De inmiddels 67-jarige Georgie Fame stond vanavond, samen met het Jazz Orchestra van het Amsterdamse Concertgebouw, op het programma van het Bimhuis. Het was voor mij het eerste optreden wat ik weer kon bezoeken sinds mijn laatste operatie en na zeven maanden op de bank doorgebracht te hebben had ik er echt zin in. Al sinds de jaren zeventig ben ik een groot fan van Georgie Fame. Ooit zag ik hem optreden in het Beursgebouw van Amsterdam met zijn eigen formatie ‘The Blue Flames’ en de laatste jaren zag ik hem regelmatig als bandlid van Bill Wyman’s Rhythm Kings.
Georgie Fame werd als Clive Powell op 26 juni 1943 geboren in de industriestad Lancashire in Engeland. Thuis was er altijd al volop muziek te horen in huize Powell. Zijn vader was muzikant en speelde in een dansorkest. Op zevenjarige leeftijd begint Georgie pianoles te volgen, maar als halverwege de jaren vijftig de Rock ‘n’ Roll opkomt neemt zijn interesse in de muziek meer serieuze vormen aan. Vanaf zijn vijftiende begint Georgie piano te spelen in de formatie ‘The Dominoes’. In 1959 wordt hij ontdekt door Rory Blackwell, die hem een baan als pianist aanbiedt in zijn band ‘Rory and the Blackjacks’. Met deze band belandt Georgie in Londen, maar het succes blijft uit. Georgie komt nog dit zelfde jaar onder de hoede van impresario Larry Parnes, die hem de bijnaam ‘Georgie Fame’ geeft. Parnes zorgt ervoor dat Georgie op zijn zestiende als pianist met grootheden als Eddy Cochran, Gene Vincent, Billy Fury en vele anderen door heel Engeland toert. Het was Billy Fury die vier muzikanten voor zijn band ‘The Blue Flames’ zocht en hiervoor Georgie als pianist uitkoos. Na een onenigheid, in 1962 tussen de band en Billy Fury, grijpt Georgie zijn kans en zo ontstaat ‘Georgie Fame and the Blue Flames’. De band kijgt een driejarig contract in de bekende ‘Flamingo Club’ in London. Het succes komt snel en de band heeft verschillende nummer één hits zoals ‘Yeh Yeh’, ‘The Getaway’, en ‘The Ballad of Bonny and Clyde’.
Georgie heeft ook een grote voorliefde voor Jazz. Zo neemt hij, als zanger, het album ‘Sound Venture’ op met de ‘Harry South Big Band’. Dit resulteert in een uitnodiging om in 1967 en 1968 te toeren met de bigband van, niemand minder dan, Count Basie. Begin jaren zeventig werkt Georgie samen met Alan Price, de voormalige keyboardspeler van ‘The Animals’. Samen krijgen zij een wereldhit met het nummer ‘Rosetta’ en op tv verzorgen zij het muziekprogramma ‘The Price Of Fame’. In 1974 herenigt Georgie zijn ‘Blue Flames’ en gaat hier weer mee op tournee. Tot aan de dag van vandaag werkt hij mee aan diverse succesvolle projecten en blijft hij ook optreden met diverse Big Bands. Vanaf 1997 is Georgie de vaste organist van de ‘Rhythm Kings’ van ex Rolling Stones bassist Bill Wyman.
Één van de Big Bands waar Georgie zo af en toe als zanger mee optreedt is ons eigen Jazz Orchestra van het Amsterdamse Concertgebouw onder leiding van Henk Meutgeert.
In 1996 richtte Henk Meutgeert samen met Hans Dekker en Frans van Geest deze bigband op onder de naam ‘New Concert Big Band’. De band bestaat uit een nieuwe generatie Nederlandse jazzmusici, opgeleid op verschillende conservatoria in Nederland, waarvan de beste en meest getalenteerde een plaats kregen in de’ New Concert Big Band’. Aanvankelijk alleen met repertoire van de bandleider zelf, later ook met composities van orkestleden, werd begonnen met regelmatige optredens op zondagavond in het Bimhuis. Steeds met wisselende gastsolisten uit binnen- en buitenland, maar ook met de muzikanten uit eigen gelederen. Al die solisten namen hun eigen composities mee, die vervolgens voor het orkest werden bewerkt door onder andere Henk Meutgeert. Er staan arrangementen van niet minder dan 800 titels, grotendeels van de hand van Henk Meutgeert zelf, op het reportoire. Het succes van deze zondagavondconcerten ging niet onopgemerkt voorbij aan allerlei mensen uit de muziekwereld. Martijn Sanders bijvoorbeeld, de toenmalige directeur van het Amsterdamse Concertgebouw, stelt dan voor de naam van het orkest te veranderen in ‘Jazz Orchestra of the Concertgebouw’ en zijn podium voor een aantal concerten per jaar aan het orkest ter beschikking te stellen. Het orkest telt achttien muzikanten.
Gelukkig waren wij net op tijd aanwezig om nog een stoeltje te kunnen bemachtigen. Net als veel concerten in het Bimhuis was ook dit concert weer stijf uitverkocht. Zo rond half negen namen de muzikanten van het orkest plaats en kon het feest beginnen. Na het intro liep trompetist Jan van Duikeren naar voren om een mooie versie te spelen van het Louis Armstrong nummer ‘What A Wonderful World’. Hierna was het tijd voor de opkomst van Georgie Fame. Wat is het toch mooi als een artiest meteen dan maar opent met zijn grootste hit, namelijk ‘Yeh Yeh’. Ook in deze bigband uitvoering prachtig. Na de nummers ‘In Walked Bud’ van Thelonius Monk en ‘Sometimes I’m Happy’(een ode aan Lester Young) vertelde Georgie een vermakelijk verhaal over een optreden met Toots Thielemans die Georgie vroeg een tekst te schrijven voor een nummer dat hij net had gecomponeerd. Georgie nam de uitdaging aan en tot diep in de nacht schreef hij aan ‘Just For My Lady’ om het de volgende dag vol trots aan Toots te overhandigen. Eigenlijk had Georgie bij elk nummer wel een leuk verhaal te vertellen wat deze avond, naast de muziek, ook tot een vermakelijk geheel bracht. Met de James Brown klassieker ‘Papa’s Got A Brand New Bag’ sloot Georgie het eerste gedeelte voor de pauze op een funky manier af.
Na de pauze kreeg de band weer de gelegenheid te openen met twee composities, namelijk ‘First Song’ (te vinden op de cd ‘Blues For The Date’ van het J.O.C.) waarin een hoofdrol was weggelegd voor pianist Peter Beets en het door de Amerikaanse trompettist John Marshall gecomponeerde nummer ‘Houston Street Beat’, waarin de solo’s werden gespeeld door Ruud Breuks en Joris Roelofs. Vervolgens opende Georgie ook nu weer met één van zijn hits namelijk ‘Bonnie And Clyde’, gevolgd door nummers als ‘Anthem For A Band’, ‘I’ll Sing You’, ‘Don’t Be That Way’ en ’Little Pony’.
Tussen de nummers door vertelde bandleider, dirigent en componist Henk Meutgeert nog over de crisis waarin het orkest momenteel verkeert, daar de subsidieaanvraag voor 2011 is afgewezen door ons nieuwe kabinet. Dit zou zelfs het voortbestaan van het orkest kunnen bedreigen. Een oproep aan donateurs en/of sponsors was dan ook helemaal op zijn plaats. Georgie liet hierop zelfs weten om uit eigen zak een optreden met het orkest te willen betalen.
Als afsluiting bracht Georgie met ‘Lil’ Darling’ een herinnering aan zijn jaren die hij doorbracht bij de band van Count Basie.
Al met al een heerlijke avond. Helaas had Georgie zijn Hammond thuis gelaten, maar het geweldige orkest deed dit snel vergeten!