Factory Second / Neil Getz | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Een wel heel lekker klinkend cd’tje,'Factory Second'van Neil Getz, kreeg ik toegezonden van Rootstime. Wel eentje die moeilijk te plaatsen is binnen een bepaalde muziek stijl. Zelf zou ik hem in mijn verzameling opbergen onder de categorie popmuziek. Neil is geboren en getogen in Florida, maar woont tegenwoordig in Berkeley/ Californie. De cd ‘Factory Second’ is zijn debuut cd en is verschenen bij een echt label, namelijk ‘Agillator Music’, iets wat tegenwoordig, zeker voor een debuut cd, opmerkelijk is te noemen. Op het internet wordt Neil al vergeleken met Richard Thompson, een vergelijking waarin ik mij ook wel kan vinden, want zeker in de eerste twee nummers, 'Bad Case Of Passion' en 'Factory Second' zijn overeenkomsten in zowel de stem als in het gitaarspel te ontdekken. Voor mij als Nederlander doet hij mij in bepaalde nummers erg denken aan de popmuziek die Jan Rot ooit maakte. De cd bevat elf door Neil zelf geschreven nummers die gewoon alle elf lekker klinken. De verliefdheid op zijn buurmeisje is het thema van het eerste nummer, ‘Bad Case Of Passion’. Het klinkt fris en helder en het maakt mij vrolijk. Het titelnummer ‘Factory Second’ is met maar liefst negen coupletten een verhaal op zich. Het klinkt veel serieuzer dan het eerste nummer, mede door de inbreng van Chris Carmichael op viool en cello. ‘Come On, Ely’ vertelt het verhaal van Ely die op zijn motor al vier dagen op weg is naar zijn nieuwe huis gelegen aan een meer. Net als het eerste nummer ook weer een prima liedje. ‘Not In Love, Just Falling’ gaat meer richting de countrymuziek, vooral de gitaarlicks van Neil geven je dit gevoel. Het nummer ‘Jenny Lee’ zou zomaar geschreven en gezongen kunnen zijn door Elvis Costello, maar komt toch echt uit de pen van Neil zelf. ‘Oh, Deliah’ is iets steviger aangezet dan de rest van de nummers op de cd; pittig gitaarspel en mooi drumwerk van Jeff Allen. ‘Flock Of Demons’ is een nummer dat door het gebruik van instrumenten als viool, banjo en de akoestische gitaar bespeeld met een bottleneck het dichtst in de buurt komt van echte Rootsmuziek. 'Nelly Blye', het laatste nummer van deze cd, is een echt folknummer met prima vioolspel van Chris Carmichael. Met zijn debuut cd levert Neil Getz een prima product af. Veel afwisseling tussen de nummers, prima teksten en dit is dan ook een cd die ik iedereen van harte kan aanbevelen! | |
I Keep On Livin', But I Don't Learn / Jeremy Steding | |
![]() Als ik naar de foto van Jeremy Steding kijk, lijkt het of hij de schoolbanken nog maar net is ontgroeid, maar toch is ‘I Keep On Livin’, But I Don’t Learn’ alweer zijn derde album. Jeremy groeide op in Florida, maar besloot in 2007 alles achter zich te laten om zich te vestigen in Austin/Texas. Deze keus is natuurlijk altijd goed voor een jonge artiest die zich graag verder wil ontwikkelen in de muziek. De muziekscene in Austin kent namelijk een rijke traditie en nog steeds wemelt het hier van de prima muzikanten. Zelf gaan mijn oren al recht overeind staan als ik weer eens een album ontvang van iemand uit deze stad, want zelden valt zo’n album tegen en ook nu is dit weer het geval. De cd is geproduceerd door Walt Wilkins en bevat elf nummers waarvan er slechts eentje een cover is, namelijk de Johnny Cash klassieker ‘Don’t Take Your Guns To Town’. De overige nummers zijn door Jeremy zelf geschreven. De teksten zijn zeker geen niemandalletjes, maar vertellen mooie verhalen. ‘Annie Ray’ is het lekker uptempo gespeelde openingsnummer van de cd. Echte Texaanse country, geen zoetsappigheid, maar lekker klinkende gitaren. Ook het titelnummer van de cd is onder deze categorie te scharen. Mike Ethan Mesick zingt op dit nummer mee waardoor het net iets gemener klinkt dan als Jeremy alleen zingt. Het eerste echte hoogtepunt is ‘Arkansas Rain’, een folkachtige ballad die de gevoelige kant van Jeremy bloot geeft. Het mooie geluid van de Pedal steel, bespeeld door Kim Deschamps, past perfect in dit treurig klinkende nummer. Prima country nummers als ‘Sometimes You Need A Hurricane’, ‘My Best Tequila’ en 'The Old Man On The Bridge’ komen voorbij om vervolgens te komen tot het nummer ‘Brandi Sue’, een wederom rustig nummer wat ook weer uitblinkt door een mooi gezongen tekst en prachtig akoestisch gitaarspel. De cd sluit af met ‘Five Aprils’, ook weer een mooi gezongen verhaal met prima vioolspel van Brendan Anthony. Houd je van Texaanse country dan moet je zeker eens naar de muziek van Jeremy op zoek gaan op You Tube en misschien besluit je dan wel om deze cd aan te schaffen. Op 20 juni speelt Jeremy in Leeuwarden en op 21 juni in Amsterdam. Bij deze doe ik namens Jeremy een oproep aan bookingsagenten en zaaleigenaren in Nederland en Belgie om contact met hem op te nemen voor het regelen van meer optredens. E-mail: bookings@jeremysteding.com. | |
Outsider / Specs Hildebrand | |
![]() Als het in Nederland gaat over plaatsen waar de pop muziek floreert, dan kom je al snel uit in Volendam. Denk maar eens aan groepen als The Cats, Left Side en BZN, maar ook vandaag de dag speelt Volendam nog steeds een belangrijke rol in het muzikale landschap van Nederland. Zangers als Jan Smit, Nick & Simon en de 3 JS zijn dagelijks te horen op de diverse radiozenders. Toch herbergt dit vissersdorp nog een muzikaal geheim, een man die bekend is in het dorp zelf en bij een select gezelschap muziekliefhebbers. We hebben het dan over de singer/songwriter Theo van Scherpenseel alias Specs Hildebrand. Specs heeft zich nooit laten leiden door trends en hypes, maar heeft altijd zijn eigen weg gekozen. In de jaren zeventig verschijnt Specs voor het eerst op het toneel met de band ‘Jen Rog’ en vanaf 1975 begint hij aan zijn solocarrière. Vanaf die tijd maakt hij samen met zijn vriend, de helaas in 2002 te jong overleden popjournalist, Jip Golsteijn platen. Zelf omschrijft hij zijn muziek als een forse dosis country, vermengd met een scheut rock & roll en een randje (rhytme &) blues. Na het overlijden van Jip lijkt het gedaan met de platen carrière van Specs, maar in 2006 brengt hij als eerbetoon aan hem het album ‘A Wink at The Moon’ uit. Met het uitkomen van dit album is wat hem betreft een tijdperk afgesloten, de cirkel is rond en na twaalf albums sluit hij hiermee zijn platen carrière af. Het optreden zit hem echter in zijn bloed en samen met zijn Living Room Band, maar ook solo, blijft hij actief. Tijdens een interview met het duo Michel Veerman en Johan Tol(oprichters en eindredacteuren van het blad ‘One Way Wind’) laat hij zich ontvallen dat hij misschien ooit nog weleens een grotendeels akoestische plaat wilde maken en dit gegeven laat de twee mannen niet los. Zij benaderen Specs opnieuw en stellen hem voor het blok, met de mededeling dat zij de plaat zullen uitbrengen op hun eigen label en dat de releasedatum 19/11/2011 al vast staat. Dit alles resulteert in het mooiste album wat Specs heeft gemaakt, namelijk de cd ‘Outsider’. Wat een pareltjes zijn er op deze cd te vinden zeg! Na het lekker klinkende openingsnummer ‘This Plane’, met een gastrol van Rob Kruisman op de sax, opent het tweede nummer ‘I was Never There’ met werkelijk prachtig gitaarspel van vriend en topgitarist Jan Akkerman. Mooi ingetogen gezongen brengt dit nummer het gevoel over van wat overblijft na een scheiding. ‘The Good Die First’ is een van de vijf nummers op deze cd waar de naam van Jip Golsteijn samen met die van Specs nog op prijkt als songwriter. Ook in dit nummer heerlijk tokkelende gitaren en een tekst waarin ik mij helemaal kan vinden. In het volgende hoogtepunt, ‘Nero Played The Fiddle’, laat Specs horen dat hij ook solo niet te versmaden is. ‘Follyville’ verhaalt over het leven in Volendam; of alle dorpsbewoners hier vrolijk van worden is maar de vraag. Meer dan een randje blues is terug te horen in nummers als ‘Monday Cars’ en ‘Scar Tissue’. Als bonus krijgt de cd nog de twee nummers, 'Time Ia A Man’s Best Friend' en 'La Colonia Penal', mee die kennelijk op de plank zijn blijven liggen. Niemand minder dan Flaco Jiminez en Jan Akkerman verzorgen hierop de begeleiding. Het zou toch mooi zijn als Specs met het uitkomen van deze cd de dik verdiende waardering zou krijgen onder een wat groter publiek. Chapeau! Specs Hildebrand – zang, gitaar,bas, keyboard & Harmonica Gasten: Jan Akkerman – gitaar & keyboard Frans Pelk – harmonie zang Hubert Knuvelder – bas Kees Steur – drums Rob Kruisman – Sax Jan Keizer – Piano, orgel & Accordeon Robin Küller – harmonie zang Op de bonus tracks Flaco Jimenez – Accordeon | |
Pearl / Gaucho | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be ‘Pearl’ is alweer het vierde album van de uit San Francisco afkomstige band Gaucho. Voor mij is deze cd echter de eerste prettige kennismaking met hun muziek. De band is in 2002 door de huidige bandleider en gitarist Dave Ricketts als een Gipsy- Jazz trio opgericht en groeide de afgelopen jaren uit tot een sextet. Afgelopen jaar maakte de band tijdens hun tournee kennis met de in New York wonende zangeres Tamar Korn. Deze kennismaking resulteerde in een samenwerking die haar beslag heeft gekregen met het uitkomen van deze cd waarop Korn op vijf nummers de zang verzorgt. Naast Ricketts bestaat de band uit Ari Munkress/bas, Rob Reich/accordeon, Michael Groh/rhythm gitaar, Pete Devine/drums en Ralph Carney/sax-clarinet. De laatste is misschien wel de meest bekende van dit stel, daar hij sinds 1985 de vaste hoornspeler is van Tom Waits. Je zou bij het beluisteren van deze cd denken dat men voor de keuze van de nummers geput heeft uit vergeten nummers uit de rijke traditie van de jazz. Echter niets is minder waar. Maar liefst tien van de twaalf nummers zijn geschreven door Dave Ricketts zelf en natuurlijk is dit dan als een compliment bedoeld. Slechts de nummers ’Avalon’, geschreven door het trio Al Jolson, Vincent Rose en Buddy Desylva en de jazz standard ‘Lover Come Back To Me’ van Oscar Hammerstein zijn op deze cd de aanwezige covers. De stijl van de band is in al de jaren niet gewijzigd en de Gypsy-Jazz dient dan ook nog steeds als uitgangspunt. | |
Many Seasons / Kacey Johansing | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Maar liefst drie jaar heeft Kacey Johansing gewerkt aan het schrijven van de nummers voor haar debuut cd ‘Many Seasons’. Kacey is afkomstig uit een klein dorpje in Colorada en via Boston is zij beland in San Francisco waar zij de benodigde inspiratie opdeed voor het schrijven van de nummers. Zelf bespeelt zij de piano en zingt zij met een aparte hoog klinkende stem die mij nog het meest doet denken aan die van Kate Bush, maar dan zonder al die uithalen. De cd verscheen al in 2010 en is nu ook hier in Europa te verkrijgen. | |
Someone Like Me / John Engelmann | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De uit Chicago afkomstige singer-songwriter John Engelmann begon op zijn negende met het bespelen van de gitaar en richtte zijn eerste bandje op toen hij de leeftijd van zestien jaar bereikte. Tot aan zijn twintigste speelde hij in diverse coverbandjes in zoveel mogelijk cafés in Chicago. Zijn grootste wens was om zelf zijn eigen liedjes te kunnen schrijven net als zijn voorbeelden John Hiatt, Neil Young en Bruce Springsteen (om er maar een paar te noemen). Gelukkig voor John bleek er in Chicago een cursus ‘Songwriting’ te bestaan aan de ‘The Old Town Of Folk Music’. Hij volgde hier trouw de lessen die hij kreeg van Ralph Covert met wie hij later samenwerkte aan zijn eerste cd ‘A Beautiful Mess’ die in 2003 verscheen. Tijdens deze lessen ontmoette hij ook Steve Dawson (nu spelend in de band ‘Dolly Varden’) met wie hij nu zijn tweede cd ‘Someone Like Me’ heeft opgenomen. Steve is een multi instrumentalist en is op deze cd verantwoordelijk voor de achtergrondzang, lap-steel gitaar, drums, bas, keyboards, piano, banjo en sommige gitaarpartijen. Tevens is hij verantwoordelijk voor de productie. Alle tien (nummer elf staat twee maal op de cd) nummers op deze cd zijn geschreven en gezongen door John zelf en zijn eigenlijk elf kleine boekjes geworden. Er valt veel te genieten op deze cd. Neem het openingsnummer ‘Taking My Life’, mooi ingetogen gespeeld, een tranentrekkend verhaal over Marlon Roberts, een man die het grootste gedeelte van zijn leven onterecht in de gevangenis doorbracht. ‘Long Way Home’, mooi finger pickin’ gitaarspel waarbij Sarah Chakrin als gast een mooie partij op haar cello bespeelt. Een pareltje! ‘Angela’, ook weer een mooi nummer waarin een dochter (Angela) tevergeefs wacht op de terugkomst van haar vader. Vooral in de rustig gespeelde nummers waarbij de teksten goed te volgen zijn blinkt John uit; zijn tokkelende gitaarspel is prachtig en zijn stem past prima bij de sfeer die de nummers uitstralen. 'Down In the Dirt', 'Pearl River', 'Someone Like Me' zijn hier nog prima voorbeelden van. De cd sluit af met een prachtige akoestische versie van het eerder genoemde nummer ‘Angela’ wat de eerdere versie eigenlijk overbodig maakt. Deze cd staat vol met mooie nummers en wat mij betreft een aanrader! | |
Swamp Music / Armadillo Blues | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Het uit het zuiden van Zweden afkomstige Blues trio ‘Armadillo Blues’, opgericht in 2004, levert hun derde cd ‘Swamp Music’ af in een slap verpakt hoesje waar nou niet echt veel aandacht aan besteed is. Een gemiste kans in deze tijd waarin het downloaden toch al steeds meer de overhand krijgt. Het trio is opgericht door de uit Denemarken afkomstige bassist Jesper Hedegaart en de Zweedse gitarist Stefan Bergstrand en na wat wisselingen is Kenth Johansson sedert 2007 de vaste drummer van de band. Deze drie mannen zijn al vanaf begin jaren tachtig bezig met het maken van muziek en hebben hun roots liggen binnen verschillende muziekstijlen, iets dat terug te horen is op deze cd, maar de basis is altijd de blues. Het meeste materiaal wordt door de bandleden zelf geschreven, maar ook covers behoren tot het repertoire. Opvallend is dat niet de gitarist maar bassist Jesper Hedegaard de zangpartijen voor zijn rekening neemt, iets wat je niet vaak tegenkomt. | |
Premium Country / David Adam Byrnes | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Als tiener reisde de uit Sherwood/Arkansas afkomstige David Adam Byrnes eens naar Nashville en werd daar gegrepen door de countryklanken die klonken uit de kroegen op Broadway. Bij thuiskomst wist hij het zeker, muziek maken daar moest hij zich mee bezig gaan houden. Hij kreeg wat muzikanten bij elkaar en formeerde zijn eerste band. Terwijl zijn leeftijdsgenootjes druk bezig waren met daten en feesten wierp David zich op het schrijven van teksten en het regelen van optredens. Het eerste succes voor David kwam toen hij met zijn band als openingsact mocht fungeren voor niemand minder dan Hank Williams Jr. Na dit optreden, hij was toen pas negentien, wist David het zeker; hij zou vertrekken naar Nashville om daar zijn geluk te gaan beproeven. Al snel viel het talent van David op en stond hij te spelen op Broadway waar op een avond platenbaas Rob Rappaport van ‘Better Angels Music’ binnenliep en hem direct een contract aanbood. De eerste single, tevens het openingsnummer van deze cd, ‘Sweet Distraction’ werd als voorloper van de cd uitgebracht om alvast de aandacht te vestigen op David en bereikte al snel een notering in de diverse lokale country hitlijsten. Veertien nummers bevat de cd die samen met een aantal ‘co-writers’ tot stand is gekomen. Zoals op de meeste producties uit Nashville zijn de muzikanten op deze cd allemaal professionele studiomuzikanten die garant staan voor een gelikte begeleiding. | |
Bound To Drive You Crazy / Bluesmotel | |
![]() Met het album ‘Built For Comfort’ uit 2010 maakte de Nederlandse formatie Bluesmotel bij mij al direct een prima indruk. Dit album was voornamelijk gevuld met covers uit de rijke historie van de Chicago blues, maar liet al duidelijk horen dat deze band potentie heeft. Nu is er een nieuw album uit ‘Bound To Drive You Crazy’ en hiermee maken deze mannen het wat mij betreft helemaal waar. Dertien nummers waarvan er maar liefst twaalf door de band zelf zijn geschreven, maar die klinken alsof ze van de hand zijn van de Godfathers van de blues zelf. Net als bij de oude meesters gaan de teksten voornamelijk over drank, vrouwen, hoop en wanhoop. Het door Elmore James geschreven nummer ‘Bleedin’ Heart’ maakt de cd compleet. De samenstelling van de band is hetzelfde gebleven namelijk Kevin de Harde met zang en mondharmonica, op gitaar Micha Sprenger en Tim Benninks en de twee gelouterde leden van de band Hans Wielaert en Frank Van Tijn respectievelijk op bas en drums. De cd is voorzien van een fraai boekje waarin bassist Hans Wielaert met zijn schilderijen laat zien over nog meer talenten te beschikken. Tevens zijn hierin alle songteksten opgenomen. De nummers zijn in slechts twee avonden opgenomen onder de bezielende leiding van Erwin Palper die het voor elkaar heeft gekregen om alles met een helder geluid en een prima mix op de cd te zetten. ‘Hard Lovin’’ is de naam van het eigenwijs klinkende openingsnummer en hiermee is de toon gezet. Pima gitaarwerk, een uitstekende ritmesectie en een zanger die werkelijk de duivel in zich heeft. Heerlijk zo’n band die geen concessies doet en gewoon lekkere traditionele Chicago blues speelt. Ook in de daarop volgende nummers als ‘Can’t You Take It’ en ‘Insomminiac Blues’ gaat de band onder leiding van de uitstekend zingende Kevin de Harde lekker los. Het speelplezier spat er werkelijk vanaf. De rust volgt in de mooi uitgevoerde slow blues ‘Who’s Been Loving You?’. Het mondharmonicaspel in ‘Woman On My Mind’ klinkt lekker smerig, maar de stevige begeleiding zorgt ervoor dat hij nergens uit de bocht kan vliegen. De geest van Muddy Waters hangt duidelijk boven het geleende thema van ‘The Geddup Man’. Een funky klinkend nummer past natuurlijk prima in dit repertoire; het titelnummer ‘Bound To Drive You Crazy’ is hier het bewijs van. De band komt weer tot rust in ‘The Blues I’ve Seen’ om vervolgens een prachtige uitvoering van Elmore James’ ‘Bleeding Heart’ uit de tenen te persen. Het akoestisch gespeelde ‘Eschattology’ voorspelt ons het einde van de wereld, maar laat u dit niet gebeuren zonder Bluesmotel eens live aan het werk te hebben gezien! | |
Porch / Woody & The Bluepackers | |
![]() Een cd’tje met eigenlijk maar vijf nummers plus een intro bedoeld als promotiemiddel voor de Rotterdamse band ‘Woody & The Bluepackers' viel op mijn deurmat met het verzoek hier eens aandacht aan te besteden. Als promotor van de blues in het algemeen, maar zeker van die in Nederland, ben ik hier natuurlijk altijd toe bereid. Eerst maar even de illustere leden van de band voorstellen; Kinky Pete/ gitaar en zang, Wooz /mondharmonica, sax en zang, Tommy/bas en zang en Maks A./drum en zang. De demo is opgenomen in de Excess Studios in Rotterdam en is geproduceerd door Hans Pieters, die uitstekend werk heeft verricht. Het geluid klinkt fris en helder en dat is bij demo’s niet altijd het geval. De spannende intro, die slechts een minuutje duurt, brengt je met de geluiden van krekels, donderslagen en een mooi klinkende slide gitaar direct in de juiste blues stemming. Naadloos gaat deze intro over in ‘If My Baby Quit Me’, een nummer van de hand van Mike Morgan. Prima mondharmonica en gitaarspel zijn de ingrediënten die direct opvallen. ‘Give Me Back My Wig’ van Hound Dog Taylor is natuurlijk van zichzelf al een heerlijk nummer en zal bij optredens zeker de beentjes van de grond krijgen. Dat Woody niet alleen uitstekend overweg kan op de harmonica, maar ook op de saxofoon laat hij horen in ‘A Fool For Your Stockings’ van ZZ Top. Lekker hoor als je zo iemand in je band hebt. De twee laatste nummers, ‘Twenty Yards Behind’ en ‘Back In The Night’ zijn afkomstig van mijn favoriete Engelse pubrock formatie Dr. Feelgood. Beide versies blijven recht overeind en zeker een nummer als ‘Back In The Night’ is een nummer wat ik zelf graag hoor. | |
Shaking Up The Bucket / Sweet Claudette | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be 'Sweet Claudette', oftewel Claudette Harrell-Manning is afkomstig uit Detroit/Alabama. Zij is voornamelijk bekend in het clubcircuit van deze staat waar zij onlangs nog werd genomineerd voor een ‘Detroit Black Music Award’. ‘Shaking Up The Bucket’ is alweer haar zesde cd, maar voor mij is deze cd toch de eerste kennismaking met haar. De stijlen op deze cd zijn zeer divers. Zo opent de cd met ‘Shaking up The Bucket’, een met wah-wah gitaar doordrenkt instrumentaal funk nummer waarbij je moeilijk stil kan blijven zitten. Saxofonist Marty Montgomery en trompetist Mark A. Croft blazen hun longen uit hun lijf op dit nummer. ‘Sending You To ‘Man School’ is het onverwachte tweede nummer; ‘smooth jazz’ is de beste omschrijving voor de stijl van dit nummer. Deblon Jackson blaast een mooie fluitsolo in dit nummer en samen met de bijna vertellende zangstem van Claudette brengen zij mij in een dromerige sfeer. Brian Smith opent met zijn mondharmonica ‘Dance & Party’. Erg onder de indruk ben ik helaas niet van zijn spel. Een goede bekende van mij zou zeggen:“zuigen en blazen”. Het hele nummer klinkt mij nogal amateuristisch in de oren. Zeker het irritante getik van drummer Greg Manning op zijn bekkens ergert mij mateloos. Snel over naar ‘Been There Done That’ wat helaas ook geen hoogvlieger is. Claudette’s stemgeluid klinkt net even te laag in dit simpel gespeelde nummer. Beter wordt het in de blues ‘Ain’t Gonna Wash Your Dirty Clothes. Prima gitaarlicks afgewisseld met het orgelwerk van Mickey Atkins. In het bijna negen minuten durende ‘Movin’On’ haal ik mijn gelijk wat betreft de mondharmonicaspeler; jammer, want Claudette’s zang sleept je juist wel mee in deze slow blues. Het beste op deze cd is duidelijk bewaard tot het einde. In het slotnummer ‘the Chicken’ laat de band horen wel degelijk goed te kunnen spelen. Mooie partijen door de blazers geven dit nummer een heerlijke funky sound mee. Over het geheel genomen, in mijn ogen, een niet al te sterke cd met maar een enkel hoogtepunt. | |
Crawstickers / Scott Ramminger | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Soms zijn er van die dingen die je doet of die je zegt die vele jaren later nog tegen je gebruikt worden. In Amerika heeft men hier een benaming voor namelijk een ‘craw sticker’. De uit Washington D.C. afkomstige zanger en saxofonist Scott Ramminger gebruikte deze benaming voor zijn band ‘The Crawstickers’ en ook zijn cd nieuwe cd draagt deze naam. ‘The Crawstickers’ is een negenkoppig collectief van muzikanten die hun sporen dik hebben verdiend binnen de muziek en dat is te horen op deze uitstekende cd. Muzikaal gaat het alle kanten op, maar op alle nummers is te horen dat de blues een sterke invloed heeft gehad op de muziek van Ramminger. Zo opent de cd met de titeltrack ‘Crawstickers’, waarin Ramminger ons even fijntjes vertelt hoe zijn vrouw omgaat met dit verschijnsel. Een heerlijke shuffle met een hoofdrol voor Brian Simms op piano en orgel, maar ook de achtergrondzang van Mary Ann Redmond mag er zeker zijn. Gitarist Dave Chappell speelde met legendes als Jerry Lee Lewis, Sam Moore en Percy Sledge en is samen met drummer Pete Ragusa, die dertig jaar doorbracht in ‘The Nighthawks’, sterk aanwezig in het traag, maar zeker niet vervelend klinkende nummer ‘Magic Eightball Never Lies'. Ramminger,die verantwoordelijk is voor de teksten en muziek van alle elf nummers op deze cd, laat met de tekst van het nummer ‘Give A Pencil To A Fish’ zien veel gevoel voor humor te hebben. Dat zangeres Mary Ann Redmond meer kan dan het zingen van background vocals laat zij horen in het duet ‘There Must Be Something With You’. Een lekker klinkende blues waarin de sax van Ramminger en de trompet van Vince McCool voor de nodige afwisseling zorgen. In ‘Real Fine Gumbo’ staat de muziek die wij kennen vanuit New Orleans hoog in het vaandel. Je krijgt gewoon zin om de keuken in te gaan om zo’n overheerlijke Gumbo te gaan bereiden.Texmex en country zijn de ingrediënten voor ‘Three Dollar Beer’, met Brian Simms op zijn accordeon in een hoofdrol. Vervolgens het stevig rockende nummer ‘Fast And ‘Loud’ met wederom een glansrol voor zangeres Mary Ann Redmond die precies op de juiste momenten van zich laat horen. “I dreamed I met Jesus in a bar late last night;he was having a sallad and a Amstel light” is de prachtige openingszin van ‘I Dreamed I Met Jesus’. In deze zeer sterke ballade vraagt Rammington zich af hoe het nu verder moet met onze wereld: zeer mooi! Diegene die graag een Rumba dansen slaan al het voorgaande maar over en skippen meteen maar door naar ‘That Rumba Beat’. Een heerlijk ritme met mooi gitaar-, piano- en trompetspel. Terug naar een shuffle in ‘Amandale Girl’ en een lekker swingend einde van de cd met een duet, dit maal gezongen met zangeres Patty Reese. | |
This Little Girl's Gone Rockin' / Lazy Buddies | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be ‘Lazy Buddies’ is een zeskoppige swing bluesband uit Frankrijk. Daar ik weinig of geen Frans spreek is het moeilijk om wat extra achtergrond informatie te verkrijgen over deze band. Hun website ziet er verzorgd uit, alleen zijn de teksten allemaal in het Frans (misschien een tip voor bands die internationale ambities hebben om de site ook in het Engels beschikbaar te stellen). De band is opgericht in het jaar 2005 en afkomstig uit Rennes. De eerste landelijke aandacht krijgen zij in 2007, het jaar waarin zij speelden op de wat grotere festivals in Frankrijk. In 2008 verschijnt hun eerste cd ‘Swing it, Swing It Babe!’, een cd met allemaal covers. De muzikale voorkeuren van de diverse bandleden gaan terug naar de blues en boogie-woogie uit de jaren vijftig en de Amerikaanse ‘West-Coast’ blues; iets wat goed terug te horen is op deze cd en ook het hoesje straalt deze sfeer uit. Het was al in 1958 dat Ruth Brown het door het duo Mann Curtis & Bobby Darin geschreven nummer ‘This Little Girl’s Gone Rockin’’ als single uitbracht. Nu is het zelfde nummer de titel- en tevens het openingsnummer van de tweede cd van de ‘Lazy Buddies’. Zangeres Soazig Lebreton beschikt over een lekkere luchtig stemgeluid wat uitermate geschikt is voor dit genre. Dat de band niet alleen maar covers speelt, maar ook zelf in staat is om nummers te schrijven laten zij horen in zeven van de dertien nummers die deze cd bevat. De band beschikt over de twee prima gitaristen Nico Fleurance en Guillaume Rousseau die hun gitaren uiterst functioneel gebruiken, dus geen oeverloze solo’s en geen gebruik van pedaaltjes, wat natuurlijk prima past binnen dit genre. Net zo swingend als het openingsnummer klinken de zelf geschreven nummers ‘Caddillac Cruisin' en 'Midnight Boogie’. Het tempo gaat voor het eerst ver terug in de eveneens zelfgeschreven slow blues ‘Fairy Tale Of A Womanizer’. ‘Done Got Over’ van Guitar Slim, ‘Tried To Call You’ van Lynwood Slim en ‘Checking On My Babe’ van Junior Wells behoren tot de covers op dit album. Geen plat gewalste keuzes dus. Al met al is dit een leuke cd geworden zonder hoogte- of dieptepunten. Het enige minpuntje voor mij is dat het stemgeluid van Soazig weinig diepgang heeft en mij na een aantal nummers wat begint te vervelen. | |
Dare To Stand Out / Mariëlla Tirotto & The Blues Federation | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Net zo als bij veel andere muzikanten viel ook bij Mariëlla Tirotto de appel niet ver van de boom; haar vader speelde in de drumband van de plaatselijke fanfare en haar moeder zong eigenlijk de hele dag door. Mariëlla was dan ook voorbestemd om naar het conservatorium te gaan om zich verder te bekwamen op de viool, maar zoals met opstandige pubers wel vaker gebeurt zag ze hier op het laatste moment vanaf en dit betekende het einde van haar carrière als violiste. Haar interesse in muziek bleef gelukkig bestaan en het zingen, wat zij ook al die jaren had gedaan in verschillende koor gezelschappen, bleef zij doen maar dan wel alleen voor zich zelf. Pas op haar drieëntwintigste trad zij hiermee naar buiten toen haar echtgenoot Heins Greten haar bij toeval hoorde zingen en haar meteen vroeg om te komen zingen in zijn rockband ‘Anonymous’. Een aantal bandjes later verschenen haar eerste opnames met de band ‘Italian Smoke Party’ op de gevoelige plaat waarin de jazz invloeden al duidelijk hoorbaar waren. In het jaar 2000 hakte Mariëlla de knoop door en koos zij voor een carrière binnen de muziek. Het gevolg van deze stap waren de opnames voor haar eerste solo cd ‘Stranger’. Een tweede solo cd is er echter nooit gekomen, want er kwamen plannen voor een nieuwe band. Deze plannen zijn uiteindelijk uitgemond in de band ‘Mariëlla Tirotto & The Blues Federation’. In 2008 verscheen hun debuut cd ‘Somewhere Down The Road’ en nu is de opvolger ‘Dare To Stand Out’ uit. Ik moet bekennen dat deze nieuwe cd eigenlijk mijn eerste kennismaking is met de muziek van deze band. Eigenlijk ken ik de band alleen maar door de vele activiteiten van Mariëlla op het internet en heb ik hier en daar weleens flarden gehoord die zeker niet verkeerd klonken. De cd bevat twaalf nummers waarvan er maar liefst elf van de hand van de diverse bandleden zelf zijn! De cd opent stevig met prachtig gitaarwerk van Harold Koll wat wordt voortgezet in het middenstuk van het nummer. Met prima drum en percussie ondersteuning mag mondharmonicaspeler Michel de Kok laten horen dat hij een uitstekend partijtje kan blazen op zijn instrument. Met dit eerste nummer ‘Drifting’ lijkt de toon gezet voor deze cd, stevig en bluesy, want ook in het volgende nummer ‘Marked For Life’ wordt deze stijl doorgezet, maar met het spannend klinkende ‘Lover’s Dance’ gaat het tempo beduidend naar beneden en belandt de band midden in de ‘swamps’ van Louisiana. Erg mooi in dit nummer is de zang van Mariëlla. Wat mij betreft het eerste hoogtepunt op deze cd. In ‘Dare To Stand’ wordt de draad van de eerste twee nummers weer opgepakt, stevige gitaarklanken, snerpende mondharmonicaklanken en wederom prima drum en percussie werk van respertievelijk John Kakiay en Onny Tuhumena. Met een lekker uptempo klinkend bluesje ‘Night Owl” gaat de band verder om vervolgens te komen tot de enige cover op deze cd ‘Black Coffee’. De mooiste versie van dit nummer staat nog steeds op naam van ‘The Pointer Sisters’ op hun geweldige dubbel lp ‘live At The Opera House’, maar ook de versie van Mariëlla en haar mannen mag er zijn; mooi ingetogen pianospel van Mariëlla’s echtgenoot Heins Greten en een hoofdrol voor Michel de Kok op zijn mondharmonica. Het mooie jazzy zanggeluid van Mariëlla maakt dat dit nummer zeker ook behoort tot de hoogtepunten van deze cd. Maar goed hiermee zijn wij pas halverwege de cd en zeker nog niet door de beste nummers heen, want ook ‘You Don’t Call The Shots’ is een prachtig nummer. Een mooi terugkerende baspartij van Heins legt de basis voor dit mooie nummer. Opzwepende drums zijn vervolgens de basis voor ‘Why Are You Running From Yourself’. De wederom mooie gitaarsolo van Harold en de indringende zang van Mariëlla maken ook van dit nummer een lust om naar te luisteren. De veelzijdigheid van de band kent blijkbaar geen grenzen, want ook een pop ballade als ‘Lover’, een liefdesverklaring die recht uit het hart komt, vormt geen enkel probleem. ‘Didn’t Your Mama Tell You?’ is blijkbaar geschreven in een wat mindere periode in het leven van Mariëlla, want veel vrolijks is er niet in te horen. De cd eindigt met de nummers ‘Embrace I & II'. Door zowel het ritme en het gitaarwerk lijkt het op een ode aan het werk van Carlos Santana, de mondharmonica is een wat vreemde eend in deze afsluiters. | |
The Best Of Mustique Blues | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Er zullen weinig lezers zijn die ooit een bezoek hebben gebracht aan het eiland ‘Mustique’ gelegen in de Caribische zee. Het eiland is namelijk een van de meest exclusieve eilanden die behoren tot de ongeveer dertig eilandjes van het land St. Vincent (onderdeel van het Britse Gemenebest). Het eiland is slechts zes vierkante kilometer groot en het domein van voornamelijk rijke en beroemde mensen. Mensen als David Bowie, Mick Jagger en Bryan Adams trekken zich graag terug op dit eiland voor een met luxe overgoten vakantie. In de jaren zeventig werd het eiland gekocht door de Schot ‘Lord Colin Tennant’ die het eiland exploiteerde als een party eiland voor de jet-set. Sinds 1989 is het eiland in handen van ‘The Mustique Company’ een vennootschap waarvan de eiland bewoners zelf de aandelen in handen hebben. Voor een logement op dit eiland liggen de goedkoopste kamers op zo’n 1500 dollar per nacht, dus zeker geen plekje voor de gewone man om hier eens een lekker weekje vakantie door te brengen. In 1995 bracht de Engelse blueszangeres Dana Gillespie, op uitnodiging van haar dierbare vriend Basil Charles’ een vakantie door op Mustique. Basil bestiert op dit eiland ‘Basil’s Bar’ waar het in de weekenden volop genieten is van de tropische klanken van reggae muziek. Door de sfeer en entourage gegrepen besloot Dana ook een nummer ten gehore te brengen. De reggae band taaide af en Dana bracht a capella een bloedstollende blues ten gehore. Dit optreden viel zo in de smaak dat Dana samen met Basil besloot om hier jaarlijks een bluesfestival te gaan organiseren. De muzikanten die hier de afgelopen jaren hebben gespeeld doen dit belangeloos en de opbrengst van het festival gaat naar ‘The Basil Education Foundatian’, een stichting die kansloze kinderen de mogelijkheid biedt om een opleiding te volgen. Van al deze festivals is nu een verzamel cd verschenen waarvan de opbrengst ook naar deze stichting toe gaat. De cd opent lekker swingend met ‘Nothing Left to Say’ van de in Chicago geboren gitarist Zach Prather. Het gebruik van het wah-wah pedaal geeft het gitaargeluid van Prather een typisch jaren zeventig geluid mee. Het eerste hoogtepunt op deze cd is het volgende nummer ‘Wish Someone Had Told Me’ van de uit Louisiana afkomstige gitarist ‘Eugene ‘Hideaway’ Bridges. Als zoon van de blues gitarist ‘Hideaway Slim’ kreeg Eugene de blues met de paplepel ingegoten en dat is te horen zeg in deze heerlijke slow blues. De uit Engeland afkomstige ‘Big Joe Louis’ laat in ‘I Cried Last Night’ horen dat hij, wat mij betreft, nog steeds behoort tot de top van de bluesmuzikanten afkomstig uit dit land. De zogenaamde ‘Jew Harp’ geeft dit nummer een apart geluid mee. Uiteraard ontbreekt de organisator van al dit moois, ‘Dana Gillespie’, niet op deze compilatie. Met het nummer ‘Down At The Bar’ laat zij horen over een bijzonder mooie stem voor de blues te beschikken. Dat de ‘Boogie Woogie’ het altijd goed doet op een festival moge een bekend gegeven zijn. Zowel Diz Watson met ‘Saturday Night Boogie Man’ en de pianisten Dino Baptiste en Julien Brunetaud met ‘Royale Street Boogie’ laten een heerlijk staaltje boogie horen op deze cd.‘Papa George’ laat op zijn dobro de akoestische kant van de blues horen met heerlijk slide werk in ‘Blues With A Feeling’ van Steve Simpson.De klasse van Joe Louis Walker is weer eens te horen in ‘Mile High Club’.De Nederlandse bijdrage aan het festival is van Hans Theesink, een man die bekend staat als een van de beste vertolkers van de blues in Nederland. In het nummer ‘Minnibelle’ laat hij wederom horen waarom dat zo is. Het volgende hoogtepunt op deze cd komt op naam van Larry Garner die met het prachtig gezongen ‘Dog House Blues’ laat horen hoe een bluesje moet klinken. Over Ian Siegal is hier in de lage landen de laatste jaren al genoeg geschreven. Met ‘Sugar Rush’ laat hij horen een graag geziene gast te zijn op welk festival dan ook. De cd sluit af met een bijdrage van ‘The Marques Brothers’ die met ‘Mean Old Eastern’ laten horen hoe de blues moet hebben geklonken in de jaren vijftig. | |
Blues Mandolin Man / Yank Rachell | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Het label ‘Blind Pig Records’ is bezig een aantal interessante reisseus op de markt te brengen. In dit kader verscheen er onlangs ook een cd van James “Yank” Rachell ‘Blues Mandolin Man’ met opnames van een studiosessie uit 1986 die in 1990 al op vinyl werden uitgebracht. Yank Rachell werd geboren in Brownsville (TN) op 16 maart 1910. Hij leerde van zijn oom ‘Daniel Taylor’ de mandoline te bespelen. Daarna leerde hij zichzelf ook nog gitaar, viool en mondharmonica spelen. Zijn opname carrière begon op zijn negentiende toen hij tezamen met Sleepy John Estes en Jab Jones, onder de naam ‘The Three J’s’, het nummer ‘Divin’ Duck Blues’ opnam. Zijn beste jaren als muzikant lagen tussen 1935 en 1941. In totaal schreef Yank zo’n negenhonderd nummers, waaronder het door John Lee Hooker bekend geworden ‘Hobo Blues’. Op verzoek van zijn vrouw stopte hij zijn carrière in de late vijftiger jaren. Het gezin verhuisde in 1956 naar Indianapolis (IN). Na het overlijden van zijn vrouw in 1962, pakte hij de draad weer op en richtte zich voornamelijk op de mandoline. Vanaf de jaren zeventig besloot hij op pad te gaan met een elektrische band. Yank overleed op respectabele leeftijd op 9 april 1997. Inmiddels is zijn biografie verschenen. Deze is geschreven door Richard Congress, de titel is (hoe kan het ook anders) ‘Blues Mandolin Man’ en is te koop op Amazon.com. Op deze cd staan negen nummers die allemaal van de hand van Yank zelf zijn. Yank(zang en madoline) laat zich op deze opnames voor de eerste keer op plaat begeleiden door een complete band (Leonard Marsh Jr./drums, Sheena Rachell/bas, Peter Roller/gitaar en Peter “Madcat”Ruth/mondharmonica). ‘My Baby’s Gone’ is het relaxed klinkende openingsnummer. Yank beschikt over een mooie authentieke blues stem. Het heerlijke korte geluid van de elektrisch versterkte mandoline wordt in dit nummer mooi afgewisseld met de gitaar van Peter Roller. Op ‘She Changed The Lock’ bestaat de begeleiding alleen uit de akoestische gitaar van Peter Roller en laat Peter Ruth een fraai staaltje mondharmonica horen. Ín het instrumentale ‘Buggle Hat’ krijgt de band voldoende ruimte om te laten horen hoe goed zij hun instrumenten beheersen. ‘Cigarette Blues’ kent dezelfde begeleiding als ‘Changed The Lock'. In dit nummer probeert Yank zijn vriendin van het roken af te krijgen, iets wat niet meevalt, want twaalf pakjes per dag is bepaald niet misselijk hè? Nummers over whiskey komen nog al eens voor binnen de blues, zo ook in ‘Black Snake’ met weer dat striemende geluid van Yank’s mandoline. Wat mij betreft een prima cd zonder slechte nummers. Ook het geluid laat niets te wensen over. Een waar pareltje voor de blues liefhebber! | |
Love Women and Song / Tommy Pltier | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De muzikale professionele carrière van Tommy Peltier beslaat al bijna vijftig jaar. Het was immers in 1963 toen Tommy van zich deed spreken met de oprichting van zijn eerste professionele band ‘The Jazz Corps’. Maar op veel jongere leeftijd speelde Tommy al in allerlei bandjes op zijn trompet en later op de Cornet. De muziek van ‘The Jazz Corps’ is het beste als volgt te omschrijven: “Jazz without borders ”. De debuut cd ‘The Jazz Corps Under The Direction Of Tommy Peltier featuring Roland Kirk’ verscheen in 1966 en stond in die tijd als zeer vooruitstrevend te boek. Eigenaar Howard Rumsey van de Californische jazz club ‘The Lighthouse’ huurde de band op regelmatige basis in (van deze optredens is inmiddels ook een cd verschenen), maar aan het eind van de jaren zestig sloeg het noodlot toe bij Tommy; door een blessure was hij genoodzaakt om te stoppen met het bespelen van de cornet. Gelukkig lieten zijn muzikale vrienden hem niet vallen, maar inspireerden hem om te gaan zingen en gitaar te gaan spelen. In de jaren zeventig resulteert dit in een samenwerking met, de inmiddels overleden folk zangeres, Judee Sill. Ook van deze samenwerking is in 2005 een cd verschenen (Chariots Of Astral Light). In de jaren tachtig werkt Tommy samen met onder andere Don Preston (ex lid van The Mothers Of Invention) en Robby Krieger(ex lid van the Doors). In de negentiger jaren formeert Tommy de excentrieke band ‘The Plastic Theatre Art Band’ waarmee hij zogenaamde avant-garde pop muziek maakt. Ook van deze band zijn inmiddels cd’s in omloop. En nu is dan de cd ‘Love Woman and Song’, oftewel de drie meest aantrekkelijk zaken in het leven van Tommy, verschenen. Het kost mij wat moeite om deze cd te waarderen. Ten eerste komen al de instrumenten op deze cd uit een synthesizer, keyboard en drumcomputer, niet bepaald favorieten van mij. Daarnaast is het stemgeluid van Tommy vreemd. Toch ga je naar meerdere luisterbeurten deze cd best aardig vinden. Er staat een aparte versie op van ‘Old Man River’ die zeker goed te noemen is. Ook het openingsnummer ‘The One And Only’ zou in de jaren tachtig best eens hoge ogen gegooid kunnen hebben. De liefde is in de meeste nummers het centrale thema. Het eerste gedeelte van de cd is het meest aansprekelijk vanwege de zang. Het tweede gedeelte bestaat voornamelijk uit instrumentale stukken. De liefhebbers van experimentele muziek zullen deze cd best waarderen. | |
Roundabout / Andres Roots | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Dat de blues ook leeft in Estland bewijst gitarist Andres Roots met zijn eerste solo cd ‘Roundabout’. Andres loopt al wat langer mee in de Estlandse bluesscene en misschien zijn er wel lezers die hem kennen van zijn werk met zijn eigen trio ‘Bullfrog Brown’. De cd is spontaan ontstaan, want eigenlijk was Andres alleen maar de studio ingegaan om een promotie single op te nemen voor de tournee die gepland stond met zijn Amerikaanse vriend Eric Gebhardt, maar eenmaal in de studio beland liep het allemaal wat uit de hand en met behulp van wat bevriende muzikanten ontstond uiteindelijk deze cd met twaalf zeer originele zelf geschreven nummers. Het instrumentale ‘Duck Soup’ is het korte openingsnummer van de cd. Andres bespeelt hier een eensnarige Didley Bow en wordt slechts begeleid door enkele percussie instrumenten, wat een bijzonder origineel geluid oplevert. In ‘Lemon Days’ krijgt Andres gezelschap van de eerder genoemde Amerikaanse zanger/gitarist Eric Gebhart en de uit Finland afkomstige mondharmonicaspeler Jantso Roots. Andres zelf kiest in dit nummer voor de Dobro. Een lekker fris klinkend bluesje met prima slide is het resultaat. De stemming slaat om in ‘Southern Sky’, donkere bass drumgeluiden uit een drumcomputer, een lekker scheurende mondharmonica met daaroverheen de donker klinkende stem van de uit Engeland afkomstige Dave Arcari. De beste zanger op deze cd is echter de uit Zweden afkomstige ‘Bottleneck John’ die in drie nummers ('Shades', 'Thru The Valley' en 'Brothers Grim') de zang voor zijn rekening neemt. Dat Andres met de slide prima weet om te gaan laat hij ook nog eens horen in ‘Flowers’. ‘Dead Man Stomp’ kent weer een verrassing en wel door het vioolgeluid van Hanno Maadra, wat ook weer leidt tot een bijzonder geluid. ‘Redecoration Day’ was het nummer waar het eigenlijk allemaal om te doen was; dit zou de promotie single worden voor de tour. Na het uitkomen van deze cd werd het nummer dan ook uitgebracht op single en stond in ‘no time’ hoog genoteerd in de diverse hitparades in Estland. Wat mij betreft is dit nummer zeker niet het beste nummer van de cd, maar echt slechte nummer heb ik niet aangetroffen op deze cd. Al met al een levert Adres Roots een zeer afwisselende en originele cd af. Zeer verfrissend zeker voor een blues cd! | |
King Of The Town / King Mo | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Met het oude vertrouwde krakende geluid van een pick-up naald die het einde van een lp nadert en wat Japanse kreten opent het eerste echte studio album ‘King Of The Town’ van de Nederlandse formatie ‘King Mo’. Vol verwachting klopt mijn hart, want de verwachtingen zijn bij mij hooggespannen. Het was immers niets dan lof en prijzen welke deze formatie de afgelopen jaren over zich heen kreeg. Hoogtepunt voor de band was natuurlijk hun deelname aan de ‘Blues Challenge’ in Memphis waar de band zelfs door wist te dringen tot aan de halve finale. Dit alles leidde uiteindelijk tot een heus platencontract bij het label CRS, iets wat in deze tijd niet voor veel bands meer is weggelegd. Voor het verschijnen van dit album liet zanger Philip Bastiaanse (Phil Bee) al in diverse media weten dat de band weleens uit een ander vaatje zou kunnen gaan tappen en dat men niet alleen meer als Bluesband zou gaan opereren. Een logische gedachte daar de aanhang van de Blues slinkende is. Gezien het stemgeluid van Phil Bee en de aanwezigheid van Colly Franssen met zijn Hammond B3 zou een draai richting de soul muziek een logische keus zijn geweest, maar de band laat zich na het beluisteren van deze cd niet in een hokje plaatsen. De mannen laten horen meerdere stijlen tot in de puntjes te beheersen, zodat deze cd bij een grote groep muziekliefhebbers zeker in de smaak zal vallen. Zo opent de cd lekker stevig met het nummer ‘Everyday day You’re Runnning’, een eigen compositie van de hand van het snarenwonder Sjors Nederhof en de reeds eerder genoemde Phil Bee. Naadloos is de overgang naar ‘I Was Wrong’, een schuldverklaring waarin Phil wel degelijk laat horen dat zijn stem ook in verheffing prima blijft klinken. Opvallend is dat op deze cd het Hammond orgel een grotere rol krijgt toebedeeld dan op de vorige twee live opgenomen cd’s; wat mij betreft een prima zaak! ‘200 Miles’ is een prachtig ingetogen nummer waarin Sjors laat horen dat hij onlangs niet voor niets is uitverkozen tot beste bluesgitarist van Nederland. Dit nummer staat overigens verderop ook als een geheel instrumentaal nummer op de cd. De eerste cover is 'I'm A Ram', van de hand van Al Green, met lekkere funky gitaarlicks en wederom prima Hammond werk blijkt deze funky stuff ook al geen enkel probleem te vormen voor de band. Dat de band de Blues de rug toekeert is zeker niet het geval en dat is te horen in het titelnummer ‘King Of The Town'. Wat mij betreft ronduit het mooiste nummer van deze cd. Heerlijk zoals Colly in dit nummer het orgel beroert. Ook in ‘Coming Home’, een door Phil Bee bewerkte versie van het instrumentale nummer ‘Texan Top’ van Dave Spector, en het daarop volgende ‘The Shape You’re In’ klinkt de blues ook weer in volle glorie. Onheilspellend begint het laatste nummer ‘Take Me As I Am’ waarin zelfs de brabbelende Japanner kort terugkeert. Zelf vind ik dit nummer van een iets mindere kwaliteit dan alle vooraf gaande nummers zeker gezien het vreemde eindstukje.’ Met de nieuwe bassist Roelof Klijn en de uitstekende drummer Henk Punter beschikt de band over een prima ritmesectie. De verrassing voor mij op deze cd is Colly Fransen die zijn ‘coming out’ lijkt te beleven. En ja, over de kwaliteiten van Phil en Sjors kan ik duidelijk zijn: 'klasse’. Al met al een prima cd! | |
Rough Echoes / David Seagull | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De uit Fairfield/Iowa afkomstige singer/songwriter David Seagull heeft in 2008 zijn tweede cd ‘Rough Echoes’ opgenomen en deze is eind 2010 op de markt verschenen. David treedt, met enkel zijn gitaar, al zo’n vijfentwintig jaar op, maar houdt zich in zijn dagelijkse leven bezig met het bouwen van websites. Naast zijn bezigheden als muzikant en webbouwer houdt David zich ook nog eens bezig met poëzie; zo won hij met zijn gedichten, in zowel het Engels als in het Frans, al meerdere prijzen. Een echte bezige bij dus! Zelf geeft David op zijn website aan dat hij zich in zijn muziek laat beïnvloeden door artiesten als Bob Dylan, Leonard Cohen, Neil Young en Joni Mitchell. Naast de gitaar bespeelt David ook nog keyboard, drums, fluit en bas. De cd is opgenomen in David’s eigen huisstudio. Op slechts een paar nummers krijgt hij hulp van wat bevriende muzikanten, maar op het grootste gedeelte van de cd is hij zelf verantwoordelijk voor het bespelen van alle instrumenten. Het donker klinkende openingsnummer ‘Loraine’ zet de toon voor de gehele cd. David beschikt over een somber stem geluid met weinig variatie. De nummers klinken niet bepaald vrolijk en ga je dan ook nog eens goed naar de teksten luisteren dan zijn deze ook nogal zwartgallig. Zeker dus geen plaatje waar je ontzettend vrolijk van gaat worden. Toch staan er zeker wel mooie nummers op deze cd. ‘I’m Just In It For The Money’ is een mooi luisterliedje waarin David zichzelf op een mooie maar sobere manier begeleidt op zijn akoestische gitaar. De liefde voor de muziek van Leonard Cohen is terug te horen in het nummer ‘Mary’. Dit nummer zou zo maar door Cohen zelf geschreven kunnen zijn. Ook het stemgeluid van David komt in dit nummer vrijwel overeen met die van Cohen. Ook nummers als ‘Wreck’ en ’10 Solitary Soldiers’ klinken somber van toon, maar zijn toch mooi om naar te luisteren. | |
Right Down There On Lee Street / Tom Hall | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Een cd die al heel wat jaartjes geleden, namelijk in 2005, is gemaakt en al te koop is sinds 2006 ligt nu pas ter beoordeling op de burelen van Rootstime.be. Het betreft hier de cd ‘Right Down There On Lee Street’ van de uit St. Louis afkomstige bluesgitarist Tom Hall.' Tom heeft al een lange loopbaan van ruim twintig jaar in de muziek achter de rug. Zo speelde hij in bands als 'Geyer Street Sheiks', 'River City Rhythm', 'The Illusions' en 'The Fighting Molly McGuires'. In al die jaren toerde hij regelmatig over het Amerikaanse continent maar ook in Europa was hij regelmatig te bewonderen. Tom is voornamelijk beïnvloed door de bluesgitaristen afkomstig uit de Mississippi Delta en dat is op dit eerste solo album goed terug te horen. De cd bevat veertien covers van zijn helden, waarvan sommige reeds zeer vaak zijn gecoverd, maar ook staan er een aantal obscure stukken op. Tom bespeelt een ‘National Steel Body’ gitaar en maakt geregeld gebruik van zijn ‘Bottleneck’ voor een lekker stukje slide gitaar. Naast dat Tom een prima gitarist is beschikt hij ook nog eens over een donker stemgeluid wat weer prima past binnen de blues. ‘Sweet Home Chicago’ van Robert Johnson is het openingsnummer. Een nummer dat door iedereen zo’n beetje wel is gespeeld en juist hierdoor neemt niemand het meer op in zijn repertoire met als resultaat dat je het eigenlijk niet meer zo vaak hoort. De versie die Tom hier speelt klinkt prima, lekker stampend zo als het hoort. Tom krijgt op dit nummer wat bijstand van Blake Travis op conga’s die ook vocaal zijn steentje bijdraagt. Dat Tom goed thuis is in de zogenaamde 'fingerpickin’ stijl is goed te horen in nummers als ‘Worn Out Engine’ van Blind Boy Fuller en de traditonal ‘Buck Dancers Choice’. Het betere slide werk is te horen in ‘God Moves On The Water’ van Blind Willie Johnson. De cd sluit af met het nummer ‘Lonesome Am I’ van Mississippi John Hurt waarin de gitaar is vervangen door de banjo, een instrument wat Tom ook prima beheerst. Als conclusie kan ik stellen dat deze cd zeker behoort tot de betere akoestische blues die ik in jaren heb gehoord. | |
Dance, monster, To My Soft Song! / Karla Therese Kjellander & The Rockridge Brothers | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Een blue-grass cd afkomstig uit Zweden valt niet elke dag op mijn deurmat, maar toch is dit nu wel het geval bij ‘Dance Monster, To My Soft Song’ van zangeres Karla Therese Kjellvander. Karla is afkomstig uit de punkscene van Zweden waar zij in de jaren negentig de zangeres was van de formatie ‘Sindy Kills Me’ (haar vol getatoeëerde armen zijn ongetwijfeld een aandenken aan deze wilde periode). Dit gegeven maakt het natuurlijk allemaal nog veel opmerkelijker. Samen met de formatie ‘The Rockridge Brothers’, een band die in 2002 tot stand is gekomen toen een aantal muzikanten uit allerlei richtingen de opdracht aannamen om blue-grass muziek te schrijven voor een filmproject, is deze cd tot stand gekomen. Na het schrijven en inspelen van deze filmmuziek zijn deze muzikanten bij elkaar gebleven en zeer succesvol geworden. Zo speelden zij op alle grote blue-grass festivals in Europa, maar ook in die van Amerika. De band heeft een traditionele blue-grass bezetting met uiteraard de banjo, een viool, de contra-bas en een akoestische gitaar. Elf nummers bevat de cd, zowel zelf geschreven stukken als een aantal covers en ik moet zeggen het klinkt allemaal prima. De stem van Karla past prima binnen dit genre en ook de muzikanten zijn van een zeer hoge kwaliteit. Zelf ben ik niet echt een groot liefhebber van dit genre en heb ik het meestal na een aantal nummers wel gehad. Toch heb ik deze cd met veel plezier inmiddels een aantal malen beluisterd. Dit is vooral te danken aan de tempowisselingen tussen de nummers. Uiteraard staan er veel uptempo gespeelde blue-grass nummers op de cd, maar ook prachtig ingetogen gespeelde nummers als ‘Where No One Stands Alone’ en ‘Home To You’. Ook het in duet met Ralf Fredblad gezongen ‘Rock Island Line’ zorgt voor de nodige afwisseling. Voor de liefhebber van het betere blue-grass werk kan ik deze cd dan ook van harte aan bevelen! | |
Gunther Brown | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Het oogt natuurlijk niet echt professioneel als je een kopietje toestuurt van een cd zonder een hoesje. Helaas is dit echter wel het geval bij de cd van de band ‘Gunther Brown’ die ik mocht ontvangen. Onduidelijk is het ook nog eens of het hier gaat om een echte cd of dat het gewoon een aantal liedjes zijn die gratis te downloaden zijn op de site www.guntherbrown.com. Na enig speurwerk blijkt dit laatste het geval te zijn en dat is toch ook wel weer een leuk gebaar van deze band. De band is afkomstig uit de grote stad Portland van de Amerikaanse staat Oregon en bestaat uit vier muzikanten; Pete Dubuc/gitaar en zang, Eric Heitz/gitaar, Ethan Gamage/ bas, Chris Devlin/piano & orgel en Derek Mills/drums. Inmiddels heeft, volgens de gegevens op de site, ook Evan Chase/ mandoline zich aangesloten, maar deze levert slechts een bescheiden bijdrage aan de nummers op deze cd. Zanger Pete Dubuc is de man waar het voornamelijk om draait in deze band; hij is namelijk degene die verantwoordelijk is voor het schrijven van alle nummers voor de band. Pete had al op jonge leeftijd belangstelling in allerlei soorten muziek en besloot na zijn highschool periode professioneel aan de slag te gaan als discjockey bij een commercieel radiostation. Hier maakte hij kennis met de vele soorten muziek die hij voornamelijk vond op oude LP’s en deze dan ook draaide in zijn radioshow. Deze vele invloeden zijn nu terug te horen in de muziek van ‘Gunther Brown’ en kan dan ook samengevat worden onder het kopje ‘Americana’. De cd opent met het droevig klinkende nummer ‘Madison’. Het mooie pianospel van Chris Devlin geeft dit nummer net nog wat hoop mee voor betere tijden in het stadje ‘Madison’. Een verloren liefde komt aan bod in het nummer ‘Marryanne’. Ook al een thema waar je doorgaans niet echt vrolijk van wordt. Eigenlijk heerst deze droefgeestige sfeer over de meeste nummers heen. Zeker dus geen cd om op te zetten als je in een vrolijke bui wilt geraken. Gelukkig staan er ook een aantal nummers op de cd die in ieder geval wat vrolijker klinken zoals ‘California’ en ‘Great Eusitis Jilbreak’ ,maar zelfs in deze nummers gaan de teksten over droevige zaken. Ik ben niet overtuigd door de nummers op deze cd. Het klinkt voor mij allemaal wat te depressief. Maar check het zelf maar even op de site van deze band. | |
Diamond Joe / Depot | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Ik snap nooit zo goed waarom een band een EP uit brengt. Als je dan toch een studio hebt gehuurd, ga dan door en maak een volledige cd die je gewoon lekker kan verkopen. Maar goed, voor het verkrijgen van optredens volstaat een EP natuurlijk wel. Je krijgt als zaaleigenaar in ieder geval een goede indruk of de band voldoet aan het niveau en de stijl die je op jouw podium wilt laten horen. Het moge duidelijk zijn dat deze recensie gaat over zo’n EP(22 minuten) en wel van het uit Manchester/Engeland afkomstige trio ‘Depot’, welk hier wordt aangevuld door de uit Senegal afkomstige percursionist Koulaty Kabo. Mat Walklate, mondharmonica/ fluit/ gitaar/ zang en Ierse doedelzak, is de leidende figuur achter ‘Depot. Hij is een druk baasje, want hij speelt ook nog in ‘The Mootchers’ en de ‘House Devils’. De overige twee leden zijn Faul Bradley/ gitaar en Anthony Haller/ bas en deze twee beschikken ook nog over de benodigde vocale kwaliteiten. De mannen van 'Depot' brengen op deze EP, mede door het meespelen van de Senegalees Koulaty Kabo, de blues terug naar hun roots namelijk Afrika. Zo opent de EP met het nummer ‘So Long’ waarin een duidelijk Afrikaans ritme, op trommels gespeeld, de sfeer bepaalt. De zang is afwisselend in het Senegalees en in het Engels. De slide gitaar parij vormt het blues ingrediënt in dit nummer. Orgineel is dit nummer zeker te noemen. ‘No Lovin’ Now’ is lekker opzwepend gespeeld. De contrabas van Haller swingt als een trein en van Afrikaanse invoeden is in dit nummer geen sprake. Gewoon een lekker klinkend uptempo bluesnummer met prima zang en mondharmonica werk van Matt Walklate. ‘In My Site’ heeft weer duidelijk Afrikaanse invloeden, maar ook hier weer gemengd met de blues. Opvallend is het geluid van de alt blokfluit, een instrument wat prima past in dit nummer. De klank van de doedelzak in het uit 1937 stammende nummer ‘Diamond Joe’ is helaas niet aan mij besteed, maar hier denken velen vast anders over. Nee, dan ‘Candy Man’, een nummer van “Mississippi” John Hurt dat is meer iets voor mij. Een uiterst opzwepende versie brengen de mannen hier ten gehore. Ook ‘Trouble No More’ van ‘good old’ Muddy Waters krijgt een prima behandeling. Snerpende mondharmonicaklanken met prima slide werk op een dobro gitaar. In het laatste nummer ‘Cold In Hand’ komen de typische Afrikaanse klanken weer terug; samen met de mondharmonica klinkt het ook in dit nummer weer heel origineel. Al met al een heel orgineel klinkende EP. Ik ben benieuwd of hier nog een vervolg op gaat komen in de vorm van een echte cd! | |
I Sat Down And Wrote You A Song / Brad Boyer | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Er is niet veel bekend over Brad Boyer. Het weinige wat ik over hem kan vertellen, is dat deze singer/songwriter afkomstig is uit Houston/Texas en dat hij het afgelopen jaar behoorde tot de finalisten van het prestigieuze Kerrville Folk Festival. Na deze doorbraak is er nu zijn debuut cd ‘I Sat Down And Wrote You A Song’ verschenen. Elf zelf geschreven nummers bevat de cd die geproduceerd is door, de uit Austin afkomstige muzikant, Rich Brotherton die zelf een prominente rol speelt op gitaar en mandoline. De overige muzikanten zijn: Brad Boyer/gitaar, Chad Ware/gitaar, dobro en banjo, Bill Whitbeck/bas, Jason Burk/drums, Matty Muse/Pedal steel en orgel en Allen Huff/accordeon. Het openingsnummer ‘I Sat Down And Wrote You A Song’ is meteen al van een ongekende schoonheid. De stem van Brad doet mij denken aan die van Jim Croce en met alleen een begeleiding van een steel- en een akoestische gitaar is de warmte van dit liefdesliedje bijna voelbaar. ‘In A bar Downtown’ drinkt Brad zich door zijn liefdesverdriet heen. In dit nummer speelt de gehele band mee en hoor ik onder andere mooi mandolinespel van Rich Brotherton. ‘Marie’(titel van het derde nummer) is blijkbaar de naam van de vrouw waar het allemaal over gaat, want in dit nummer legt hij alles naast zich neer en haalt hij nog eenmaal herinneringen aan haar op. In ‘Tonight I’m Gonna Lose’ vertelt de hoofdpersoon (Brad?) hoe het verder gaat. Niet wetende wat te doen neemt hij een besluit en gaat het leger in. Na deze periode bevindt hij zich in een bar in Houston(‘Tonight I’m Gonna Lose’) waar hij zich laaft aan alcohol en andere geestverruimende middelen. Dan is het tijd geworden om iets nuttigs te gaan doen en besluit hij om een bestaan op te bouwen als muzikant en hoe hij dat beleeft verteldt ‘The Tele Picker’, een verhaal over een gitarist in Texas die reist van de ene naar de andere ‘Beer Joint’. Vervolgens klinkt een van de hoogtepunten van deze cd, het prachtige nummer ‘West Texas Wind’, uit mijn speakers; lekker melancholisch klinkt de accordeon van Allen Huff in dit nummer. Als echte Texaan is Brad naast country, folk en americana natuurlijk ook thuis in de blues zoals te horen is in ‘Carney’s Pub Blues’ en ‘Mean When I Drink". Beiden lekker uptempo gespeeld! Het mooiste nummer, For Yor Love’, bewaart Brad echter tot het einde van de cd. Deze prachtig gezongen ballade bewijst dat deze nieuwkomer een echte aanwinst is bij al dat moois wat al eerder kwam uit Texas! | |
Doggondest Feelin' / Jeremy Parsons | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Als je net als ik houd van authentieke country, dan is de cd ‘Doggondest Feelin’’ van Jeremy Parsons een cd die zeker niet mag ontbreken in jouw collectie! Het gebeurt de laatste tien jaar niet echt veel meer dat ik heel enthousiast ben over een cd die uitkomt in het genre country. Vaak zijn het overgeproduceerde producten afkomstig uit Nashville. Voor mij veel te glad allemaal. Maar gelukkig zijn er nog mannen als bijvoorbeeld Dale Watson en nu, voor mij nieuw, de uit San Antonio/Texas afkomstige Jeremy Parsons. Als kind al groeit Jerremy op met countrymuziek. Vaak is hij te vinden in het country radiostation waar zijn vader werkt. Als zeventienjarige leert hij de eerste akkoorden op de gitaar. Terwijl zijn leeftijdgenoten genieten van de top 40 muziek, klinkt bij Jerremy de muziek van zijn helden Hank Williams, Faron Young, Joynny Horton en George Straight uit de speakers. Tot aan de dag van vandaag verzamelt hij de oude lp’s van zijn helden om deze vervolgens helemaal grijs te draaien. Hij leert de juiste fraseringen aan te brengen in zijn stem en de mooiste country licks op zijn gitaar. Het zijn de ouders van Jerremy die hem aansporen om zijn heil te gaan zoeken in Nashville ‘The Home Of Country Music’! in 2009 is het zover en verhuist hij naar de voor hem bijna heilige plaats. Al snel valt hij hier op en na amper zeven maanden krijgt hij een platencontract aangeboden bij PCG Nashville Records. En nu is er dan zijn debuut cd ‘Doggondest Feelin’. Het album opent met een hommage aan zijn held Hank Williams, ‘The Night Hank Williams Died’. De steelgitaar van Smith Curry is hierop prominent aanwezig en zo hoort het ook bij echte country!. De titelsong van de cd,‘Doggondest Feelin’, is een nummer over het einde van een relatie, met Randy Kohrs op banjo en dobro en de accenten in dit nummer worden gezet door het mondharmonicaspel van Mike Douchett. ‘Out Comes the Sun’ zou zo uit een western film kunnen komen; pure Country & Western over een relatie die je beter niet kunt hebben. In ‘Can’t Recall the Fall’ krijgt achtergrondzangeres Molly Smith een belangrijke rol toebedeeld. Ook hier weer Country zoals die behoort te klinken. In ‘Since My Baby Left Me’ gaat het tempo omhoog zonder dat het countrygevoel weg ebt. De melancholische tonen van de mondharmonica openen ‘I’m Scared’, een tranentrekker van de eerste orde. Het vrolijkste nummer,‘Passenger Seat’, staat bijna op het einde van de cd. Lekker tempo en weer mooie samenzang met Molly Smith. Het laatste nummer ‘When My Old Man Was Young’ gaat zeker in de richting van de Bluegrassmuziek en is een mooie afsluiting van deze prima cd! | |
Patrik Jansson Band | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be “Blues maar dan met een moderne aanpak”, zo omschrijft de uit Stockholm/Zweden afkomstige gitarist Patrik Jansson zijn muziek. De band bestaat sinds 2007 en in februari van dit jaar verscheen hun debuut cd met alleen de naam van de band als titel. De muzikale loopbaan van Patrik begint als drummer bij diverse rock, blues en jazz bandjes. Zelf zegt Patrick altijd op zoek te zijn naar nieuwe uitdagingen en dus besluit hij, na enige jaren drummer te zijn geweest, dat het tijd is geworden om een ander instrument te gaan leren bespelen. Als liefhebber van de muziek van onder andere Stevie Ray Vaughan, Johnny Winter en Albert King kiest hij voor de gitaar. Samen met Per Enstedt op bas, Fredrik Hartelius op drums en Henning Axelsson op orgel/piano vormt hij zijn eigen band en duikt hij de studio in om tien zelf geschreven nummers op te nemen. Vanaf het eerste nummer, ‘That’s What I Say’, is duidelijk dat Patrik geen geweldige zanger is. Het verbaast mij steeds weer dat niemand in de omgeving van slechte zangers hier blijkbaar iets over durft te zeggen. Het zou deze cd zoveel beter maken als er een goede zanger aan de band zou zijn toegevoegd. Helaas, het is niet anders. Wat overblijft is een tiental nummers die muzikaal gezien zeker niet slecht zijn. Opvallend goed zijn de bijdrage van Henning Axelsson op orgel en piano, maar ook het gitaarspel van Patrik is opmerkelijk gezien het feit dat hij dit in korte tijd heeft geleerd. Mooie nummers staan er zeker wel op deze cd; ‘Seperate Ways’ is een heerlijk rustig geheel met mooi orgelwerk, ‘That’s what I Say’ is een aan de bluesrock grenzend nummer met lekkere pittige gitaarlicks en ‘Hard Life On The Road’, waarin Patrik vertelt over het zware leven als muzikant op toernee. Als conclusie moet ik helaas stellen dat deze cd vanwege de zeer middelmatige zang niet aan mij is besteed. Muzikaal gezien zal deze band het, volgens mij, buiten Zweden niet gaan redden. Zeker een leuke band voor in het clubcircuit in Zweden, maar zonder een goede zanger niet meer dan dat. | |
Rhythm Of Love / Michael Holland And The Occoneechee String Band | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Een cd die zeker een recensie verdient op Rootstime is de nieuwe cd ‘Rhythm Of Love’ van Michael Holland And The Occoneechee String Band. De muziek die deze band speelt valt namelijk zeker onder de categorie Rootsmuziek. Laat ik alleen maar eens wat instrumenten noemen die voorbijkomen op deze cd: viool, banjo, mandoline, contrabas en de akoestische gitaar. Het zal je dan ook niet verbazen dat deze band vrij traditionele muziek maakt, maar wel voorzien van een modern randje. Michael Holland is voor de echte kenners al een bekende naam, want hij was de bandleider van de formatie ‘Jennyvanykind’, een band die tot aan 2003 heeft bestaan en maar liefst zeven cd’s heeft uitgebracht. Maar ook onder zijn eigen naam heeft Michael alweer vier cd’s opgenomen. Michael en zijn band zijn afkomstig uit de Amerikaanse staat North Caroline waar deze cd in een oud kerkgebouw is opgenomen. De cd is al in 2009 opgenomen, maar door problemen bij de platenmaatschappij is hij pas sinds september 2010 verkrijgbaar. De band bestaat uit Ligtnin’Wells die diverse instrumenten voor zijn rekening neemt, John Garris op viool, F.J. Ventre op de contrabas en Michael zelf die gitaar speelt en zingt. Naast deze mannen zijn er ook nog drie dames, Andrea Connolly, Kyra Moore en Emily Frantz, die als zangeressen een zeer verdienstelijke bijdrage leveren aan een aantal nummers van deze cd. Twaalf zelf geschreven nummers telt deze cd plus het bonus nummer ‘East Colorado Blues’ wat op naam te schrijven is van Mississippi John Hurt, maar dan wel met de titel ‘Spike Driver Blues’. ‘Hot Soup’ is het openingsnummer. Lekkere jug band muziek alleen zijn de flessen waar men in het verleden opblies vervangen door het geluid van de kazoo. In ‘Arms Of Love’ is er een duidelijk vraag naar liefde op een lekker kabbelend melodietje. John Garris opent ‘Dear Old Dixie’ op zijn viool waardoor het nummer direct doet denken aan die mooie muziek die wij kennen van de zigeuners. De echte folkmuziek is uiteraard ook aanwezig op deze cd. Goede voorbeelden hiervan zijn nummers als ‘Home With My Darling’ en ‘Birds Of A Feather’. Opvallend voor mij is dat er steeds meer groepen in Amerika zijn die teruggrijpen naar de rijke muzikale tradities die dit land heeft voortgebracht. Ben je een liefhebber van echte Rootsmuziek dan zal de muziek van Michael Holland jou zeker bekoren! | |
49x61 / Franc Robert | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Inmiddels verscheen er in maart van dit jaar al weer een nieuwe cd, ‘Why Do I Never Win’ ,van de uit Florida afkomstige gitarist en bandleider Franc Robert, maar bij ons op de burelen van Rootstime ligt nog zijn vorige cd ’49x61’ te wachten op een recensie. Deze cd verscheen in 2010 en is nu pas in Europa verkrijgbaar. Franc kwam door de muziek van Eric Clapton in aanraking met de Blues en ging vanuit deze kennismaking op zoek naar de roots. In 1984 verhuisde hij met zijn vader mee vanuit Florida naar Montreal/Canada waar hij een vaste bezoeker werd van een kleine bluesclub met de naam ‘The Rising Sun’. Deze kleine club wist toch regelmatig grote namen op het podium te krijgen. Zo waren er hier optredens van onder andere Buddy Guy, Albert Collins en Willy Dixon te zien. Deze optredens inspireerde Franc om zich te bekwamen op gitaar. Al snel speelde hij mee op de vaste sessie avonden in de club en mocht hij soms deze sessies leiden. In 1990 keerde hij terug naar Florida waar hij snel aansluiting vond bij diverse bluesbands. Geld was er hier echter niet veel mee te verdienen, dus stortte hij zich op een maatschappelijke carrière om in zijn levensonderhoud te voorzien. Pas in 1996 keerde hij terug in de bluesscene en startte zijn eigen band ‘Back Alley Blues Band’. De band kreeg succes en mocht voor gerenommeerde bluesartiesten als Charlie Musselwhite, Tinsley Ellis, Pat Tavers en vele anderen het voorprogramma verzorgen. In 2006 verscheen er zelfs een cd ‘Boxcar Tourists’ ‘van de band die positieve recensies mocht ontvangen. In 2010 besloot Franc dat de tijd aangekomen was om onder zijn eigen naam verder te gaan. Samen met bassist Trent Sholl en drummer Remi Sawyer dook hij de studio in om een cd op te nemen en het resultaat hiervan werd ‘49x61’. De cd opent met ‘Going Down South’, een lekker rauw klinkende blues zoals wij die kennen uit de ‘swamps’ die zo kenmerkend zijn voor de staat Louisiana. Franc bespeelt de slide gitaar en laat rondom een vast thema horen hier prima op thuis te zijn. ‘House Of The Rising Sun’ (eens een hit van ‘The Animals’) krijgt een aardige uitvoering, maar ook niet meer dan dat en is een nummer wat eigenlijk al teveel gespeeld is door iedereen die een beetje gitaar kan spelen en waar niemand meer op zit te wachten. De titelsong ’49 cross 61’ is helaas slecht geproduceerd; teveel bas wat jammer is, want verder is er niets mis met dit uptempo bluesnummer. Deze slechte productie houdt eigenlijk aan, want ook de overige nummers klinken niet goed uitgebalanceerd. ‘The Boxcar Tourist’, een uitstapje naar de Delta Blues waarop Franc zichzelf prima begeleidt op een Dobro, is hier een uitzondering op en klinkt helder. ‘Queen Of Hearts’ is eigenlijk een kopietje van ‘Willy And The Hand Jive’ van Johnny Otis, maar dan met een andere tekst. Het beste nummer van de cd vind ik ‘Monday Morning Blues’ waarin Franc klinkt als BB King met een lekker geknepen gitaargeluid. ‘Trouble Be On My Mind’ mag er ook zijn, al lijkt ook dit weer erg op een klassieker namelijk ‘It Hurts Me Too’ van Elmore James, maar dan in een instrumentale versie. Ook het laatste nummer ‘Back Alley Blues’ is instrumentaal en ja, Robert heeft zeker de potentie om een goede cd af te leveren, want ook in dit nummer laat hij horen dat hij zijn instrument prima beheerst. Helaas moet ik concluderen dat het op deze cd, zeker gezien de slechte productie, er nog niet allemaal uitkomt. | |
As Long As This Thing's Flyin' / Andrew Anderson | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De uit Idaho afkomstige Andrew Anderson(25) leerde zichzelf op vijftienjarige leeftijd mandoline spelen; een beetje vreemd, omdat op die leeftijd een gitaar meer voor de hand ligt. De keus voor dit instrument kwam echter voort uit het luisteren naar de muziek van Chris Thile’s, die Andrew zo inspireerde waarna hij deze opmerkelijke keus maakte. Zijn ambitie om dit instrument goed onder de knie te krijgen bracht Andrew naar Boston waar hij een opleiding volgde op het 'Berklee College Of Music'. Inmiddels speelt Andrew naast de mandoline ook nog gitaar en piano en is hij neergestreken in Austin, het mekka van de muziek. Na het verschijnen van zijn eerste EP ‘The Sweatbox Sessions’, waar hij alleen en geheel akoestisch op speelt, is er nu een volledige cd ‘As Long As This Thing’s Flying’ uit. Op deze cd speelt hij samen met zijn eigen band die voorheen opereerde onder de naam ‘The Horseshoe Bends’. De leden van de band, Luke Meade (drum en percussie), Jeremy Harris (gitaar,banjo, bas, dobro) en Ki Johnsoen (cello) leveren naast hun muzikale bijdrage ook allemaal nog een ander steentje bij aan de tot standkoming van deze cd. Zo is Luke verantwoordelijk voor het gehele opname proces, Jeremy is mede verantwoordelijk voor de productie en is Ki de man die het hoesje heeft ontworpen. De cd bevat veertien door Andrew zelf geschreven nummers en is te categoriseren onder de noemer Alternatieve Country. Andrew is een echte verhalenverteller zoals blijkt uit de teksten op deze cd. Ze handelen over (verloren) liefdes, maatschappelijke problemen en het geloof; alles mooi verpakt in muziek zoals die vijftig jaar geleden ook al werd gemaakt. De mandoline is en blijft het belangrijkste instrument voor Andrew en krijgt dan ook een prominente rol toebedeeld in de meeste nummers. Echt slechte nummers kent deze cd eigenlijk niet. Er zijn wel meerdere hoogtepunten zoals bijvoorbeeld ‘Necessary Casualities’, qua tekst een ouderwetse protestsong waarin Andrew een statement maakt tegen de uitzending van jonge soldaten naar allerlei brandhaarden op de wereld. ‘Old Dust Trial’ is een mooi ingetogen gezongen nummer wat gaat over het leven van de reizende muzikant en wat deze zoal tegenkomt onderweg. Andere niet te versmaden nummers zijn ‘Oh! That lonesome Sound’ en de titelsong ‘As long As This Thing’s Flyin’. Andrew mag zeker gezien worden als een groot aanstormend talent en zal door de liefhebbers van Alternatieve Country met open armen ontvangen worden! | |
From Here / Katey Laurel | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Katey Laurel won als student een beurs om zich te gaan bekwamen op haar instrument, een franse hoorn, aan de zeer exclusieve Huntington universiteit in Indiana. Na deze studie keerde zij terug naar haar geboorteplaats Denver/Colorado waar zij zichzelf muzikaal verder ontwikkelde als songwriter, gitarist en pianist. Het is dus duidelijk dat Katey beschikt over een zogenaamd multi-talent, want naast haar vaardigheden op al deze instrumenten beschikt Katey ook nog eens over een mooi stemgeluid. In 2008 verscheen haar eerste cd ‘Upstairs,Downstairs’ en nu is de opvolger ‘From Here’ uit. Vreemd genoeg is het geen volledige cd, maar wordt er in het bijgaand schrijven gesproken over een EP. De cd bevat dan ook maar acht nummers en met een tijdsduur van slechts 31 minuten is dat inderdaad wat aan de lage kant voor een volwaardige cd. De nummers op deze cd gaan voornamelijk over de liefde, zo ook het openingsnummer ‘Begin Again’. Het nummer begint mysterieus en onheilspellend (de liefde is duidelijk over), maar als het refrein begint (het herstel van de liefde) is dit weer over. ‘Everything I Love’ kent een vingerknippende opening. Een lekker ‘Pop’ nummer met mooie samenzang van Katey en Matthew Perryman Jones. ‘The Wheel’ is gekozen als de eerste single. Zelf vind ik dit lang niet het beste nummer van de cd en ik had zeker een ander nummer uitgekozen. Maar goed, smaken verschillen gelukkig. Het titelnummer ‘From Here’ is gewoon mooi. Rustig gezongen op een bedje van akoestische gitaar en de vraag ‘Is This Really All There Is?’ blijft hangen. ‘Piece Of The Moon’ zou zo maar een nummer kunnen zijn geweest van de Carpenters. Ook het stemgeluid van Katey doet mij in dit nummer aan Karen Carpenter denken. In het afsluitende nummer ‘My Funny Boy’ laat Katey horen ook prima thuis te zijn in de Jazz. Mooi en zwoel gezongen en zo komt er een romantisch einde aan deze cd. Katey Laurel is een prima zangeres die ook nog eens mooie nummers kan schrijven. Zelf vind ik haar het beste als zij Jazz zingt; misschien een tipje voor de volgende en hopelijk volledige cd. | |
Don't Panic / Jon Gomm | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Jon Gomm krijgt als kind van twee een ukelele van zijn ouders en schrijft zijn eerste nummer als hij zes jaar oud is. De ukelele wordt vervangen door een gitaar en sindsdien zijn hij en zijn gitaar onafscheidelijk. Jon’s vader, een frequent concertbezoeker en muziekrecensent, neemt hem al snel mee naar optredens in hun woonplaats Blackpool. De rondtoerende muzikanten krijgen van vader Gomm vaak een slaapplaats aangeboden bij hen thuis en Jon is er dan als de kippen bij om van hen weer wat nieuws te leren op de gitaar. Zo krijgt hij persoonlijke instructies van muzikanten als Bob Brozman en Walter Trout. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Jon begint met optredens in allerlei clubs en daar de meest uiteenlopende stijlen leert. Na zijn middelbare school studeert hij Jazz aan de universiteit van Leeds. Daarna vindt Jon het tijd worden om te kijken of hij als solomuzikant een bestaan op kan bouwen. Na veel experimenteren ontwikkelt hij een stijl die uniek te noemen is; hij gebruikt zijn gitaar als een soort bongo, hij begint te experimenteren met zijn bassnaren en hij speelt ook de melodielijn. Dit alles leidt tot unieke geluiden. In 2003 neemt hij thuis een demo cd op om meer optredens te krijgen. De cd verschijnt met als titel ‘Hypertensie’. Hierna gaat het snel met Jon’s carrière en speelt hij op diverse grote festivals. Nu is er dan de tweede cd, ‘Don’t Panic’ uit. In het eerste nummer ‘Waterfall’ laat Jon al zijn zelf ontwikkelde technieken horen. Het is jammer dat je hem niet ziet spelen, want het is bijna niet voor te stellen hoe hij het voor elkaar weet te krijgen. Het lijkt er inderdaad op dat er iemand op een bongo meespeelt, maar het is Jon zelf die zijn gitaar tevens als slaginstrument bespeelt terwijl hij ook nog de snaren beroert. Zijn stemgeluid klinkt fragiel en is aan de hoge kant, maar past goed bij de muziek die hij maakt. Deze zelf aangeleerde techniek komt vervolgens in alle nummers op de cd terug en dat maakt hem uniek. In het instrumentale nummer ‘Topeka’ is het het best te horen hoe goed het gitaarspel van Jon is. Werkelijk briljant. Ik moet wel zeggen dat de muziek die Jon maakt niet echt makkelijk is om naar te luisteren. Zeker geen cd die ik op zou zetten als ik visite heb, maar meer om iemand eens iets te laten horen wat iemand met een gitaar allemaal nog meer kan doen. De genialiteit van Jon zal dan ook zeker niet leiden tot hoge verkoopcijfers van deze cd. Maar mensen die Jon ‘live’ hebben zien spelen zullen zeker tot aankoop over gaan, al is het alleen maar om thuis nog eens terug te kunnen luisteren naar wat zij net gezien, gehoord en beleefd hebben. | |
Time Warp / Tess And The Chiefs | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Het eerste wat mij opvalt bij het bekijken van het hoesje van deze cd is een bekend gezicht. Is dat niet Dusty Ciggar, een jonge Nederlandse gitarist, die alweer heel wat jaartjes de daken van de bluespodia eraf speelt met zijn band ‘The Rhythm Chiefs’? Ja hoor, het is hem en op drums zijn jongere broer Darryl (reserve drummer van de Rhythm Chiefs). Meteen is mijn nieuwsgierigheid gewekt, want ik ken Dusty als een uitstekend gitarist. Op het hoesje lees ik dat er ook nog uit een andere familie twee leden in deze band zitten, namelijk de tweeling Tess en Joël Gaerthé, die beiden de vocalen voor hun rekening nemen. Laat ik dan ook meteen maar het laatste lid van deze band noemen, Billy Mookhoek op de bas. Hiermee heb ik dan meteen de bandleden voorgesteld. Over zangers Tess is te vertellen dat zij in 2005 het Nederlandse Junior Songfestival op haar naam schreef met het nummer ‘Stupid’. Inmiddels heeft Tess haar opleiding Jazz op het Kunsthumaniora te Antwerpen afgerond en hoopt zij in Amsterdam haar studie te kunnen vervolgen. De cd is opgenomen in Studio Silvester te Utrecht die helaas in januari van dit jaar in zijn geheel is afgebrand. De cd opent met het lekker funky klinkende ‘City’. De stemmen van de tweeling wisselen elkaar af, maar komen tesamen in het refrein en klinken zowel apart als in de samenzang prima. Zowel het bas-, als het gitaar- en drumwerk klinken, zoals overigens op de gehele cd, uitstekend. De band krijgt op de cd versterking van Gerard Silvester (Percussie) en de gerenommeerde organist Roel Spanjers. Zeker de laatste heeft een grote rol toebedeeld gekregen. Ik ben benieuwd hoe de band dit zonder deze bijdrage 'live’ gaat opvangen. Opvallend is dat de band kiest voor muzikale richtingen, Jazz en Western Swing, die je niet zou verwachten gezien de gemiddelde leeftijd van de bandleden (rond de twintig). Voorbeelden hiervan zijn onder andere het door Joël gezongen 'Oyster Train’, een swingend Jazzy klinkend nummer en ‘Night Time’, een echt Western Swing nummer. De Blues komt aan bod als surprise in het niet op de hoes vermelde twaalfde nummer wat pas begint als de cd al lang lijkt te zijn afgelopen. Het is de banduitvoering, eerder alleen vertolkt door Tess begeleid op de akoestische gitaar, van het laatste nummer ’Songs Of Beauty’. De nummers zijn allemaal door de diverse bandleden, soms met wat hulp van anderen, zelf geschreven. Al met al is ‘Time Warp’ een prima debuut cd geworden van deze jonge band. Zelf vind ik het erg leuk dat de band kiest voor stijlen die je niet vaak hoort van muzikanten op deze leeftijd. Ik ben zeer benieuwd naar een 'live' optreden van dit gezelschap! | |
Go Down South / Barbecue Bob And The Spareribs | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Het is al dertig jaar geleden dat het eerste optreden plaats vond van de band ‘Barbecue Bob And The Spareribs’. Dit was een optreden in de Columbia Universiteit in New York, de stad van waaruit de band nog steeds opereert. Frontman van de band al die jaren is natuurlijk Barbecue Bob ofwel Robert Pomeroy (gitaar, zang en mondharmonica) verder maken Zonder Kennedy (gitaar), Tom Diello (bas) en Dave Ross (drums) deel uit van de band. Op hun nieuwe cd ‘Go Down South’ krijgen de mannen versterking van de ‘Barrelhouse’ pianist Neil Thomas en B3 organist Bruce Martin. De cd is ‘live’ opgenomen in de Excello Studio’s in Brooklyn(NY) en is geproduceerd door Hugh Pool. Dertien nummers telt de cd waarvan er zes door Robert Pomeroy zelf zijn geschreven; de overige nummers bestaan uit bekende en minder bekende covers. Het titelnummer ‘Go down South’ is het openingsnummer. De gitaren klinken lekker rauw en de zang van Pomeroy doet mij denken aan die van Rick Estrin (ex Little Charlie & The Nightcats); niets mis mee dus. Het nummer ‘Coney Island Dreaming’ klinkt zoals je bij zo’n titel mag verwachten: dromerig, met een ingetogen slide solo van Zonder Kennedy. In het instrumentale ‘Magic Bag’ laat Pomeroy horen uitstekend uit de voeten te kunnen op zijn mondharmonica. Zoals de titel ‘Dead Man’s Shoes’ al doet vermoeden klinkt dit nummer nogal donker en onheilspellend. De eerste cover ‘Wild One’ is pure Rock ‘n’ Roll en ook in deze stijl voelt de band zich duidelijk thuis. ‘Going Upstairs’ geschreven door John Lee Hooker krijgt een iets tragere uitvoering dan het origineel maar blijft overeind als een echt Hooker nummer. De meest opvallende cover is ‘Chain Of Fools’ geschreven door Don Convay en bekend geworden door de uitvoering van Aretha Franklin. De band maakt hier echter een bluesuitvoering van die alleen in tekst gelijk is aan die van Franklin. ‘Strollin’ With Mr. Reed’ is Pomeroy’s hommage aan Jimmy Reed, uiteraard uitgevoerd in het bekende tempo van Reed met wederom uitstekend mondharmonicaspel van Pomeroy. Afsluiter ‘Nobody’s Fault But Mine’ krijgt ook al een zeer eigen bewerking waarin vooral het drumwerk van David Lee Ross de aandacht trekt. De band laat in het begeleidende schrijven weten graag eens deze kant op te komen dus wie weet zijn er bookers bereid om eens contact met ze op te nemen. Het e-mailadres is bbq@bbq-bob.com. | |
Faded Postmark / Roselands | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De in Glasgow geboren singer/songwriter Mark McLaughin opereert de laatste jaren vanuit Londen. Hier richtte hij in 2009 samen met gitarist/zanger James Byron en bassist Pete Rawlings de band Roselands op. Onlangs verscheen hun eerste album ‘Faded Postmark’. Momenteel toert Roselands door Engeland om hier hun cd te promoten hiervoor is de band versterkt met gitarist Simon Hulme, hij verleent echter geen medewerking aan deze cd. De cd bevat 10 echte, akoestisch gespeelde, luisterliedjes die allemaal van de hand van Mark McLaughin zijn. Al in het eerste nummer ‘Walk This World’ is te horen dat de stem van Mark zeer breekbaar is, zeker in de hogere regionen. Gastmuzikant Lain Duff levert op dit nummer een smaakvolle bijdrage op de accordeon. James Byron en Lorraine Jordan zorgen voor mooi harmonisch klinkend achtergrondgezang. In ‘Blue Skies’ is een gastrol weggelegd voor Karen Barnes die met haar cello precies datgene toevoegt wat een nummer net iets mooier laat klinken. ‘Tonight’ is erg mooi en ingetogen gespeeld. In dit nummer past Marks breekbare stem precies goed en laat hij horen ook een mooi stukje op de mondharmonica te kunnen spelen. Een ander mooi nummer is ‘All Saints’ Day’. Ook in dit nummer weer het fraaie spel van Karen op haar cello en Nigel Kent bespeelt hier zachtjes de piano. Gitarist James Byron verzorgt met mooi spel het middenstukje van dit nummer. Voor bassist Pete Rawlings is een belangrijke rol weggelegd in het nummer ‘Columbus Avenue’ door het leggen van de juiste accenten op de eerste tel van alle regels. De mondharmonica van Mark speelt een prominente rol in dit nummer. Het laatste nummer ‘By and By’ heeft ook weer die kenmerkende samenzang die in een aantal nummers is te horen. Mark en zijn band hebben zeker potentie om succesvol te zijn in de folk scene en ik denk dat zij in elke folkclub een welkome gast zullen zijn. Instrumentaal is het dan ook allemaal dik in orde en ook als tekstschrijver beschikt Mark over de benodigde kwaliteiten. Doordat er te weinig afwisseling is in tempo gaan de nummers wel teveel op elkaar lijken. Zelf stoor ik mij soms aan het stemgeluid van Mark dat af en toe net over de lijn heengaat en hierdoor vals klinkt. | |
Corn Money / The Defibulators | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Het ontbreekt bij sommige bands nog wel eens aan goede PR. Weinig info op hun website of zelfs helemaal geen website. Cd’s die aan ons worden verzonden zonder een bijgaand schrijven en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het tegenovergestelde is echter het geval bij de, uit Brooklyn/New York afkomstige, band ‘The Defibulators’. Het pakket dat ik van hen ontving deed mij denken aan brieven die sommige mensen schrijven aan bepaalde tv programma’s waarbij de ene nog opvallender is dan de andere. Het doel hiervan is natuurlijk om als eerste aan de beurt te zijn. En wat blijkt: het werkt, mijn nieuwsgierigheid was in ieder geval gewekt. De A4 map waarin de cd was verpakt had de afbeelding van de voorkant van een ambulance en op de achterkant van de map was de andere kant te zien (de band heeft deze uit 1977 stammende ambulance ook daadwerkelijk als vervoermiddel in gebruik). In de map aanwezig, goede persinformatie, een prachtige foto van de band, een kleurboek over de band en uiteraard de cd. Hulde hiervoor! De ‘The Defibulators’ zijn te vergelijken met een band als ‘The Asylum Streetspankers’ maar dan een paar versnellingen hoger en met meer elementen zoals je die tegenkwam in de Punk periode. Een mix van Country, Bluegrass, Jazz, Dixieland ach eigenlijk elke vorm van Rootsmuziek kom je bij deze band wel tegen. New York is niet de plek die je zou verwachten als thuisbasis van deze band; Texas zou veel meer voor de hand liggen. En ja hoor als ik de biografie van de band doorlees zie ik dat de oprichter, Bryan Jennings, als student is neergestreken in New York maar wel degelijk afkomstig is uit Forth Worth/Texas. In New York aangekomen ontmoet Bryan al snel zangeres Erin Bruegemann en gitarist Chris Hartway. Samen beginnen zij op te treden als een Rockabilly trio. Hun optredens worden ware jamsessies en hieruit ontstaat uiteindelijk de band ‘The Defibulators’ met naast de drie oorspronkelijke leden, Justin Smith op viool, Freddy Epps op bas en Michael Ginsberg op het wasbord, de mondharmonica en diverse percussie-instrumenten. Naast deze zes vaste leden van de band zijn er maar liefst acht gastmuzikanten aanwezig op deze cd, wat zorgt voor een groot aantal verschillende instrumenten in elk nummer. De debuut cd ‘Corn Money’ opent met het afzoeken van een radioband naar de juiste zender; daar aangekomen knalt het eerste nummer ‘Defibulator’ werkelijk je huiskamer binnen. Een geweldige energie stroomt meteen uit je luidsprekers. Een mix van Bluegrass vermengd met een elektrische gitaar, slappende basgeluiden, een viool die alle kanten opgaat plus een tekst die zowel over het krijgen van een hartaanval gaat als over de oorlog in Irak. De hele cd door blijft de radio een belangrijke rol spelen door een aantal maal een korte intro te geven naar het volgende nummer toe. Door de grote afwisseling in stijlen, de humor in de teksten, de tomeloze energie en de geweldige muzikanten blijf je vanaf het eerste tot aan het laatste nummer gekluisterd zitten aan deze radio. Of het nou is in een nummer waarin Countrymuziek zich vermengd met Surfmuziek, Bluegrass met Punk of Honky-Tonk met Rock en dan ook nog met Jazzinvloeden; alles komt langs op deze cd. Je moet natuurlijk wel open staan voor deze radicale keuzes en zeker niet te traditioneel zijn in je muzieksmaak. Maar houd je van feestmuziek op een iets andere manier gebracht dan kan ik iedereen deze cd aanbevelen. | |
Know Your Driver / John Stephan Band | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be John Stephan is oorspronkelijk afkomstig uit Alaska en dit is nou niet bepaald een staat waar de Blues hoogtij dagen heeft gevierd. Toch is dit de muziek waar John zijn hart aan heeft verloren. Als achtjarige jongen begon John al met gitaar spelen. In de jaren zestig speelde hij in diverse bandjes; aan ervaring geen gebrek dus. De laatste tien jaar speelt John met zijn eigen band, Tom Roesh (bas), Jeff Conlin (orgel) en Trev Cutler (drums), en opereert tegenwoordig vanuit Seattle. Zijn nieuwste cd ‘Know Your Driver’ telt twaalf nummers waarvan er negen door John zelf zijn geschreven. Al in het eerste nummer ‘Working On A Building’ is te horen dat John veel heeft opgestoken van de tijd die hij doorbracht in de band van Albert Collins toen deze toerde in het noord westen van Amerika. Het gitaarspel kent in dit nummer namelijk hetzelfde typerende geluid dat Collins uit zijn Fender Stratocaster perste. De stem van John ligt prettig in het gehoor al gaat hij bij de wat hoger gelegen stukjes een beetje uit de bocht. ‘Know Your Driver’ het titelnummer van de cd is een lekkere shuffle waarin de boodschap schuil gaat om niet zomaar iedereen te vertrouwen. Gastpianist Eric “Two Scoops” Moore laat zijn piano heerlijk rollen in dit nummer. Dat de stemming in een relatie, net als bij het weer, nogal eens kan schommelen komt tot uiting in ‘I’m Your Weatherman’. Een mooi ingetogen gespeeld nummer waarin de gitaarpartij mooi samensmelt met het orgelgeluid. ‘Root Hog Or Die’ staat vermeld op het hoesje als een tradional maar ik moet eerlijk bekennen dat ik deze dan gemist heb. Het nummer bevat mooi slide gitaarwerk en valt op door het goed gedoseerde drumwerk van Trev Cutler. Het tweede nummer dat niet door John zelf is geschreven is van de hand van de helaas overleden Isaac Scott, een muzikant afkomstig uit Vancouver die samen met John deel uitmaakte van de band van Albert Collins. Qua hoogte van de zang is ook dit nummer net iets te hoog gegrepen voor de stem van John. Bij dit soort missers vraag ik mij wel eens af of er niemand is die op dit soort zaken let. Je krijgt toch niet elke week de kans om een cd op te nemen. ‘Down In The Bottom’ is geschreven door Willie Dixon maar het meest bekend is de uitvoering van dit nummer door ‘Howlin’Wolf’. Ook in dit nummer prima slide werk, iets te lief gezongen maar wel weer mooi pianospel van Eric Moore. ‘Trouble Machine’ opent met de bekende Elmore James riff zoals wij die kennen van onder andere ‘Dust My Broom’. Niet echt origineel maar het blijft lekker om naar te luisteren. Dat John ook van akoestische blues houdt laat hij horen in ‘Treatment Blues’. Zichzelf begeleidend op gitaar vertelt hij het verhaal van zijn gang naar de dokter. De variatie van het gitaarspel is helaas niet erg indrukwekkend te noemen. De economische crisis komt nog even aan de orde in het lekker funky klinkende ‘Hard Worker Down’. De cd eindigt met het ingetogen en instrumentaal gespeelde ‘Last Call’ een tribuut aan Albert Collins en Isaac Scott. | |
The Shadow Sound / Joey Stuckey | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Er zijn veel voorbeelden te noemen van blinde muzikanten. Wat te denken van mensen als Ray Charles, Jeff Healy, Jose Feliciano en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ook Joey Stuckey is een blinde muzikant. Als kind verloor hij door een hersentumor zijn reukzin en werd hij blind. Zijn ouders behandelden hem echter niet als een gehandicapte maar lieten Joey naar een gewone school gaan. In 1999 studeerde hij zelfs af in marketing aan de universiteit in Macon/Georgia. Als zoon van muzikale ouders kreeg hij de muziek als het ware met de paplepel ingegoten. Zelf geeft hij aan dat hij aan de muziek genezende krachten heeft ontleend. Deze krachten brachten Joey ver. Hij mag zich sinds 1996 de trotse eigenaar noemen van zijn eigen muziekstudio, ‘The Shadow Sound’ in Macon. en presenteert hij elke week drie radioshows. Maar het best voelt Joey zich thuis op het podium want hij bouwde ook nog een mooie carrière op als gitarist. Joey is dus zeker niet iemand die bij de pakken neer is gaan zitten na het krijgen van zijn handicap! Zijn nieuwste cd heeft dezelfde naam meegekregen als die van zijn studio namelijk ‘The Shadow Sound’. Veertien zelf geschreven nummers in verschillende stijlen komen voorbij. De cd opent met een rocknummer ‘Take A Walk In The Shadows’. Stevig gitaarwerk voert hierin de boventoon. Zelf vind ik het altijd mooi als er achtergrondzangers of -zangeressen aanwezig zijn. Joey denkt hier blijkbaar hetzelfde over want Debbie Oliner en Hugh Hession spelen een belangrijke rol in een aantal nummers op deze cd. Het nummer ‘Funnie’ neemt je mee naar de funky kant van Joey. Vooral de vele tempowisselingen en de mooie baspartijen maken dit nummer tot een prima compositie. “Mr. Mooney’ begint met mooi akoestisch gitaarwerk maar deze popachtige ballade heeft ook stevige kantjes in zich. Met een duur van ruim zes minuten is dit het langste nummer van de cd en laat Joey horen dat hij ook als zanger zijn mannetje kan staan (ik moet eerlijk zeggen dat zijn zang niet in alle nummers zijn sterkste kant is). De mooiste nummers staan wat mij betreft aan het einde van deze cd. Het instrumentale jazznummer ‘Holy Tree Hopefule’ zou niet hebben misstaan, qua stijl en uitvoering, tussen het werk van de legendarische jazzgitarist Wes Montgomer en op het ‘live’ en akoestisch gespeelde ‘Truth Is A Misty Mountain’ laat Joey horen hoe ook de Spaanse gitaristen van invloed zijn geweest op zijn gitaarspel. Al met al genomen is dit zeker een cd voor diegene die houdt van het betere gitaarwerk en niet gebonden is aan een stijl van muziek. Een moeilijke doelgroep dus. | |
Pictures Of The Highway / Marc Black | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Een cd vol met prachtige liedjes. Elf stuks, waarvan er tien door Marc zelf zijn geschreven en eentje is er van de hand van Dan Mountain. Sommige serieus maar zeker ook een aantal waar je heel vrolijk van wordt. Ik zal meteen maar mijn mening geven: de laatste cd 'Pictures Of The Highway' van Marc Black vind ik uitstekend. Als scholier had Marc met zijn bandje, The Blades Of Grass, al een top 40 hit te pakken en hierdoor mochten zij het voorprogramma verzorgen van The Doors en Van Morrison. Dit was het begin van een lange carrière vol met hoogtepunten en eentje die al meer dan een dozijn cd’s opleverde. Marc weet zich altijd omringd door topmuzikanten. Zo speelde hij al samen met mensen als Levon Helms, Art Garfunkel, John Sebastian en Taj Mahal om er maar eens een paar te noemen. En ook op deze cd is de kwaliteit van de muzikanten weer groots. Wat te denken van drummer Steve Gadd, bassist Michael Esposito of Warren Bernhardt op de piano. Allemaal kanjers op hun instrument. Het mysterieuze ‘Red Lite’ is het donker klinkende openingsnummer van de cd. Don Davis op sax blaast werkelijk prachtig tussen de regels van de tekst door. Een ode aan de koffie ‘Ooh I Love My Coffee’ is daarentegen zeer vrolijk. Het lijkt wat op ‘Let’s Talk Dirty In Hawaï’ van John Prine een nummer dat ook zo’n heerlijk zomers sfeertje kent. Als ik koffie zou moeten promoten dan wist ik het wel, dan zet ik dit nummer onder mijn commercial. ‘Every Map’ gaat, door het authentieke geluid van de steelgitaar, richting de countrymuziek en juist die afwisseling maakt deze cd zo leuk. Het gaat te ver om over elk nummer iets te vertellen dus pik er zo nog maar eens wat hoogtepunten uit; ‘Scots Bungalo’ heeft een lekker in het gehoor liggend melodietje en is hierdoor een nummer dat de meeste mensen leuk zullen vinden. Een echte roadsong ‘Moment Of Your Own Tears’ ontbreekt ook al niet op deze cd. Ach eigenlijk zijn alle nummers gewoon goed. Marc heeft een goed in het gehoor liggende stem en zijn kwaliteiten als songwriter durf ik wel te vergelijken met die van bijvoorbeeld Randy Newman. | |
Tumbleweed / Pete Cornelius | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De uit Australië afkomstige zanger/gitarist Pete Cornelius slaat met zijn nieuwe cd ‘Tumbleweed’ duidelijk een nieuwe weg in. Vanaf 1999 speelde Pete met zijn band ‘DeVilles’ op alle grote Bluesfestivals die er maar in Australië te vinden zijn. Daarnaast heeft de band zeven studio cd’s uitgebracht. Het pad van de blues, de muziek die de band al die jaren heeft gespeeld, wordt nu duidelijk verlaten. Ook de bandleden op deze cd zijn nieuw en spelen niet meer onder de naam ‘DeVilles’ gezien de vermelding op de cd van alleen de naam Pete Cornelius. Natuurlijk is het voor een band moeilijk om van muziekstijl te wisselen en dit is op deze cd dan ook duidelijk te horen. De juiste nieuwe weg is duidelijk nog niet gevonden. Zes van de tien nummers op deze cd zijn door Pete zelf geschreven. De covers zijn van Neil Young (2x), Rory Gallagher en Allen Toussaint. De band bestaat uit Henry Nichols / drums en percussie, Randal Muir / Hammond orgel en piano, Kelly Ottoway / Wurlitzer en piano, Ian Collard / mondharmonica. De achtergrondzangers zijn Jane McArthur en Carmel Claxton. ‘Town Of Machine’ is het zelf geschreven openingsnummer. Aan het gitaarspel van Pete is duidelijk te horen dat zijn roots binnen de Blues liggen. Het nummer kent vele tempowisselingen en blijft boeien tot het eind. Echt een mooie compositie. ‘Mr. Soul’ van Neil Young is de eerste cover op de cd. Het nummer stamt alweer uit 1967 en is geschreven door Young in de tijd dat hij deel uitmaakte van de band ‘Buffalo Springfield’. De uitvoering van Pete is degelijk, maar voegt niets toe aan het origineel. ‘San Jose’ is weer een eigen compositie; een rustig nummer en een beetje saai gezongen, maar wel weer mooi gitaarwerk. Het titelnummer ‘Tumbleweed’ is een shuffle die weer dichter tegen het oudere werk van Pete aan ligt, met een lekker rollende piano en een mooie gitaarsolo van Pete. Het door Rory Gallagher geschreven ‘Bad Penny ’(te vinden op het album ‘Top Priority) klinkt iets braver dan de versie van de master himself. Dit komt vooral doordat de stem van Gallagher gewoon beter en rauwer is dan die van Pete. Het door Allen Toussaint geschreven ‘On Your way Down’ krijgt een balade achtige uitvoering en blijft wat mij betreft ook een beetje saai klinken. Hetzelfde euvel kent ‘Helpless Man', een nummer wat maar niet op gang lijkt te komen. De cd sluit af met ‘Deadman Theme’, wederom van Neil Young (geschreven voor de film ‘Dead Man' van Jim Jarmusch). Dit instrumentale nummer krijgt een mooie uitvoering, maar is net als bij de andere covers niet beter dan het origineel. Pete Cornelius is een prima gitarist en heeft goede muzikanten om zich heen. De zang is wat mij betreft te vaak aan de saaie kant. De eigen nummers zijn goed gecomponeerd maar de vonk slaat bij niet over. | |
The Way We Do It Down South / Gary Nichols | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De debuut cd van de uit Muscle Shoals/Alabama afkomstige zanger en gitarist Gary Nichols komt net te laat binnen om hem nog op te kunnen nemen in mijn jaarlijstje van top cd’s die zijn verschenen in 2010. Vanaf het eerste nummer ‘Life With The Tailgate Down’ tot aan het laatste nummer ‘Lost’ is het genieten geblazen als je tenminste, net als ik, houdt van die typische Southern Rock stijl afgewisseld door mooie soulvol gezongen ballades. Ondanks het feit dat Gary pas 31 jaar oud is heeft hij al een hele lange weg bewandeld als muzikant. Vanaf zijn zesde jaar speelt hij al gitaar in een bandje. Op voorspraak van zijn vader speelt hij op zijn zevende mee met bands in Honky Tonks en op zijn dertiende jaar begint hij met toeren. Als hij in de coverband ‘Monkee And The Spank Daddies’ speelt krijgt hij de kans om ook enkele nummers te mogen zingen en dan blijkt dat Gary ook nog eens beschikt over een heerlijk stemgeluid. Als deze band uit elkaar valt wordt Gary opgenomen als zanger/gitarist in de funk band ‘Gulliver’. Rond deze tijd begint hij ook zelf nummers te schrijven. Al snel krijgt hij de erkenning die hij verdient en krijgt hij een baan aangeboden als vaste songwriter in de bekende Fame studio. In 2003 speelt hij met ‘Gulliver’ op een privé partijtje waar producer Scott Hendricks hem ontdekt. Gary krijgt via Hendricks een platencontract aangeboden bij Mercury Records en neemt voor dit label enige singles op. Voor zijn debuut cd ‘The Way We Do It Down South’ is Gary echter weer teruggekeerd bij zijn eerste werkgever de Fame studio in zijn geboorteplaats Muscle Shoals. De cd opent met twee heerlijke echte Southern Rock nummers : ‘Life With The Tailgate Down’, een nummer dat is opgepikt door ‘FireFly Vodka’ in hun reclamecampagne, en ‘Makin’ Love 4 A livin’. ‘Coming Of Age’ is daarentegen een rustig klinkend nummer waarvan er nog een aantal zijn terug te vinden op deze cd, namelijk 'My Haerts the Only Part', 'Making Love To You', 'Heartstrings' en 'Lost'. Het nummer ‘Too Much’ gaat over de overvloed waar wij in ons dagelijks leven mee te maken hebben. Teveel commercials, teveel media, teveel informatie etc. en eindigt na elke opsomming met ‘I don’t worry about it too much’, een leuk gevonden wending. ‘Down South’, het heerlijk klinkende titelnummer van de cd handelt over zaken die nu eenmaal anders zijn in het zuiden van Amerika. Dit zou net als het openingsnummer ‘Life With The Tailgate Down’ een prima keuze zijn om als single uit te brengen. | |
Spreadin' Around / The Veldman Brothers | |
![]() Met veel genoegen heb ik het afgelopen jaar geluisterd naar de goede kwaliteit van de cd’s die verschenen zijn van verschillende Nederlandse Bluesbands. Nu,in 2011, blijkt dat deze trend zich voort gaat zetten, want met de nieuwe cd ‘Spreadin’Around’ van The Veldman Brothers is er wederom een mooi exemplaar aan toegevoegd. Het lijkt er zelfs wel op dat de lat, bij het verschijnen van een nieuwe blues cd in Nederland, iedere keer iets hoger wordt gelegd voor de volgende band die van plan is een cd uit te brengen. In Nederland heeft elk bluespodium de gebroeders Veldman inmiddels wel een keer op bezoek gehad en het zou zo maar eens kunnen zijn dat met dit nieuwe schijfje de weg naar de ons omliggende landen open zal gaan. De gebroeders Veldman groeien op in het dorpje Oldebroek. Net als bij veel andere muzikanten staat muziek centraal in het ouderlijk huis. Vader Veldman bespeelt een aantal instrumenten en moeder zingt er vrolijk op los. Het is echter hun oudere broer Henk, die op zijn zestiende al als gitarist in een bluesbandje speelt, die de broers Gerrit en Bennie aan het gitaar spelen brengt. Bennie stapt vervolgens over naar het orgel en begint met het volgen van klassiek orgelles. Ervaring doen de broers op door hun opwachting te maken in verschillende bandjes en in 2004 besluiten zij een eigen bluesband, The Veldman Brothers, te beginnen. Naast de twee broers Gerrit (gitaar en zang) en Bennie (Hammond, mondharmonica en zang) bestaat de band nu uit Donald Van Der Goes op bas en Marco Overkamp op drums. ‘Spreadin’Around’ is alweer het derde album van de band en bevat elf zelf geschreven nummers. De cd is opgenomen in de Legacy Studio en geproduceerd door Guido Aalbers, naar wie ook meteen mijn complimenten uitgaan, want de balans en het geluid zijn werkelijk subliem. De cd opent met het titelnummer ‘Spreadin’Around’, een nummer wat waarschijnlijk het openingsnummer ‘Harponized’, waar de band meestal hun optredens mee begint, zal gaan vervangen. De boodschap is luid en duidelijk; 'Wij zijn de Veldman Brothers en wij verspreiden de blues'. De toon is gezet en het is ook precies datgene wat de band al jaren doet. Opvallend te noemen is de grote afwisseling in stijl tussen de diverse nummers op deze cd. Lekker funky klinkt ‘Heading For The Door’, een nummer wat gevolgd wordt door het smerig klinkende ‘Need To Know’’. In de balade ‘Leavin’’gaat het gas eraf, maar stijgt Gerrit met zijn solo tot grote hoogte. Voor ‘Evil’ is waarschijnlijk de uitvoering van het nummer ‘Riot in Cell Block # 9’ van Johnny Winter gebruikt als inspiratiebron. In het akoestisch uitgevoerde nummer ‘Target’ gaat de band terug naar de roots van de blues namelijk de Mississippi Delta. ‘B-Low’ is weer een stevig klinkend instrumentaal nummer waarin de heren Veldman beide los gaan op hun instrumenten. ‘Everyday I Play the Blues’ wijkt niet veel af van de Memphis Slim klassieker ‘Everyday I Have The Blues’, maar krijgt wel een mooie uitvoering. ‘Saw You There’ is een echte slow-blues die vol overgave en met gevoel wordt gezongen door Gerrit.De band levert met deze cd een prima product af en is duidelijk weer gegroeid ten opzichte van de vorige twee albums. Ik ben benieuwd welke Nederlandse band weer over dit resultaat heen zal gaan dit jaar. | |
Undead Rhythms | |
![]() Deze week ontving ik een demo cd met het verzoek hier eens naar te luisteren en er zo mogelijk iets over te schrijven. De muziek op deze demo is een mix van Nederlandstalige hiphop en heavy metal, een muziekstijl die niet echt past binnen mijn favoriete genres. Na het beluisteren van de cd ben ik echter van mening dat de unieke stijl van deze band zeker aandacht verdient. Jongerencentrum De Kern in Purmerend speelt een belangrijke rol in het ontstaan van de band. In dit centrum komen in 2005 een aantal jongens met het idee om een band te beginnen. Zoals vaak gebeurt bij beginnende bandjes starten ook zij met het naspelen van hun eigen favorieten. Al snel wordt duidelijk dat niet iedereen op dezelfde lijn zit en dus valt de band uit elkaar. Twee leden, Yoran Zeilemaker (drums) en Pasquale de Klonia (gitaar), hebben de smaak echter goed te pakken en besluiten door te gaan. Toevallig loopt één van de vaste bezoekers van de Kern, Henk Blekemolen, op een avond de oefenruimte binnen. Henk (aka B3/Henk) is op dat moment redelijk succesvol als één van de vier MC's van de, eveneens uit Purmerend afkomstige, hiphop formatie ‘Roffe Rijmers’. Door de gedeelde interesses (Hiphop, Metal, Hardcore en Rock) ontstaat er een klik tussen de drie en besluiten zij, samen met bassist ‘Bakkie’, verder te gaan onder de naam ‘Kernkoppen’. Ook deze band is geen lang leven beschoren. Bassist ‘Bakkie’ wordt vervangen door Sander Spanjaardt en de naam wordt gewijzigd in ‘Undead Rhythms’. Deze laatste wijziging pakt succesvol uit en eindelijk wordt de gewenste sound bereikt. Na vele succesvolle optredens en talentenjachten is er nu een demo cd verschenen met als titel ‘Undead Rhythms’. Deze demo bevat vijf zelfgeschreven nummer en geeft zaaleigenaren een goed beeld van wat zij kunnen verwachten als zij deze band boeken. De demo opent met het ruig klinkende nummer ‘Motorolie’, waarin MC B3/Henk een ritje maakt in zijn auto. Opvallend is het goede drumwerk van Yoran, maar ook Pasquale laat met prachtig gitaarwerk horen dat hij helemaal thuis is in de wereld van de heavy metal. De break in het nummer, ingeleid door bassist Sander, zorgt ervoor dat het nummer geen moment verveelt. In het nummer ‘Bloedzuiger’ wordt er op een duidelijke manier afstand genomen van de zogenaamde ‘upper class’. Ook in dit nummer weer de nodige tempo afwisselingen. ‘C’est La Vie!’ opent met een prachtige riff op gitaar en vertelt korte verhaaltjes waar het in het leven allemaal mis kan gaan en hoe snel de dood dan toe kan slaan. In het nummer ‘Wat de Fok!’ krijgt B3/Henk gezelschap van een andere MC met de illustere naam ‘Bekvechter’. Dit zorgt voor de nodige variatie. Het laatste nummer ‘Moederneuker’ stoelt op een geleend stukje gitaarwerk van AC/DC. Dit nummer is niet echt geschikt voor moeders, maar zelf vermaak ik mij prima bij het horen van de tekst. Zelden hoor ik nog bandjes die zo origineel zijn als de ‘Undead Rhytms’. Oké, de twee stijlen bestaan natuurlijk al, maar door ze samen te voegen ontstaat er toch iets unieks. Het moeilijke bij deze stijl is wel om de geweldige teksten verstaanbaar te houden. | |
Neon City / Billy Walton Band | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Billy Walton is afkomstig uit de staat New Jersey en kreeg tot op heden voornamelijk bekendheid als site-man. Zo speelde hij als gitarist in bands als Boccigalupe & the Bad Boys en Southside Johnny & The Asbury Jukes. Inmiddels heeft Billy genoeg ervaring opgedaan om op eigen benen te staan en dit heeft geresulteerd in de eerste cd van de Billy Walton Band ‘Neon City’. Tien nummers vullen dit debuut album waarvan er acht door de band, Billy Walton (gitaar, zang, en toetsen), Marcus Croon (drums, percussie en zang) en William Paris (bas, synthesizer, en zang), zelf zijn geschreven. De diversiteit in stijlen is behoorlijk groot op deze cd. Het grootste gedeelte van de nummers bestaat uit stevige rock, maar er is bijvoorbeeld ook plaats voor de soulkraker ‘Papa Was A Rollin Stone’. Zelf zegt Billy vooral beïnvloed te zijn door mensen als Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan, Eric Clapton, Warren Hayes en Derek Trucks. De cd opent met het zeer stevig gespeelde nummer ‘Radio’; flitsend gitaarspel en knallend drumwerk maken dit nummer tot een prima staaltje rockmuziek. In het nummer ‘Hypnotized’ zijn het voornamelijk de reggae accenten gemixt met het stevige gitaarwerk van Billy die opvallen. Een mooie ballade op deze cd is ‘Soul Song’, een ode aan de oude soul muziek. Mooi gezongen en snerpend gitaarspel. De eerste cover is ‘Treat Her Right’ van Roy Head And The Traits. De bluesrock is terug te vinden in het nummer ‘Spreading The Blues’. De cd eindigt sterk met het onheilspellende klinkende ‘Jersey Devil’, gevolgd door een prima uitvoering van ‘Papa Was A Rollin Stone’. ‘Neon City’ is een prima debuut album geworden met opvallend veel afwisseling waarmee Billy zijn status als ‘site-man’ met een goed gevoel achter zich kan laten. | |
Wrong Is What I Do Best / Miss Leslie | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Miss Leslie, haar echte naam is Leslie Anne Sloan, zag het levenslicht in Charleston(SC). Haar beide ouders waren muzikaal. Vader Sloan was priester en kwam oorspronkelijk uit Tennessee. Zjn muzikale voorkeur ging uit naar bluegrass en traditionele country. Moeder Sloan groeide op in Florida en was gek op klassieke muziek en speelde zelf piano. Als kind van vijf begon Leslie met vioollessen en al snel bleek dat zij over een natuurlijk muzikaal talent beschikte. Op haar negende verhuisde de familie naar Texas. Leslie ontwikkelde hier haar vioolspel verder en kreeg les van lokaal bekende violisten. Ook broer Joel leerde een instrument te bespelen namelijk de banjo, en zuster Hilary speelde viool. Op haar veertiende verhuisde de familie naar Houston(Tx) en hier vormde de familie een eigen band. Vader speelde gitaar, moeder zong en ook de kinderen speelden uiteraard mee. Hun muziek was gestoeld op country en bluegrass. Leslie studeerde vervolgens klassiek viool en opera aan de universiteit van Florida. Na een vervelende situatie, een burn-out, verliet Leslie de universiteit en begon te werken. De muziek bleef echter trekken en Leslie besefte meer en meer dat haar hart binnen de muziek lag. In 2004 besloot zij dan ook haar eigen country band ‘Miss leslie & her Juke-Jointers’ te beginnen. Ook in deze zeven koppige band was weer familie aanwezig. Vader Sloan bespeelde de gitaar, net als Leslie’s echtgenoot Randy Lindley. Met deze band, die klonk als een ouderwetse honky-tonk big band uit de jaren zestig, speelden zij in elke Texaanse Honky-Tonk die hen wilde boeken. In 2005 verscheen de eerste cd ‘Honky Tonk Revival’ die al snel een vervolg kreeg met het live opgenomen album ‘Honky Tonk Happy Hour’. In 2006 onderging de band een behoorlijke wijziging. Mede door de scheiding van Leslie en de uiteenlopende meningen over de te volgen koers werd de band terug gebracht tot vier leden. Het was even wennen met de nieuwe bezetting, maar al snel was er weer succes en kwam het album ‘Between The Whiskey And The Wine’ uit, met hierop dertien door Leslie zelfgeschreven nummers. Haar nieuwste cd verscheen in 2009 ‘Wrong Is What I Do Best’. Op deze cd staan veertien nummers waarvan er dertien door Lesie zelf zijn geschreven. Het nummer ‘Some Things They Can’t Take Away’ is van de hand van haar zuster Hilary Sloan. De muzikanten op deze cd zijn Ricky Davis (pedal steel gitaar), Timmy Campbell (drums), Rick Rameirez (bas). Dit zijn de vaste leden van Leslie’s band ‘The Juke-Jointers’ aangevuld met Bill Kirchen (solo gitaar), Dave Biller (gitaar) en Jason Allen (tweede stem). Uiteraard bespeelt Miss Leslie zelf de viool en zij neemt ook de zang voor haar rekening. | |
Your Mama Don't Like Me / Miss Quincy | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Canada heeft een levendige Roots scene. De grote aantallen Canadese Roots cd’s die de afgelopen jaren zijn verschenen is dan ook niet vreemd te noemen. Ook ‘Miss Quincy’ (haar echte naam is Jody Peck) is zo’n Canadese Roots muzikante. Samen met de crème de la crème van Canada’s beste roots muzikanten trok Miss Quincy zich in de winter van 2009/2010 terug in een hut in het noorden van Britisch Columbia om gedurende tien dagen haar debuut cd ‘Your Mama Don’t Like Me’ op te nemen. Buiten liepen de temperaturen op tot diep beneden het vriespunt, maar binnen hield de whiskey de muzikanten warm. Het leuke is, dat ook de whiskey in heel wat nummers op deze cd een rol speelt. Zelf beschrijft Miss Quincy haar muziek als ‘back porch brothel blues’. Ik kan mij in deze omschrijving prima vinden. Miss Quincy grijpt namelijk terug naar de blues zoals die werd gezongen door de dames in de jaren dertig, maar mixt deze met elementen uit de bluegrass en de zigeuner jazz. Het resultaat is bijzonder te noemen. Muziek zoals je maar weinig hoort. Tien nummers bevat de cd, waarvan er zeven zelf zijn geschreven door Miss Quincy. De enige cover op deze cd is het door Memphis Minnie geschreven nummer ‘Bad Luck Woman’. De instrumenten die zorgen voor de speciale bluegrass en zigeuner elementen zijn de banjo, bespeeld door Craig Korth, en de viool die bespeeld wordt door Josh Giesbrecht. Het vrolijk klinkende ‘Your Mama Don’t Like Me’ is de opener en tevens het titelnummer van de cd. Zo vrolijk als het nummer klinkt zo vrolijk is de tekst echter niet. Een vrouw vertelt haar echtgenoot dat zij genoeg heeft van zijn leugens en zijn vreemdgaan. Zij komt wel tot de conclusie dat zijzelf door dit soort zaken steeds sterker wordt. “You take nobody with you when you die” is de boodschap in het nummer ‘Nobody With You’; een nummer met een mooi arrangement met prima vioolspel van Josh Giesbrecht en een versnelling aan het eind. In het nummer ‘Record Store’ is het vooral het stemgeluid van Jody wat je bij de keel grijpt. De steelgitaar bespeeld door Lance Lorree in het nummer ‘Water & Whiskey’ lijkt zo uit Hawaii te komen. ‘Reno’s Song’ is geschreven door Reno Fith die, in dit enige instrumentale nummer, laat horen dat je ook op de mandoline prachtig kan spelen. Samen met de viool van Josh, Jody op gitaar en Peter Mynett op de bas klinkt ook dit nummer prima. De cd eindigt met twee bluesnummers ‘Dirty Boat’ en ‘Bad Luck Woman’ waarin Miss Quincy laat horen ook nog wat noten op de mondharmonica te kunnen spelen. Al met al een cd met leuke nummers, prima muzikanten, maar vooral een goede zangeres. | |
Back On The Road / Hot Doggin' | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Het was in 1994 dat twee muzikanten, John Standen (bas & zang) en Rick McKay (gitaar & zang) elkaar ontmoetten op een festival in het noorden van Wales. Beide speelden in verschillende bands. De twee bleken muzikaal gezien zoveel overeenkomsten te hebben dat zij toen besloten ooit samen een rockabilly band te beginnen. Door drukke toerschema’s kwam het er echter nooit van. Uiteindelijk speelden de twee samen in Paul Ansell’s Number Nine en besloten in 2009 de stap te zetten. Samen met drummer Ben Cooper formeerden zij hun eigen trio ‘Hot Doggin’. Drie mannen die hun sporen al ruimschoots hadden verdiend binnen de Britse Rockabilly scene. Frontman Rick Mckay speelde al als gitarist tijdens zijn schoolperiode in de band ‘In Step’. Snel hierna formeerde hij zijn eerste trio ‘The Silhouettes’. In 1987 was hij een van de oprichters van de band ‘Dynamite’. De laatste vijfentwintig jaar speelde Rick in allerlei formaties en was hij te bewonderen in maar liefst drie theaterproducties, namelijk ‘Forever Elvis’, ‘Elvis and the Rock ‘n’ Roll Years’ en ‘The Thunder Rolls’. Gedurende de jaren negentig was hij enkele jaren in dienst als songwriter en studiomuzikant bij GMC Records in Nashville. Bassist John Standen is ook al zo’n rasmuzikant. Ook hij startte al op jonge leeftijd en speelde na zijn schooltijd in de band ‘Chevy Drummer Ben Cooper maakte deel uit ‘Restless’, Engeland’s meest bekende Neo Rockabilly’s band ooit. In 2006 richtte hij het ‘Ben Cooper Trio’ op waarmee hij de rockabilly traditie voortzette. Ben staat ook nog eens bekend als een prima songwriter. Inmiddels heeft hij ‘Hot Doggin’’ al weer verlaten en is hij vervangen door Paul Richardson. | |
Country Girl 101 / Leah Seawright | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Leah Seawright is geboren en getogen in Fort Payne/Alabama. Haar ouders waren beiden muzikant. Je mag dus wel stellen dat de muziek haar met de paplepel werd ingegoten. Als kind al genoot zij in de weekenden van al die muzikanten die over de vloer kwamen en samen met haar vader en moeder muziek maakten. In haar negende schooljaar las Leah een advertentie van een band die op zoek was naar achtergrondzangeressen. Samen met een vriendin meldde zij zich aan. Op de dag van de auditie durfden zij toch niet te gaan. Na een telefoontje deden zij de auditie alsnog en werden beiden aangenomen. Hiermee start haar zangcarrière. Later, tijdens een bezoek aan een club waar een band speelde, zorgen haar vrienden ervoor dat zij een nummertje mee mag zingen. Dit bevalt de band zo goed dat zij wordt aangenomen als zangeres. In haar vrije tijd begint Leah zelf nummers te schrijven en op te nemen in de studio van haar vriend. Dit resulteert in twee cd’s met gospelmuziek. Iedereen rondom Leah is zo enthousiast over haar stemgeluid dat zij haar aanraden om een cd met countrymuziek op te nemen. Uiteindelijk besluit zij dit pas te doen als de nummers die zij zelf schrijft goed genoeg zijn om op te nemen. Tijdens een talentenjacht, die zij overigens met glans wint, ontmoet Leah producer en songwriter Frank Green waarmee zij samen nummers gaat schrijven. Deze samenwerking resulteert uiteindelijk in de cd ‘Country Girl Veertien nummers telt de cd waarvan er dertien door Leah en Frank zelf zijn geschreven. Maar liefst vierentwintig muzikanten, in verschillende samenstellingen, verlenen hun medewerking aan deze cd. Zoals vaker is het titelnummer ‘Country Girl Met de Country muziek waar ik van houd heeft de muziek op deze cd weinig te maken. Er is voor mij te veel ‘crossover’ naar de pop en rock muziek, maar dat is tegenwoordig helaas veel het geval. | |
Tennessee & Other Stories / Hans Chew | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Pianist Hans Chew kreeg tot nu toe slechts bekendheid in beperkte kring door zijn bijdrage aan cd’s van Jack Rose en zijn deelname aan de psychedelische americana band D. Charles Speer & The Helix. Hij leerde pas piano spelen op zijn achtentwintigste en verbleef in de jaren negentig voornamelijk in de muziekscenes van Atlanta en New Orleans waar hij zich verder ontwikkelde als songwriter en multi instrumentalist. Uiteindelijk belandt hij in New York waar hij in 2009 zijn eerste solo optreden geeft in ‘The Cake Shop’,een club in Manhattan. Nu is zijn debuut cd ‘Tennessee & Other Stories’ uit. Het album is ook nog, echter wel in beperkte oplage van 500 stuks, te verkrijgen op vinyl. Het mooie hoesje van de cd is geschilderd door de vriendin van Hans, de New Yorkse kunstenares Melodie Provenzano. Het hoesje geeft het rustige en tevreden gevoel weer van de jeugd van Hans in Tennessee. Een gevoel waar hij zich ook op muzikaal gebied goed bij thuis voelt. Maar ook thema’s als zelfvernietiging en pijnvolle herinneringen komen op deze cd aan bod. Tien nummers zijn er te vinden op de cd waarvan ‘Long Time Man’, geschreven door Tim Rose, de enige cover is. Bijzonder is dat de meeste instrumenten op deze cd door Hans zelf worden bespeeld. De eerste drie nummers vormen samen het drieluik ‘Tennessee’; een echte lijn valt er voor mij in de teksten niet echt te ontdekken, behalve dat het gaat over gebeurtenissen in Tennessee. In het eerste nummer ‘Old Monteagle & Muscadine’ is de tradiotionele Countrymuziek vermengd met Bluegrass elementen. In het tweede nummer ‘Carry Me, Burry Me’ gaat het tempo omhoog en de stem van Hans klinkt hier helaas vrij schreeuwend. In het derde en laatste nummer van dit drieluik ‘I Would There Was A Train’ opent Hans op de piano, maar krijgt hij later bijval van Mark Orleans op de pedal steel gitaar waarna Matt McGhee het nummer afsluit met mooi gitaarwerk. Dat Hans een meester is op de piano in de Boogie Woogie stijl laat hij horen in ‘New Cypress Grove Boogie’. Maar ook de New Orleans stijl, zoals te horen in het nummer als Forever Again’ beheerst hij tot in de puntjes. | |
Words Are Like Bullets / Steve Gerard And The National Debonaires | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Het is jammer dat er nog steeds muzikanten en bands zijn die zo weinig informatie op hun website plaatsen. Zo is het ook bij, de voor mij, onbekende formatie ‘Steve Gerard And The National Debonaires’. Een biografie ontbreekt en ook elders op het internet is weinig te vinden over de achtergronden van de bandleden. Het enige wat ik u wel kan melden is dat de band afkomstig is uit de staat Kansas en dat de cd ‘Words Are Like Bullets’ de opvolger is van de uit 2007 stammende cd ‘New Sounds From Kansas City’. Gelukkig maakt de muziek op deze cd veel goed! Vanaf het eerste nummer ‘Uh Oh’ is duidelijk dat wij hier te maken hebben met een echte ouderwetse Bluesband. De zanger Dave “Elmo” Baley heeft een prima passend, lekker donker, stemgeluid voor de Blues. Als gast zorgt saxofonist Mike Clark voor de juiste accenten in dit nummer. Het geluid van de ‘Hollow Body’ Jazz gitaar van frontman Steve Gerard is zoals ik het graag hoor; geen vervelende pedaaltjes, maar gewoon rechtstreeks op de versterker zodat het geluid natuurgetrouw klinkt. Pianist Mike ’Shinetop Jr.’ Sedovic geeft in het middenstuk precies de juiste hoeveelheid swing mee. In ‘Bullets In The Barrel’ ruilt Mike zijn piano in voor het Hammond B3. Dit nummer is een verwijzing naar de titel van de cd ‘Words Are Like Bullets’ en gaat uiteraard over het feit dat je iemand ook met woorden kapot kan maken. ‘Baby Get Your Skirt Up Now’ vertelt, in een rollende melodielijn, het verhaal over een avondje stappen op een zaterdagavond ergens in de jaren zestig. De mode bij de dames was in die jaren een strakke rok tot op de knie die bij het dansen omhoog moest worden opgetrokken. De ritmesectie, Patrick Recob op de basgitaar en drummer Dwight Ross, leveren, zoals trouwens op de hele cd, prima werk af. De mondharmonica party op ‘Silly Boy’ wordt verzorgd door opnieuw een gast namelijk Greg ‘Junior’ Demchuk. Het nummer draait om een herhalend gitaarrifje en is wederom prima gezongen door Elmo. Een traditionele Twelve Bar Blues met als titel ‘Find The Answer’ staat ook op dit album. In dit nummer zijn de hoofdrollen weggelegd voor gast Lee McBee op de mondharmonica en Mike Sedovic op de piano. Via de shuffle ‘Oscar’s Safe At Bing’s Place’ en het funky klinkende ‘One Handshake’ belanden wij bij het Jazzy klinkende ‘It Didn’t Happen That Way’. Ook in dit nummer zijn er gastmuzikanten te horen. Op sax keert Mike Clark terug en Preston Hubbard bespeelt de dubbele bas. Als bonus is het nummer ‘Ain’t My Problem’ toegevoegd. Dit nummer is speciaal, omdat het door Steve Gerard geschreven is voor het project ‘Blues For A Cure’ van Sean Carney. Dit project heeft als doel geld in te zamelen voor de behandeling van patiënten met de vreselijke ziekte kanker. Het nummer wordt gespeeld door de band ‘Trampled Under Foot’, maar met als gasten uiteraard Steve Gerard (gitaar), Sean Carney (gitaar) en Gene Walker (sax). Als conclusie kan ik zeggen dat ik heb genoten van deze cd. Prima muzikanten en ook nog eens allemaal zelf geschreven nummers, wat wil een mens nog meer! | |
Dare To Live / Melanie Denard | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Als meisje van zes begon Melanie al met zingen in het plaatselijke kerkkoor. Al snel kreeg zij de solopartijen toebedeeld en kwam zij erachter dat zij over meer talent beschikte dan de andere kinderen. In haar ouderlijk huis was er ook altijd muziek te horen. Haar moeder was namelijk pianolerares en beschikte over een behoorlijke zangstem. Via haar leerde Melanie vele muziekstijlen kennen. Urenlang brachten zij samen door met het zingen van allerlei liedjes achter de piano. In de auto van pa Denard stond de radio altijd afgesteld op een Country zender en mede hierdoor ontstond haar liefde voor deze muziekstijl. Na de lagere school werd Melanie aangenomen op een speciale Highschool voor kinderen met een groot muzikaal talent. Als een spons absorbeerde zij hier de lesstof en kreeg zij interesse in alle soorten Rootsmuziek. Over deze periode in haar leven zegt zij nu: “I realize now that I didn’t choose music, music chose me”. In 2001 begint Melanie haar echte zangcarrière. Haar stijl is een mengeling van Southern Rock, Pop, Blues en Country. Melanie wint diverse talentenjachten en krijgt bekendheid door haar optredens in een talentenjacht op de televisie in het programma ‘Born To Diva’. In 2007 besluit zij zich in Nashville te vestigen om hier haar carrière als zangeres en songwriter voort te zetten. ‘Dare To Live’ is het debuutalbum van Melanie. Maandenlang is zij bezig geweest met het uitkiezen van de meest geschikte songs van de diverse songwriters die Nashville rijk is. Uiteindelijk hebben dertien nummers deze toets doorstaan. Samen met producer Dan Fritzell en de top van de studiomuzikanten uit Nashville zijn deze nummers opgenomen in de ‘Legends Studio’. ‘Something I Never Thought I’d Say’ is het krachtig gezongen openingsnummer van de cd en gaat over het feit dat ze eindelijk van die man af is die haar slecht behandelde. In ‘Cure For You’ is haar voorliefde voor de Southern Rock te horen. Lekker stevig gitaarwerk van Mike Rojas sieren deze eerste twee nummers op. ‘All I Ever Did Was Love You’ is de eerste single die van deze cd is uitgekomen. Dit rockachtige nummer heeft veel airplay gekregen op de Amerikaanse radiostations. Het titelnummer ‘Dare To Live’ handelt uiteraard over het leven en hoe Melanie hier voor gaat. Een mooie party steelgitaar van John Willis geeft dit nummer de juiste ‘Country touch’. Het album eindigt met de klassieker ‘Son Of A Preacher Man’. Al met al is ‘Dare To Live’ een behoorlijk stevig album geworden voor Nashville begrippen en is Melanie Dernand een zangeres om rekening mee te houden! | |
Soul Rockin' / Hounds Tooth | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be The Band ‘Hounds Tooth’ is afkomstig uit de Amerikaanse staat Wisconsin en is opgericht in 2005. Vier leden telt de band waarvan er twee, JD Optekar en Jared James, de gitaar bespelen. De basgitaar is in handen van Bob Noll en de drumpartijen worden verzorgd door Jeff Oscarson. Volgens de bijgeleverde biografie heeft de band zich laten beinvloeden door artiesten als Freddie King, Albert King en Tab Benoit. Vanaf 2005 heeft de band een aantal zangeressen versleten, maar op deze cd wordt de zang verzorgd door de twee gitaristen zelf en dat pakt helaas niet overal goed uit. Gelukkig zijn de vier muzikanten wel heer en meester over hun instrumenten en valt er dus nog genoeg te genieten. Tien nummers, bij elkaar slechts 33 minuten, telt deze cd waarvan er zeven door JD zelf zijn geschreven. JD is ook verantwoordelijk voor de productie van deze cd. Het album opent met het funky klinkende ‘Blues Is The Truth’, met prima gitaar werk van de beide heren. ‘Jumpin’ Rockin’ Rhythm’, geschreven door Duke Robbilard maar geheel in de stijl van Chuck Berry, is de eerste cover die wij tegenkomen op dit album. ‘Soul Rockin’ en het door Don Nix geschreven ‘Goin’Down’ vind ik zelf de mindere nummers op de cd. De zangkunsten schieten hier echt te kort. Het beste nummer van de cd vind ik ‘Black Coffee’; mooie tekst, prima gitaarlicks en goed gezongen door gast zanger Gabe Marchan. De band heeft met JD Optekar een prima songwriter in huis. Er is voldoende afwisseling in stijl qua nummers en ook het geleverde gitaarwerk smaakt naar meer. Mijn advies is wel om een goede zanger aan te trekken waardoor de tweede cd zomaar eens een aangename verrassing zou kunnen worden! | |
Take A Bite / Vdelli | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De band Vdelli is afkomstig uit de Australische stad Perth. De vreemde naam van de band is de achternaam van hun frontman, gitarist en zanger Michael Vdelli. De overige leden van het trio zijn drummer Ric Whittle en bassist Kenji Kitahara. De twee vaste leden sinds het bestaan van Vdelli, Michael en Ric, speelden tot De band is net teruggekeerd in Australië van een Europese tournee. Opvallend aan deze tournee is dat bijna alle optredens plaats hebben gevonden in Duitsland. De reden hiervoor zal zijn dat de band een platencontract heeft bij het Duitse label ‘Jazzhaus Records’. Invloeden uit de jaren zeventig, Rock, Heavy Metal en de Blues Rock vormen de ingrediënten van de muziek. De band heeft inmiddels al heel wat cd’s op hun naam staan en onlangs verscheen het album ‘Take A Bite’. Twaalf nummers waarvan er acht door de band zelf zijn geschreven. De meest opvallende cover op de cd is het door James Taylor geschreven nummer ‘Fire And Rain’; een nummer wat je niet zou verwachten op het repertoire van een Heavy Rockband, maar de uitvoering van Vdelli mag er zeker zijn. De cd opent met het aan Punkmuziek grenzende openingsnummer ‘Into The Zone’. Wat direct opvalt is het prima rauwe stemgeluid van Michael Vdelli. In ‘Movin’On Situation’ gaat het met het geluid van een dubbele bass drum richting de Heavy Metal en via het jaren zeventig Hard Rock- achtige nummer ‘Green Light Girl’ schakelt de band in het zesde nummer ‘Catfish’ heerlijk stampend over naar de Blues Rock in de stijl van Status Quo. Ook de hierop volgende nummers ‘Soon As I Get Paid’ en ‘Live Well, Play Hard’, waarop Michael Vdelli de mondharmonica partij speelt, zal de Blues Rock liefhebber zeker aanspreken. De cd eindigt met het nummer ‘Into The Zone’, het nummer waar de cd ook mee opende, maar dan in een akoestische setting waardoor het een geheel nieuw nummer lijkt. Eigenlijk het enige rustpuntje van deze cd. | |
Drivin' On / The Rubber Knife Gang | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.com Vanaf het eerste nummer ‘Drivin’ On’ voel ik mij meteen een stukje vrolijker worden. Met de mooie samenzang en de klanken van de mandoline van Todd Wilson klinkt de muziek van de ‘Rubber Knife Gang’ vanaf de eerste klanken zeer verfrissend. De ‘Rubber Knife Gang’ bestaat uit drie bevriende muzikanten; Henry Becker/gitaar, John Oaks/contrabas en banjo en Todd Wilson/mandoline. Naast dat deze mannen hun instrumenten prima beheersen, kunnen zij ook nog eens alle drie zingen wat leidt tot mooie samenzang. De band is afkomstig uit het noordoosten van de staat Ohio en ‘Drivin’On’ is alweer hun tweede cd. De cd bevat veertien pakkende liedjes waarvan er slechts eentje ,‘Travelin Prayer’, geschreven door Billy Joel, een cover is. Hun muziek is het beste te omschrijven als een mengeling van Country, Folk en Bluegrass. De teksten zitten vol met humor, iets wat natuurlijk ook al terug te vinden is in de naam van de band. Mijn vrolijkheid neemt bij het horen van het tweede nummer ‘She’s My Only One’ zeker niet af en eigenlijk blijft deze de gehele cd aanwezig. Gitarist Henry Becker krijgt in het nummer ‘Tennessee Mountain Girl’ de gelegenheid om zijn vaardigheden op de gitaar te laten horen. In ‘Travelin’ Prayer’ is de hoofdrol weer weggelegd voor bassist John Oakes, die het nummer mag openen met de plukkende klanken van zijn contrabas. Naast deze opwindende Bluegrass nummers is er meer te genieten. ‘Whoa’ klinkt ingetogen en vertellend en ook ‘Oil Well’ heeft een mooie melodielijn. Wie de viool bespeelt in ‘Hole In Your Sole’ staat nergens vermeld, maar dit instrument past natuurlijk perfect in deze stijl. Het laatste nummer van de cd ‘Praise The Lord, Pass The Weed’ maakt nog eens duidelijk dat deze band de Rootsmuziek hoog in het vaandel heeft staan, maar dat de teksten toch echt uit 2010 zijn. | |
Preachin' The Blues / Andy Just | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Het is dit jaar al de tweede cd van Blues veteraan Andy Just waar ik iets over mag schrijven. Net als op zijn laatste (dubbel live) cd ‘Smokin’ Tracks’, laat Andy zich ook op deze cd begeleiden door drie italiaanse muzikanten, namelijk Donnie Romana/gitaar, Charles Romagnoli/bas en Emanual Zamperini/drums. In tegenstelling tot ‘Smokin’ Tracks’ is deze cd opgenomen in de studio. Veertien nummers telt deze cd en op de eerste drie nummers treffen wij als gastgitarist niemand minder dan, de uit Austin/Texas afkomstige, Shawn Pittman aan. Voor diegene die Andy Just nog niet kennen hier een quote uit mijn vorige recensie: “Andy Just is inmiddels een veteraan binnen de blues scene; hij draait immers al meer dan vijfendertig jaar mee. Andy is met zijn harmonica te horen op zo ongeveer dertig cd’s en speelde met mensen als BB King, John Lee Hooker, Buddy Guy, Albert King en vele anderen. Ook is Andy nog steeds de mondharmonicaspeler van de ‘Ford Blues Band’ (hij was in 1989 de vervanger van Mark Ford) waar hij nog regelmatig mee toert.” De cd opent in een geheel akoestische setting met een mooie uitvoering van de Litte Walter klassieker ‘You’re So Fine’. Ook het tweede nummer ‘Wild Cat’, geheel instrumentaal, is in deze setting gespeeld. De ademhalingstechniek van Andy is in dit nummer van grote klasse. In ‘Driftin’ zingt Andy door zijn mondharmonica microfoon wat een smerig geluid oplevert. Vanaf het vierde nummer neemt Donnie Romana de gitaar over van Shawn Pittman en gaat de cd elektrisch versterkt verder. Lekkere shuffles als ‘I Was Walkin’’, I’Am A Loner’ en ‘Love You Baby’ passeren de revue. In het titelnummer ‘Preachin’ The Blues’ gaat Donnie Romana los op de slide en laat hij horen deze stijl, die ook te horen is in het nummer ‘Hey little Girl’, goed onder de knie te hebben. Vooral de tempowisselingen in dit nummer zijn goed gevonden. Het afsluitende nummer van deze cd is de boogie ‘Flyin’ High’. | |
Bang / The Charlie River Band | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be ‘Bang’, zo heet de debuut cd van het uit Boston/Massachusetts afkomstige vijftal ‘The Charlie River Band’. De band ontstaat in 2007 na een tripje van Jon (zang) en Kyle Janezic (bas) samen met muziekstudent Tom Barry(gitaar) naar het Bonnaroo Music Festival in Manchester/Tennessee. Onderweg bespreekt het drietal hun muzikale voorkeuren en door wie ze zoal zijn beïnvloed. Bij terugkomst besluit het drietal om zelf maar eens een bandje te beginnen. Gitarist Tom Barry trommelt zijn maatje Dan Schwartz op om te komen drummen en met zijn komst is de band voorlopig compleet. Al snel beschikt de band, vooral gedreven door bassist Kyle Janezic, over een aantal zelf geschreven nummers en kan er worden gestart met optredens. Na een aantal optredens voegt toetsenist Alric Carter zich bij de band en is de tijd rijp om de studio in te gaan voor het opnemen van een cd. Helaas besluit op dat moment drummer Dan Schwartz zijn geluk te gaan beproeven in Europa waardoor hij de band verlaat. Tom Barry benadert zijn ex buurman en drummer Lonn Hayes om plaats te nemen achter het drumstel en na een weekje van repeteren gaat het vijftal de studio in om ‘Bang’ op te nemen. Acht zelf geschreven nummers bevat deze cd en is helaas na een half uurtje alweer afgelopen. De band laat zich duidelijk niet in een hokje stoppen gezien de verscheidenheid aan muziekstijlen, Rock/Pop/Reaggae, die voorbijkomen. Voor het openingsnummer ‘Southern Farmer’ haalt de band hun inspiratie uit de rijke traditie van de ‘Southern Rock’. Lekker pittig gitaarspel van gitarist Tom Barry en de stootjes uit het orgel van Alric Carter geven dit nummer precies wat het nodig heeft. Prettig in het gehoor liggen de prima Reggae nummers ‘Don’t be Scared ’(dit nummer is inmiddels op single uitgebracht) en ‘Alone’ waarin duidelijk de invloed van Bob Marley te horen is. Funky klinkt de band in ‘I Can’t Take It Anymore’ met een prima solo (helaas iets te kort) op het Hammond orgel. ‘Heather’ is uptempo en klinkt alsof het geschreven is in de jaren tachtig door een band als bijvoorbeeld het Nederlandse Gruppo Sportivo. Het titelnummer ‘Bang’ sluit deze leuke cd af. | |
Outside Of Tupelo / Steven L. Smith | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Steven L. Smith groeide op in de Adirondack Mountains in de staat New York. Als teenager schreef hij al zijn eerste nummer. Zijn inspiratie hiervoor haalde hij uit de nummers van zijn favoriete artiesten zoals Roy Clark, Merle Haggard, Kris Kristofferson, maar ook die van bands als de Allman Brothers en The Band. Naast zijn muzikale talent ontwikkelde Steven nog een ander talent namelijk het bouwen van gitaren. Al zoekende naar het ultieme exemplaar, welke hij maar niet kon vinden, besloot hij zelf maar eens aan de gang te gaan. Dit lukte wonderbaarlijk goed, zo goed zelfs dat hij nu naast zijn muzikale carrière nog een andere beroep heeft namelijk als professioneel gitaarbouwer. ‘Outside Of Tupelo’ is alweer het zesde album van Steven, maar voor mij is het de eerste kennismaking met zijn muziek. De cd opent met een lekkere Honky-Tonk ‘Women On A Pole', een verhaal over een trucker die lekker dronken wordt in een striptent en hier al zijn centen uitgeeft. Mooie akoestische Country is te horen in nummers als ‘Big Sky’ en ‘Firm Believer’. ‘I Stole The Bible’, muzikaal gezien een lekker Bluesy klinkend nummer met een mooie solo van Glen Duncan op viool, zou zo het vervolg kunnen zijn op het eerste nummer; de trucker ontwaakt in zijn hotel en neemt in plaats van shampoo en zeep de bijbel mee naar huis. Het titelnummer ‘Outside Of Tupelo’ en ‘Cowboy Song’ zijn de meest commerciële nummers op deze cd en zouden niet misstaan tussen de nummers die jaarlijks de Country Awards in Nashville beheersen. | |
Just Like That / Mr. Boogie Woogie And The Firesweep Bluesband | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Eric-Jan Overbeek a.k.a. Mr. Boogie Woogie is zonder enige twijfel de meest succesvolle Blues en Boogie Woogie muzikant van Nederland. Eric-Jan toerde inmiddels door geheel Europa, maar is ook in Amerika geen onbekende meer. Op het moment dat ik deze recensie schrijf verblijft Eric-Jan weer eens in Tucson/Amerika waar hij bijna kind aan huis is en een graag geziene gast is op de verschillende podia aldaar. Eric-Jan zag het levenslicht op 5 april 1967. Op achtjarige leeftijd start hij met pianoles. Al snel blijkt dat hij barst van het talent en op zijn twaalfde begeleidt hij dan ook al een dansclub. Op zijn veertiende hoort hij Fats Domino op de radio en is hij verkocht. Boogie Woogie en Blues, dat is waar hij zich op gaat richten. Op zijn zestiende acht hij de tijd rijp om zijn eerste band te starten, ‘The Mill Base Blues Band’. In 1988 komt het succes. De band wint een Bluesconcours in Friesland en staat hetzelfde jaar op het grootste Bluesfestival van Nederland ‘the Amsterdam Bluesfestival’ in de Meervaart. Als verassing voor zijn negentiende verjaardag regelen een aantal vrienden een optreden van de alom gerespecteerde Boogie Woogie pianist Andre Valkering. De daaruit volgende vriendschap tussen die twee en de kennismaking met die andere legende uit die tijd op de piano Rob Hoeke brengen het spel van Eric-Jan naar een hoger plan. In 1990 valt The Mill Base Blues Band uit elkaar en vanaf die tijd speelt Eric-Jan als Mr. Boogie Woogie & The Firesweep Bluesband, maar uiteraard ook veel solo. Het succes is ongekend groot en Eric-Jan toert zelfs met de geheel zelf opgezette show ‘Blues & Boogie Night’ langs de theaters in Nederland. Inmiddels heeft Eric-Jan op zo’n beetje elk groot festival in Europa gespeeld en werd hij door ‘Les Trophees France’ gekozen tot de beste Blues pianist van Europa. ‘Just like That’ is de naam van de nieuwe cd. Dertien nummers waaronder een flink aantal klassiekers. Eric-Jan wordt ook op deze cd weer bijgestaan door zijn ‘Firesweep Bluesband’ oftewel Raymond Nijenhuis (a.k.a. Guitar Ray) op gitaar, Jasper Mortier op de bas en achter de drums Robbie Andreas Carree. Muzikanten die allemaal hun sporen al ruimschoots hebben verdiend binnen de muziek. Met ‘I Chose To Sing The Blues’ (J.Holiday/R.Charles) heeft de cd een onverwacht stevig openingsnummer wat naadloos overgaat naar het New Orleans getinte nummer ‘Big Chief (E.King), een stijl die Eric-Jan tot in de finesses beheerst. Het gitaarwerk van ‘Guitar Ray’ is in dit nummer, net als op alle andere nummers, van onvervalste klasse. In het middengedeelte van de cd laat Eric-Jan met het eigen nummer ‘Auw!’ nog eens even horen waarom hij terrecht is gekozen tot de beste Blues & Boogie Woogie pianist van Europa. Met de kale kop van Eric-Jan is het door Eddie ‘Cleanhead’ Vinson geschreven nummer ‘Cleanhead Blues’ een passend gekozen cover. ‘Rocket 88 (I.Turner)’ is natuurlijk al heel wat gecoverd, maar de versie op deze cd swingt weer als een trein. Opvallend zijn de twee Delbert McClinton nummers ‘Read me My Rights’ en Livin’It Down’; dit zijn namelijk geen voor de hand liggende keuzes voor een pianist. Met ‘Sell My Monkey (R.B. King) krijgt deze swingvolle cd een gepast slotnummer. | |
Don't Ask.....Don't Tell / Bobby Dean Blackburn | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Het moet toch geweldig zijn als je negenenzestig jaar bent geworden en je op die leeftijd nog je debuut cd mag uitbrengen. Nog mooier is het als je deze cd dan ook nog eens mag opnemen met je dochter en vier van je zonen in de band. Dit gebeurde bij de uit Toronto/Canada afkomstige pianist ‘Bobby Dean Blackburn'. Als jonge jongen begon Bobby met zingen in het kerkkoor en reeds op twaalfjarige leeftijd promoveert hij tot voorzanger van het Gospelkoor. Bobby besluit gitaar les te nemen bij Fred Roden’s Record Corral en ook hiervoor blijkt hij talent te hebben. Fred is echter meer onder de indruk van Bobby’s zangtalent en laat hem een demo opnemen die hij vervolgens naar Memphis verstuurt. Bobby krijgt de kans om hier een platencontract te tekenen, maar helaas steekt zijn vader, vanwege de raciale spanningen, hier een stokje voor. In 1956 start Bobby zijn eerste band ‘Bobby Dean & The Gems’. Deze band wordt gezien als het eerste Rock ‘n’ Roll combo van Canada die met een vaste blazerssectie werkte. De band schopt het tot huisorkest van ‘The Blue Note Club’. Na deze periode krijgt Bobby een contract aangeboden in een andere club ‘The Zanzibarn’. Hierna zwerft hij wat rond in Canada om in 1969 terug te keren naar deze club. Naast al zijn muzikale talenten beschikt Bobby ook nog over een ander groot talent namelijk boksen. Ook dit talent wordt aangesproken en Bobby begint naast zijn muzikale activiteiten aan een professionele bokscarrière. De debuut cd ‘Don’t Ask….Don’t Tell’ bevat maar liefst achttien nummers (ruim 75 minuten) waarvan er een flink aantal favorieten Bluesnummers van Bobby zijn en een aantal eigen geschreven nummers. Het enige minpuntje van de cd is het openingsnummer ‘Are You Ready’. Dit nummer wordt, net als Bobby lekker op dreef komt, al na 1 minuut en 23 seconden weggedraaid en komt dan weer terug op het einde van de cd. De overige zeventien nummers zijn echter een genot om naar te luisteren. De stem van Bobby doet in sommige nummers denken aan die van de onlangs overleden Solomon Burke. Noemenswaardig zijn de prima arrangementen die voor de blazers zijn geschreven, maar ook het spel van de diverse muzikanten is van uitstekende kwaliteit. De beste nummers voor mij op deze cd zijn: ‘24 Hours Of The Day’, een nummer waarin de blazers zeer sterke partijen blazen en een uitstekende solo van Duan Blackburn op het Hammond B3. ‘Kitchen Blues’, prachtig gitaar spel van Joell Morelli op de dobro en de verleidelijk klinkende zangeres Liberty Silver heeft een gastrol in dit nummer. ‘Money Honey’, met samenzang van de gehele familie Blackburn. ‘Twilight Time’, een mooi klinkende slow blues met een uitstekende gitaar solo van Donna Grantis, maar zoals eerder aangehaald, klinkt de hele cd gewoon lekker! Prima Soulvolle Blues en Rhythm & Blues. Muzikanten op deze cd: Bobby Dean Blackburn /zang en piano, Duan Blackburn / Hammond B3 orgel. De blazers zijn Steve Kennedy/ tenor en barriton sax, Van Dixon/trompet en flugelhoorn, Neil Braithwaite/tTenor sax, Robert Blackburn/tenor sax), op gitaar Joel Morelli, Donna Grantis en Brooke Blackburn, Jerome Godboo /harmonica, Cory Blackburn /drums, Howard Ayee /bas, Angela Blackburn / achtergrond zang | |
The Wynds Of Life / Stevie Nimmo | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Het leven van de uit Glasgow afkomstige Stevie Nimmo heeft altijd in het teken van de muziek gestaan. Stevie leerde zichzelf gitaar spelen en bleek ook nog eens goed te kunnen zingen. Als tiener begon hij al te spelen in diverse lokale bandjes. Zo’n vijftien jaar geleden besloten hij en zijn broer Alan om maar eens voor zichzelf te beginnen. Inmiddels hebben zij als ‘The Nimmo Brothers’ een goede reputatie opgebouwd en speelden zij op veel podia in Europa en in Amerika. In 2009 was Stevie, vanwege een ernstige ziekte, genoodzaakt het toeren met The Nimmo Brothers te onderbreken. Na een zware operatie besloot hij om zich voor het herstel terug te trekken in Frankrijk. Tijdens deze gedwongen rustperiode was er voldoende tijd voor het schrijven van nummers. Het resultaat hiervan is nu terug te vinden op de eerste solo cd van Stevie ‘The Wynds Of Life’. De opnames van deze cd vonden plaats in ‘The Zone Studios’ te Austin/Texas. De muzikanten op deze cd zijn niet de eerste de beste; wat te denken van bijvoorbeeld Lloyd Maines, die verantwoordelijk is voor de prachtige Pedal Steel gitaar partijen. George Reiff (bas), Michael Ramos (Hammond B30) en Pat Manske (drums) zijn de overige muzikanten in deze gelegenheidsformatie. De muziek op deze cd is, in tegenstelling tot de Bluesrock van The Nimmo Brothers, het best te omschrijven als Americana, Roots muziek met invloeden uit zowel de Country, Gospel, Soul en de Blues. De cd telt veertien nummers waarvan er tien door Stevie zelf zijn geschreven. De cd opent met ‘You’d Be On It’ ,een nummer geschreven door Boyd Tonner, dat gaat over allerlei gevaarlijke situaties waarbij één persoon altijd aanwezig is. Ook het volgende nummer, een prachtig gezongen Soul ballade, ‘Lonely Night In Georgia’ is niet van de hand van Stevie, maar is geschreven door Marc Broussard. In ‘Morning Sun, Minight Rain’ laat Lloyd Maines horen waarom hij één van de meest gevraagde sessiemuzikanten van Austin is. ‘Eye Of The Storm’ kenmerkt zich door prachtige gitaarlicks. Er is over elk nummer op deze cd wel iets positiefs te vertellen, want slechte nummers komen er niet op voor. Prachtige ballades afgewisseld met nummers die soms net een iets pittiger randje hebben. Stevie laat op deze cd duidelijk zijn gevoelige kant zien en ik moet zeggen dat deze kant mij zeer goed bevalt. | |
Back Around Here / Rob Stone | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De in Boston geboren mondharmonicaspeler Rob Stone woonde op zijn achttiende een concert bij van Charlie Musselwhite en besloot de volgende dag om ook maar eens zo’n harpje aan te schaffen. Het vele oefenen deed hem uiteindelijk op diverse podia belanden. In 1993 krijgt Rob de kans om zich aan te sluiten bij de band van niemand minder dan Sam Lay, een drummer die ooit nog achter Muddy Waters, Little Walter en vele andere grootheden heeft plaats genomen. Rob grijpt deze kans met beide handen aan en verhuist naar Chicago. Na dit mooie avontuur besluit Rob samen met onder andere bassist Patrick Rynn en gitarist Chris James een eigen band ‘Rob Stone and the C-Notes’ te starten. In 1998 verschijnt hun eerste album ‘No Worries’. Platenmaatschappij Earwig biedt de band vervolgens een contract aan en in 2003 verschijnt op dit label het album ‘Just My Luck’. Nu, zeven jaar later, heeft de band zich opgesplitst en zijn er twee nieuwe cd’s uit. De eerste is van het duo Chris James & Patrick Rynn en heeft als titel ‘Gonna Boogie Anyhow’ meegekregen en de tweede is een soloproject van Rob Stone met de titel ‘Back Around Here’. Op ‘Back Around Here’ spelen naast het duo Chris James & Patrick Rynn een aantal grote namen mee. Wat te denken van de drummers Willie ‘Big Eyes’ Smith, Sam Lay en Willy Hayes en op piano Aaron Moore. Het album telt twaalf nummers waarvan er acht zelf zijn geschreven; ‘Love You For Myself ‘/Sonny Boy Williamson, ‘Give Me Time’/Magic Sam, ‘It’s Hard But it’s Fair’/Lowman Pauling en ‘Sloppy Drunk Blues’/Leroy Carr zijn de covers. De cd opent met de heerlijke shuffle ‘You’re No Good For Me’. Rob beschikt over een prettig stemgeluid en zijn harmonica klinkt heerlijk ‘vet’. En met Willie Hayes op de drums swingt het natuurlijk altijd net ietsje meer. In ‘Back Around Here’ duiken de ‘Horns’ (Rodney Brown op tenorsax en John Bowes op de baritonsax) voor de eerste keer op en laat gitarist Chris James zijn gitaar lekker scheuren. Voor Sonny Boy’s ‘Love You For Myself’ gaat de mondharmonica microfoon eventjes de kast in en blaast Rob mooi akoestisch. Het prachtige pianospel van Aaron Moore maakt deze versie helemaal top. Rob’s nieuwe woonplaats Chicago krijgt een ode in ‘Chicago All Night’ met hierin een uitstekende sax solo van Rodney Brown. ‘Sloppy Drunk Blues’ van Leroy Carr is al heel wat keren gecoverd, maar de uitvoering hier is perfect te noemen; vooral het pianospel van dit keer David Maxwell is uitstekend. De Boogie-Woogie komt aan het einde van de cd aan bod in ‘Can’t Turn Back The Clock’, een nummer dat werkelijk de pan uit swingt. Dit is nu weer eens een cd die elke bluesliefhebber in zijn hart zal sluiten. Prima Chicago – en Jump Blues! | |
Since Then / Simone McBride | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De uit Belfast afkomstige zanger/gitarist Simon McBride komt twee jaar na het verschijnen van zijn debuutalbum ‘Rich Man Falling’ met de opvolger ‘Since Then’. Simon werd op zijn vijftiende door het blad ‘Guitarist Magazine’ uitgeroepen tot het jongste talent van het jaar. Zelf wil hij hier eigenlijk niet steeds weer aan herinnerd worden, want wat hij die vijftien jaar daarna heeft gedaan vindt hij veel belangrijker. Zo speelde hij bijvoorbeeld in de hardrock band ‘Sweet Savage’ van Vivian Campbell, die later zelf weer terrecht kwam bij Def Leppard. Ook maakte hij onderdeel uit van de band van Andrew Strong die bekendheid kreeg door zijn rol in de film ‘The Commitments’. Maar het meest belangrijke voor Simon zijn eigenlijk zijn laatste jaren namelijk die met zijn eigen band. Veertien door Simon zelfgeschreven en geproduceerde nummers komen op deze cd voorbij. Vanaf het openingsnummer ‘Take My Hand’ gaat de beuk er goed in. Simon beschikt over een echte Rock stem en weet zijn slide prima te hanteren. Het onheil voorspellende ‘Hell Waters Rising’ brengt Simon’s donkere kant naar boven. De eerste keer dat Simon laat horen dat zijn roots in de blues liggen is in het hart verscheurende nummer ‘Down To The Wire’. Een slow blues die er wezen mag. ‘Be My Baby’ is een stevige shuffle. Vreemd genoeg speelt, net als in het eerste nummer, Adrian McIlDuff hier op de drums terwijl in alle andere nummers Paul Hamilton de drummer is. De andere muzikant die deel uit maakt van de band is bassist Carl Harvey. Orgineel klinkend zijn nummers als ‘The Promise’ en ‘Dancing on the Sidewalk’. Simon laat op deze cd duidelijk horen dat hij zich niet wil binden aan één stijl. De liefhebbers van stevige gitaarrock zullen zich nog het meest kunnen vinden in de nummers op deze cd. | |
Rock A While / David Vest | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Al bijna een halve eeuw maakt David Vest muziek. Vanaf een laadbak van een truck in Alabama tot aan concertzalen en festivals over de gehele wereld. De meeste mensen zullen David voornamelijk kennen van de vier jaar dat hij deel uit maakte van de Paul deLay Band (Paul deLay overleed helaas in 2007), maar zijn muzikale geschiedenis gaat veel verder terug. In de vijftiger jaren speelde David de piano voornamelijk in de jukejoints en op de zondagen speelde hij Gospelmuziek in de kerk. In de jaren zestig speelde hij onder andere met Big Joe Turner, Bill Black’s Combo en de Jimmy Dorsey Band. Na deze roerige jaren verhuisde David naar Nashville. Hier verscheen hij nog op de ‘Zeke Clements Sessies’ die werden georganiseerd door Scotty Moore, maar daarna verdween hij voor tien jaar van het toneel. In deze tien jaar gaf David les in het schrijven van gedichten en schreef hij er zelf ook een heleboel die vervolgens verschenen in de toonaangevende literaire bladen. In 1980 maakte David, die inmiddels was uitgeweken naar Europa, een onverwachte come-back op het podium van een jazz festival in Transylvania. Dit optreden verscheen in verschillende landen op de televisie en hierdoor kreeg David de mogelijkheid om een eigen lp op te nemen. Deze lp “Heart Full Of Rock and Roll’ werd opgenomen in Boekarest met Roemeense muzikanten die onder leiding stonden van Johnny Raducanu. David keerde hierna weer terug naar Amerika en vestigde zich in Texas. Al snel voelde hij zich hier prima thuis en toerde hij met mensen als Lavelle White, Floyd Dixon en Jimmy T99 Nelson. In 1999 verhuisde David andermaal en deze keer belandde hij in Portland, waar hij met zijn eigen band ‘The Cannonballs’ ging optreden. Na dit avontuur sloot hij zich aan bij de Paul deLay Band. Nu is er, na vijf jaar geen opnames te hebben gemaakt, dan eindelijk weer eens een cd uit van deze veteraan met de titel ‘Rock a While’. De titel van deze cd is tevens de titel van het openingsnummer. Een heerlijk stampend Rock ‘n’ Roll nummer, geheel in de stijl van Jerry Lee Lewis, waarin David zijn levensverhaal vertelt. In het volgende nummer ‘Blind Mule’ keert David terug naar de Country Blues en vertelt hij een verhaal dat hij weer via zijn vader kreeg te horen over een blinde ezel met een soort hondsdolheid. ‘Monklite in Vermouth’ is een ode aan Thelonius Monk en is op dezelfde vreemde manier gespeeld zoals wij die kennen van Monk. De stijl waarin David echter het best tot zijn recht komt, de Boogie-Woogie, is te horen in nummers als ‘Bad Little Boogie’, ‘Whiskey and Woman’ (John Lee Hooker), ‘I Got A Baby (Gene Vincent) en ‘It Don’t Make Sense’(Willie Dixon). Al met al levert David een zeer afwisselende cd af waarop hij begeleid wordt door prima muzikanten waaronder Peter Dammann, Jeff Minnick and Dave Kahl, allemaal ex-muzikanten van de Paul delay Band. | |
Breathe Deep / Guy Penrod | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De appel valt meestal niet ver van de boom en dat is zeker het geval in het leven van Guy Penrod. Penrod werd geboren in Abilene/Texas alwaar zijn vader dominee was in de plaatselijke kerk. Als kind groeit hij dan ook op omringd door de christelijke gezangen in zijn vaders kerk. Al snel maakt hij zelf onderdeel uit van het zangkoor van de kerk. Later doet hij ervaring op als zanger in schoolmusicals en theaterproducties. Zijn zangkunsten vallen op en hierdoor krijgt hij de mogelijkheid tot het volgen van een zangstudie aan de Liberty Universiteit te Lynchburg/Virginia. Na deze opleiding krijgt Perdon een baan aangeboden als zangleraar op een privéschool in Georgia. Dit geeft hem echter weinig voldoening. Na één jaar besluit hij dit vak de rug toe te keren en zich te gaan richten op een eigen zangcarrière. Perdon verhuist naar Nashville alwaar hij snel werk vindt als achtergrondzanger in één van de vele aanwezige studio’s. Hij zingt backingvocals bij onder andere Garth Brooks, Amy Grant en Michael W. Smith. In 1994 sluit hij zich aan bij “The Gaither Vocal Band’ en het is bij deze band waarin hij terugkeert naar zijn roots namelijk Gospelmuziek. Maar liefst veertien jaar maakt hij onderdeel uit van deze band. In 2009 besluit Perdon dat het tijd is voor een solocarrière en dat brengt ons naar deze cd ‘Breathe Deep’. Na het beluisteren van deze cd kan ik vaststellen dat deze muziek niet mijn muziek is. Het is een typisch Nashville product geworden. De teksten gaan voornamelijk over het gezin, de liefde en natuurlijk over ‘The Lord’. Oftewel geloof je in God dan komt het allemaal wel goed. Pernod zegt hierzelf over dat hij het positieve in de Countrymuziek wilde brengen. | |
Bamboo Voodoo / Mark Arshak | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Gezien de info op het hoesje (copyright 2008) heeft de nieuwe cd van Mark Arshak ‘Bamboo Voodoo’ kennelijk enige tijd op de burelen van Rootstime gelegen of heeft het de redactie onlangs pas bereikt. Maar goed, beter laat dan nooit zal ik maar zeggen. Mark Ashak loopt alweer enige jaren mee in het Bluescircuit, maar tot een echte doorbraak is het nog niet gekomen. Mark werd geboren in Detroit en liet zijn eerste klanken op de gitaar al op achtjarige leeftijd horen. Op zijn veertiende verhuisde hij naar het noorden van de staat Michigan. In vergelijking met het leven in een stad als Detroit was het hier voor Mark maar een saaie boel. Gelukkig had Mark zijn gitaar om afleiding te zoeken. Op zijn zeventiende besloot Mark dat hij het wel had gezien in Michigan en begon hij al liftend aan een trektocht die hem naar Texas, California en uiteindelijk naar Greenville/Mississippi bracht. Onderweg leerde Mark veel muzikanten kennen en leerde zo meer over de Blues. Teruggekeerd in Michigan begon Mark dan ook zijn eerste eigen bandjes te formeren. In 1994 nam de Mark Arshak Band vaste vormen aan met Kevin Ball op bas en Mike Draffen op drums. De band kreeg prachtige kansen door te mogen spelen in het voorprogramma van grootheden als George Thorogood, Otis Rush en vele anderen. In 1997 bracht de band haar eerste cd ‘Natural born Blueser’ uit. ‘Bamboo Voodoo’ is dan ook alweer de vijfde cd op rij. ‘Bamboo Voodoo’ bevat twaalf door Mark zelf geschreven nummers, wat natuurlijk al een compliment waardig is. De cd opent met het stevig klinkende ‘Love Sick’ waarin Mark zijn gitaar lekker laat scheuren. Vervolgens gaat het gas eraf in ‘Skippin’ Stones’, een nummer wat doet denken aan de muziek van de Rolling Stones in hun beginjaren. In ‘I Turned Wrong’ neemt Mark alle instrumenten, gitaar, bas, drums en percussie, voor zijn rekening. ‘I Found A Friend’ is een absolute tranentrekker, lekker slepend gespeeld met een gastrol voor Daniel Gall op de sax. In de titeltrack ‘Bamboo Voodoo’ neemt Mark met zijn Slide klanken ons mee naar de duistere kanten van de Blues. In ‘Cut It Loose’ kruipt Mark in de huid van de oude Bluesmeesters die zich ook alleen maar bedienden van de akoestische gitaar en een mondharmonica. Mark levert met ‘Bamboo Voodoo’ een uiterst gevarieerd album af waarin diverse stijlen binnen de Blues aan de orde komen. | |
White Horses / Kate Tucker | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Kate Tucker leerde al op jonge leeftijd hoe het leven eruit zag in Amerika. Als kind, afkomstig uit een echte truckersfamilie, reed zij mee op de lange ritten door Amerika die haar opa maakte in zijn vrachtwagen. Op haar negende had zij al haar eerste optreden als zangeresje in een a capella groepje. Na haar literaire studie besloot Kate een jaar door te brengen in Parijs. Na dit jaar koos zij ervoor om niet terug te gaan naar haar geboorteplaats in Ohio, maar zich te vestigen in Seatle waar op het muzikale gebied veel gebeurde. Al snel kwam zij hier in contact met de vele muzikale talenten, waaronder Ryan Hadlock (Blonde Redhead, Regina Spektor), die de stad rijk was. Met Ryan nam zij hier haar eerste EP op, ‘Eros Turannos’. Dit experiment smaakte naar meer en Kate besloot dat de tijd rijp was om haar eerste eigen band ‘Kate Tucker and the Son’s of Sweden’ op te richten. Met deze band kwam al snel na het verschijnen van hun debuut album het succes. De band toerde regelmatig en verscheen op grote festivals en in verschillende televisieshows. Kate wilde echter meer en besloot om samen met een aantal talentvolle muzikanten uit Seatle, Blake Wescot-gitaar /Ty Baillie –toetsen /Casey Foubert -drums en Ed O’Brien die ook al deel uit maakte van ‘The Sons Of Sweden’ op bas, te gaan werken aan haar eerste echte solo project. Het resultaat hiervan ‘White Horses’ ligt nu in mijn cd speler. | |
Built For Comfort / BluesMotel | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Als band heb je natuurlijk een demo cd nodig om aan zaaleigenaren te laten horen wat ze kunnen verwachten. De leden van de Nederlandse Bluesband ‘Bluesmotel’ besloten daarom maar eens de studio in te duiken. Binnen twee middagen waren er twaalf nummers opgenomen. Het resultaat beviel de bandleden zo goed dat zij besloten om de cd als debuut cd uit te brengen. Door de aanwezigheid van nogal wat covers, die het natuurlijk altijd goed doen bij live optredens, werd besloten om de cd als motto ‘Een ode aan de Chicago Blues uit de jaren vijftig’ mee te geven. De eerste commentaren als ‘Waarom zoveel covers?’ verschenen al snel op het internet. Ik begrijp het echter wel. Als je optredens wilt krijgen is er natuurlijk helemaal niets mis mee om een aantal bekende nummers op te nemen om deze aan zaaleigenaren te laten horen. Herkenbaarheid scoort namelijk nog altijd goed bij het publiek. Na het beluisteren van deze cd kan ik ook goed begrijpen dat deze opnames qua uitvoering en opname techniek meer verdienen dan een demo cd. De band heeft zelf al aangegeven dat als er een tweede cd gaat verschijnen er meer eigen werk op gaat komen. Het eerste wat mij opvalt bij het beluisteren van deze cd is de uitstekende zang van zanger en mondharmonicaspeler Kevin de Harde. Kevin heeft echt begrepen waar het in de Blues omgaat namelijk hartstocht en emotie. Niet alleen Kevin draagt dit uit. Je hoort gewoon dat deze mannen allemaal het Bluesvirus met zich meedragen. Zoals het hoort binnen de Chicago Blues beschikt deze band over een strakke ritmesectie. Drummer Frank van Tijn en bassist Hans Wielaert leggen een prima basis neer voor de zang en de twee gitaristen Micha Sprenger en Tim Benniks. De uitvoeringen van bekende nummer als ‘Hootchie Coochie Man’, ‘Spoonful, Key To The Highway’ en ‘I Just Want To Make Love To You’ zijn natuurlijk heel herkenbaar, maar worden wel met vakmanschap en vol enthousiasme gespeeld. Het enige eigen nummer ‘I’m Free’ misstaat in zijn geheel niet tussen deze klassiekers en smaakt zeker naar meer. De heren zijn er zeker in geslaagd om een prima debuut cd af te leveren. Als ik een bandje moest boeken voor mijn Bluesclub dan zou ik het wel weten; doe mij maar een kamer in dit motel! | |
Blue Homework / Francesco Greggio & Sucker Punch | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De cd ‘Blue Homework’ van de Italiaanse gitarist Francesco Greggio is zijn eerste solo album. Greggio werd in ‘Blue Homework’ is, logisch gezien de eerder vermelde achtergrond van Greggio, een zeer afwisselende cd geworden. In de meeste stukken is echter wel te horen dat de Blues als uitgangspunt is genomen. Gezien zijn opleiding beschikt Greggio over een geweldige techniek op de gitaar, maar verdrinkt hij hier zeker niet in. De medemuzikanten, Chris Boulet/ (zang), Giorgio Bradaschia/(bas) en Gianmatteo/(drums), zijn zorgvuldig uitgekozen en hebben alle drie geen Blues achtergrond, wat Greggio de mogelijkheid bood om vaak af te wijken van de vaste patronen binnen de Blues. Vanaf het Funky klinkende openingsnummer ‘Time For Me’ is dit goed te horen. De cd herbergt maar liefst vijf instrumentale nummers waarin het mooie gitaarspel van Greggio volledig tot zijn recht komt. Twee van deze nummers zijn geen onbekende; zo krijgen wij van ‘Rude Mood’ van Stevie Ray Vaughan en de klassieker ‘The Stumble’ van Freddie King een mooie uitvoering te horen. Nummers als ‘Only Lover’ en het akoestisch gespeelde ‘Out Of The Nest’ zouden niet misstaan op een Popalbum. Het nummer ‘Sucker Punch’ klinkt weer lekker Jazzy en ‘Old Dog’ daarentegen is weer een fraai gespeelde Slow-Blues. ‘Blue Homework’ is een mooi en afwisselend eerste album geworden. Ik ben benieuwd welke weg Greggio de volgende keer in zal slaan. | |
Closet Hippie /Lisa Biales | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De ouders van Lisa Biales hebben de liefde die zij zelf voelden voor theater en muziek duidelijk overgebracht op hun dochter. Vader Biales speelde contra bas en moeder was actief in het theater als toneelspeelster en zangeres. Op haar elfde leerde Lisa de eerste akkoorden op de gitaar van haar broer en vanaf die tijd begon haar leven als muzikant en songwriter. Ook het theater trok haar aan. De garage werd omgebouwd als toneelschuur en Lisa begon hier als kind haar acteercarrière. Het leverde haar later een ‘Master Degree’ op van het Theater aan de universiteit van Ohio. Op haar dertiende mocht Lisa voor het eerst tien minuten optreden tijdens een concert van haar vaders dixielandorkest. De eerste professionele klussen waren het inspreken en zingen van commercials en demo’s voor grote bedrijven. Daarna volgden vele opdrachten zowel in het theater als op muzikaal gebied. In 1999 kwam een grote wens uit en verscheen haar eerste eigen album ‘Music Box’. ‘Closet Hippie’ is inmiddels alweer de zesde cd die Lisa in eigen beheer heeft uitgebracht. Lisa werkt op deze cd voornamelijk met twee medemuzikanten namelijk Doug Hamilton (zang en viool) en Michael G. Ronstadt (zang en cello). Deze combinatie van instrumenten, samen met het mooie gitaarspel van Lisa zelf, pakt werkelijk prachtig uit. De cd telt twaalf nummers waarvan er acht door Lisa zelf zijn geschreven. In Amerika noemt men Lisa ook wel het kleine zusje van Allsion Kraus en Rory Block. Zelf zou ik liever zien dat het woord ‘kleine’ zou worden weggelaten, want dit klinkt te denigrerend voor Lisa’s eigen klasse. Vanaf het openingsnummer (tevens het titelnummer) ‘Closet Hippie’ word je meteen gegrepen door het aangrijpende en overtuigende stemgeluid van Lisa. ‘Cow Cow Boogie’ is al door heel wat artiesten gebracht, maar van de uitvoering op deze cd word je zeker vrolijk. Dat Lisa daadwerkelijk ook een goed songwriter is, is te horen in haar zelfgeschreven nummers. Luister maar eens naar de teksten van bijvoorbeeld ‘Rainbow Jesus’ en ‘Docter Order’s. De keuze om het nummer ‘Little Wing’ van Jimi Hendrix in een akoestische versie te brengen is dapper te noemen. Mede door de bijdrage van gastmuzikanten als Michael J. Ronstadt (mandoline), Ted Ramirez (ukelele) en Petie Ronstadt (bas) slaagt lisa hiervoor met vlag en wimpel. Het hoogtepunt van deze cd is echter het prachtig gezongen ‘Missing You’, een zelf geschreven blues die Lisa werkelijk uit haar tenen perst. Ik mag concluderen dat Lisa met ‘Closet Hippie’ werkelijk een pareltje heeft afgeleverd. Voor nog geen tien euro heb je dit album al in bezit. Surf hiervoor bijvoorbeeld naar www.cdbaby.com. | |
El Chupacabra/ The Cedarsqueezers | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Acht jaar geleden begonnen een aantal ervaren Texaanse muzikanten met het uitwisselen en spelen van zelf geschreven nummers. Dit groeide al snel uit tot jamsessies die georganiseerd werden in een grote schuur waarin een podium was gebouwd. Iedereen die een instrument bespeelde was welkom. Deze sessies maakte het bandjesgevoel van deze muzikanten weer los en al snel werd besloten om toch maar weer een band te gaan formeren. Na een aantal personeelswisselingen door de jaren heen kwam men uiteindelijk tot een vaste bezetting en waren ‘The Cedarsqueezers’ geboren. De band bestaat uit maar liefst vier gitaristen, Tommy Bonecutter, Mark Sherrod, Scott Wilson en Martin Garza (bas), die ook allemaal de vaardigheid bezitten om nummers te schrijven. Naast deze vier is er uiteraard nog een drummer, Billy Bond, en bespeelt Blanca Rose de viool. ‘El Chupacabra’ (dit is de naam van een gevreesd beest wat voorkomt in Zuid Amerika, Mexico en in de zuidelijke staten van Amerika en ook wel bekend staat onder de Engelse naam ‘The Goat Sucker’) is alweer de tweede cd van de band. Naast de vaste leden van de band zijn er ook nog een aantal gastmuzikanten aanwezig waaronder niemand minder dan Grammy Award winnaar Lloyd Maines op Pedal Steel en Dobro gitaar. De cd bevat dertien nummers uiteraard allemaal door de vier gitaristen zelf geschreven. Het swingende openingsnummer ‘Shelly Hopped That Train’ klinkt al meteen helemaal goed. Lekkere Rhythm & Blues met gasten Michael Ramos op piano en het B3 orgel en Richard Hardy op de saxofoon. Net als zoveel andere bands afkomstig uit Texas, beheerst ook deze band meerdere genres. Zo komen er nummers langs met een typische ‘Southern Rock’ sound. De Country muziek is uiteraard goed vertegenwoordigd, maar ook de Western Swing, Rock ‘n’ Roll en de Blues komen langs. Deze afwisseling en de prima kwaliteit van de muzikanten maken deze cd tot een waar genot om naar te luisteren. | |
Love Still Remains / Sherry Austin | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Het derde album van Sherry Austin is een eerbetoon geworden aan een wel heel bijzondere folkzangeres, namelijk Kate Wolf. Kate Wolf was als zangeres actief vanaf het midden van de jaren zeventig en overleed op een veel te jonge leeftijd in 1986. Haar biografie is te vinden op www.katewolf.com. Nog elk jaar organiseren haar vrienden en nabestaanden het ‘Kate Wolf Memorial Music Festival’. Het was in het jaar 2000 dat Sherry met een vriend het festival bezocht . Tijdens het festival sloeg de liefdesvonk tussen haar en de vriend over. Sherry was al jaren lang een bewonderaarster van de muziek van Kate, maar deze gebeurtenis maakte haar helemaal speciaal. De cd bevat naast een aantal bekende nummers van Kate ook een aantal minder bekende nummers uit haar repertoire. Er staan zelfs twee nummers op, ‘November Moon’ en Tonight You Loved The Memories out Of Me’, waarvan alleen de teksten door Kate waren geschreven, maar nooit door haar waren voorzien van muziek. In de geest van Kate besloot Sherry hier zelf de muziek voor te schrijven. Ook staat het nummer ‘Winter Comes on Slow’ op de cd waarvan Sherry zelf de tekst en de muziek schreef. Dit nummer zou zeker niet hebben misstaan op Kate’s repertoire. Twee nummers ‘Red Tail Hawk’ en ‘Telluride’ zijn niet van Kate’s hand, maar stonden wel altijd op haar setlijst. De liefde die Sherry voelt voor de muziek van Kate is op deze cd goed te horen. De pareltjes van Kate zijn ook in de handen van Sherry pareltjes gebleven. Zelfs de prachtige bewerking van ‘Red Tail Hawk’ die Kate opnam heeft zeker door de bijdrage van gitarist Rick Shea niets in schoonheid ingeboet. Dit nummer opent deze cd, maar is tevens ook in een instrumentale versie de afsluiter van de cd. Ook op ‘Telluride’ levert Rick Shea een prachtige bijdrage, maar nu op Pedal Steel gitaar en mandoline. Op sommige van Kate’s nummers verlaat zij het pad van de Folk en gaat het over naar Country of naar wat nu onder de naam Americana te boek zou staan. Slechte nummers kent deze cd niet, wel heel veel hoogtepunten. Al met al een cd die bij mij hoog komt te staan in mijn eindlijstje van verschenen cd’s in 2010. | |
Lonestar Girl / Texas Renegade | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be ‘Lonestar Girl’ is de lang verwachte opvolger van de in 2005 uitgekomen live cd ‘That’s Life’ van de Nederlandse Country formatie ‘Texas Renegade’. Deze in 1997 opgerichte band heeft over belangstelling niets te klagen. Zo stonden zij al op vele podia in verschillende Europese landen. Zelf beschrijven zij hun muziek als echte Amerikaanse Country. Op hun live repertoire staan naast uiteraard hun zelf geschreven stukken covers van onder andere Merle Haggard, Johnny Cash, Dale Watson, Gart Brooks, George Strait, George Jones en James Intveld. De band telt maar liefst zes leden en op deze cd worden zij ook nog eens bijgestaan door een aantal goede gastmuzikanten. Veertien nummers telt dit schijfje en het merendeel hiervan is zelf geschreven. Een leuk detail hierbij is dat de teksten van maar liefst vijf nummers geschreven zijn door Miranda (geen lid van de band), de vrouw van gitarist Henk Heikamp. De cd opent met het titelnummer ‘Lonestar Girl’, een nummer waarin twee mannen strijden om de gunsten van deze dame. Na dit rustig voort kabbelende openingsnummer krijgt de muziek meer vaart als het nummer met de naam van de band zelf ‘Texas Renegade’ wordt ingezet. Met de lekker rollende pianoklanken van gastmuzikant Ton van Leeuwen en de heerlijke Pedal Steel geluiden van Bert Vreuls krijgt dit nummer precies waarom het vraagt. ‘I’m A Man Of Constant Sorrow’ is de eerste cover die langs komt. Dit nummer zou in 1913 geschreven zijn door ene Dick Burnett, een bijna blinde violist uit Kentucky, maar helemaal zeker is dit echter niet. Het nummer kreeg bekendheid door de uitvoering in de film ‘O Brother Where Art Thou?’. Ik moet zeggen dat de uitvoering van Texas Renegade zeer geloofwaardig en authentiek klinkt. Uiteraard bevat het album ook een aantal mooie ballads. Goede voorbeelden hiervan zijn ‘Speed Of Life’, ‘Remember When’ van Allan Jackson en ‘Close Your Eyes’. Voor mij als recensist is het natuurlijk altijd een pluspunt wanneer er op een cd die ik moet beschrijven ook nog één van mijn eigen favoriete Country nummers staat namelijk ‘Luckenbach Texas’. Ook dit nummer blijft hier zijn kracht behouden mede door het warme stemgeluid van zanger Jeroen van Welie. Als je graag luistert naar eerlijke country muziek dan zal deze cd je zeker gaan bevallen. | |
Doggone / The John Wesley Stone | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Als je het hebt over Rootsmuziek, dan is deze cd ‘Doggone’ van ‘The John Wesley Stone’ (een naam afkomstig van een grafsteen) wel een goed voorbeeld. De muziek is namelijk een combinatie van Rockabilly, Bluegrass, Skiffle, Country, Folk en Garage Rock, maar dan gespeeld met een intensiteit die je weer tegenkomt binnen de Punkmuziek. De band, afkomstig van het mooie eiland Guernsey, beleefde hun eerste optreden in 2007. Een optreden wat plaats vond, naar wat zij zelf zeggen, voor “bikers, ex bikers, bikerless bikers, skinheads, winos and folk who had been out since dinnertime”. In eerste instantie bestond de band slechts uit drie man die opereerde onder bijnamen als Hillbill (zang, bas en harmonica), Lynchburg (zang en drums) en Tinshack (zang, gitaar, banjo, mandolien, harmonica en kazoo). In 2008 werd het kwartet compleet gemaakt door de komst van een dame met de ook al illustere bijnaam ‘Nashville’ (zang,viool, farfisa en gitaar). Veel ervaring werd opgedaan door het spelen op straat en in elke pub waar zij maar terecht konden. De cd rammelt aan alle kanten, maar dat past precies bij wat deze muzikanten willen uitstralen. Niets geen glitter en glamour, maar ongepolijste rauwe muziek. Vier zangstemmen die ook niet de schoonheidsprijs verdienen, maar ook hier weer het gegeven dat overtuiging je ook ver kan brengen. Verwacht geen strakke drum- of bas partijen, maar het is meer aftellen en gaan. Vijftien zelf geschreven nummers die in een vaak razend tempo aan je voorbij trekken. | |
Fortunate Man /The Dusty 45s | |
![]() Na vijf jaar wachten komt de uit Seatle afkomstige band ‘The Dusty 45s’ met de opvolger van ‘Devil Takes His Turn’. Dit nieuwe schijfje ‘Fortunate Man’ bevat tien heerlijke nummers die allemaal van de hand zijn van zanger/gitarist/trompetist Billy Joe Huels. De leden van de band (Jerry Battista/gitaar, Kelly VanCamp/harmonica en percussie, Jeff Gray/contra-bas en de eerder genoemde Billy Joe Huels) zijn zelf fans van o.a. Elvis, Buddy Holly, Johnny Cash, Roy Orbison en Herb Albert. Mix de muziek van deze helden dan kom je dicht in de buurt van wat je kan verwachten van de muziek op deze cd. Zelf deed het mij denken aan een band als ‘The Mavericks’. Zanger Billy Joe Huels speelde zelfs nog de rol van Buddy Holly in de musical ‘The Buddy Holly Story’ en drummer Kelly VanCamp speelde hierin de rol van ‘The Big Bopper’. In 2008 beleefde de band een hoogtepunt toen zij mochten optreden tijdens de campagne van presidentskandidaat Barack Obama. Het verfrissende geluid van deze band is al vanaf het eerste nummer ‘Fortunate Man’ te horen. Het opzwepende gitaarspel en de mooie breaks in dit nummer maken dat het terecht als titelnummer van deze cd is gekozen. Verder met ‘Walking In The Rain’, een nummer wat niet zou hebben misstaan op een Roy Orbison LP. De vrolijke invloeden van Herb Albert zijn te horen op nummers als ‘Rivers From My Eyes’, ‘Cold Woman’ en ‘Perfect Piece Of Art’. In ‘32 Quarters’ en ‘Stompin’ Through’ gaat het er net iets steviger aan toe, meer richting de rockmuziek. En als de afsluiter ‘City Girl’ heeft geklonken ben je na net zevenendertig minuten geneigd om de sfeer vast te houden en weer op play te drukken. Wil je nog van een vrolijke nazomer genieten, dan moet je echt deze cd gaan aanschaffen. | |
The Blues Has Got Me / Eddie King & Mae Bee Mae | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be We zien het veel binnen de muziek; muzikale familie’s. De bekendste zijn misschien wel The Jackson Five, The Osmond Brothers en The Bee Gees. Maar ook binnen de Blues zijn ze er. Een goed voorbeeld hiervan zijn broer en zus Milton, beter bekend als Eddie King en Mae Bee Mae. Muziek werd hun met de paplepel ingegoten, doordat vader en moeder Milton ook actief waren binnen de muziek, voornamelijk in de Gospelmuziek (een uitgebreide boigrafie van de familie, maar vooral over broer en zus Milton is te vinden op www.blackmagicrecords.nl). Hoewel Eddie King nooit de grote erkenning heeft gehad als BB, Albert en Freddie, laat hij op deze cd horen dat hij toch tot heel wat in staat is op zijn gitaar. Duidelijk te horen is dat BB King zijn grote inspirator is geweest. De stem van Mae Bee Mae doet mij sterk denken aan de grote bluesdiva’s zoals bijvoorbeeld een Koko Taylor. De overige muzikanten (The Riverside Bluesband) op deze cd zijn: Sir Lucky King - ritme gitaar, Lendell ‘Slim’ Moore – gitaar, Joe Roland – basgitaar en James Mason op drums. Als gastmuzikanten spelen Golden ‘Big’ Wheeler – mondharmonica, Allan Batts – orgel en Earl Crossley op saxofoon mee. De opname’s op deze cd zijn gemaakt midden jaren tachtig en zijn op drie nummers na te vinden op de gelijknamige lp, die is uitgebracht door Double Trouble Records. Het is vooral te danken aan de Nederlanders Gerard Robs en Kees van Wijgaarden dat deze mooie opnames nu op cd zijn uitgekomen. De cd geeft een mooi beeld van hoe de Blues klonk in die jaren in de Bluesclubs van Chicago. Voor de echte Bluesliefhebbers zoals ikzelf, een waar genot om naar te luisteren. Geen fratsen, maar gewoon Blues zoals Blues behoort te klinken. Ik kan deze cd aan iedereen die de Blues een warm hart toedraagt dan ook van harte aanbevelen! | |
Carryin' On / Dale Watson | |
![]() Geschreven voor www.rootstim.be De man met de mooiste stem binnen de huidige Country muziek maakt met zijn nieuwe cd ‘Carryin’ On’ een onverwachte stap. Was het immers niet Dale die altijd afgaf op alles wat ook maar afkomstig was uit Nashville. En nu heeft hij juist hier in de ‘Hilltop Studios” zijn nieuwe cd opgenomen. Zelf zegt hij hier het volgende over: “I don’t hate Nashville. I hate what has been done to the music that I love, the music that came from Daar de platenmaatschappij waar hij deze cd onder wilde brengen vanwege de financiële crisis failliet ging besloot Dale, ook om totaal onafhankelijk te zijn, deze cd in zijn geheel maar zelf te financieren. Als zijn begeleidingsband koos hij ditmaal niet voor zijn vaste band, maar maakte hij een keuze uit de top van de aanwezige Nashville sessiemuzikanten. Zo treffen wij onder andere Loyd Green op pedal steel, Pig Robbins op piano en Pede Wade op gitaar aan. Ook wilde Dale met een ouderwets achtergrond koortje werken en hiervoor koos hij de ‘Carol Lee Singers’ uit. Genoeg grond dus voor Dale om met deze mensen om zich heen zijn ‘Dream Album’ gestalte te geven. Voor mij als groot Dale Watson fan is het natuurlijk moeilijk om een objectieve recensie te schrijven. Die prachtige stem alleen is voor mij al genoeg om te genieten. Veertien zelf geschreven nummers telt de cd en er is genoeg variatie voor iedereen om zijn of haar favoriet te kiezen. Voor onze romantici zijn er bijvoorbeeld nummers als ‘Flower In Your Hair‘, You’re Always On My Mind’ en ‘Your love I’m Gonna Miss’. De drankliefhebbers komen aan hun trekken bij ‘Tequila, Whiskey And Beer, Oh My!’ en ‘Hey Brown Bottle’. En voor de Honky-Tonkers ‘I’ll Show You’ en ‘Whatever’ . Als afsluiter is er een nummer met de alles zeggende titel ‘Hello, I’m an Old Country Song’. De Dale Watson fans zullen deze cd wederom in hun armen sluiten! | |
Thick / The Twin Cats | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Soms heb je bepaalde associaties als je een cd hoesje ziet en denk je precies te weten wat voor muziek je kan verwachten Zo had ik dat ook bij het hoesje van de nieuwe cd ‘Thick’ van de, voor mij onbekende, band The Twin Cats. De verleidelijk ogende foto plus de naam van de band deden mij in eerste instantie denken dat ik hier te maken had met een Rock ‘n’ Roll band, maar bij de eerste klanken bleek ik er helemaal naast te zitten. The Twin Cats is namelijk een Jazzy Funk band afkomstig uit Indianapolis/Indiana. Deze band is opgericht in 1998 door de tweeling Adam (drums) en Seth Catron (gitaar en zang). In 2002 kreeg de band na het toetreden van Cameron Reel (bas) en Phil Geyer (keyboards) zo’n beetje haar vaste bezetting. Na twee jaar met deze bezetting gespeeld te hebben besloot de band nog een nieuw lid toe te voegen namelijk saxofonist en fluitist Nick Gerlach en hiermee was het huidige funky geluid van de band geboren. De cd ‘Thick’ bevat tien echt vet klinkende funk nummers die allemaal door de band zelf zijn geschreven. Alle nummers hadden in de jaren zeventig zomaar een hit kunnen zijn in het disco circuit. Lekkere grooves, zware baspartijen, prima sax, funky gitaar akkoorden, hier en daar wat synthesizer werk en voldoende afwisseling van ritmes. Ben je een fan van onder andere Maceo Parker, Bootsy Collins, George Clinton of Candy Dulfer dan is de kans groot dat ook deze cd een prima aanwinst is voor jouw collectie! | |
RESSACA & “ATÉ O ÚLTIMO GOLE…” / BLUES & BEER BAND | |
![]() ![]() Geschreven voor www.rootstime.be ‘Where sunny Als wij aan Brazilië denken dan komen wij al snel uit op het voetbal en als wij aan de muziek denken dat uit dit land komt dan komen wij uit bij de samba. Toch heeft ook dit land een Bluesscene. Onlangs had ik al het genoegen om iets te mogen vertellen over de laatste cd van Flávio Guimarães en nu ligt er wederom een cd van een Braziliaanse band in mijn cd speler namelijk ‘Blues & Beer’. De naam van de band zet overigens twee zaken bij elkaar die in mijn ogen onlosmakelijk aan elkaar zijn verbonden, want is het niet heerlijk om te genieten van de Blues met een lekker koud biertje binnen handbereik. De band ‘Blues & Beer’ is al sinds 1995 actief en heeft in de daaropvolgende jaren heel wat personele wisselingen ondergaan. De constante factor binnen deze band is zanger/gitarist Tavinho Rangel, die ook verantwoordelijk is voor de productie en daarnaast schrijver is van verschillende nummers. De band is vooral beïnvloed door de Rockmuziek uit de jaren zestig en de klassieke Blues. Bij optredens staan er zowel covers van onder andere B.B. King, Ray Charles en Freddie King als veel eigen nummers op de ‘setlist’. Op de twee cd’s die ik heb ontvangen staan echter vooral eigen nummers of nummers die zijn geschreven door andere Brazilianen. Opvallend is dat alle nummers worden gezongen in de taal van het land zelf namelijk het Portugees. De twee cd’s zijn opgenomen met diverse bezettingen van Blues & Beer. In totaal spelen er naast frontman ‘Rangel’ maar liefst twaalf verschillende muzikanten mee. De eerste cd ‘Ressaca’ bevat voornamelijk Bluesnummers die stevig maar vakkundig worden gespeeld. Helaas springt de band nergens boven een gemiddeld niveau uit. De tweede cd ‘Até O Último Gole..’ gaat wat meer richting popmuziek en de composities zijn van een veel betere kwaliteit. Alhoewel ik een bluesliefhebber ben hoor ik deze tweede cd toch liever dan de eerste. Veel meer afwisseling in de nummers en hier klinkt het Portugees veel mooier dan bij de Blues op de eerste cd. | |
Katrina / Mark Slim Band | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be “This cd is dedicated to all the people in Het is toch mooi, dat de in 1982 te Padova/Italie geboren gitarist Mark Slim bovenstaande tekst als zogenaamde ‘liner notes’ vermeldt op het prachtige hoesje van zijn nieuwe cd ‘Katrina’ en op deze manier zijn medeleven toont. Een aantal foto’s op het hoesje geeft precies de wanhoop en vernietiging weer die deze tornado heeft aangericht. Mark heeft er het nummer ‘Katrina’ over geschreven dat uiteraard te vinden is op deze cd. Mark leert als tienjarige jongen de eerste akkoorden te spelen op de gitaar. Via de platen van zijn oudere broer komt hij in aanraking met de Blues. Vooral de ‘Delta Blues’ spreekt hem erg aan. De fijne kneepjes van het gitaar spelen leert hij vooral in Austin/Texas waar hij in 2003 een tijdje gitaar studeert aan de ‘Austin Guitar School’. Na deze studie en terug in Italië sluit hij zich als gitarist aan bij ‘The South Side Blues Band’. Na het verlaten van deze band speelde hij mee in diverse formaties en heeft hij zelfs als siteman enige optredens in Amerika. In 2008 neemt hij samen met mondharmonicaspeler Fabrizio Soldà zijn eerste cd ‘North-East Blues’ op. Na al deze ervaringen besluit hij zijn eigen band onder zijn eigen naam op te richten. Naast Mark bestaat de band uit Luca Dell ‘Aquila op bas en Marco Manassero op de drums. Als gast speelt op deze cd Martino Repetto op slaggitaar mee. De cd ‘Katrina’ bevat veertien nummers waarvan er acht door Mark zelf zijn geschreven. De overige nummers zijn allemaal geschreven door Mark’s helden binnen de Blues. Het openingsnummer ‘Back Door Friend’ van Lightnin’ Hopkins was één van de eerste bluesnummers dat Mark ooit leerde spelen. Na het titelnummer ‘Katrina’ volgt het instrumentale ‘Mark Slim Shuffle’, een ode aan gitarist T-Bone Walker waardoor Mark behoorlijk is beïnvloed. Uiteraard staat er dan ook een cover ‘Hard Way’ van de meester zelf op deze cd. Mooi gespeeld zijn de door Mark zelf geschreven instrumentale nummers ‘Bop Hop’, een ode aan Pee Wee Crayton en ‘Jimmy Vaughan Shuffle’. Het lekker uptempo gespeelde ‘Blues For Sabrina’ sluit de cd af. | |
For Rockabilly Fans Only / Billy Hancock | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Als je al meer dan veertig jaar muziek maakt en al vele plaatopnames hebt gemaakt dan blijven er altijd wel opnames liggen die nog niet eerder zijn uitgebracht. De cd ‘For Rockabilly Fans Only’ van Billy Hancock is hier een goed voorbeeld van. Dertien nummers opgenomen in de periode 1980 tot 2008 die nu alsnog worden uitgebracht. William C. Hancock Jr.(a.k.a. Billy Hancock) ziet het levenslicht op 4 november Op deze cd tref je natuurlijk niet het beste werk van Billy Hancock aan, maar toch zijn er een aantal mooie tacks op terug te vinden. ‘Too Much Rock N Roll Music’ opgenomen in 1981 is de heerlijke Rock ‘n’ Roll opener van deze cd. Nummers als ‘Baby, Let’s Play House’ en ‘Suzie Q’, beide met Danny Gatton op gitaar, krijgen hier een prima uitvoering. De cd bevat ook nog twee nummers die door William zelf zijn geschreven namelijk ‘Heart Beatin’Woman’ en Not enough Rock ‘n’ Roll’. Voor de fans van Billy Hancock is deze cd, overigens opgedragen aan Buddy Holly en Danny Gatton, een mooie toevoeging aan hun verzameling, maar ook voor iedereen die de Rock ’n Roll een warm hart toedraagt! | |
Outlaw / Mark Chesnutt | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Het is moedig om een cd uit te brengen met covers die in sommige gevallen ook al door anderen prima zijn gecoverd of waarvan het origineel bijna niet is te overtreffen. De nieuwe cd van Mark Chesnutt is zo’n moedig staaltje. Op zijn nieuwe cd ‘Outlaw’ brengt Mark een ode (wat op zich natuurlijk al prachtig is) aan zijn helden uit de Country muziek. En laten dat nu toevallig de artiesten zijn waarvan ik ook het meeste houd, namelijk de zogenaamde ‘Outlaws’. Mannen als bijvoorbeeld David Allan Coe, Billy Joe Shaver, Willie Nelson en Waylon Jennings. Bij Mark zit de liefde voor deze mannen hoog gezien het feit dat hij zelfs zijn eerste zoon de namen ‘Waylon Nelson’ gaf. De cd opent met ‘Black Rose’, een nummer van één van mijn favoriete songwriters Billy Joe Shaver. Dit nummer is van zichzelf al zo’n beauty dat het moeilijk is om hier nog een slechte uitvoering van uit te brengen. Na het goed uitgevoerde ‘Whiskey Bent And Hell Bound’ van Hank Williams Jr. volgt er een prima versie van de klassieker ‘Only Daddy That’ll Walk The Line’ van Ivy J. Bryant Jr., een nummer dat ook al is vertolkt door mensen als Waylon Jennings, Roger Miller en Hank Williams Jr. Het duet ‘A Couple More Years’ met de eveneens uit Texas afkomstige zangeres Amber Digby is van een onverstelbare Country schoonheid met op de achtergrond het huilende geluid van de Steel gitaar. De cd gaat verder met een prima uitvoering van ‘Need A Little Time Off For Bad Behavior’ (dit blijft natuurlijk een prachtige titel) een nummer wat ik zelf alleen ken in de uitvoering van David Allan Coe. ‘Sunday Morning Coming Down’, een nummer van een andere grote songwriter namelijk Kris Kristofferson, is na de bewerking van Johnny Cash bijna voor niemand meer beter te doen. Hetzelfde geldt ook voor de door Guy Clark geschreven klassieker ‘Desperados Waiting For A Train’. De cover die David Allan Coe van dit nummer opnam is in mijn ogen ook niet meer te overtreffen. Uiteraard mag op deze cd een nummer van Willie Nelson, toch wel de grootste Outlaw, niet ontbreken. Op deze cd staat het nummer ‘Bloody Mary Morning’. | |
The Blues Follows Me / Flávio Guimarães | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Met veel belangstelling las ik het interview met Rick Esrtin op www.rootstime.be. Hij deed hierin een aantal uitspraken die mij zeer aanspraken. Een voorbeeld hiervan is zijn antwoord op de volgende vraag: “De jeugdige harpspelers van nu, zoals bijvoorbeeld Jason Ricci of John Popper, kunnen die je nog op een of andere wijze aanspreken of inspireren?” “Mij aanspreken? Neen, voor mij hebben de Jason Ricci's en consorten niks, maar dan ook niks met blues te maken. Het zijn goede rocksterren....punt uit. Dat is GEEN blues. Hij is een goede muzikant, ik hou van zijn act, de mensen zijn er gek van, maar ik herhaal het nog eens, het is geen blues. En als hij dan toch wat blues speelt, mis ik de kleine subtiele dingetjes, die er echt blues van maken.” Toevallig viel tegelijkertijd de laatste cd van Flávio Guimarães in mijn brievenbus. Het opvallende ‘vintage’ hoesje viel bij mij meteen al in goede smaak. Na het beluisteren van deze cd kan ik zeggen dat alles wat Jason Ricci niet heeft dat heeft Flávio Guimarães duidelijk wel in huis. Ik heb de laatste jaren zelden zo’n voortreffelijke Blues mondharmonicaspeler gehoord! Flávio is afkomstig uit Brazilië. In 1986 start hij de band Blues Etílicos op. Deze band wordt tot op heden gezien als het beste wat Brazilië op Blues gebied ooit heeft voortgebracht. In 1988 reist hij naar Chicago waar hij onder andere samen speelt met ‘Sugar Blue’. Terug in Brazilië speelt hij hier op alle grote festivals en opent hij vaak voor de echte grootheden van de blues. Zijn eerste solo album ‘Little Blues’ neemt hij op in 1995. Inmiddels is ‘The Blues Follows Me’ alweer zijn zesde solo album. Een album gemaakt als tribute aan de Blueshelden uit de jaren vijftig. De cd telt elf nummers waarvan alleen het nummer ‘Bill And Jeanette’ van eigen hand is. De overige nummers zijn prima covers van onder andere Walter Jacobs, Willie Dixon, Jimmy Rodgers. W.C. Handy en Rice Miller. De prima band waar hij mee speelt bestaat uit Igor Prodo op gitaar, Yuri Prodo op drums en Rodrigo Montovani op de staande bas. Deze cd voert je helemaal terug naar die, muzikaal gezien, geweldige jaren vijftig! Ik kan iedere Bluesliefhebber deze cd van harte aanbevelen. | |
Number 5 / Lou DeAdder | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De titel van de cd geeft aan dat dit alweer de vijfde cd is van de Canadese Fusion gitarist Lou DeAdder. Acht zelf geschreven nummers waarvan de helft instrumentaal is. Het is niet makkelijk om deze cd in een bepaald genre te plaatsen. Zo opent de cd voor de Bluesliefhebber sterk met een heerlijk rollend Blues nummer ‘Low Down Feelin’ Blues’, prima gezongen door Lou zelf. Heerlijk pianospel van Martin Alex Aucoin en een prima stukje mondharmonicawerk van Carlos Del Junco. Maar dit eerste nummer zet je voor het vervolg van deze cd qua stijl wel op het verkeerde been. Het tweede nummer rockt met uitstekend Sax werk van Leo Sullivan en vlijmscherp gitaar spel van Lou. ‘Aftermatch’ is het eerste Jazzy instrumentale werkje met prachtige blazersarrangementen plus een mooie solo op de Flugelhoorn bespeeld door Steve McDade. In de volgende twee stukken ‘Crash And Burn’ en ‘Guitar Wank’ laat Lou horen dat hij ook makkelijk mee kan spelen in een stevige Rock band. In ‘Jazzy’ en ‘Tight…Eh?’ gaat het richting de Jazz-Rock met mooie maar zeker geen gemakkelijke arrangementen. Het donker klinkende ‘Curtains Calling’ sluit vervolgens deze cd af. | |
Love In Your Life / Lathan Moore | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Lathan Moore verblijft al vier jaar in Nashville. In deze stad met een rijke ‘Country’ traditie verbleef hij om op te treden en hoopte uiteindelijk een platencontract te krijgen. En dat is gelukt! ‘Blue Steel Records’ erkende zijn talent en nu is daar zijn eerste cd ‘Love In Your Life’. Lathan is afkomstig uit het mijnstadje Harrisburg in Illinois. Zijn vader werkte hier vijfendertig jaar in de mijnen. Van huis uit weet Lathan dus wat het is om te moeten afzien en hard te werken. Na zijn High School periode (2001) sloot Lathan zich aan bij een Country Gospel Quartet met de naam ‘Eastern Sky’. Met deze groep, waarin hij de barritonstem voor zijn rekening nam, toerde hij twee jaar rond. Zijn talent bleef niet onopgemerkt, want hij kreeg een ‘Music Scholarship’ waarmee hij zijn opleiding aan het ‘South Eastern Illinois Junior College’ kon bekostigen. Tijdens deze opleiding speelde Lathan in heel wat musicals mee. Zijn volgende opleiding bracht hem naar Texas waar hij geschoold werd voor musical en theater. Tijdens deze opleiding trad hij veel op met de plaatselijke country muzikanten en steeg zijn interesse in deze muzieksoort. Hij besloot na één jaar studie terug te keren naar Harrisburg om een jaar lang te gaan werken in de mijnen zodat hij genoeg geld zou kunnen sparen om te kunnen verhuizen naar Nashville. Latahn beschikt over een echt mooie Country stem, diep en warm. De cd kent voldoende afwisseling in stijlen; Honky Tonk in ‘Beautiful Girl’ en ‘Shot Down’, prachtige ballads zoals ‘You Can’t Leave me Like This’ en ‘Cornfield Cadillac’ (voor mij het mooiste nummer van deze cd) en enkele snufjes Nashville Country. Met Lathan Moor heeft de Country er weer een jonge vertegenwoordiger van dit genre bij en dat is goed nieuws! | |
Playing Stages / The Paul Speidel Band | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Paul Speidel mag dan in Boston een goede naam hebben opgebouwd in de lokale muziekscene hier in Europa is hij nog een onbekende. In Boston geeft hij al sinds 1983 gitaar- en baslessen en treedt hij regelmatig op. Vaak alleen, dan speelt hij voornamelijk Jazz, maar de meeste optredens doet hij met zijn eigen band The Paul Speidel Band. Van deze band is nu de nieuwe cd ‘Playing Stages’ verschenen. Naast Paul zelf bestaat de band uit Brendan Byrnes op drums en Steve Skop op bas. Zoals de titel al doet vermoeden is deze cd geheel live opgenomen tijdens diverse optredens over de periode van één jaar. Dat Paul technisch perfect speelt is gezien zijn jarenlange studie logisch; Paul heeft een Master of Degree in Music. De cd bevat negen nummers allemaal door Paul zelf geschreven en gecomponeerd. De nummers op deze cd houden het midden tussen Blues, Jazz en Jazz-Rock. Zo is het openingsnummer ‘Cranky’ een lekker stevig gespeeld uptempo Bluesnummer waarin Paul meteen van zich laat horen. Het volgende hoogstandje is de rag ‘Chicken Train’. Vervolgens stapt Paul over naar wat meer Jazz-Rock getinte nummers zoals ‘Silver Sax’en ‘Just For Kicks’. In het één na laatste nummer ‘School Band Breakout’ keert Paul pas weer terug richting de Blues en in het laatste nummer ‘Just in Time’ laat bassist Steve Skop, die overigens net als drummer Brendan Byrnes technisch zeer begaafd is, horen dat hij op de bas ook in staat is tot een aardige compositie. De cd is geheel instrumentaal, maar de band speelt verschillende stijlen zodat er geen verveling optreedt. Het is technisch allemaal erg goed. Ben je een liefhebber van gitaristen zoals Jan Akkerman dan moet je beslist ook eens naar Paul Speidel gaan luisteren. | |
Comin' Home / Mark Doyle And The Maniacs | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Er zijn heel wat cd’s op de markt die vol zijn gespeeld met covers van legendarische Bluessongs. Vaak zijn deze uitgebracht als ode aan al die inmiddels vaak overleden Blues helden. Mark Doyle en zijn band The Maniacs brengen echter hun tweede cd ‘Comin’Home’ uit met een ode aan de zogenaamde ‘Britisch Blues Boom’ van de jaren zestig. Mark maakte, net als zo velen, kennis met de Blues door bands als bijvoorbeeld The Rolling Stones, John Mayall And The Bluesbreakers en Fleetwood Mac en ging daarna pas op zoek naar de wortels van de Blues. Mark Doyle begint zijn muzikale carrière in de jaren zeventig als hij met zijn band Jukin’Bone een platencontract in de wacht sleept bij RCA. Het talent van Mark als gitarist wordt al snel erkend door anderen die hem inhuren om mee te spelen op hun plaat en ook vragen zij hem vaak mee op tournee. Zo zijn er wel vijfenzestig platen op de markt waar Mark op mee speelt. De bekendste namen met wie Mark opnames heeft gemaakt zijn Meat Loaf, Bryan Adams, Leo Sayer en Hall & Oates. Stonden er op de eerste cd ‘’Shake ‘ De hele cd staat vol met lekker pittig gespeelde nummers en ademt overal de sfeer uit van deze prachtige periode uit de Engelse muziekgeschiedenis! | |
No More Promises / Jimmy Warren Band | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Als je pas op je vijfenveertigste je eerste studioalbum opneemt dan mag je best stellen dat wij hier te maken hebben met een laatbloeier. Jimmy Warren, geboren op 25 oktober Jimmy Warren is niet alleen een fantastische gitarist, maar hij is ook de schrijver van alle twaalf nummers op deze cd. Maar dit zijn niet de enige twee wapenfeiten; er staan namelijk een tweetal nummers op deze cd waarin Jimmy alle instrumenten (bas, drums, Hammond B3 en de gitaren) voor zijn rekening neemt. Tevens is hij ook nog de eigenaar van het platenlabel ‘Electro Glide Records’ waarop deze zelf geproduceerde cd uiteraard is verschenen. Een talentvol baasje dus! De cd opent met ‘Watermelon Money’, een lekker funky klinkend bluesnummer waarin meteen blijkt dat de leden van deze band elkaar prima aanvoelen en zich geheel in dienst stellen van de helder klinkende gitaar van Jimmy. In het volgende nummer ‘Mean Mistreater’ neemt Jimmy’s zoon Jimmy Dill in het laatste gedeelte op niet onverdienstelijke wijze de gitaarsolo voor zijn rekening. Het is niet alleen blues wat de klok slaat op deze cd; ‘I’m Gonna Love You’ en ‘No More Promises’ klinken mij, mede door de prima achtergrondzang van zangeres Anna Ulrich, eerder wat popachtig in de oren. In ‘It Ain’t Fair’ komt niemand minder dan Bob Margolin (o.a. ex bandlid van The Muddy Waters Band) langs om de slide partij in te spelen. Het instrumentaal gespeelde ‘Darker Shade Of Grey’ laat goed horen hoe goed Jimmy zijn instrument onder de knie heeft (prachtig!). Enig minpuntje van deze cd is de zang van Jimmy Warren die mij niet in alle nummers kan bekoren, maar met zijn mooie gitaarspel maakt hij dit meer dan goed! | |
Motorcycles, Tattoos, Rock 'n'Roll & Blues / The Giants | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Een Blues cd van een Australische band kom ik niet veel tegen. Toch ligt er momenteel eentje in mijn cd speler. Het is de laatste cd van de band ‘The Giants’ met de veelbelovende naam ‘Motorcycles, Tattoos, Rock ‘n’ Roll & Blues’; een hele mond vol! De cd is al in 2009 verschenen. Frontman van de Giants is de zanger,gitarist en mondharmonicaspeler Stuart Wood; gezien zijn postuur is hij ook degene die de bandnaam de meeste eer aan doet. Op gitaar Mark Greig, iemand die al in heel wat Australische bandjes heeft gespeeld. Op bas Steve Brooks, drums George Velenik en de toetsen worden bespeeld door John MacLaine. De cd telt negen nummers die allemaal zijn geschreven door Stuart Wood. Buiten het gegeven dat de band sinds 1990 bestaat biedt de website van de band verder weinig achtergrondinformatie. Het openingsnummer ‘Don’t Play Those Games’ is een heerlijk uptempo nummer waarin gastspeler Wilbur Wilde met zijn saxofoon de hoofdrol opeist. In ‘Tattooed Lady’ zingt Stuart Wood over zijn liefde op het eerste gezicht op het moment dat er een getatoeëerde dame een bar binnenkomt. Als daarna Stuart Wood zijn mondharmonica voor het eerst oppakt en de tweede gast in de persoon van zangeres Shani Saint-Aulbins zich meldt kan de band beginnen aan het langste nummer van deze cd namelijk ‘Talkin’ Married Blues’ (8:30 min). Mijns inziens had dit nummer wel de helft korter gekund, want spannend blijft het niet echt. Gelukkig gaat het hierna met een heerlijke slide partij in ‘Stay The Night With Me’ weer de goede kant uit. Met ‘The Ballad Of Bearing’ verlaat de band voor de eerste keer de Blues met een echte rock ballade. De beste twee nummers zijn bewaard voor het laatst. In ‘t lekker rollende ‘Late night Studio Blues’ krijgt John MacLaine de ruimte om zich lekker uit leven op zijn Hammond en laat ook gitarist Mark Greig horen dat het niet hard hoeft te zijn om mooi te kunnen klinken. ‘Love Me Or Leave Me’ is een prachtige ballade die zanger Stuart Wood werkelijk uit zijn tenen haalt. Deze band zal het zeker goed doen in het clubcircuit van Australië, maar stijgt wat mij betreft niet boven het gemiddelde band niveau van de lage landen uit. | |
That's All I Need / Andre Williams | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Andre Williams begon zijn carrière in 1952 als songwriter, producer en soms ook als uitvoerend artiest. Hij werkte aan hits als ‘Shake A Tailfeather’ en ‘Funky Judge’. In de jaren zestig werkte hij veelvuldig voor het label ‘Motown’ van Barry Gordon. Na een behoorlijke verslaving vond Williams de weg terug door het geloof. In de daarop volgende jaren werkte hij hoofdzakelijk achter de schermen, maar in 1996 kwam hij opeens met het nieuwe album ‘Silky’ op de markt. Met deze plaat, een soort ranzige punk opgenomen met leden van The Dirtbombs en The Demolition Doll Rods, kreeg Williams opeens een hele nieuwe schare fans. In 2003 nam Williams de cd ‘Holland Shuffle’ op met de Groningse band ‘Green Hornet’, waardoor hij in Nederland een aardige bekendheid kreeg binnen het clubcircuit. | |
Lucky Room / Rick Taylor | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Van de uit Canada afkomstige gitarist Rick Taylor is een nieuwe cd verschenen met de titel ‘Lucky Room’. Rick had onlangs nog de eer op te mogen treden op het ‘Internationale Blues Challenge’ in Memphis en staat bekend als één van de beste ‘finger picking style’ gitaristen van Canada. Op deze cd gaat Rick, samen met Hensall “Washboard” Fats, terug naar de roots van de Blues. Waren op zijn vorige cd ‘Wonkey Years’ de meeste nummers nog door Rick zelf geschreven, op deze cd speelt hij vooral covers. Slechts voor de medley ‘Ratlesnake – Going Away Baby’ schreef hij zelf het arrangement. Om zo dicht mogelijk bij het originele geluid te komen bedient Rick zich op deze cd van zogenaamde ‘vintage’ gitaren en versterkers. De cd opent sterk met het nummer ‘By Myself’ van Big Bill Broonzy. Prachtig gitaarwerk, maar ook de zang klinkt overtuigend. Een nummer van Elmore James mag natuurlijk niet ontbreken op deze ode aan de klassiekers. Rick heeft niet gekozen voor ‘Dust my Broom’, maar voor het minder bekende ‘I See My Baby’. Ook ‘Mississippi’ John Hurt wordt geëerd met een uitvoering van zijn ‘Monday Morning Blues’. ‘You Can’t Live Long’ van ‘Sleepy’ John Estes vertelt het verhaal hoe het kan aflopen als er teveel alcohol wordt verorberd. En als afsluiter van deze cd heeft Rick gekozen voor ‘Baby Please Don’t Go’, geschreven door Joe Williams. Het is goed dat er nog muzikanten zijn die de oude meesters op deze manier eren. Mijns inziens is er veel te weinig aandacht voor de Blues muzikanten die er echt toe deden! | |
To The Mountain / Big Daddy Love | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be De vijf-mans formatie ‘Big Daddy Love’, afkomstig uit Noord Carolina, komt twee jaar na hun eerste cd ‘Circle Around The Sun’ met een opvolger. De band heeft in de afgelopen twee jaar echter een bijna compleet nieuwe bezetting gekregen. Zanger, gitarist Daniel Justin Smith is het enige overgebleven originele lid. De overige leden van de band hebben allemaal hun eigen weg gekozen . Zij zijn vervangen door: Matteo (Joey) Recchio - gitaar en zang, Brian Swenk- akoestische- en electrische banjo, Ashley Suttton / Bas en Kelly Linville op de drums. Allemaal muzikanten met veel ervaring binnen diverse genres. Tezamen creëren zij een stijl die het beste te typeren is als een mix van Bluegrass en Southern Rock. Zelf noemt de band het ‘Appalachian Rock’, uiteraard vernoemd naar de bergpartijen Appalachian Mountains vanwaar de bandleden afkomstig zijn. De cd telt elf eigen nummers die allemaal geschreven zijn door Daniel Justin Smith (bij twee nummers kreeg hij hulp van bandlid Matteo Recchio). De cd begint origineel met het zoeken naar het juiste kanaal op de radio. Aangekomen bij de plaatselijk zender ‘WCOK’ krijgen wij een aankondiging te horen van deze nieuwe cd. Prachtig samenzang dat overgaat in het heerlijke, swingende nummer ‘Peace Of Mind’, wat een prima opener van deze cd is. Prachtig gitaar spel van Matteo Rechio, het swingende geluid van de banjo van Brian Swenk en om de swing er nog meer in te brengen is daar gastspeler Brent Buckner op zijn mondharmonica. De band gaat swingend verder met ‘Good Morning Sunshine’ welk een hoog Bluegrass gehalte heeft. Met ‘Spirit Is A Window’ neemt de band dan gas terug. Mooi gezongen en ook in dit nummer een gast namelijk David McCracken op het orgel. Mateo Recchio laat op dit nummer horen dat hij ook met een ‘Bottleneck’ goed uit de voeten kan. In het midden van de cd staat het nummer ‘River Runs’, een werkelijk prachtige ballade en mijn favoriet op dit mooie album. Ook de overige nummers van deze cd zijn de moeite van het beluisteren meer dan waard. Was je al fan van The Allman Brothers Band of Drive-By-Truckers, maar sta je ook open voor Bluegrass elementen dan is deze cd echt een aanrader. | |
Smokin'Tracks Live At Muddy Waters / Andy Just | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Het gebeurt steeds vaker dat Amerikaanse Blues artiesten (was Chuck Berry niet de eerste die dit al deed?) alleen naar Europa trekken en daar optreden met locale bands. Zo ook Andy Just. Op zijn nieuwe cd ‘Smokin’ Tracks’, opgenomen in de ‘Muddy Waters Club’ in de italiaanse stad Calvari, wordt hij begeleid door drie Italiaanse muzikanten namelijk Donnie Romano op gitaar (hij neemt ook op vijf nummers de zang voor zijn rekening), Charles Romangoli op de bas en John Lee’ Emanual Zamperini op de drums. Andy Just is inmiddels een veteraan binnen de blues scene; hij draait immers al meer dan vijf en dertig jaar mee. Andy is met zijn mondharmonica te horen op zo ongeveer dertig cd’s en speelde met mensen als BB King, John Lee Hooker, Buddy Guy, Albert King en vele anderen. Ook is Andy nog steeds de mondharmonicaspeler van de ‘Ford Blues Band’ (hij was in 1989 de vervanger van Mark Ford) waar hij nog regelmatig mee toert. Op deze dubbel cd laat Andy in achttien nummers horen dat hij nog steeds bij de beste Blues harmonicaspelers binnen de scene behoort. Maar ook zijn begeleiders zijn uitstekend gekozen. In het eerste nummer ‘Screamin’ geeft gitarist Donnie Romana meteen maar even zijn visitekaartje af door te laten horen dat hij naast een prima slaggitarist ook een voortreffelijke solo uit zijn gitaar weet te persen. Ook het zangwerk van Donnie Romana (voor het eerst te horen op ‘I Can’t Hold Out) is prima. In ‘Lovin’ Cup’ laat Andy voor het eerst zijn echte virtuositeit op de mondharmonica horen. En dit komt vervolgens in vele nummers weer terug. Helaas ben ik niet erg onder de indruk van de zangkwaliteiten van Andy, maar zijn Harmonica werk maakt dit meer dan goed. | |
Second Album / The Tygers | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Dit is al weer het tweede album van de uit Milwaukee (VS) afkomstige band ‘The Tygers’. Het is echter wel een tweede album waar een leuk verhaal achter schuil gaat, omdat het eerste album veertig jaar geleden werd opgenomen. In 1967 zijn er vijf teenagers (Tony Dancy, Craig Fairchild, Dennis Duchrow, Fred Euler en Dave Kuck) die samen een bandje ‘The Tygers’ oprichten. Zij schrijven zich in voor de talentenjacht ‘The Wiscosin State Battle’ en winnen deze. De prijs is de manager Jon Hall en meedoen aan de volgende stap ‘The National Battle Of The Bands’ in Boston. In de jury zit niemand minder dan Les Paul die onmiddellijk onder de indruk is van ‘The Tygers’. Hij wil een plaat met ze opnemen, maar door onenigheid met manager Jon Hall gaat deze prachtige kans niet door. In 1968 belandt the band dan toch in de studio om een singletje, ‘Little By Little’, op te nemen. Herb Albert, toentertijd aan het hoofd van ’A&M Records’, pikt hem op en brengt hem in heel Amerika uit. De single wordt een groot succes. De band besluit het ijzer te smeden als het heet is en gaat, zonder voorman Tony Dancy die op dat moment ziek is, de studio in om het debuutalbum op te nemen. Dit is achteraf gezien niet slim geweest. Het album valt niet in de smaak en het platencontract vervalt. Het gevolg is dat de band uit elkaar valt en ieder zijn eigen weg gaat. In de jaren tachtig en negentig komt de band voor revival festivals weer bij elkaar met zowel oude als nieuwe leden. Gestimuleerd door deze optredens duiken de orginele leden Tony Dancy en Craig Fairchild samen de studio in om te gaan werken aan het tweede album van de band. De bezetting van de huidige Tygers is nu als volgt: Tony Dancy (zang, gitaar en keyboards), Craig Fairchild (zang, piano & B3) en Lanny Hale (zang en gitaar). Op het album zijn ook nog een aantal gastmuzikanten aanwezig waaronder Kenny Knoll op de pedal-steel gitaar en oud Tyger lid Joe Turano verzorgde de blazers arrangementen. Het resultaat van dit alles is een zestiger jaren cd, maar dan opgenomen in 2010. Alle songs zijn geschreven door het duo Dancy/Hall op eentje na namelijk ‘You Know Where To Reach Me’; deze is geschreven door het duo Dancy/Fairchild. Er zijn invloeden te horen van o.a. Simon and Garfunkel, CCR, CSN&Y en Poco. Houd je van jaren zestig muziek dan kan ik jullie deze cd van harte aanbevelen! | |
Across America / GT and the Sidewinders | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Rockabilly, Honky Tonk en Country dat zijn de drie belangrijkste ingrediënten van het album ‘Across America’ van de uit Denver afkomstige band ‘Gt and the Sidewinders’. Dus houd je van de muziek van Wayne Hancock of bijvoorbeeld Hank III dan zal deze cd, gezien het stemgeluid van zanger G.T. Scragg, jou zeker bevallen. Vanaf het openingsnummer ‘Coming Home’ gaat de band er meteen volop tegen aan. Uiteraard een staande bas, bespeeld door Chris Chew, waaruit die heerlijke slaande bas geluiden komen. Zonder dit specifieke geluid is het al eigenlijk onmogelijk om een goed Rockabilly nummer ten gehore te brengen. Vervolgens ‘Lonesome Cowboy’, een ouderwets Country & Western deuntje met prima steelgitaar werk van gastspeler Jeremy Lawton en ook zangeres Kerry Pastine van ‘The Informants’ zingt een deuntje mee. Het titelnummer ‘Across America’ vertelt het verhaal van een trucker die met zijn truck dwars door Amerika rijdt. Aangekomen bij het nummer ‘Dixie’ weet ik zeker dat de beentjes van de vloer komen. Het tempo gaat omhoog en gitarist Noah Gietka laat horen dat hij beschikt over de juiste licks. In ‘White Trash Girlfriend’ komt gast Lawton terug, maar dit keer op de piano wat dit nummer lekker doet ‘rollen’. Met het enige langzame nummer ‘Be my Baby v.2’ eindigt dit feestje van GT and The Sitewinders. Als je niets moet hebben van Rockabilly dan is deze cd zeker niet geschikt voor jou, maar wil je eens lekker uit je dak gaan op de dansvloer dan is deze cd de juiste keus! | |
Positively 17Th Street / 17Th Street Band | |
![]() Geschreven voor http://www.rootstime.be '17Th Street Band’ is een band geformeerd rondom de legendarische bassist Harvey Brooks. Harvey speelde als studiomuzikant op honderden sessies mee. Zijn bekendste opnames zijn onder andere die met Bob Dylan (Higway 61 Revisted), Miles Davis (Bitches Brew) en Al Kooper & Mike Bloomfield (Super Session). Harvey weet zich omringd door een aantal topmuzikanten op deze cd; Arthur Migliazza, een pianist die de Boogie Woogie en New Orleans R & B beheerst sinds zijn tienerjaren. Dustin Busch, die zijn Blues en Country licks laat horen op pedal-steel gitaar. Tom Kusian, een gitarist groot gebracht op een dieet van Jazz en Blues. Tom Walbank, een zanger die ook nog eens de slide gitaar en mondharmonica bespeelt. En op drums Darryl Roles die op een perfecte manier de juiste beat onder elk nummer legt. De cd telt dertien nummers waarvan er drie covers zijn;’ Subterranean homesick Blues’ / Bob dylan, ‘Look Over Yonders Wall’ / Elmore James en’ 5 Long Years’/ Eddie Boyd. De overige nummers zijn allemaal geschreven door de band zelf, maar de meeste inbreng hierbij is van Harvey Brooks zelf. De cd opent met ‘Brooklyn’, een matig nummer waar ik nou niet meteen warm voor loop. Gelukkig volgt dan ‘Sad Love’, een nummer dat zomaar uit de koker van de Stax studio gekomen zou kunnen zijn met het geluid van een orgel en ArnaChip Dabney die als gast met zijn sax de juiste accenten toevoegt. De volgende gast die zijn bijdrage levert is Jose Luis Puerta op klassieke gitaar op het nummer ‘Right Track’. Een nummer wat mij nou ook weer niet echt in vervoering brengt. ‘Sing Sing Cramps’ is gelukkig weer een heerlijk swingend nummer waarin uitgelegd wordt hoe je als grootouders je kleinkinderen kunt beïnvloeden. Het middengedeelte van deze cd is gevuld met de drie covers die alle drie een prima uitvoering krijgen. De cd sluit af met de titelsong ‘Positively 17Th Street’ een ‘train’ blues waarop Tom Walbank het ritme mag bepalen op zijn mondharmonica! Deze cd is een veelzijdig product geworden. Prima muzikanten, maar zelf ben ik niet onder de indruk van alle nummers. | |
Diary Of A Soul Fiend / Saint Jude | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Engeland heeft als één van de weinige landen in Europa een echte Rock traditie. En dat deze traditie nog niet is gebroken bewijst de nieuwe cd ‘Diary Of A Soul Fiend’ van Saint Jude, een band die sinds 2005 bestaat. Als niemand minder dan Ron Wood als gast meespeelt op je debuutalbum en mensen als Jimmy Page en Kate Moss al zijn gesignaleerd bij optredens van deze band dan belooft dat veel goeds. De band draait om zangeres Lynne Jackaman die een lekker ruig stemgeluid produceert. Samen met gitarist Adam Greene schreven zij samen de tien nummers die op deze cd voorkomen. In de biografie van deze band staat te lezen dat de bandleden zijn opgegroeid op een dieet van Aretha Franklin, Janis Joplin, Led Zeppelin en The Faces en dat is terug te horen op deze cd! De cd opent stevig met ‘Soul On Fire’, een Southern Rock nummer, welk halverwege een vreemde ‘break’ krijgt door middel van een solo stukje blues piano. Vervolgens rockt de band lekker door met nummers als ‘Garden Of Eden’ (de single die van dit album is verschenen) waarop Ron Wood de Slide gitaar bespeelt en ‘Little Queen'. Pas bij het vierde nummer ‘Down This Road’ gaat het gas van de plank en laat zangeres Lynne Jackaman horen dat zij van meerdere markten thuis is. Wat mij betreft is het hoogtepunt van deze cd ‘Angel’, een prachtig gezongen ballade waaraan door gitarist Adam Greene een verassende draai gegeven wordt in het middenstuk van dit nummer, waarna het vervolgens weer in al zijn schoonheid terug komt. De cd sluit af met het wederom pittige ‘Southern Belles’. | |
Key To Your Heart / Twelve Bar Blues Band | |
![]() ‘The blues is my life I just can’t live without it’ is de openings zin van het nummer ‘Marian’ op alweer de derde cd van het Nederlandse gezelschap ‘The Twelve Bar Blues Band’. En dat is te horen op deze cd. Tien nummers pure blues. Geen concessies en dat doet mij als bluesliefhebber pur sang veel genoegen. De band dreigde een beetje qua publiciteit onder gesneeuwd te raken door het succes van andere Nederlandse formatie’s als bijboorbeeld KingMo en The Veldman Brothers, maar met deze cd bewijzen zij dat dit onterecht is. De band, opgericht in 2005, heeft in de afgelopen jaren wat personeelswisselingen gehad. Zo is de opvallende bassiste ‘Ivy’ vervangen door Patrick Obrist en is er een tweede gitarist toegevoegd in de persoon van Randy Pears. Dit tweetal zorgt tesamen met drummer Marcel Bakker voor een perfecte ritme sectie waardoor de frontmannen Jan Scherpenzeel (zang, harmonica en piano) en Kees Dusink (gitaar) beide kunnen excellereren. De cd telt tien nummers, waarvan er zeven geschreven zijn door het duo Scherpenzeel/Dusink, eentje door alleen Scherpenzeel en slechts twee covers ( Love that Burns van Peter Green en de klassieker Big Legged Woman). Opvallend is het hoge gehalte, vijf stuks, ‘Slow Blues’ nummers, maar de kwaliteit en de afwisseling van deze nummers zorgt er toch voor dat deze cd nergens verveelt. Het mooiste nummer op deze cd is in mijn ogen toch een cover geworden namelijk ‘Love That Burns’. Nu ben ik als fan van Peter Green misschien wat bevooroordeeld maar het prachtige gitaarspel van Kees Dusink in dit nummer doet de meester bijna vergeten. Dit nummer is natuurlijk niet het enige hoogtepunt op deze cd; neem ‘I’m Losing You’ ook een slow blues, maar dan eentje met een hoog BB King gehalte of het titelnummer ‘Key To Your Heart’ waarin Jan Scherpenzeel (aka J.J. Sharp) laat horen dat hij met zijn stem op indringende wijze zijn gevoel goed weet over te brengen. Eigenlijk kent deze cd geen slechte nummers. Het gitaar- en mondharmonicaspel zijn op alle nummers gedoseerd en dus zeer functioneel. Complimenten moet ik ook nog even kwijt over de productie (Scherpenzeel & Dusink) en de opnametechniek (Han Zwagerman van de Beafort Studio te Bovenkarspel). Al met al een prima blues cd! Te bestellen op http://www.twelvebarbluesband.nl/ | |
Back To Nothing / Louisiana Men | |
![]() Geschreven voor www.rootstime.be Met heel veel plezier heb ik de afgelopen dagen geluisterd naar ‘Back To Nothing’ van het Nederlandse trio ‘Louisiana Men’ (plus enkele bevriende muzikanten). Deze cd is een muzikale ‘Gumbo’ geworden van alle muzikale ingrediënten die je in Louisiana aan kunt treffen. De Blues is het hoofdingrediënt, maar hier en daar zijn aan deze Gumbo Zydeco, Cajun en wat snufjes Soul toegevoegd. Met maar liefst vierentwintig nummers verdeeld over twee cd’s is er genoeg te genieten voor iedereen. Maar over wie heb ik het hier eigenlijk? Laat ik de drie mannen even voorstellen; Hans de Vries (a.k.a.Homesick), geen onbekende toch? Even het geheugen opfrissen; zijn vorige bands waren ‘Homesick & The Backstabbers en Louisiana Radio’ mondharmonica/ gitaar/zang, Alex Siegers percussie/ zang en Toon Ekkers gitaar/ banjo/ sexto/ zang. De rode draad op deze cd is het titelnummer ‘(From A Broken Heart) Back To Nothing’ wat in drie verschillende uitvoeringen voorkomt. De oudste versie werd al in 1988 opgenomen als een demo met niemand minder dan de inmiddels overleden John Lagrand op mondharmonica. De tweede versie is een niet eerder verschenen uitvoering door de vorige band van Hans de Vries ‘Louisiana Radio’. En dan is er nog de huidige versie welke mooi ingetogen wordt gespeeld. Tja en wat is er zoal nog meer te horen? Laat ik eens een aantal pareltjes noemen; ‘Back Home To Me’ geschreven door Art Neville mooi vanwege de eenvoud. ‘Going Down To The River’ van Ray Charles in een bloedstollende versie ‘live’ opgenomen in café De Amer. ‘Feed Don’t Fail Me Now’, een traditional die als een soort Rap je kamer binnen stormt. ‘Bit By Bit’, een niet eerder verschenen eigen nummer uit 1990 waar je onmiddellijk vrolijk van wordt. ‘Ti Zydeco’, Zydeco zoals Zydeco behoort te klinken! En eigenlijk kan ik zo wel door gaan. Ik heb geen nummer gehoord waar ik niet van heb genoten. Het zal duidelijk zijn, ik kan deze cd aan iedere bezoeker van deze site van harte aanbevelen! Hij is te bestellen op: | |
Do That Tonky Thing / The Bluesblasters | |
![]() Afgelopen jaar maakte ik al kennis met de ‘BluesKings’, een band uit het noorden van Nederland en nu schalt ‘Do That Tonky Thing!’ de nieuwe cd van de ‘Bluesblasters’, een band uit dezelfde regionen, uit mijn speakers. Dat de blues hier dus leeft moge duidelijk zijn. De Bluesblasters bestaan al sinds 2000 en spelen voornamelijk Chicago blues. In 2006 brachten zij hun eerste cd uit ‘Fattening Frogs’. Voor mij is dit echter de eerste kennismaking met deze band. ‘Do That Tonky Thing’ bevat dertien nummers waarvan er drie zelf geschreven zijn door zanger/gitarist Ronald Schoonveld en de overige nummers zijn niet alledaagse covers. De cd is in eigen beheer uitgegeven en live opgenomen in de Lawei te Drachten. De cd opent met een krachtige uitvoering van ‘Alabama Rain’ geschreven door Louisiana Red. Meteen is duidelijk dat deze band met Steven Elings een prima mondharmonicaspeler in huis heeft. De uitvoering van ‘Driftin’, eveneens van de hand van ‘Red,’ doet mij qua sfeer op de een of andere manier denken aan Cuby & The Blizzards. De drie eigen nummers, Tonky Thing (een instrumentaal nummer wat zomaar door Freddie King geschreven zou kunnen zijn), ‘Leather Jacket’ en ‘Been Down So long’ doen zeker niet onder voor de covers op deze cd. Het meest authentieke nummer op deze cd vind ik ‘Let Me Be Your Electrician’ (eveneens van L.Red). Prachtig slide gitaar en mondharmonica werk en helemaal in de geest van Good Old Muddy Waters. Met deze cd zetten de Bluesblasters zichzelf duidelijk neer als een echte Bluesband. Geen fratsen, goed gekozen nummers en een stel prima muzikanten. Het enige minpuntje is dat de cd wat hol klinkt; voor de volgende cd dus maar eens naar een echte studio toe! | |
Our Fall From Grace / The Tumblin' Go Go's | |
![]() Geschreven voor www.bluesrockpagina.nl Dit is alweer de vierde cd van het uit Roden/Drenthe afkomstige drietal ‘The Tumblin’ Go Go’s’. Deze cd is alweer enige tijd uit, juni 2009, maar viel pas deze week op mijn deurmat. De mannen presenteren zich onder pseudoniemen, Pale Colton zang en drums, Lord Mortuary bas en Johnny G Strings op gitaar, en omschrijven hun band zelf als een ‘Wilddrivin Powerbilly Trio’. De band is opgericht in 2003 en is begonnen als een coverband. Hun eerste cd ‘Wild Drivin Baby’s’ is dan ook geheel gevuld met covers. Op deze cd zijn de meeste nummers echter van eigen hand. De cd opent met een tweetal typische rockabilly nummers waarin de band meteen laat horen dat ze deze stijl prima beheersen. Het derde nummer ‘Piranha Boulevard’ neigt gezien de openingsklanken meer richting de surfmuziek. Het instrumentale ‘Sunny Sunday Afternoon’ is een lekker gitaarnummertje net zoals ‘Chet Atkins’ ze vaak speelde. ‘I’m Against it’ zou niet hebben misstaan op de playlist van een punkband ergens in de jaren tachtig. Het contrast met het volgende nummer ‘Mothers New Home In Heaven’ is dan weer erg groot. Dit nummer is namelijk een lekker relaxed countrynummer. Het meest opvallende nummer is bewaard voor het laatst; ‘Our Little Ghost’ is een verhaal geschreven door Louisa May Alcott, die leefde van 1832 tot 1888. Dit nummer wordt gebracht op vertellende wijze ondersteund door mooi ingetogen gitaarbegeleiding. Deze band doet zich zelf tekort met hun eigen omschrijving als een ‘Powerbilly’ trio. Nee, deze mannen zijn in meerdere stijlen thuis en dat maakt dat deze cd zeer gevarieerd klinkt. | |
Sweet Devil / KingMo | |
![]() Overexposure vervelend? Herman Brood zag het positief en kon er geen genoeg van krijgen. En ook KingMo heeft hierover niets te klagen. Er is geen een Nederlandse band die het afgelopen jaar zoveel aandacht heeft gehad op de diverse Blues sites als deze band. En ik moet zeggen terecht, want met hun nieuwe cd ‘Sweet Devil’ leveren zij een pareltje af. Negen nummers (plus een verborgen track) allemaal live opgenomen tijdens optredens in Maastricht, Enschede en IJmuiden. Zes nummers van deze cd zijn door de diverse bandleden zelf geschreven, maar wat mij betreft mag deze band tijdens een optreden alleen maar covers spelen. Het individuele niveau binnen deze band is namelijk zo hoog dat zij zelfs een nummer als ‘Ain’t Nobody’s Business’ (niet het minst gecoverde nummer) een nieuw elan geeft. Je ziet overigens niet veel meer binnen de Blues een band waarin de zanger geen instrument bespeelt. In het verleden waren ze er nog de echte Blues Shouters mannen als bijvoorbeeld Jimmy Witherspoon, Big Voice Odom of Big Joe Turner, maar KingMo heeft met Phil Bee nog wel zo iemand in de band. Phil straalt zelfvertrouwen uit en is denk ik met zijn persoonlijkheid de drijvende kracht van deze band. Geen kapsones, goed benaderbaar maar bovenal een zanger met Soul. Naast Phil beschikt KingMo natuurlijk ook over een solide backbone met drummer Henk Punt, die mij doet denken met zijn slag aan Art Blakey, en Jules van Bussel op bas. Op gitaar Sjors Nederlof, in mijn ogen een ongekend talent binnen de blues en iemand die wat mij betreft niet misstaat tussen echte grote namen. Ooit maakte ik de opmerking ‘een echte Bluesband beschikt over een Hammond’ en werd ik tot aan de grond toe afgemaakt. Het is natuurlijk ook niet zo, maar ik hoor het nou eenmaal graag. En ja, gelukkig heeft KingMo Colly Fransen binnen haar gelederen die op alle nummers een heerlijk tapijtje neerlegt en menig solopartij voor zijn rekening neemt. De heren openen deze cd lekker pittig met nummers als ‘No Use Denying’ en ‘Suits Me Right’. Daarna wordt er gas teruggenomen bij het eerste hoogtepunt van deze cd, de titelsong ‘Sweet Devil’, met werkelijk heerlijk gitaarwerk van Sjors. Het nummer ‘Soundcheck’ is een instrumentaaltje wat leuk is om een optreden mee te beginnen. De klassieker ‘Big Legged Woman’ is het volgende hoogtepunt op deze cd. Prima gezongen, een heerlijk gorgelend orgel en uiteraard Sjors die het nummer met zijn gitaarspel naar grote hoogte brengt. Van het ene naar het andere hoogtepunt is voor KingMo geen enkel probleem; ‘Make It Right’ is ook weer prachtig. Met heerlijke nummers als ‘the Milkman’(waar is de Garbage Man gebleven?) en het Boyd Small nummer ‘Glad Rags’ bereiken we dan het absolute hoogtepunt van deze cd ‘Aint Nobody’s Business If I Do’. Wat een prachtige uitvoering is dit zeg. Mijn advies is snel kopen! Hij kost maar een tientje. | |
I Sing You The Blues / Get The Cat | |
![]() Geschreven voor www.bluesrockpagina.nl Een cd uitgebracht door een Duits kwartet afkomstig uit Keulen. Zelf ben ik nauwelijks bekend met de Duitse muziekscene en zeker niet met wat er op het gebied van de blues zoal daar gebeurt. ‘File under Blues’ staat er achter op het hoesje, maar na het beluisteren van deze cd zou je deze band tekort doen, want ik denk dat iedereen die van muziek houdt wel iets terug kan vinden van zijn of haar smaak op deze cd. Als ik moet uitleggen in welke stijl deze band speelt dan komt als eerste de Belgische band Vaya Con Dios bij mij op (alhoewel Get The Cat nog niet van dit niveau is). De band heeft met Astrid Barth een goede zangeres in huis. Gitarist Phillipp Roemer laat horen dat hij in alle stijlen zijn mannetje staat. Verder bestaat de band uit Till Brandt op bas en verzorgt Ralph Schläger het drum en percussie werk. Wat ik al zei, deze cd schittert door de veelzijdigheid. Het eerste nummer ‘Your Sweet Kiss’ is een lekker uptempo bluesje waarin Phillipp Roemer meteen zijn visitekaartje afgeeft. Vervolgens gaat het met ‘Don’t Fall In Love’ de funky kant op. ‘Don’t Make A Promise You Can’t Keep’ is een soulachtig ingetogen nummer en ‘I Wanna Start A Fire’ is weer popmuziek. Zo komen er ook nog een bluesje en een jazzy nummer voorbij en is er voor een ieder wel wat naar zijn of haar zin. De band heeft onlangs ook de dvd ‘Live At Sensenhammer’ uitgebracht. Deze is in Nederland te bestellen op www.bluesdvd.nl. Als je de cd in je pc stopt is hier al een voorproefje van te bekijken. Wat mij wel stoort is dat in het bijgevoegde boekje de songteksten niet in de juiste volgorde zijn opgenomen zoals de nummers op de cd staan. Ook staat nergens vermeld wie de schrijvers van de nummers zijn. Het zijn natuurlijk details maar toch. Al met al levert Get The Cat een leuke cd af en ik denk dat deze band iedereen een hele leuke avond kan bezorgen in het clubcircuit. | |
Coexist / Ruben Hoeke Band | |
![]() Geschreven voor www.bluesrockpagina.nl Mijn kinderen (16 en 18 jaar) noemen bluesmuziek vaak egoïstische gitaarmuziek. Ik kan mij daar wel iets bij voorstellen, want de muziek waar zij naar luisteren is snel, hard en heftig. Deze generatiekloof is gelukkig ook binnen de blues aanwezig. De jongere generatie muzikanten wil vaak meer spelen dan alleen maar bluesschema’s. Een goed voorbeeld hiervan is Ruben Hoeke die met zijn nieuwe cd ‘Coexist’ op zoek is naar nieuwe wegen echter niet zonder zijn roots te verloochenen. De totstandkoming van deze cd verliep niet zonder slag of stoot. Het moet toch een verschrikkelijk moment zijn geweest als je, na een half jaar van opnemen ( 80% was al klaar), ontdekt dat er niemand zo slim is geweest om even een back-up te maken van de harde schijf (met daarop al het reeds opgenomen materiaal) die zojuist is omgevallen en onherstelbaar is beschadigd. Gelukkig waren er pas twee van de acht gasten geweest die een rol spelen op deze cd die hun partij al hadden opgenomen en zij waren bereid om nogmaals hun partij in te spelen. Het openingsnummer trekt al meteen de volle aandacht. Prachtig drumwerk van Arjen Knaap, flarden gitaarwerk uit ‘With A Little Help From My Friends’ van Joe Cocker en een tekst die verwijst naar president Obama die deze ‘Change’ moet gaan inzetten. Vervolgens (blues)rockt Ruben en band lekker verder met ‘Boogie Music’. Met het nummer ‘Close My Eyes’, met als gast Niels Schutten op het Hammond orgel, wordt een statement gemaakt hoe wij met onze wereld omgaan; erg mooi! De volgende twee gasten komen langs in ‘Walking In The Rain’. Niemand minder dan Dany Lademacher, één van mijn favoriete gitaristen , gaat het duel aan met Ruben terwijl de zang in dit pittige nummer om en om wordt verzorgd door Frank Pardo en Peter Cook. Voor mij als bluesliefhebber staan de hoogtepunten op het laatste gedeelte van de cd. ‘Midnight Man’ opent werkelijk subliem met Ruben in een hoofdrol op gitaar. Verder weer dat heerlijke geluid van een Hammond, dit keer bespeeld door Thijs Boontjes. Daarna volgt het buitenbeentje op deze cd. Ruben laat in het nummer ‘Song For Boaz’(zijn zoon) eventjes horen dat ook een akoestisch gespeelde fado makkelijk binnen zijn bereik ligt; prachtig. Het laatste nummer ‘True Love’, een slow blues, is voor mij het hoogtepunt. Mooi gezongen, prachtig gitaar spel en als grote verrassing een prachtig stukje viool verzorgd door Sophie de Rijk. Ruben en zijn band leveren met deze cd een prima product af waar ook de jongere generatie zeker van zal genieten! | |
Vintage Blues / Barrelhouse | |
![]() Geschreven voor www.bluesrockpagina.nl Het is voor mij een eer om iets te mogen schrijven over ‘Vintage Blues’ de nieuwe cd van Barrelhouse. Vanaf 1974, het begin van de band, heb ik al hun lp’s en cd’s altijd trouw gekocht. Uiteraard heb ik de band ook vele malen ‘live’ mogen aanschouwen. Prachtige optredens op veel verschillende locaties. Zo herinner ik mij nog het eerste optreden wat ik meemaakte van deze band midden jaren zeventig op de Lijnbaansgracht in Amsterdam, of hun geweldige optreden met als gast Hans Dulfer op het North Sea Jazz Festival, of de altijd druk bezochte concerten in het Patronaat te Haarlem. Ik mag mij dus absoluut een fan noemen van dit gezelschap. In al die jaren heeft Barrelhouse, naast veel eigen nummers, altijd een neusje gehad om mooie nummers uit te zoeken om te coveren. Zo is hun versie van ‘You Don’t Have To Go’ voor mij nog altijd een hoogtepunt tijdens hun optredens. Zoals de titel van deze cd al doet vermoeden staan er op deze cd louter covers. Nummers die de band altijd al eens wilde vastleggen, maar hier nooit aan toe kwam. De originele uitvoeringen stammen allemaal van voor 1974. De opnametechniek die is gebruikt is eigenlijk ook een beetje van voor 1974; alles is live gespeeld in de studio zonder het gebruik van koptelefoons. De cd opent met een traditional: ‘Oh Death’. Mooi ingetogen gespeeld en nergens een noot teveel. Dit geldt overigens voor de hele cd. Opvallend is de uitvoering van ‘God Bless The Child’, prachtig gezongen door Tineke met alleen de begeleiding van Johnny Laporte op een geleende banjo. In het nummer ‘Midnight Hour Blues’ van Leroy Carr is de begeleiding ook minimaal, Han van Dam laat zich hier van zijn beste kant op de piano horen. Zoals vaak op cd’s van Barrelhouse ook dit keer weer een nummer wat iets afwijkt van de resterende nummers namelijk ‘Weary Blues From Waiting’ een nummer van Hank Williams. Verder natuurlijk weer wat heerlijke shuffles zoals ‘I love The Way I Live’ van good old Muddy en de Sonny Boy Williamson klassieker ‘Bring It On Home’. Al met al is dit toch een echte Barrelhouse cd geworden die duidelijk is gemaakt door echte liefhebbers van de pure Blues. | |
Booker's Guitar / Eric Bibb | |
![]() Geschreven voor www.bluesrockpagina.nl ‘Booker’s Guitar’ is al weer het zestiende album van de in 1951 in New York geboren Eric Bibb. Wat mij meteen aan deze cd bevalt is de aandacht die er is besteed aan de lay-out. In deze tijd van downloaden is het immers goed om hier wat extra aandacht aan te besteden zodat de koper toch wat extra’s krijgt. Het kartonnen doosje is driedelig met middenin de cd (die eruit ziet als een lp). Er is uitleg (zowel in het Engels als in het Frans) over de totstandkoming van de cd. Tevens zit er een boekje bij van maar liefst veertig pagina’s met een biografie van zowel Bibb als Bukka. Ook is er over elk nummer een stukje achtergrond informatie te vinden plus alle songteksten. Verder is op de cd ook nog eens een videoclip toegevoegd van het openingsnummer ‘Booker’s Guitar’. Het verhaal achter de cd is inmiddels al vele malen in allerlei recensies verteld; tijdens een tournee in Engeland vraagt een fan na afloop van een optreden of Bibb de gitaar van Bukka White wilt zien. De afspraak is snel gemaakt en de volgende dag treffen de twee elkaar in een hotel. Het zien en bespelen van deze gitaar gaf Bibb inspiratie voor het maken van deze cd. Bibb is één van de weinige Afro-Amerikanen die nog in stijl speelt van de grote blues artiesten die de Delta blues heeft voortgebracht. Bibb heeft een aangename stem die het midden houdt tussen spreken en zingen. De teksten zijn dan ook overal goed te verstaan. Op de cd staan maar liefst achttien nummers waarvan er zestien door Bibb zelf zijn geschreven. De nummers liggen vaak tegen Folk muziek aan. Het tempo blijft erg rustig maar de nummers zijn stuk voor stuk pareltjes. ‘Booker’s Guitar’ is gewoon een hele mooie luister cd geworden in een stijl die je niet vaak meer hoort. | |
Fading Gracefully / Doug Warner | |
![]() Geschreven voor www.bluesrockpagina.nl Een man en zijn blues zo kan ik dit cd’tje wel het beste omschrijven. Doug Warner is een voor mij onbekende bluesmuzikant uit Oregon. Op zijn website is te lezen dat Doug geen professioneel muzikant is, maar werkzaam is als producer van het Camelot Theater in Oregon waar hij zelf ook nog wel eens een rol speelt in een toneelstuk. Na jaren lang schrijven en spelen van bluesmuziek in zijn vrije tijd komt hij nu met een cd die hij helemaal alleen vol speelt en ook tekent hij zelf nog eens voor de productie. Doug beheerst een flink aantal instrumenten. Zo is hij te horen op zowel elektrische- als akoestische gitaar, piano, drums, percussie, bas en mondharmonica en beschikt hij ook nog eens over een prettig stemgeluid. De cd bevat veertien nummers die allemaal door Doug zelf zijn geschreven. Een ware prestatie dus. Op de meeste nummers van de cd bespeelt Doug slaggitaar op zijn akoestische gitaar en soleert hij hier overheen met zijn elektrische gitaar of speelt hij slide op zijn, uit 1936 stammende, 27G Dobro resonator. De stijl van spelen is vrij traditioneel. Al met al een leuke cd. | |
Get To Heaven On A Hellbound Train / Delta Moon | |
![]() Geschreven voor www.bluesrockpagina.nl De ontmoeting tussen Tom Gray en Mark Johnson in een muziekwinkel in Atlanta, waarbij Tom aan Mark vanuit zijn wagen een Dobro probeerde te verkopen, was in 2002 de basis voor de band Delta Moon. Hoewel de Dobro niet van eigenaar wisselde gaven zij wel elkaar hun telefoonnummer en al snel speelden zij samen in diverse koffieshops en barbecue joints in en rondom Atlanta. Al snel werd besloten om uit te breiden met een bassist en een drummer en te gaan spelen onder de naam Delta Moon. De band was al snel succesvol en won in het jaar 2003 de ‘International Blues Challenge’ in Memphis. Al snel volgden er verschillende tournees door Amerika, maar ook naar Canada en Europa. In 2007 kreeg, met het toetreden van bassist Franher Joseph en drummer Darren Stanley, de band zijn huidige bezetting waarmee hun nieuwste cd ‘You’ll Never Get To Heaven On A Hellbound Train’ is opgenomen. De naam Delta Moon is in mijn ogen prima gekozen want je krijgt namelijk wat je denkt te krijgen bij deze naam; twee prachtig klinkende slide gitaren en een stem doordrenkt met whiskey, maar vooral muziek die diep geworteld is in de zuidelijke staten van Amerika. Op eentje na zijn alle elf nummers afkomstig van de hand van Tom Gray, die ook al succesvol was met het componeren voor anderen zoals Cindy Lauper, Manfred Mann en anderen. Afgelopen jaar kreeg hij hiervoor de prijs “Blues Songwriter Of The Year”. De enige cover is ‘You Got To Move’ van Fred McDowell. Houd je van rootsmuziek in een verfrissend jasje, maar vooral van slide gitaar, dan kan ik deze cd van harte aanbevelen. | |
Rick Allen / New Orleans B3 King | |
![]() Graag wil ik een cd onder de aandacht brengen die al in 1999 is opgenomen in New Orleans. Waarom dat is zal ik even kort vertellen. Ten eerste gaat de opbrengst van deze cd geheel naar de uitvoerende toe en ten tweede natuurlijk omdat het een voortreffelijke cd is. Rick Allen woont in het plaatsje Lacombe in de staat Louisiana, zo’n | |
Atlanta Boogie / Patrick Vining Band | |
![]() Geschreven voor www.bluesrockpagina.nl Eerlijk gezegd had ik nog niet eerder gehoord van de uit Atlanta afkomstige ‘The Patrick Vining Band’ en ook niet van de gitarist Mike Bourne die een speciale vermelding krijgt op het hoesje. Eigenlijk zijn dit voor mij de leukste cd’s om te ontvangen. Soms ben je teleurgesteld na het beluisteren, maar het komt ook vaak voor dat ik aangenaam verrast word. En dat is bij deze cd zeker het geval. Een cd vol heerlijke Jump-Blues zoals die tijdens de jaren ’40-’50 werd gebracht door de zogenaamde Blues-shouters als bijvoorbeeld Big Joe Turner. Patrick beschikt over een lekker stemgeluid die in mijn oren klinkt als een mix tussen de stemmen van Jimmy Witherspoon en Kim Wilson. Gitarist Mike Bourne heeft een lekker ‘vet’ gitaargeluid en is sterk in vooral de begeleiding, iets wat in dit genre belangrijker is dan het ellenlang soleren. Naast deze twee mannen verdient ook pianist/organist Matt Wauchope zeker een vermelding; hij is het die zorgt voor dat lekker rollend pianogeluid. De cd bevat tien nummers waarvan zes geschreven zijn door het duo Vining/Bourn. Eén nummer is van de hand van Jimmy Witherspoon (Money’s Getting Cheaper), twee nummers (Atlanta Boogie & Someday) zijn van de eveneens uit Atlanta afkomstige veteraan Tommy Brown (hij had in 1956 al een nummer 1 hit met ‘Weepin And Cryin’) die zelf als gast het nummer ‘Atlanta Boogie’ zingt. De cd sluit af met ‘Last Meal’ van Jimmy Rodgers. Degene die van dit genre binnen de Blues houden zullen na aanschaf zeker niet teleurgesteld worden. Het enige minpuntje is dat deze cd na nog net geen veertig minuten alweer is afgelopen. | |
Funky Tortillas / Tino Gonzales & Los Reyes Del K.O. | |
![]() Geschreven voor www.bluesrockpagina.nl Ik denk dat ik voor de liefhebbers nog een leuk kerstcadeautje heb gevonden, namelijk de nieuwe cd ‘Funky Tortillas’ van de in Chicago geboren Tino Gonzales en het uit Spanje afkomstige duo ‘Los Reyes del K.O’. Gonzales besloot tien jaar geleden zijn geluk te zoeken in Europa en bouwde de afgelopen jaren een aardig netwerk op aan muzikanten. Zo maakte hij kennis met het Spaanse duo Los Reyes Del K.O.(Marcos Coll/harmonica & Adrian Costa/vocals, gitaar), vaak omschreven als de Buddy Guy en Junior Wells van Spanje. Deze kennismaking heeft uiteindelijk geresulteerd in een samenwerking met als resultaat een prima cd waarvoor zowel Gonzales als Los Reyes Del K.O. ieder vijf eigen nummers hebben geschreven. Ik zag Tino voor het laatst optreden tijdens het laatste Amsterdam Bluesfestival in 2001 en hij liet op mij toen al een uitstekende indruk achter. En met deze cd treft hij mij wederom. De cd opent met het instrumentale titel nummer ‘Funky Tortillas’ en zo klinkt dit nummer ook. Een hoofdrol is hier weggelegd voor ‘The Pacific Coast Horns’(Paulie Cerra/sax en Hollywood Paul Litteral/trompet). Vervolgens neemt Adrian Costa het stokje over met het door hemzelf geschreven ‘How Lucky Are We’. Costa blijkt een prima zanger en ook met het harmonica werk van zijn maat Marcos Coll is niets mis. Het eerste rustpunt op deze cd is het door Gonzales geschreven en gezongen ‘Cloak Of Misery’; soul met zelfs een achtergrondkoortje. Vervolgens is het weer ‘swingtime’ geblazen. De cd eindigt met ‘Lord My Friend’, een prachtige gospel. Ik heb werkelijk geen zwak nummer gehoord op deze cd en na bijna tien jaar hoop ik Tino Gonzales snel weer eens te zien spelen in ons land! | |
Blues Is Blues / Kellie Rucker | |
![]() Geschreven voor www.bluesrockpagina.nl Op vier december 2008 schreef ik een recensie over de cd 'In The Meantime' van de band Soul Return. Soul Return bestond uit de leden van ‘The Imperial Crowns’, behalve hun zanger Jimmy Wood die was vervangen door Kellie Rucker. Tijdens het beluisteren van de nieuwste cd van Kellie Rucker ‘Blues Is Blues’ kwamen mij heel veel nummers wel erg bekend voor. Het blijkt hier dan ook te gaan om een verzamel cd waarop Kellie haar lievelingsnummers heeft gezet van de laatste vier jaar. Maar liefst zeven van de dertien nummers zijn afkomstig van de cd van Soul Return. De overige zes nummers zijn afkomstig van haar eerder verschenen cd’s ‘Ain’t Hit The Bottom’ en ‘Church f Texas’. Kellie Rucker is geboren in Oklahoma City, maar haar familie verhuisde diverse malen om uiteindelijk via Texas, Virginia en Florida zich te settelen in Connecticut. Als twaalfjarig meisje ontdekte Kellie de blues en begon ze te oefenen op de mondharmonica. Op haar zeventiende startte zij haar eerste bandje,genaamd ‘Blues for Breakfast’. Zelf verhuisde zij ook een aantal malen en tijdens haar verblijf in Los Angeles ontmoette ze Debbie Davies, de gitarist van de band van Albert Collins, met wie zij een eigen band formeerde en waarmee ze twee jaar toerde. Uiteindelijk belandt ze in ‘The Screaming Buddaheads’, de band van gitarist B.B. Chung King, waarin zij maar liefst vijf jaar verblijft. De laatste vier jaar staat Kellie op het podium onder haar eigen naam met haar eigen band. Zelf omschrijft zij haar muziek als volgt: ‘If I was a biscuit, the list of musical ingredients would include a big bowl full of Blues, a spoonful of Rock, a pinch of Zydeco, a zest of Swing, a half-cup of Americana and a dash of Soul Music!’. In deze omschrijving Voor diegene die nog nooit iets van Kellie Rucker hebben gehoord is deze cd dus een uitstekend startpunt om mee te beginnen. Op zondag 7 februari is deze uitstekende zangeres en mondharmonicaspeelster ‘Live’ te aanschouwen in Bluesclub XXL te Wageningen. | |
Two Tears in A Bucket / Johnny Clark & The Outlaws | |
![]() Geschreven voor www.bobtjeblues.com Vanwege de naam van de band werd ik even op het verkeerde been gezet. Niet een uit Texas afkomstig trio, maar gewoon een band uit ons eigen kikkerlandje. Als ik op het hoesje kijk, zie ik de naam prijken van Theo ‘Thumper’ Outhuijsse op drums. Ik had voor 2009 nog nooit van hem gehoord, maar dit jaar zag ik hem al optreden met de formatie Black Top en de uit Texas afkomstige zanger/gitarist Tony Vega. Bij beide optredens maakte hij op mij een uitstekende indruk, dus met het drumwerk zou het ook hier wel goed zitten! De frontman van dit trio is Hans Klerken (alias Johnny Clark) zang en gitaar en op de bas Ray Oostenrijk. De cd telt dertien nummers en zijn allen geschreven door Hans Klerken waarvan een aantal in samenwerking met Dede Priest. Een hele prestatie op zich dus. De songs zijn allemaal geworteld in de Blues. Lekkere shuffles als ‘Sugah Darlin’, ‘Gospel Of Thomas ‘en het instrumentaal gespeelde ‘Outlaw Shuffle’ passeren de revue. Maar er zijn op deze cd ook invloeden te horen uit andere genres zoals Soul, Country en Folk. Tegenwoordig vaak samengevat onder de term ‘Americana’. Op een aantal nummers zijn wat gasten (Martijn van Toor/sax, Ben Bouman/mondharmonica en Mike Roelofs/hammond) toegevoegd die vaak net even de kers op de pudding zijn. Zelf vind ik het jammer dat de cd vrij ingetogen klinkt. Nergens gaat de band zich te buiten aan goed klinkende solo’s of geeft het net dat beetje extra’s. Zeker wel een lekker cd’tje, maar niet eentje die op vele top tien lijsten van dit jaar zal worden terug gevonden. | |
Two Stages / BlueShaker | |
![]() Geschreven voor www.bluesrockpagina.nl De van oorsprong uit Harderwijk afkomstige bluesrock formatie BlueShaker bestaat al weer meer dan tien jaar. Ter gelegenheid hiervan werd er in 2008 een concert gegeven in het cultureel centrum Estrado te Harderwijk. Tevens verzorgde de band in dit zelfde jaar een optreden op het Koetstockfestival te Kockengen. Van deze twee optredens is er nu een compilatie cd verschenen welk een uitstekend beeld geeft van wat je kan verwachten bij een optreden van deze band. Net als vroeger bij de lp is de cd opgebouwd, weliswaar virtueel, in zeg maar twee kanten. Op de eerste kant staan vijf nummers van het optreden in Harderwijk en op kant twee staan zes nummers van het optreden op het Koetstockfestival. Van deze elf nummers zijn er tien covers en is er slechts plaats voor één eigen nummer (L-Lady). Wat betreft de keuze van de covers is het jammer dat er gekozen is voor nummers die al vele malen, op een drietal na, zijn gecoverd. Het geluid van de band wordt voornamelijk bepaald door gitarist Bart Jansen. Ik moet zeggen dat hij zijn instrument en zijn pendalen zeer goed beheerst en hij behoort, in mijn ogen, zeker tot de top van Nederland binnen dit genre. Daarnaast beschikt de band over een zanger (Arne Goossens) met een lekkere rauwe stem die hier prima bij aansluit. De Ritme sectie is bij het mixen van de cd, wat mij betreft, iets teveel naar de achtergrond verdrongen wat ten koste gaat van het totaal geluid. Ik denk dat deze cd gretig aftrek zal vinden bij diegenen die deze band live zien spelen en zij zullen zeker niet worden teleurgesteld. Nog even voor de volledigheid; de band bestaat uit Chanie Chang op bas, Marcel Landman op drums en natuurlijk de al eerder genoemde Bart Jansen en Arne Goossens.. Als gastspeler op de nummers ‘Messing With The Kid’ en ’Going Down’ komt Bennie Veldman op de bluesharp ook nog even langs. | |
5Th Anniversary Live Tour 2009 / The Veldman Brothers | |
![]() Geschreven voor www.bobtjeblues.com Vanwege het vijfjarig bestaan van de Nederlandse formatie ‘The Veldman Brothers’ heeft deze band dit jaar een jubileum toer gemaakt door Nederland. Tijdens deze toer zijn er ook opnames gemaakt. Dit gebeurde in het Witte Theater te IJmuiden in het kader van de ‘Bluestrain FM Sessies’. De cd is op vele sites al besproken en heeft de nodige lof al mogen ontvangen. Ik heb de cd nu een aantal malen beluisterd en ik kan mij hierbij geheel aansluiten. De band, Gerrit Veldman (gitaar en zang)/ Bennie Veldman (Hammond, mondharmonica en zang)/Marco Overkamp (drums)/Donald van der Goes (bas), gaat er vanaf het eerste nummer ‘Harponized’, met Bennie in de hoofdrol op harmonica, meteen flink tegenaan. Vervolgens wordt dit lichtste bluesinstrument vervangen door het zwaarste namelijk, mijn favoriete instrument, het Hammond orgel. En ja, dan wordt het eigenlijk alleen maar mooier. Samen met broer Gerrit worden er prachtige solo’s gespeeld, goed ondersteund door Marco en Donald. Het is een verademing om weer eens een echte bluesband te horen. Eigen nummers worden afgewisseld door goed gekozen covers. Al met al een cd om als Nederlander trots op te zijn! | |


















































































































