eerst nog even zo’n ‘lekker’ ontbijtje met een ‘stevig’ bakkie koffie en om een uurtje of elf checken wij uit en stappen in onze Hyundai. Het is de eerste dag dat de lucht betrokken is, dit nadat wij vijf dagen lang genoten hebben van een graadje of achtentwintig. Op de TomTom kies ik ervoor geen snelwegen te nemen, zodat wij onderweg nog wat kunnen genieten van het echte Amerika. Al snel begint het te regenen en dit houdt aan totdat wij Clarksdale bereiken. Onderweg rijden wij dwars door de katoenvelden, die inmiddels worden bewerkt met immens grote machines. Helaas voor ons zingen deze niet. Zowel Tennessee als Mississippi zijn qua natuur nou niet de meest aantrekkelijkste staten van Amerika. Vlak landschap trekt urenlang aan ons voorbij. Als wij het grauw uitziende Clarksdale inrijden is het al een uurtje of vier in de middag. Per ongeluk rijd ik langs het Riversite Hotel, wat ons is aangeraden door Rian & Berry. Op de vuilnisbak treffen wij de achtergelaten sticker van ‘Bikes ’n Blues’aan. Wim ziet het echter niet zitten om in deze bouwval te logeren. Na veel aandringen weet ik hem toch om te praten en parkeren wij ons autootje voor de deur. Op een papier staat geschreven dat als wij ‘the Rat’ zoeken maar aan moeten bellen. De deur is echter open en wij stappen maar naar binnen. ‘The Rat’ blijkt de eigenaar te zijn, die hier al zijn hele leven verblijft. Tot 1945 deed het hotel dienst als ziekenhuis. Bessie Smith is hier nog overleden na een auto-ongeluk. De eerste kamer rechts herinnert nog aan haar aanwezigheid, door een groot portret van haar aan de muur. Na de oorlog heeft de moeder van Rat het ziekenhuis omgetoverd tot een hotel, waar uitsluitend zwarten mochten verblijven. Rat laat ons alle kamers zien en vertelt welke legendarische muzikanten in welke kamers hebben geslapen. Terug in Nederland zie ik dat het hotel dan ook veel voorkomt in allerlei documentaires over de bluesgeschiedenis. Zelfs onze eigen Boudewijn Buch was hier nog te gast in die prachtige uitzending die hij maakte voor de VPRO. Wij checken in voor één nacht en mogen de volgende dag zelf een tijd kiezen om weer weg te gaan. Wij pakken nog even de auto om een bezoekje aan het Rock en Blues museum te brengen. Na tien minuten in het engels met de eigenaar te hebben gesproken, blijkt deze afkomstig te zijn uit Friesland en hier pas drie jaar te wonen. Het is ongelooflijk wat een platen collectie deze man heeft verzameld tijdens zijn leven. Alles staat in vitrines en overal heeft hij een beschrijving bij gehangen, zodat je een goed beeld krijgt van de geschiedenis van de Blues tot aan de dood van John Lennon. Na samen koffie te hebben gedronken, gaan wij wat eten in de bluesclub van Morgan Freeman ‘Ground Zero’. De band die hier speelt is niet veel soeps dus gaan wij terug naar ons hotel. Hier praten wij nog wat over de geschiedenis van de blues met de eigenaar van het hotel en over onze plannen voor de volgende dag. | | |
|
|
| |
|
|
Dag 7, 17 oktober. Net voor negenen staan wij al voor het Delta Blues Museum. Als de deur om negen uur open gaat, zijn wij dan ook de eerste bezoekers van deze dag. Ook in dit museum allemaal relikwieën uit vervlogen tijden. Een gitaar van deze of gene, een pak van een ander, foto’s, schilderijen, mondharmonica’s etc. Het topstuk van dit museum, zijn de restanten van het huisje van Muddy Waters, waar hij in woonde tijdens zijn verblijf op de Stoveplantage. In het huisje zit een wassen Muddy op een stoel met zijn gitaar. Aan de wanden het gehele levensverhaal, opgefleurd met posters van een aantal optredens. Na een uurtje, hebben wij het allemaal weer gezien en gaan wij terug naar ons hotel om uit te checken. ‘The Rat’wijst ons nog even de weg langs de zogenaamde “loep”, waaraan alle plekken liggen, die te maken hebben met de Delta Blues. Als eerste stoppen wij bij ‘The Crossroad”, waar Johnson zijn ziel verkocht aan de duivel. Na wat fotootjes genomen te hebben, rijden wij verder richting Dockery Farms. Het verhaal gaat, dat op deze katoenplantage de blues moet zijn ontstaan. Dit omdat de meest invloedrijke Delta Bluesgitarist Charly Patton hier ruim dertig jaar verbleef. Veel meer dan wat oude gebouwen en een bord zijn hier niet te zien, dus zijn wij weer snel vertrokken. Wij vervolgen onze weg en besluiten om door te rijden naar Indianola, de geboorteplaats van BB King. Er is in deze plaats onlangs een prachtig BB King museum geopend. Op de hoek waar BB op zeventienjarige leeftijd op straat werd ontdekt, staat nu een marker en hangt een mooie foto van de King. Even verder is een muur verfraaid met een mooi schilderij van hem. Wij parkeren de auto en wandelen naar het museum. Het museum is mooi en modern van opzet. Middels videobeelden en allerlei snuisterijen wandel je als het ware door de carrière van de King. Na het zoveelste museumbezoek besluiten wij terug te rijden naar Memphis, daar wij het daar toch erg naar ons zin hebben gehad. Tegen de avond komen wij hier aan en valt het niet mee om een hotel te vinden. Uiteindelijk belanden wij in het Mariott, niet goedkoop maar wel comfortabel. Wij eten wat op Bealestreet en genieten weer van diverse optredens van o.a. ‘The dr.Feelgood Potts band’. | | |
|
|
| |
|
|
Dag 8, 18 oktober. De eerste zeven dagen waren helemaal vol. Eigenlijk zijn wij overal geweest waar we naar toe wilden gaan. Vandaag gaan wij dus maar eens “cruisen”. We prikken wat plaatsen op de kaart, zetten de TomTom op “geen snelwegen”en vertrekken. Miles of miles of Tennessee trekken aan ons voorbij. We stoppen in diverse plaatsen om wat rond te lopen, wat te drinken of te eten. De dag is zo om. Weer terug in Memphis gaan wij op zoek naar de kerk van Al Green. Hier is echter alles gesloten, dus rijden wij weer terug richting ons hotel net achter Bealestreet. Hier aangekomen gaan wij lekker op een terras zitten en genieten van een optreden van de ‘Louisiana Mojo Queen Band’ met de zangeres Ms. Zeno. Een bijdehante tante, die een paar ‘wiseguys’ uit het publiek er flink van langs geeft. Erg vermakelijk om te aanschouwen. ’s Avonds zijn wij weer te vinden in allerlei kroegen op Bealestreet. Al wandelend horen wij opeens de stem van Johnny Cash uit een kroeg komen. Niet te geloven, er staat hier geen cd op maar het is een coverbandje met ene Gary die zingt. Als je je ogen sluit dan is het Cash! Nog een nachtje in ons dure hotel en de volgende dag terug naar Nashville. | | |
|
|
| |
|
|
Dag 9, 19 oktober. Wij genieten nog even van het ontbijt, wat duidelijk beter is dan in alle andere hotels waar wij hebben geslapen. Daarna volgt de rit naar Nashville. Ook nu vermijden wij weer de snelwegen. Opvallend is, dat als je Memphis verlaat, de Obama aanhangers weer dik in de minderheid zijn, en in alle tuintjes borden van McCain aanhangers staan. Wat ook opvalt, is de hoeveelheid aan kerken. Om de kilometer staat er wel een. Aangekomen in Nashville besluiten wij maar eens wat inkopen te gaan doen. Op het internet zoeken wij naar een outlet centrum. Het centrum wat wij uitzoeken, staat bijna geheel te huur. Gelukkig zijn er wel een aantal shops open. Beladen met spijkerbroeken, shirts en schoenen rijden wij weer richting ons hotel. De koffers kunnen nog net dicht. ’s Avonds belanden wij in BB King’s, waar Stacey Mitchhart en zijn band optreedt. In de pauze wil ik een dvd’tje kopen bij hem. Zoals iedereen, vraagt ook hij waar ik vandaan kom. Als hij hoort dat ik uit Amsterdam kom, vertelt hij trots dat hij daar ook heeft opgetreden en wel twee avonden voor zo’n dertigduizend bezoekers per avond in de Arena. Ongelovig kijk ik hem aan en vraag hem voor wie hij dan het voorprogramma heeft gedaan. Nee nee, ik stond er in het hoofdprogramma van André. André Hazes! Koop de dvd maar, daar staat het allemaal op. Hij vertelt mij, dat hij André en zijn bandleider heeft ontmoet in Nashville. “Zij kwamen binnen in de club, waar ik toen speelde, waarop André zich in de pauze aan mij voorstelde en mij vervolgens uitnodigde om, als gast op te treden tijdens zijn concerten”. Na de pauze genieten wij nog verder van deze voortreffelijke band. Morgen alweer de laatste dag! Zucht. | | |
|
|
| |
|
|
Dag 10, 20 oktober. Het zit er helaas alweer op. Wij vliegen weer terug naar Chicago en vervolgens naar Amsterdam waar wij op 21 oktober aankomen. Wij hebben genoten. Na eerdere reisjes naar Austin en New Orleans, staat er nu nog een trip naar de laatste muziekstad Chicago op mijn verlanglijstje, waar ik nog wat meer van wil zien, dan alleen dat prachtige vliegveld. | | |
|
|
| |
|
|